<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-09-02T08:34:42</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/043763-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1433">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1433</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-10T15:18:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-09-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1433 Rechtbank Amsterdam , 14-02-2020 / 13/043763-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1433:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Art. 6 WVW. Verdachte heeft zonder geldig rijbewijs en onder invloed van alcohol een ongeluk veroorzaakt, met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg. Gelet op de specifieke omstandigheden van het geval en de persoonlijke omstandigheden van verdachte: 9a Sr.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1433:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/043763-18 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 14 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1985,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres verdachte] </para>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 31 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie </para>
      <para>mr. M.M. van den Berg en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. E.P.H. van Esser naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd –  ten laste gelegd dat hij zich op 6 mei 2017 in Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan </para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>poging doodslag/zware mishandeling, dan wel bedreiging van [slachtoffer 1] door met een auto op hem af te rijden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het veroorzaken van een verkeersongeval, dan wel van gevaar op de weg, door met een auto [slachtoffer 2] aan te rijden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rijden onder invloed van alcohol;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verlaten van de plaats van het ongeval;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rijden met een rijbewijs, waarvan de geldigheid meer dan een jaar is verstreken.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de gehele tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op 6 mei 2017 fietst slachtoffer [slachtoffer 2] (hierna: [slachtoffer 2] ), met achter zich fietsend haar partner [naam partner] ), op het Gedempte Hamerkanaal in Amsterdam. Op enig moment komt verdachte met aanzienlijke snelheid vanuit dezelfde rijrichting aanrijden, in zijn rode Suzuki Alto, met kenteken [nummer] . Hij passeert [naam partner] op zeer korte afstand, maar stuurt bij het passeren van [slachtoffer 2] plotseling naar rechts, waardoor zij van achteren wordt aangereden, van de fiets vliegt en op de rijbaan terecht komt.<footnote-ref linkend="_b06bbb44-4be1-4cda-af41-542bc8f13a58" /> Vervolgens stopt verdachte niet, maar rijdt hij weg in de richting van de Schaafstraat, terwijl [slachtoffer 2] op de rijbaan blijft liggen.<footnote-ref linkend="_4793bc18-638f-4a31-9ad3-0eaa89db2454" /> Zij blijkt naderhand een gebroken rugwervel en een gescheurde milt te hebben opgelopen.<footnote-ref linkend="_7aec3d56-75d1-4a4c-a688-5119a994b1c3" /></para>
        <para>Even later keert verdachte in zijn auto terug op de plaats van het ongeval, waar inmiddels twee verbalisanten gegevens van getuigen aan het noteren zijn. Verdachte wordt aangewezen door enkele omstanders en hij krijgt van deze verbalisanten dan ook direct een stopteken. Verdachte negeert deze stoptekens en rijdt met snelheid langs deze verbalisanten. Verbalisant [slachtoffer 1] hoort de auto nog extra accelereren terwijl verdachte op hem af komt rijden en springt opzij, waarbij hij nog net een schop tegen de auto kan geven.<footnote-ref linkend="_02c9c1f6-ffff-48fa-b30e-f4b9967f1ff7" /></para>
        <para>Enige tijd later wordt verdachte aangehouden, waarna blijkt dat hij onder invloed is van alcohol (860 µg/l)<footnote-ref linkend="_53911a32-9995-41bc-aa68-6fd67fc251e9" /> en niet in het bezit is van een geldig rijbewijs, omdat zijn rijbewijs al sinds 17 augustus 2014 is verlopen.<footnote-ref linkend="_a54da686-2350-4b1a-ad85-b764761a014f" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het onder 1. ten laste gelegde heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat niet kan worden vastgesteld op welke afstand verdachte, rijdend in zijn auto, langs verbalisant [slachtoffer 1] reed. De primair ten laste gelegde poging doodslag, dan wel poging tot zware mishandeling kan dan ook niet worden bewezen. De subsidiair ten laste gelegde bedreiging kan wél worden bewezen.</para>
        <para>Ten aanzien van het onder 2. ten laste gelegde acht de officier van justitie bewezen dat verdachte, onder invloed van alcohol, een ongeluk heeft veroorzaakt. Hij heeft zich dan ook aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam gedragen en daarmee is de primair ten laste gelegde overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW) bewezen.</para>
        <para>Ook kan worden bewezen dat verdachte onder invloed van alcohol en met een ongeldig (verlopen) rijbewijs heeft gereden waarmee het onder 3. en 5. ten laste gelegde eveneens is bewezen. </para>
        <para>Ten slotte is ook het onder 4. ten laste gelegde bewezen, nu verdachte, nadat hij [slachtoffer 2] had aangereden, is doorgereden. Weliswaar is hij even later teruggekomen, maar ook toen ging hij ervandoor.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde net als de officier van justitie op het standpunt gesteld dat dit niet kan worden bewezen, omdat niet kan worden vastgesteld hoe gevaarzettend de gedraging van verdachte (voor verbalisant [slachtoffer 1] ) is geweest. Ten aanzien van het onder 1. subsidiair ten laste gelegde heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
        <para>Ten aanzien van het onder 2. tan laste gelegde kan de aanrijding wel worden vastgesteld, maar verdachte weet er niets meer van. Niet kan worden vastgesteld dat hij te hard heeft gereden. Het is dan ook de vraag of het rijden onder invloed en zonder geldig rijbewijs voldoende is voor een bewezenverklaring van artikel 6 WVW. Ten aanzien van die vraag, net als ten aanzien van het onder 2. subsidiair, 3., 4. en 5. ten laste gelegde, heeft de raadsvrouw zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank zal chronologisch de feiten bespreken en daarom beginnen bij het onder 2. ten laste gelegde. </para>
        <para>Verdachte kan zich de aanrijding van [slachtoffer 2] niet meer herinneren, maar dat verdachte deze aanrijding heeft veroorzaakt, blijkt naar het oordeel van de rechtbank onomstotelijk uit de bewijsmiddelen. Dit is in zoverre door verdachte (en zijn raadsvrouw) ter terechtzitting ook niet weersproken. De rechtbank is verder van oordeel dat de gedragingen van verdachte een overtreding van artikel 6 WVW opleveren. De rechtbank wijst hierbij niet alleen op het alcoholgebruik en het feit dat verdachte zijn rijbewijs was verlopen, maar ook op het gegeven dat verdachte met aanzienlijke snelheid twee fietsers op zeer korte afstand heeft willen inhalen. Deze snelheid leidt de rechtbank af uit de verklaring van getuige [naam partner] , die heeft verklaard dat zij ongeveer twintig kilometer per uur fietsten, terwijl getuige [getuige] heeft verklaard dat de auto ongeveer 60 kilometer per uur reed én dat het verschil in snelheid tussen de auto en de fietsers erg groot was. Het door [slachtoffer 2] opgelopen letsel kwalificeert de rechtbank als zwaar lichamelijk letsel. </para>
        <para>Dit alles maakt dat de rechtbank komt tot een bewezenverklaring van het onder 2. primair ten laste gelegde: een overtreding van artikel 6 WVW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vervolgens is verdachte doorgereden en daarmee heeft hij de plaats van het ongeval verlaten. Daar doet niet aan af dat hij kort daarna is teruggekeerd naar de plaats delict, omdat hij ook toen direct weer is weggereden. Het onder 4. ten laste gelegde is dan ook bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op het moment dat verdachte met zijn auto is teruggekeerd naar de plaats van het ongeval, wordt hem door een hoofdagent en brigadier van de politie duidelijk gemaakt dat hij moet stoppen. Echter, op de plek waar hij eerder een fietsster heeft aangereden, negeert hij deze stoptekens, waarbij hij met toenemende snelheid op afrijdt, om vervolgens, nadat de brigadier van politie, verbalisant [slachtoffer 1] , tijdig is weggesprongen, door te rijden. Door met toenemende snelheid met een auto op een persoon af te rijden, ontstaat de aanmerkelijke kans dat die persoon wordt geraakt indien hij –anders dan in dit geval– niet op tijd kan wegspringen en daardoor zwaar lichamelijk letsel oploopt. Verdachte heeft, zo blijkt uit zijn rijgedrag, deze kans willens en wetens aanvaard. Daarmee heeft verdachte voorwaardelijk opzet gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel bij [slachtoffer 1] . Het onder 2. primair ten laste gelegde is dan ook bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder is gebleken dat verdachte na zijn aanhouding te veel had gedronken, omdat het alcoholgehalte van zijn adem 860 microgram per liter uitgeademde lucht bleek te zijn. Bovendien reed verdachte zonder geldig rijbewijs, omdat dat al sinds 17 augustus 2014 was verlopen. De onder 3. en 5. ten laste gelegde feiten zijn dan ook eveneens bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in bijlage II vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1. primair ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 6 mei 2017 te Amsterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te dienen, met een personenauto, Suzuki (met kenteken [nummer] ), met verhoogde snelheid op die [slachtoffer 1] is afgereden terwijl die [slachtoffer 1] zich in de rijrichting van deze auto bevond om hem, verdachte, een stopteken te geven, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2. primair ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 6 mei 2017 te Amsterdam, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, (Gedempt Hamerkanaal), zich zodanig, te weten aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend en onachtzaam heeft gedragen, dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor aan een ander, genaamd [slachtoffer 2] , zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken rugwervel en een gescheurde milt, werd toegebracht, bestaande dat gedrag hieruit: </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">verdachte heeft gereden over het Gedempt Hamerkanaal, komende uit de richting van de Spijkerhaven en gaande in de richting van de Hamerstraat,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">terwijl verdachte niet over een geldig rijbewijs beschikte,</emphasis>
        </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">terwijl verdachte onder invloed van alcohol verkeerde,</emphasis>
        </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="italic">verdachte heeft tijdens het inhalen van een fietser, genaamd [slachtoffer 2] , gaande in dezelfde richting als verdachte, plotseling naar rechts gestuurd en onvoldoende afstand gehouden, verdachte is (vervolgens) tegen die [slachtoffer 2] aangereden, ten gevolge waarvan aan die [slachtoffer 2] zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen, terwijl hij, verdachte, verkeerde in de toestand als bedoeld in artikel 8, eerste of tweede lid van de Wegenverkeerswet 1994;</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 3. ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 6 mei 2017 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto, Suzuki met kenteken [nummer] ) dit motorrijtuig heeft bestuurd na zodanig gebruik van alcoholhoudende drank, dat het alcoholgehalte van zijn adem bij een onderzoek als bedoeld in artikel 8, tweede lid, aanhef en onder a van de Wegenverkeerswet 1994, 860 microgram per liter uitgeademde lucht bleek te zijn;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 4. ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">als degene die als bestuurder van een motorrijtuig betrokken was geweest bij een verkeersongeval dat had plaatsgevonden in Amsterdam op de weg Gedempt Hamerkanaal, op 6 mei 2017 de (voornoemde) plaats van vorenbedoeld ongeval heeft verlaten, terwijl bij dat ongeval, naar hij redelijkerwijs moest vermoeden, aan een ander (te weten [slachtoffer 2] ) letsel en schade was toegebracht; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 5. ten laste gelegde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 6 mei 2017 te Amsterdam, als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto) heeft gereden op de weg, Gedempt Hamerkanaal, terwijl de geldigheidsduur van het rijbewijs dat voor het besturen van die categorie motorrijtuigen was vereist, te weten categorie B, meer dan één jaar was verstreken.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaarde feiten zijn strafbaar en verdachte is daar strafbaar voor. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>6</nr>Motivering van de straffen en maatregelen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1. subsidiair, 2., 3. en 4. bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uren, met bevel, voor het geval dat verdachte de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 60 dagen, waarvan 60 uren, subsidiair 30 dagen vervangende hechtenis, voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. Tevens heeft de officier van justitie een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden gevorderd, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
        <para>Voor het onder 5. bewezen geachte feit heeft de officier van justitie gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 100,-.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft verzocht enkel een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, omdat het risico bestaat dat verdachte bij een taakstraf wederom een terugval met betrekking tot zijn gezondheid krijgt. Ten aanzien van de geldboete heeft de verdediging verzocht deze in termijnen te laten betalen, wegens de schuldenproblematiek van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank – geen straf of maatregel</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de omstandigheden die zich na het begaan van het bewezen geachte hebben voorgedaan ten aanzien van de persoon van de verdachte, zal geen straf of maatregel aan verdachte worden opgelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt daartoe als volgt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Informatie over de persoon van verdachte</emphasis>
        </para>
        <para>Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie (het strafblad) van verdachte van 19 december 2019 blijkt dat verdachte langer geleden (in 2009) is veroordeeld voor rijden onder invloed. Verder is hij in 2017 veroordeeld voor het rijden met een verlopen rijbewijs. Ondanks deze veroordelingen heeft hij wederom, onder invloed van alcohol en met hetzelfde verlopen rijbewijs, een auto bestuurd en daarmee een groot veiligheidsrisico voor zichzelf en andere verkeersdeelnemers genomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het reclasseringsadvies van 7 januari 2020 blijkt het volgende. Gelet op het strafblad en de onderhavige feiten zijn er duidelijke aanwijzingen van een relatie tussen het alcoholgebruik van verdachte en zijn delictgedrag. Verdachte kampt al jaren met verschillende gezondheidsproblemen, als gevolg waarvan hij op enig moment ziek thuis kwam te zitten. Hij was naar eigen zeggen niet te genieten en zijn relatie liep om die reden op de klippen. Daarbovenop werd verdachte begin 2018, en dus ná het plegen van de feiten in deze strafzaak, getroffen door een herseninfarct. Hierdoor heeft hij een periode in een revalidatiecentrum verbleven, waarna hij, eenmaal weer thuis, angstklachten ontwikkelde. Hij durfde de straat niet meer op, voelde zich paniekerig en kwam erachter dat hij deze klachten kon bestrijden door het gebruik van alcohol. Ook dit werd vervolgens problematisch, waarna hij werd behandeld door verslavingskliniek Jellinek. Op dit moment staat hij niet meer onder begeleiding van de verslavingskliniek, maar hij is wel volledig arbeidsongeschikt. De onderneming van verdachte is failliet verklaard en hij heeft hierdoor een forse schuld bij de Belastingdienst. Zijn ex-partner ondersteunt verdachte waar zij kan en verdachte huurt een kamer bij haar. Verdachte krijgt voor de door het herseninfarct veroorzaakte hersenschade begeleiding van professionals op het gebied van Niet Aangeboren Hersenletsel (NAH) en gebruikt al enige tijd geen alcohol meer. Sinds september 2019 was verdachte werkzaam bij een autowasstraat, waarvan de eigenaar verdachte wilde begeleiden met de re-integratie op de arbeidsmarkt. Aanvankelijk bloeide verdachte op, maar kort geleden raakte hij oververmoeid, waardoor hij moest stoppen met werken. Hij kreeg als gevolg van het NAH verlammingsverschijnselen en werd tweemaal opgenomen op de intensive care van een ziekenhuis. Recent is gebleken dat verdachte ADHD heeft, waarvoor hij Ritalin krijgt verstrekt. </para>
        <para>Verdachte staat positief ten opzichte van de hulp die hij nu krijgt in verband met zijn NAH. De reclassering acht interventies of toezicht niet nodig. Verdachte zit momenteel goed ingebed in zorg en een reclasseringstoezicht zal verdachte eerder belasten dan dat het een meerwaarde zal hebben. Een gevangenisstraf wordt niet geadviseerd, omdat dit zal zorgen voor meer instabiliteit op diverse praktische leefgebieden. Daarnaast zou een gevangenisstraf de huidige hulpverlening belemmeren. Vanwege de psychische problematiek zal het uitvoeren van een eventuele werkstraf bemoeilijkt worden. Verdachte durft vanwege angstklachten immers niet alleen de straat op. Ten slotte wordt ook een geldboete niet geadviseerd wegens de forse schuldenlast van verdachte. Het opleggen van een geldboete zal dan ook bijdragen aan meer financiële problemen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De ernst van de bewezen feiten</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank stelt eerst vast dat verdachte zich als automobilist volstrekt onverantwoordelijk en gevaarlijk heeft gedragen in het verkeer. Zonder geldig rijbewijs en onder invloed van een aanzienlijk hoeveelheid alcohol is hij gaan een auto gaan rijden, waarbij hij eerst een vrouw op de fiets heeft aangereden, waarna hij er direct vandoor ging, zonder ook maar enig acht te slaan op het slachtoffer. Aan dit slachtoffer, [slachtoffer 2] , was ernstig letsel toegebracht en zij heeft hierdoor pijn en hinder ondervonden. Het is niet aan het rijgedrag van verdachte te danken dat het slachtoffer, als fietsende verkeersdeelnemer in relatie tot een rijdende auto per definitie kwetsbaar, niet nog ernstiger of dodelijk letsel heeft opgelopen.</para>
        <para>Niet lang na het veroorzaken van het ongeluk keerde verdachte in zijn auto terug naar de plaats van het ongeval, waarbij hij bijna een brigadier van de politie, die verdachte wilde laten stoppen, aanreed, waarna hij er nogmaals vandoor ging. Dit rijgedrag rechtvaardigt een straf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Houding verdachte tegenover de bewezen feiten</emphasis>
        </para>
        <para>Tegelijkertijd ziet de rechtbank een verdachte voor zich, die ter terechtzitting verantwoording heeft willen afleggen voor zijn daden. Hij heeft excuses gemaakt voor zijn gedrag, ook al kan hij zich niet alles meer herinneren. Hij heeft zich bovendien uitdrukkelijk niet willen verschuilen achter zijn huidige medische situatie en de volle verantwoordelijkheid genomen voor zijn daden. Dat siert de verdachte, die daarmee tegelijk ook aangeeft het strafwaardige van zijn gedrag in te zien. De rechtbank gaat er van uit dat deze houding en dit inzicht bijdragen aan het voorkomen van (eventueel) delictgedrag in de toekomst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hierbij speelt ook een rol dat verdachte sinds het plegen van de onderhavige feiten niet meer (in noemenswaardige zin) met politie of justitie in aanraking is gekomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ook speelt bij het oordeel van de rechtbank mee dat de feiten op 6 mei 2017 gepleegd, terwijl het vonnis naar aanleiding van die feiten meer dan 2,5 jaar later wordt gewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>Alles afwegende ziet de rechtbank geen reden om op dit moment verdachte nog te bestraffen voor de feiten die hij ruim 2,5 jaar geleden heeft gepleegd. De rechtbank zal verdachte daarom schuldig verklaren, maar aan hem voor de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van de benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] vordert € 500,- aan vergoeding van immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vordering is betwist. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank overweegt dat een vergoeding van immateriële schade over het algemeen slechts kan worden toegekend als sprake is van een in de psychiatrie erkend ziektebeeld dat als gevolg van het bewezen verklaarde feit bij de benadeelde partij is ontstaan.</para>
        <para>De benadeelde partij, brigadier van politie [slachtoffer 1] , heeft gesteld dat hij zich angstig en vervolgens boos voelde worden op het tegen hem gerichte geweld door de verdachte. Na het incident zou hij psychisch last en hinder hebben ondervonden van het incident. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het door de benadeelde partij omschreven letsel, dat de rechtbank kwalificeert als een gevoel van schrik en enig psychisch onbehagen, is niet onderbouwd met enig stuk waaruit kan worden afgeleid dat de benadeelde partij gebukt gaat onder een in de psychiatrie erkend ziektebeeld. Het incident zelf is verder ook niet van zodanige aard dat dit ziektebeeld, zonder nadere onderbouwing, kan worden aangenomen. Het toelaten van een nadere bewijslevering door de benadeelde partij zou betekenen dat de behandeling van de strafzaak moet worden aangehouden en dat levert een onevenredige belasting op van het strafgeding. De benadeelde partij zal dan ook niet-ontvankelijk worden verklaard in zijn vordering. Hij kan zijn vordering bij de burgerlijke rechter aanbrengen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4. is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1. primair bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Poging tot zware mishandeling;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2. primair bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 3. bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van artikel 8 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 4. bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van artikel 7 lid 1 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 5. bewezen verklaarde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van artikel 107 lid 2 van de Wegenverkeerswet 1994.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat <emphasis role="bold underline">geen straf of maatregel</emphasis> wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de benadeelde partij [slachtoffer 1] <emphasis role="bold underline">niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.A.E. Somsen, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.A. Overbosch en L. Dolfing, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. J.B.P. Terwindt, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 14 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_b06bbb44-4be1-4cda-af41-542bc8f13a58" label="1">
    <para> Verhoor getuige [getuige] , p. 075-076.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4793bc18-638f-4a31-9ad3-0eaa89db2454" label="2">
    <para> Bevindingen, p. 079.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7aec3d56-75d1-4a4c-a688-5119a994b1c3" label="3">
    <para> Een geschrift, te weten een aanvraagformulier medische indicatie, opgemaakt door dr. [naam partner] op 16 juni 2017.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_02c9c1f6-ffff-48fa-b30e-f4b9967f1ff7" label="4">
    <para> Bevindingen, p. 079-080</para>
  </footnote>
  <footnote id="_53911a32-9995-41bc-aa68-6fd67fc251e9" label="5">
    <para> Rijden onder invloed, p. 042-043</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a54da686-2350-4b1a-ad85-b764761a014f" label="6">
    <para> Een geschrift, te weten een mededeling als bedoeld in artikel 130, eerste lid, van de Wegenverkeerswet 1994, opgemaakt door [verbalisant 2] , hoofdagent van politie, Eenheid Amsterdam, op 9 mei 2017, p. 084-085</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>