<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-07T15:10:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-04-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">8173798  CV EXPL 19-24296</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1986">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-04-07T15:09:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-04-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1986 Rechtbank Amsterdam , 02-04-2020 / 8173798  CV EXPL 19-24296</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1986:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verstek. Ambtshalve toetsing consumentenrecht. Tussenvonnis. Eisende partij mag zich nader uitlaten over de feitelijke omstandigheden waaronder de overeenkomst tot stand is gekomen. Art. 6:230j BW.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1986:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="10ffa116-daaf-472f-882d-53c71fe86ab0" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7c764c26-313a-41d3-942e-8ca065f949cb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: 8173798  CV EXPL 19-24296</para>
      <para>vonnis van:  2 april 2020</para>
      <para>fno.:  991</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>i n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">ANWB B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te 's-Gravenhage</para>
      <para>eisende partij</para>
      <para>gemachtigde: A. Niekus</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde partij]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [plaats]</para>
      <para>gedaagde partij</para>
      <para>niet verschenen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">Verder verloop van de procedure</bridgehead>
    <para>Bij tussenvonnis van 19 december 2019 is eisende partij in de gelegenheid gesteld om het bijgevoegde informatieformulier in te vullen en dit ingevulde formulier en de daarin aangegeven stukken in het geding te brengen, en een kopie hiervan aan gedaagde partij te sturen met de mededeling dat deze hierop kan reageren.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij heeft op de rolzitting van 20 februari 2020 een akte ingediend. Gedaagde partij heeft hierop niet gereageerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>Gronden van de beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De onderhavige vordering betreft een onbetaald gelaten factuur van 26 oktober 2018 ter hoogte van € 188,00. De factuur ziet voor een deel op ‘Wegenwacht Nederland Standaard’ voor de periode 22-10-18 t/m 31-10-19 (€ 98,00) en voor een deel op ‘Tarief voor directe pechhulp’ (€ 90,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij stelt dat de overeenkomst telefonisch is gesloten, al dan niet naar aanleiding van een verzoek tot het verlenen van pechhulp. Wanneer de overeenkomst is gesloten, stelt eisende partij niet en valt evenmin uit de stukken op te maken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter acht het voor de beoordeling van deze zaak van belang te weten wanneer en onder welke feitelijke omstandigheden de overeenkomst telefonisch is gesloten. Relevant is of gedaagde partij contact met eisende partij heeft opgenomen op een moment dat hij met autopech langs de kant van de weg stond, of op een ander moment. Als dat het eerste geval is en eisende partij het lidmaatschap verplicht heeft gesteld omdat zij anders geen pechhulp zou verlenen, dan dient eisende partij aan te tonen dat gedaagde partij uitdrukkelijk heeft ingestemd met het verplicht gestelde lidmaatschap. Deze uitdrukkelijke instemming door gedaagde partij is vereist op grond van artikel 6:230j BW en kan bijvoorbeeld een (elektronische) handtekening zijn, een e-mail waarin gedaagde partij uitdrukkelijk zijn akkoord geeft, dan wel een andere ondubbelzinnige wijze waaruit de instemming van gedaagde partij blijkt. Afgeleide of stilzwijgende instemming is onvoldoende, evenals het uitblijven van een reactie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisende partij wordt in de gelegenheid gesteld zich bij akte uit te laten over het bovenstaande. De zaak zal daarvoor worden verwezen naar de rol. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>verwijst de zaak naar de rol van donderdag 30 april 2020 te 10.00 uur voor het nemen van een akte door eisende partij als hiervoor overwogen;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>houdt iedere beslissing aan.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.W.J. Ros, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 2 april 2020 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>