<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-21T14:14:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBAMS:2020:1083</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-02-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 19/4127</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1056">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1056</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-20T17:41:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1056 Rechtbank Amsterdam , 18-02-2020 / AMS 19/4127</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1056:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Het college mocht een omgevingsvergunning voor onderkeldering en uitbouw van een hotel in Amsterdam weigeren. Het bouwplan is in strijd met het bestemmingsplan en er is niet voldaan aan de voorwaarden die zijn gesteld in het beleid voor afwijking van het bestemmingsplan (A2-beleid). Daarnaast is de beoogde uitbreiding in strijd met het Overnachtingsbeleid.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1056:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 19/4127 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 18 februari 2020 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap [eiseres] te [plaats] , eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam, verweerder</para>
      <para>(gemachtigde: mr. C. Meijer).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 19 oktober 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder geweigerd aan eiseres een omgevingsvergunning te verlenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 juni 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 januari 2020. Eiseres heeft zich laten vertegenwoordigen door [directeur/vertegenwoordiger] , directeur, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres exploiteert het hotel [naam hotel] aan de [adres] in Amsterdam. Eiseres wil de kelder onder het hotel vergroten door de kruipruimte uit te diepen en, onder de tuin, een gedeelte aan de kelder aan te bouwen. Eiseres wil verder de uitbouw op de begane grond vergroten door een deel aan te bouwen. Door deze wijzigingen kan de keuken van het hotel naar de kelder worden verplaatst en kunnen op de begane grond twee extra hotelkamers worden gemaakt. De wijzigingen zullen worden aangeduid als ‘het project’.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft voor het project een omgevingsvergunning voor het bouwen van een bouwwerk aangevraagd. Verweerder heeft deze aanvraag mede aangemerkt als een aanvraag voor het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan.<footnote-ref linkend="_2de16663-96e1-4b70-8f5e-c1db5d2ce160" /></para>
    <para />
    <para>3. Het perceel [adres] valt onder het bestemmingsplan ‘Museumkwartier Valeriusbuurt’ (het bestemmingsplan). Het perceel heeft de bestemming ‘Gemengd-2’ en de functie-aanduiding ‘specifieke vorm van horeca - hotel’. Zoals ter zitting is komen vast te staan, zijn partijen het erover eens dat het project in strijd is met het bestemmingsplan. Volgens het bestemmingsplan mag alleen binnen het bouwvlak worden gebouwd.<footnote-ref linkend="_e49f4f0a-1264-4d55-9ae9-e7a3eeb2aa04" /> Het project valt buiten het bouwvlak. Verder is ook voor de uitbreiding van de kelder een afwijking van het bestemmingsplan nodig.<footnote-ref linkend="_a5fb103c-6aaa-4280-99b7-95cb00f0a170" /></para>
    <para />
    <para>4. In geschil is verweerders beslissing om niet af te wijken van het bestemmingsplan. Verweerder heeft dit geweigerd omdat het project volgens hem in strijd is met de beleidsnota ‘Omgevingsvergunning A2’ (het A2-beleid) en de ‘Notitie Uitwerking Overnachtingsbeleid 2017 en verder’ deel I en deel II (het Overnachtingsbeleid). De rechtbank gaat hierna in op de beroepsgronden van eiseres tegen deze beslissing.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Het toetsingskader van de rechtbank</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>5.	Verweerder heeft op grond van artikel 2.12, eerste lid, onder a, van de Wabo de bevoegdheid om af te wijken van het bestemmingsplan. Verweerder heeft daarbij beoordelingsruimte. Dat betekent dat verweerder, indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening, de keuze heeft al dan niet een omgevingsvergunning te verlenen. Ter invulling van deze ruimte kan verweerder beleidsregels ontwikkelen. Als beleid is vastgesteld, dan moet verweerder ook in overeenstemming met zijn beleid besluiten, tenzij sprake is van bijzondere omstandigheden.<footnote-ref linkend="_e94662cc-13bf-44f4-a4e3-147f31f60d60" />Aan de rechtbank ligt de vraag voor of verweerder in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <para>6. Eiseres heeft primair gesteld dat zij voldoet aan de in artikel 6.3 van het bestemmingsplan opgenomen binnenplanse afwijkingsvoorwaarden voor een vergroting van de kelder. De rechtbank stelt vast dat verweerder de aanvraag van eiseres heeft afgewezen onder verwijzing naar het A2-beleid. In paragraaf 1.3 van het A2-beleid staat vermeld dat bij het verlenen van een omgevingsvergunning voor binnenplanse afwijkingen complementair gebruik kan worden gemaakt van het A2-beleid. Daaruit blijkt dus dat het beleid voor kruimelgevallen ook van toepassing is op binnenplanse afwijkingsmogelijkheden. Verweerder mag in het kader van de belangenafweging voor toepassing van de binnenplanse afwijkingsmogelijkheden ook aansluiting zoeken bij het beleid dat van toepassing is op kruimelgevallen. Met verweerder is de rechtbank verder van oordeel dat verweerder niet meer hoeft te toetsen aan de voorwaarden van de binnenplanse afwijkingsregeling als reeds vaststaat dat het (A2-)beleid in de weg staat aan de verlening van een vergunning.  </para>
    <para />
    <para>7. Verweerder heeft vervolgens terecht beslist dat het project niet voldoet aan beleidsregel 4a en 5a van het A2-beleid. Op grond van beleidsregel 4a wordt geen omgevingsvergunning verleend voor aan- of uitbouwen in strijd met het bestemmingsplan. Zoals onder rechtsoverweging 3 is overwogen, is de aanbouw buiten het bouwvlak gelegen. Beleidsregel 5a bepaalt dat onder voorwaarden een omgevingsvergunning voor ondergrondse bouwwerken aan de achterzijde kan worden verleend. Anders dan eiseres betoogt, wordt niet voldaan aan de voorwaarde dat de kelder, gemeten vanaf de oorspronkelijke achtergevel van het hoofdgebouw, niet meer dan 2,5 meter uitsteekt in de tuin (voorwaarde 2). De ‘oorspronkelijke achtergevel’ is de bij de oprichting van de hoofdbebouwing gerealiseerde achtergevel.<footnote-ref linkend="_78d800f2-0945-41a8-a1fd-b1b889c19af0" /> Verweerder heeft erop gewezen dat uit de bouwtekeningen in het stadsarchief blijkt dat de nu aanwezige uitbouw na de oprichting van het hoofdgebouw is gebouwd.<footnote-ref linkend="_770c96fe-c169-4cbf-8c6b-287891cce773" /> Eiseres’ betwisting hiervan ter zitting mist enige onderbouwing en de rechtbank volgt verweerder daarom op dit punt. De diepte van de kelder moet dan ook worden gemeten vanaf de achtergevel van het hoofdgebouw. De kelder steekt 4,5 meter, en dus meer dan 2,5 meter, uit vanaf het hoofdgebouw. De uitbouw van de kelder is daardoor in strijd met beleidsregel 5a. Omdat dit anders was in de zaak waar eiseres ter zitting naar verwees<footnote-ref linkend="_77050ea3-ce45-487b-87b1-d1710f3b1214" />, slaagt het beroep op deze uitspraak niet.  </para>
    <para />
    <para>8. Verweerder heeft geen aanleiding gezien om af te wijken van het A2-beleid en er daarbij op gewezen dat het project ook in strijd is met het Overnachtingsbeleid. Verweerder heeft op de zitting nader toegelicht dat het Overnachtingsbeleid en het A2-beleid nevenschikkend zijn en dat de aanvraag ook aan het Overnachtingsbeleid dient te worden getoetst. Verweerder heeft erop gewezen dat het project leidt tot een uitbreiding van het bruto vloeroppervlak van het hotel. Het hotel ligt echter in een ‘nee-gebied’, waar vestiging of uitbreiding van hotelfuncties niet is toegestaan. De omstandigheid dat de gebruiksfunctie (op de verbeelding van het bestemmingsplan) zich uitstrekt over het hele perceel, maakt dit niet anders. Eiseres is immers ook gebonden aan de bouwvoorschriften uit het bestemmingsplan. Verweerder kan daarvan alleen afwijken binnen het geldende beleid<emphasis role="italic">.</emphasis> Zoals de rechtbank hiervoor heeft overwogen, past de afwijking die eiseres voor ogen heeft echter niet binnen de kaders van het geldende beleid. Eiseres heeft tot slot aangevoerd dat de extra hotelkamers komen in een gedeelte dat al wordt gebruikt voor het hotel en in de uitbouw, die zonder de kelder vergunningsvrij had kunnen worden gebouwd. Dit leidt ook niet tot een ander oordeel. Verweerder dient een beslissing te nemen op de aanvraag van eiseres. Die aanvraag is ingediend voor het gehele project, dat ook de uitbreiding van de kelder omvat. </para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder in redelijkheid heeft kunnen beslissen om niet af te wijken van het bestemmingsplan. Het beroep is daarom ongegrond. Bij deze uitkomst bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling of een vergoeding van het griffierecht.  </para>
    <bridgehead role="bold">Beslissing</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. M.M. Breugem, voorzitter, en mr. C.A.E. Wijnker en mr. A.E.J.M. Gielen, leden, in aanwezigheid van mr. A.R. Vlierhuis, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 18 februari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. </para>
      <para>Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2de16663-96e1-4b70-8f5e-c1db5d2ce160" label="1">
    <para> Artikel 2.1, eerste lid, onder a en c, in samenhang met de artikelen 2.10 en 2.12, eerste lid, onder a, van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e49f4f0a-1264-4d55-9ae9-e7a3eeb2aa04" label="2">
    <para> Zie artikel 6.2.1 van het bestemmingsplan.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5fb103c-6aaa-4280-99b7-95cb00f0a170" label="3">
    <para> Zie artikel 6.2.2 onder e en artikel 6.3 van het bestemmingsplan.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e94662cc-13bf-44f4-a4e3-147f31f60d60" label="4">
    <para> Zie artikel 4:84 van de Algemene wet bestuursrecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_78d800f2-0945-41a8-a1fd-b1b889c19af0" label="5">
    <para> Zie de begripsbepalingen in paragraaf 4.6 van het A2-beleid.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_770c96fe-c169-4cbf-8c6b-287891cce773" label="6">
    <para> De bouwtekeningen zijn te vinden in de beeldbank van het gemeentelijk stadsarchief, via <emphasis role="underline">https://archief.amsterdam/beeldbank/</emphasis>.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_77050ea3-ce45-487b-87b1-d1710f3b1214" label="7">
    <para> De uitspraak van de rechtbank Amsterdam van 7 juni 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:4062.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>