<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-02T15:18:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/272337-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1221">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1221</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-02T13:55:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1221 Rechtbank Amsterdam , 19-02-2020 / 13/272337-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1221:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ASR. Afpersing. Verdachte heeft samen met medeverdachte, met een bivakmuts en een sjaal op, een meisje van 16 met geweld gedwongen haar Rolex af te geven. Jeugddetentie en taakstraf. Hoofdelijke aansprakelijkheid bij vordering bp.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1221:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/272337-19</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 19 februari 2020</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 2000,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres</para>
      <para>
        [adres 1] , [plaats 1] ,</para>
      <para>verblijvende op het adres</para>
      <para>
        [adres 2] , [plaats 2] (ter terechtzitting opgegeven adres).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 februari 2020. Verdachte was hierbij aanwezig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, <?linebreak?>mr. A. van de Venn, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. M.G. van Wijk, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is – kort samengevat – tenlastegelegd dat hij zich op 14 november 2019, samen met een ander heeft schuldig gemaakt aan afpersing door [persoon 1] met geweld te dwingen om haar Rolex af te geven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in een bijlage bij dit vonnis. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Kan het feit worden bewezen?</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, net zoals de officier van justitie en de raadsman van verdachte, van oordeel dat kan worden bewezen dat verdachte de ten laste gelegde afpersing samen met medeverdachte [medeverdachte] heeft gepleegd. Verdachte heeft dit feit bekend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 14 november 2019 te Amsterdam, op de openbare weg, tezamen en in vereniging met een ander met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [persoon 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een horloge, merk Rolex, type Day Just 36, dat aan [persoon 1] toebehoorde, </para>
      <para>welk geweld en welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij, verdachte en zijn </para>
      <para>mededader, met een bivakmuts op of een sjaal voor het gezicht</para>
    </parablock>
    <para>- naar [persoon 1] zijn toegegaan en</para>
    <para>- vervolgens [persoon 1] tegen een muur hebben geduwd en</para>
    <para>- vervolgens een mes aan [persoon 1] hebben getoond en tegen de buik van [persoon 1] hebben gehouden en</para>
    <para>- daarbij hebben gezegd: “doe je horloge af, doe je horloge af.”</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is een zogenaamd verkort vonnis. De rechtbank zal de bewijsmiddelen waarop de bewezenverklaring is gebaseerd uitwerken als tegen dit vonnis hoger beroep wordt ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dus strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het adolescentenstrafrecht moet worden toegepast. Verdachte moet worden veroordeeld tot negen maanden jeugddetentie, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar en met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het contactverbod met medeverdachte [medeverdachte] omdat dit geen meerwaarde heeft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor het geval de rechtbank van oordeel is dat geen onvoorwaardelijke vrijheidsstraf moet worden opgelegd, vordert de officier van justitie subsidiair dat verdachte wordt veroordeeld tot een forse voorwaardelijke jeugddetentie en een taakstraf van tweehonderdveertig uur.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Strafmaatverweer van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte moet worden gestraft volgens het adolescentenstrafrecht. De eis van de officier van justitie is te hoog. Zowel de maatschappij als verdachte wordt er niet beter van als verdachte weer vast komt te zitten. Verdachte is hard bezig om zijn leven positief te veranderen. Daarom is het niet nodig dat verdachte weer vast komt te zitten. Er kan jeugddetentie worden opgelegd gelijk aan de tijd die verdachte al heeft vast gezeten. Daarnaast kan er een voorwaardelijke taakstraf of voorwaardelijke jeugddetentie worden opgelegd als stok achter de deur en met de oplegging van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft samen met medeverdachte [medeverdachte] een meisje van 16 overvallen nadat zij in haar schoolpauze een broodje had gehaald. Met hun gezichten bedekt met een bivakmuts en een sjaal en onder bedreiging met een mes hebben zij [persoon 1] haar Rolex horloge laten afgeven. Het ging daarbij niet om een impulsieve actie, maar om iets waarover verdachte en [medeverdachte] eerder met elkaar hadden gesproken. Dit is een ernstig feit en verdachte verdient daar straf voor.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank ziet wel dat verdachte is geschrokken van wat hij heeft gedaan en dat verdachte ook de ernst van zijn daad inziet. Hij heeft op de zitting gezegd spijt te hebben van wat hij heeft gedaan en dat dit de grootste fout is die hij in zijn leven heeft gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft ook gekeken naar het strafblad van verdachte van 20 januari 2020 waar nog niet veel op staat, maar waaruit wel blijkt dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is, omdat verdachte na het plegen van dit feit is veroordeeld voor een ander feit. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast heeft de rechtbank gekeken naar het reclasseringsadvies van 5 februari 2020. Volgens de reclassering heeft verdachte geen zinvolle dagbesteding, geen inkomen, heeft hij last van sombere gedachten en is er sprake van ADHD. Verdachte heeft geen goede relatie met zijn moeder en stiefvader en is daardoor niet meer welkom thuis. Verdachte komt niet in beweging om zijn zaken te regelen en heeft daardoor geen startkwalificaties voor de arbeidsmarkt. Met het opleggen van toezicht kan er meer inzicht worden verkregen in het psychosociaal functioneren van verdachte door het volgen van een behandeling bij De Waag. Daarnaast moet er worden gezocht naar een stabiele en gestructureerde woonplek in een instelling voor begeleid wonen en moet worden gekeken naar een zinvolle dagbesteding. Verder adviseert de reclassering om het jeugdstrafrecht toe te passen. Verdachte komt jong over en staat open voor ondersteuning en beïnvloeding door volwassenen. De reclassering adviseert een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden. Volgens de reclassering kan het toezicht het best worden uitgevoerd door de volwassenreclassering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft op de zitting verklaard dat hij bereid is de voorwaarden na te leven. De rechtbank steunt de conclusies van het rapport en zal het advies overnemen. Dat betekent ook dat de rechtbank het adolescentenstrafrecht zal toepassen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat toepassing van het adolescentenstrafrecht niet betekent dat daardoor ook de oriëntatiepunten voor minderjarigen gelden. </para>
        <para>In deze zaak, gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden, ziet de rechtbank echter redenen om verdachte niet meer vast te zetten, maar om hem zo snel mogelijk te laten starten met de voorgestelde begeleiding en behandeling. De rechtbank zal daarom dertien dagen jeugddetentie opleggen. Die straf staat gelijk aan de tijd die verdachte al in voorarrest heeft gezeten. Wel verdient verdachte het om nog een taakstraf uit te voeren van tweehonderd uur. Dat is de maximale duur die een taakstraf volgens het jeugdrecht mag hebben. Daarnaast wordt er een voorwaardelijke jeugddetentie opgelegd van negentig dagen, met een proeftijd van twee jaar en met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden zoals geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van het contactverbod met medeverdachte omdat de rechtbank daar geen noodzaak toe ziet. De rechtbank hoopt dat de forse strafdreiging die uitgaat van de voorwaardelijke jeugddetentie verdachte er in de toekomst van weerhoudt opnieuw strafbare feiten te plegen. De rechtbank hoopt ook dat verdachte zich door de oplegging van de bijzondere voorwaarden positief kan ontwikkelen en een verandering kan brengen in zijn leven. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Vordering van de benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [persoon 1] , vertegenwoordigd door [persoon 2] , vordert € 3.949,99 aan materiële schadevergoeding, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht om de vordering hoofdelijk toe te wijzen, vermeerderd met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft bepleit dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard omdat verdachte niet degene is geweest die het horloge heeft laten vallen. Verdachte heeft de schade daarom niet veroorzaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank oordeelt het volgende. Het staat vast dat aan de benadeelde partij door het bewezenverklaarde rechtstreeks materiële schade is toegebracht. Omdat zij dit samen hebben gedaan is sprake van medeplegen en maakt het in dit geval niet uit dat het niet verdachte is geweest die het horloge heeft laten vallen. De rechtbank zal de vordering daarom in zijn geheel toewijzen, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 14 november 2019, het moment waarop het strafbare feit is gepleegd. Daarbij geldt dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] hoofdelijk aansprakelijk worden gesteld. Dit betekent dat zij samen verantwoordelijk zijn voor het betalen van het totaalbedrag en dat zij hier dus ook afspraken over kunnen maken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal daarnaast de schadevergoedingsmaatregel opleggen. De rechtbank waardeert deze op een bedrag van € 3.949,99 en verklaart verdachte ook hiervoor hoofdelijk aansprakelijk. Gelet op de jonge leeftijd en de persoonlijke omstandigheden van verdachte stelt de rechtbank de daarbij horende gijzeling op nul dagen, zodat verdachte niet vast komt te zitten wanneer hij niet in staat zou zijn te betalen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 36f, 63, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z, 77aa</para>
      <para>en 317 Sr.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>11</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">jeugddetentie van honderddrie (103) dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tijd die de veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak al in voorarrest heeft doorgebracht, wordt bij de tenuitvoerlegging van de straf afgetrokken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een deel van de straf, <emphasis role="bold">negentig (90) dagen</emphasis>, van deze jeugddetentie niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij door een rechter later anders wordt bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd vast van <emphasis role="bold">twee jaar</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze straf kan alsnog worden tenuitvoergelegd, wanneer de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit of zich niet aan de volgende voorwaarden houdt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft aan de reclassering Nederland de opdracht als bedoeld in artikel 77z, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 77z, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, daaronder begrepen de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht. Veroordeelde moet zich wanneer hij wordt uitgenodigd <emphasis role="bold">melden</emphasis> bij de <emphasis role="bold">reclassering Nederland op het adres [adres 3] te [plaats 3]</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>meewerkt aan diagnostiek en risicotaxatie en zich <emphasis role="bold">laat behandelen door De Waag</emphasis> of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. Veroordeelde is al aangemeld en staat op de wachtlijst. De behandeling duurt de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van die behandeling;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">verblijft</emphasis> in een nader te bepalen <emphasis role="bold">instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang</emphasis>, te bepalen door de reclassering. Het verblijf duurt de hele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en het dagprogramma dat de instelling in overleg met de reclassering voor hem heeft opgesteld;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een zinvolle <emphasis role="bold">dagbesteding </emphasis>heeft en deze ook behoudt en een <emphasis role="bold">inkomen</emphasis> heeft in de vorm van werk of een uitkering. Veroordeelde werkt mee aan begeleiding van IFA, of een soortgelijke instantie die hand-in-hand begeleiding biedt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid (een werkstraf) van <emphasis role="bold">200 (tweehonderd) uur</emphasis>. Wanneer verdachte de taakstraf niet heeft uitgevoerd of deze niet goed heeft uitgevoerd, zal vervangende jeugddetentie worden toegepast van 100 (honderd) dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering benadeelde partij:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wijst toe de vordering van de benadeelde partij</emphasis> [persoon 1] , vertegenwoordigd door <?linebreak?>[persoon 2] , tot een bedrag van <emphasis role="bold">€ 3.949,99 (drieduizendnegenhonderdnegenenveertig euro en negenennegentig cent)</emphasis> aan vergoeding van de materiële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2019, het moment dat de schade is ontstaan tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte hoofdelijk met medeverdachte [medeverdachte] tot betaling van het toegewezen bedrag aan [persoon 1] . Verdachte moet het bedrag betalen, behalve voor zover deze vordering al door of namens een ander is betaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte daarnaast in de kosten die al door de benadeelde partij zijn gemaakt en voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog zullen worden gemaakt, tot op heden begroot op niets.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Schadevergoedingsmaatregel:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt verdachte de verplichting op ten behoeve van [persoon 1] , vertegenwoordigd door <?linebreak?>[persoon 2] , aan de Staat <emphasis role="bold">€ 3.949,99 (drieduizendnegenhonderdnegenenveertig euro en negenennegentig cent), </emphasis>te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 14 november 2019, het moment dat de schade is ontstaan tot aan de dag dat het hele bedrag is betaald, te betalen, behalve voor zover dit bedrag al door of namens een ander is betaald. Wanneer er niet kan worden betaald, kan geen gijzeling worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat, indien en voor zover verdachte aan een van de genoemde betalingsverplichtingen heeft voldaan, daarmee de andere is vervallen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. E.G.C. Groenendaal,				 				voorzitter,</para>
      <para>mrs. D.C. van Reekum en G.P.C. Janssen,					 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.A. Mud, 						griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [...] </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>