<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-27T12:47:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19/5676 en 19/5677</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_strafprocesrecht">Strafrecht; Strafprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1076">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1076</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-20T16:05:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1076 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2020 / 19/5676 en 19/5677</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1076:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beklag gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1076:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a1020979-a7f9-4628-82ee-ae07a97e897b" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beschikking</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>RK: 19/5676</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beschikking op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [klager] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd op de [adres] ,</para>
      <para>woonplaats kiezend op het adres van zijn raadsman, mr. J.F. van Halderen,</para>
      <para>Koudenhorn 8 rd, 2011 JC te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam 1] en [naam 2] ,</emphasis>
      </para>
      <para>firmanten [klager] ,</para>
      <para>gevestigd op de [adres] ,</para>
      <para>woonplaats kiezend op het adres van zijn raadsman, mr. J.F. van Halderen,</para>
      <para>Koudenhorn 8 rd, 2011 JC te Haarlem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Samen aangeduid als klager, tevens beslagene.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para>Het klaagschrift is op 4 oktober 2019 ter griffie van deze rechtbank ontvangen. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 28 oktober 2019 schriftelijk zijn standpunt kenbaar gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 29 januari 2020 de raadsman van klager en de officier van justitie, mr. A. Lobregt, in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Klager is, hoewel geldig opgeroepen, niet in raadkamer verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het klaagschrift</title>
    <para>Het klaagschrift strekt tot teruggave de in beslag genomen voorwerpen, te weten: de bedrijfsadministratie, laptops, telefoons, een geldbedrag en andere gegevensdragers. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vennootschap onder firma [klager] houdt zich als groothandel bezig met de in- en verkoop van mobiele telefoons. [naam 1] en [naam 2] zijn firmanten van dat bedrijf. Op 12 september 2019 is onder leiding van het Landelijk Parket het complete bedrijvencomplex, waar klager gevestigd is afgesloten en zijn er doorzoekingen verricht ter inbeslagname bij 40 bedrijven, waaronder klager. Het Openbaar Ministerie heeft daarna een persbericht geplaatst, waarin stond dat vier van de bedrijven zijn aangemerkt als verdachte van witwassen en underground banking. De overige bedrijven werden doorzocht om bewijsmateriaal veilig te stellen. [klager] en zijn firmanten zijn niet als verdachten aangemerkt. Bij klager en zijn firmanten zijn echter de complete bedrijfsadministratie, gegevensdragers en geldbedragen in beslag genomen. Tot op heden heeft klager nog geen kennisgeving van de inbeslagneming ontvangen. Ondanks herhaalde verzoeken zijn de goederen nog niet teruggeven. Klager is zonder de USB-stick(s) waar de gehele bedrijfsadministratie op staat, niet in staat goederen te leveren, facturen te verzenden, inkoop af te wikkelen of fiscale aangifte te doen. </para>
      <para>Recentelijk is een e-mail van de politie ontvangen, waarin wordt verzocht om de wachtwoorden van een groot aantal computers, mobiele telefoons en andere gegevensdragers. Dit om teruggave van de goederen te bespoedigen. Klager heeft vooralsnog geen medewerking verleent aan dit verzoek, omdat de juridische grondslag van de inbeslagname ontbreekt, nu klager geen verdachte is in dit onderzoek. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van klager heeft in raadkamer in aanvulling op het klaagschrift aangevoerd dat klager inmiddels een brief van het Openbaar Ministerie heeft ontvangen, waarin is opgenomen dat drie USB-sticks en een deel van de papieren administratie geretourneerd worden aan klager. Ook zouden de geldbedragen van: € 1.000,-, € 1.065,- en € 3.750,- teruggestort worden op de rekening van klager. De in beslag genomen telefoons bestaan deels uit handelsvoorraad en zijn verpakte telefoons. Klager wenst dat de overige in beslag genomen goederen binnen vier weken geretourneerd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Standpunt van het Openbaar Ministerie</title>
    <para>De officier van justitie heeft verklaard zich te verzetten tegen teruggave van de in beslag genomen voorwerpen aan klager en heeft daartoe het volgende aangevoerd. Het onderzoek Greer richt zich op witwassen en valsheid in geschrifte. [klager] is in dit onderzoek geen verdachte. Op 12 september 2019 is in verband met dat onderzoek een grote doorzoeking geweest in meerdere bedrijfspanden op het bedrijvencomplex [naam 3] . Daarbij zijn geld, administratie en gegevensdragers in beslag genomen. Er is beslag gelegd in het kader van de waarheidsvinding. De politie is bezig om alle administratie te kopiëren, maar gezien de grote hoeveelheid in beslag genomen spullen, is dat een omvangrijke klus. De meeste gegevensdragers zijn inmiddels gekopieerd en geretourneerd aan klager. Binnen afzienbare tijd zullen de andere gegevensdragers gekopieerd en geretourneerd worden. Een aantal gegevensdragers zijn gecodeerd, waardoor het niet zo makkelijk is om deze te kopiëren. Dit zal nog een aantal weken duren. Op dit moment is er een strafvorderlijk belang dat zich verzet tegen teruggave. Het bezwaarschrift moet om die reden op dit moment ongegrond verklaard worden. Mocht de rechtbank daar anders over denken, dan verzoek ik de zaak aan te houden. </para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para>Uit de stukken en het verhandelde in raadkamer is het volgende gebleken.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 september 2019 zijn op de voet van artikel 94 Sv voornoemde voorwerpen in beslag genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In geval van een beklag van de beslagene tegen een op de voet van artikel 94 Sv gelegd beslag dient de rechtbank a. te beoordelen of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert, en zo neen, b. de teruggave van de in beslag genomen voorwerpen te gelasten aan de beslagene, tenzij een ander redelijkerwijs als rechthebbende ten aanzien van die voorwerpen moet worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het belang van strafvordering verzet zich tegen teruggave indien het veiligstellen van de belangen waarvoor artikel 94 Sv de inbeslagneming toelaat, het voortduren van het beslag nodig maakt. Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer het inbeslaggenomene kan dienen om de waarheid aan de dag te brengen of om wederrechtelijk verkregen voordeel aan te tonen. Voorts verzet het door artikel 94 Sv beschermde belang van strafvordering zich tegen teruggave indien niet hoogst onwaarschijnlijk is dat de strafrechter, later oordelend, met betrekking tot die voorwerpen de verbeurdverklaring zal uitspreken of onttrekking aan het verkeer zal bevelen, al dan niet naar aanleiding van een afzonderlijke vordering daartoe als bedoeld in artikel 36b, eerste lid onder 4°, Sr in verbinding met art 552f Sv. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het onderhavig geval is sprake van voorwerpen die volgens het Openbaar Ministerie dienen om de waarheid aan de dag te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient in dit geval te beoordelen of het onderzoek nog niet is afgerond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Duidelijk is dat klager rechthebbende is ten aanzien van die voorwerpen. Op grond van de zich thans in het dossier bevindende stukken en het verhandelde in raadkamer is de rechtbank van oordeel dat hoewel de inbeslagname met het oog op de waarheidsvinding op zichzelf rechtmatig is, het voortduren van het beslag thans niet langer proportioneel is. De voorwerpen zijn sinds 12 september 2019 in beslag genomen in het kader van een onderzoek van de politie naar witwassen en valsheid in geschrifte. Klager is in dit onderzoek geen verdachte. Het is, gelet op de periode die inmiddels is verstreken en het belang van klager, die zonder administratie en zonder bedrijfsvoorraad, niet in staat is goederen te leveren, facturen te verzenden, inkoop af te wikkelen of fiscale aangifte te doen, niet proportioneel om het beslag te laten voortduren. De rechtbank zal dan ook gelasten dat de voorwerpen binnen vier weken aan klager dienen te worden teruggegeven. De rechtbank is dan ook van oordeel dat met deze termijn voldoende tijd is gegund aan de politie om het onderzoek naar het beslag af te ronden, zodat er daarna geen strafvorderlijk belang is dat zich verzet tegen opheffing van het beslag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beklag <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis> en gelast de teruggave aan klager van de volgende voorwerpen, <emphasis role="bold">voor zover deze nog niet zijn teruggeven</emphasis>: [zie originele beschikking] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt dat de voorwerpen binnen <emphasis role="bold">vier weken</emphasis> na heden teruggeven moeten worden. </para>
      <para>Deze beslissing is gegeven door</para>
      <para>mr. M.E. Leijten, 	rechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose, 	griffier</para>
      <para>en in het openbaar uitgesproken op 29 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>