<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-16T10:59:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/225052-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1601">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1601</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-16T10:45:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1601 Rechtbank Amsterdam , 06-02-2020 / 13/225052-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1601:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beslissing voortzetting ISD-maatregel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1601:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/225052-18 (tussentijdse toetsing ISD-maatregel)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank te Amsterdam heeft op 5 juni 2019 de maatregel tot plaatsing in een instelling voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren opgelegd aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [veroordeelde] (hierna: veroordeelde)</emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen op het adres [adres 1] ,</para>
      <para>thans verblijvende in de kliniek [naam kliniek] op het adres [adres 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken in de zaak met bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vonnis van deze rechtbank van 5 juni 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het uittreksel Justitiële Documentatie betreffende veroordeelde van 30 december 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een verblijfsplan ISD Intramuraal van het [naam detentie complex] gedateerd 23 januari 2020;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een verklaring van [naam bedrijf bv] van 21 januari 2020; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd tussen [naam bedrijf bv] en veroordeelde;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een certificaat d.d. 9 september 2019; en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een overzicht van de uitslagen van urinecontroles van veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 23 januari 2020 de officier van justitie, mr. E. Broekhof, veroordeelde en zijn raadsman, mr. R.H. Bouwman, en de deskundige [persoon] , programmamanager ISD, ter zitting gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bovenvermelde stukken komt in het algemeen naar voren dat het goed gaat met veroordeelde. Veroordeelde is meewerkend en positief. Veroordeelde heeft geen positieve uitslagen van urinecontroles gehad en een certificaat behaald. Daarnaast ligt er een arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd klaar voor veroordeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het verblijfsplan blijkt dat veroordeelde sinds 13 januari 2020 is opgenomen bij [naam kliniek] . In de kliniek zal een start worden gemaakt met de verslavingsbehandeling. Daarnaast zou veroordeelde in beperkte mate constructief om kunnen gaan met moeilijke en stressvolle situaties. Daarom vindt men van belang dat er, naast aandacht aan de verslaving van veroordeelde, ook aandacht wordt besteed aan het aanleren van een adequate copingsstijl. Ook zal er een passende woonvorm en dagbesteding, waarbij structuur en een juist dag- en nachtritme van belang is, gezocht moeten worden, aldus het verblijfsplan. Geadviseerd wordt om de ISD-maatregel voort te zetten. Indien de maatregel wordt opgeheven, wordt de kans op recidive hoog geacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Advies van de deskundige</emphasis>
      </para>
      <para>Op de zitting van 23 januari 2020 heeft de deskundige [persoon] het volgende verklaard over het verloop van de ISD-maatregel. In oktober 2019 is veroordeelde in de ISD geplaatst. Veroordeelde is binnen drie maanden in een kliniek geplaatst. Dat is uitzonderlijk snel. Er is dus gezien dat de nood hoog is. Veroordeelde zit nu bijna 2 weken in de kliniek [naam kliniek] . De behandeling moet nog worden opgestart. Het is echt noodzakelijk dat de verslavingsbehandeling wordt afgerond om veroordeelde een eerlijke kans te geven in de maatschappij. Veroordeelde heeft zich keurig gedragen en het is knap dat hij geen enkele positieve uitslag heeft wat betreft de urinecontroles. Er is echter een verschil tussen clean blijven binnen de kliniek of de P.I. en daar buiten. Eens verslaafd is altijd verslaafd in de visie van een hulpverlener. Dat wil overigens niet zeggen dat uitvoering aan de verslaving wordt gegeven. Er zijn meerdere lagen in verslavingsproblematiek. De eerste laag is het stoppen met het gebruik. Daarna is er de diepere laag: wat was de reden die heeft geleid tot de verslaving? Het gebruik van verdovende middelen is een vorm van coping. Veroordeelde moet een andere vorm van coping aanleren. In de kliniek zal daaraan kunnen worden gewerkt. Kortom: het advies luidt voortzetting van de ISD-maatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het verblijfsplan staat dat veroordeelde niet bij zijn broer zou kunnen verblijven. De raadsman en de broer van veroordeelde hebben op zitting duidelijk gemaakt dat dit niet klopt. Veroordeelde zou welkom zijn bij zijn broer. [persoon] heeft aangegeven dat dit zijn advies vooralsnog niet anders maakt. Wellicht dat het later in het traject van de ISD een verschil kan maken, als wordt gekeken naar huisvesting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot voortzetting van de ISD-maatregel en heeft daar het volgende voor aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er ligt een verblijfplan waarin wordt geadviseerd de maatregel voort te zetten. De verslavingsbehandeling moet nog starten. Het is nodig om te onderzoeken waar die verslaving vandaan komt om hem te kunnen overwinnen. Pas na de verslavingsbehandeling zal worden bekeken hoe de ISD-maatregel extramuraal kan worden ingevuld. Veroordeelde doet het goed en dat terwijl er veel van hem is gevraagd. Geen positieve uitslagen van urinecontroles hebben zich voorgedaan, hij is zeer meewerkend en gemotiveerd. Hij voert wekelijks gesprekken met een psycholoog. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor het terugdringen van recidivegevaar en een verantwoorde terugkeer in de maatschappij is voortzetting van de maatregel noodzakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman verzoekt de ISD-maatregel te beëindigen en heeft daar het volgende voor aangevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is recentelijk in een kliniek geplaatst, maar hij is zelfstandig gestopt met het gebruik van drugs. In die kliniek zit hij juist tussen de verslaafden, dit is geen geschikte plek voor hem. Die stap is hij al voorbij. Hij heeft geen vertrouwen meer in de ISD-inrichting. Zij hebben niets voor hem kunnen betekenen. Veroordeelde wil niks meer met verslaafden te maken hebben. De prikkels waaraan wordt gerefereerd in het verblijfsplan, die tijdens de arbeid naar boven zijn gekomen, hadden te maken met het feit dat de mensen om veroordeelde heen de hele dag louter en alleen over drugs aan het praten waren. Er is een uitzendbureau bereid om veroordeelde in dienst te nemen. Daarnaast is er huisvesting. Veroordeelde heeft verklaard dat hij bij zijn broer kan intrekken. Ook heeft veroordeelde geen schulden, hooguit een paar parkeerboetes. De conclusie in het verblijfsplan dat de kans op recidive hoog is, wordt getrokken op basis van het feit dat er geen legaal inkomen is en geen huis. In de conclusie wordt aangegeven dat het feit dat veroordeelde geen huisvesting heeft, maakt dat hij zorgt voor overlast in de samenleving. Die conclusie kan nu niet meer worden getrokken. Hij zit al 11 maanden vast en er zijn amper gesprekken met hem gevoerd. Veroordeelde heeft zijn best gedaan. Hij heeft binnen de P.I. een certificaat behaald en gebruikt geen drugs meer. Hij is een soort voorbeeldgevangene. Veroordeelde heeft dus, ondanks dat hem weinig behandeling en ondersteuning is geboden, grote stappen gemaakt. Er is geen reden om veroordeelde een volledig verslavingstraject in te laten gaan, terwijl er allerlei mensen om hem heen zijn – zijn moeder, zijn broer – die hem kunnen ondersteunen. Voortzetting van de maatregel levert niets op. De maatregel is voor veroordeelde veranderd in een straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank dient in het kader van de onderhavige procedure te beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. In artikel 38m lid 2 Sr is bepaald dat de ISD-maatregel strekt tot beveiliging van de maatschappij en de beëindiging van de recidive van verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de hierboven vermelde stukken en het verhandelde op de zitting stelt de rechtbank vast dat veroordeelde recentelijk, op 13 januari 2020, in de kliniek [naam kliniek] is geplaatst. De rechtbank volgt het advies van de deskundigen om de ISD-maatregel voort te zetten. Hoewel het knap is van veroordeelde dat hij zelfstandig is gestopt met het gebruik van drugs, volgt de rechtbank de heer [persoon] in zijn betoog dat de verslavingsproblematiek meer omvat. Het is van belang dat de onderliggende problematiek ook wordt aangepakt. Het zal lastiger zijn voor veroordeelde om buiten de P.I. of de kliniek niet toe te geven aan de verslaving, dan binnen. Bovendien zijn er meer doelen om aan te werken zoals copingvaardigheden, emotieregulatie en het werken aan zelfredzaamheid. Als de veroordeelde de bredere problematiek niet aanpakt en niet verder aan de genoemde doelen werkt, vreest de rechtbank dat dit zal leiden tot onveiligheid, overlast en verloedering van het publieke domein door het gedrag van veroordeelde. De rechtbank acht het om die reden noodzakelijk dat de maatregel wordt voortgezet. Daarom wordt als volgt beslist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien artikel 6:6:14 van het Wetboek van Strafvordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt dat <emphasis role="bold">de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door:</para>
      <para>mr. R.C.J. Hamming, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.F. Ferdinandusse en C. Huizing-Bruil, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Struijkenkamp, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>