<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-02T12:47:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/707154-12</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-02T12:31:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1106 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2020 / 13/707154-12</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen, overlevering geweigerd op grond van artikel 12 OLW</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/707154-12</para>
      <para>RK nummer: 16/2920</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 18 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 april 2016 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 18 januari 2011 door de <emphasis role="italic">Lublin Provincial Court </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1985, </para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 23 juni 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juni 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. <?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 7 juli 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 7 juli 2016 het onderzoek ter zitting heropend en geschorst, teneinde – kort gezegd – de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen zijn gelijkstellingsverweer te onderbouwen en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen een advies van de Immigratie- en  Naturalisatiedienst (IND) in te winnen in verband met het gevoerde gelijkstellingsverweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 25 oktober 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de openbare zitting van 25 oktober 2016. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J. J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak zou moeten doen voor onbepaalde tijd verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 8 november 2016</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 8 november 2016 het onderzoek ter zitting heropend en geschorst, teneinde – kort gezegd – de opgeëiste persoon in de gelegenheid te stellen de reeds overgelegde stukken met betrekking tot het gelijkstellingsverweer te voorzien van een samenvatting en conclusies, en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken aanvullende informatie te verstrekken met betrekking tot de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 19 december 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de openbare zitting van 19 december 2017. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman  en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 2 januari 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 2 januari 2018 het onderzoek ter zitting heropend en geschorst, teneinde – kort gezegd – de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te verzoeken opnieuw aanvullende informatie te verstrekken over de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 4 februari 2020</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen in gewijzigde samenstelling, voortgezet op de openbare zitting van 4 februari 2020. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. C.L.E. McGivern. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsman, mr. R. Malewicz, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
      <para>3. <emphasis role="bold">Grondslag en inhoud van het EAB</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">enforceable judgement of the Lublin Provincial Court, dated 23rd June 2010, reference number IV K 108/10</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van zes jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteert volgens het EAB nog drie jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inhoud van de stukken</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft onderdeel d) van het EAB niet ingevuld. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Op verzoek van de officier van justitie heeft de <emphasis role="italic">District Court in Lublin</emphasis> bij brief van 20 juni 2016 onder meer het volgende meegedeeld:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">The convict [opgeëiste persoon] did not appear for the court hearing during which the judicial decision was passed in the case IV K 108/10. But he was successfully summoned for the court hearing and as he knew about it, he granted power of attorney to his defense lawyer who was actually defending him during the court hearing. </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Vervolgens heeft de <emphasis role="italic">District Court in Lublin</emphasis> op verzoek van de officier van justitie bij brief van 29 november 2016 onder meer het volgende meegedeeld:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…) [opgeëiste persoon] (…) received summons for a trial in the case IV K 108/10, during which the sentencing judgment was issued, on the date 14th June 2010 by the agency of his defending counsel. Since the summons addressed to [opgeëiste persoon] was sent, on the motion of his defending counsel filed on the date 24th May 2010, to the address of the Lawyer’s Office conducted by him.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…) [opgeëiste persoon] has granted the power of attorney to his defending counsel for representing him in the case IV K 108/10 and by that counsel for the defence he was notified about the trial date scheduled for the date 23rd June 2010.</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Daarnaast heeft de <emphasis role="italic">District Court in Lublin</emphasis> op verzoek van de officier van justitie bij brief van 16 februari 2018 onder meer het volgende meegedeeld:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…) [opgeëiste persoon] (…) received the summons for the hearing in case IV K 108/10 on June 23rd 2010, resulting in the decision through the agency of Marek Przeciechowski, the convict’s defender. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">The convict authorised him to represent him in all the degrees of jurisdiction. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">On June 23rd 2010 [opgeëiste persoon] ’s defender appeared at the hearing and executed defence actions. After the closure of evidence proceedings and after collecting the opinions of the parties, the District Court of Lublin pronounced a sentence in respect of [opgeëiste persoon] . The defender was present at that time. The defender did not appeal against the judgment within 7 days, so the judgment became legally valid on the first day after the statutory time limit, that is on July 1st 2010. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">
              [opgeëiste persoon] appointed his defender giving him personally power of attorney in writing. (…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten slotte heeft de raadsman op de zitting van 4 februari 2020 het vonnis met referentienummer IV K 108/10 op grond waarvan het EAB is uitgevaardigd – en een beëdigde vertaling daarvan – overgelegd. In dit vonnis is onder meer het volgende opgenomen:</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Dossiernummer: IV K 108/10</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Gezamenlijke uitspraak namens de Republiek Polen</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">d.d. 23 juni 2010</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">veroordeeld op grond van de definitieve rechterlijke uitspraken:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">3. Van de rechtbank ten eerste aanleg te Chełm van 29 december 2006  in de zaak met het dossiernummer II K 495/06 (…) tot 3 (drie) jaar gevangenisstraf (…)</emphasis>
        </para>
        <para />
        <para>
          <emphasis role="italic">4. Van de Regionale Rechtbank in Lublin van 23 december 2008 in de zaak met het dossiernummer IV K 350/07 (…) tot een gezamenlijke straf van 5 (vijf) jaar gevangenis;</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">tot afgifte van een gezamenlijke uitspraak:</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">I (…) bindt de Rechtbank de afzonderlijke gevangenisstraffen opgelegd door de uitspraken van de Rechtbank ten eerste aanleg in Chełm op 29 december 2006, dossiernummer II 495/06 en van de Regionale Rechtbank in Lublin van 23 december 2008, dossiernummer IV K 350/07 en veroordeelt [opgeëiste persoon] tot een gezamenlijke straf van 6 (zes) jaar gevangenis;</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft – kort gezegd – aangevoerd dat overlevering moet worden geweigerd. Gelet op de inhoud van het ter zitting overgelegde en hiervoor genoemde vonnis is sprake van een verzamelvonnis. De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft ten aanzien van de onderliggende vonnissen geen informatie verstrekt met betrekking tot de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW. Aldus is onduidelijk of de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft betoogd dat de inhoud van het vonnis niet moet leiden tot een weigering van de overlevering. Uit de aanvullende informatie van 16 februari 2018 volgt dat de opgeëiste persoon zijn verdedigingsrechten heeft kunnen uitoefenen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd. Hiertoe overweegt zij als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank heeft in onderhavige zaak reeds twee tussenuitspraken (in 2016 en 2018) gewezen in het kader van artikel 12 OLW, waarbij de uitvaardigende justitiële autoriteit in beide gevallen in de gelegenheid is gesteld aanvullende informatie te verstrekken. Desondanks heeft de rechtbank enkel dankzij voortvarend handelen van de raadsman kunnen constateren dat sprake is van een ‘verzamelvonnis’. Immers, de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft uitsluitend (aanvullende) informatie verstrekt over het vonnis met referentienummer IV K 108/10, zonder daarbij te vermelden dat dit een vonnis betreft waarin eerder opgelegde vrijheidsstraffen zijn samengevoegd. Aldus bevat het dossier in het geheel geen informatie over de onderliggende vonnissen.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Als gevolg hiervan kan de rechtbank niet beoordelen of de beslissingen waarbij onherroepelijk uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en waarbij hem drie vrijheidsstraffen zijn opgelegd, voldoen aan de eisen van artikel 12 OLW (waarbij de rechtbank verwijst naar de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 augustus 2017, C-271/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:629 (Zdziaszek)). </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Nu de uitvaardigende justitiële autoriteit reeds tweemaal in de gelegenheid is gesteld aanvullende informatie te verstrekken – en mede gelet op de bestendige jurisprudentie van deze rechtbank waaruit volgt dat in beginsel slechts éénmaal aanvullende vragen worden gesteld – is de rechtbank van oordeel dat de overlevering moet worden geweigerd. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu niet kan worden vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 12 OLW, dient de overlevering te worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 12 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT </emphasis>de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Lublin Provincial Court </emphasis>(Polen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> het (geschorste) bevel tot gevangenhouding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. R. Godthelp,  				                         			voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.M.M. Gabel en M.E.M. James-Pater,                         				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 18 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>