<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T11:00:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-03-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 20 _ 714</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1550">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1550</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-06-05T11:00:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-06-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1550 Rechtbank Amsterdam , 10-03-2020 / AWB - 20 _ 714</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1550:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Wet Brp. Verweerder heeft tijdig beslist op het correctieverzoek van eiseres. Geen sprake van een te laat genomen besluit. Beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1550:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 20/714 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 10 maart 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Amsterdam, eiseres,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeesters en wethouders van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. M. van Looij).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens in de Basisregistratie personen (Brp).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft op 30 januari 2020 beroep ingesteld wegens het niet tijdig nemen van een besluit op haar verzoek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een schriftelijke reactie gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank doet uitspraak zonder een rechtszitting te houden.<footnote-ref linkend="_4d0e9fd5-63aa-4330-b03f-fe713f2b5967" /></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld.<footnote-ref linkend="_bf6a6f02-2727-46bf-9c23-6b96878bd0a2" />Het beroepschrift kan worden ingediend als het bestuursorgaan niet tijdig een besluit heeft genomen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen.<footnote-ref linkend="_160d86a1-ebe4-4ee2-b99d-f682bedbea5a" /></para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft op 12 november 2019 een correctieverzoek gedaan voor het wijzigen van haar adresgegevens. Op een verzoek op grond van de Wet Brp dient binnen acht weken na ontvangst van het verzoek door verweerder beslist te worden.<footnote-ref linkend="_7bc98291-5f6a-4672-ab67-cc7af9f036b5" /> De rechtbank stelt vast dat verweerder op 22 november 2019 tijdig op het verzoek van eiseres heeft beslist. Dat betekent dat geen sprake is van een te laat genomen besluit. Het beroep zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
    <para />
    <para>3. Voor zover eiseres heeft betoogd dat zij het besluit van 22 november 2019 nooit heeft ontvangen, overweegt de rechtbank dat zij dit naar voren kan brengen in haar bezwaarprocedure. Deze procedure ziet namelijk slechts op het uitblijven van een besluit op haar verzoek.  De rechtbank zal de stukken van eiseres met bijlagen met toepassing van artikel 6:20, vierde lid, van de Awb doorzenden aan verweerder ter afdoening als bezwaarschrift. </para>
    <para />
    <para>4. Aangezien het beroep van eiseres wordt doorgezonden als bezwaarschrift, is zij geen griffierecht verschuldigd. Het betaalde griffierecht zal worden teruggestort.</para>
    <para />
    <para>5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. A.K. Mireku rechter, in aanwezigheid van mr. L. El Ouardiji, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 10 maart 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>					rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan verzet worden ingesteld bij deze rechtbank. De indiener van het verzetschrift kan daarbij vragen in de gelegenheid te worden gesteld over het verzet te worden gehoord. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_4d0e9fd5-63aa-4330-b03f-fe713f2b5967" label=" ">
    <para> De rechtbank doet uitspraak zonder zitting op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bf6a6f02-2727-46bf-9c23-6b96878bd0a2" label="2">
    <para>Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_160d86a1-ebe4-4ee2-b99d-f682bedbea5a" label="3">
    <para> Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7bc98291-5f6a-4672-ab67-cc7af9f036b5" label="4">
    <para> Artikel 4:13, tweede lid van de Awb.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>