<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2020:1041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-27T15:16:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2020-01-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/080276-19 + RK 19/6975</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1041">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2020:1041</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-27T15:15:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2020:1041 Rechtbank Amsterdam , 29-01-2020 / 13/080276-19 + RK 19/6975</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1041:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering, allerlaatste kans, gegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2020:1041:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="c4aab939-47bf-4d93-a350-9173db5c3080" depth="16" width="551" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>beslissing</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling Publiekrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Teams Strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/080276-19</para>
      <para>RK: 19/6975</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het bezwaarschrift ex artikel 6:6:23, eerste lid van het Wetboek van Strafvordering van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[veroordeelde] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren op [geboortedag] 1963 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>	ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres</para>
      <para>	[adres veroordeelde] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen: de veroordeelde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para>De politierechter in deze rechtbank heeft bij vonnis van 3 juli 2019 de veroordeelde een taakstraf van 60 uren opgelegd en bevolen dat voor het geval de veroordeelde de taakstraf niet (naar behoren) verricht, vervangende hechtenis van 30 dagen zal worden toegepast. Het vonnis is onherroepelijk.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het Openbaar Ministerie heeft op 28 november 2019 beslist dat de vervangende hechtenis wordt toegepast en hiervan aan de veroordeelde kennis gegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde is niet met de taakstraf aangevangen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kennisgeving van deze beslissing is op 10 december 2019 door de veroordeelde ontvangen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bezwaarschrift is op 11 december 2019 op de griffie van deze rechtbank ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Inhoud van het bezwaarschrift</title>
    <para>Het bezwaarschrift richt zich tegen de kennisgeving door het Openbaar Ministerie en strekt ertoe dat de politierechter de beslissing van het Openbaar Ministerie tot toepassing van de vervangende hechtenis wijzigt en de veroordeelde in de gelegenheid stelt haar taakstraf alsnog te verrichten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Beoordeling</title>
    <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de stukken in de zaak onder bovenvermeld parketnummer, waaronder:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het hiervoor genoemde vonnis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het rapport van Reclassering Nederland, ressort Amsterdam, van 20 november 2019, waarin het Openbaar Ministerie wordt geadviseerd de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis te bevelen;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de kennisgeving van de beslissing tot toepassing van de vervangende hechtenis;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het bezwaarschrift van de veroordeelde.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft op de openbare terechtzitting van 29 januari 2020 de officier van justitie, mr. A. Lobregt, gehoord<emphasis role="italic">.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft geconstateerd dat de veroordeelde – hoewel op juiste wijze opgeroepen – niet is verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van veroordeelde</emphasis>
      </para>
      <para>Veroordeelde heeft – kort samengevat – het volgende aangevoerd. Veroordeelde had meerdere malen gevraagd of de taakstraf van Amsterdam naar Rotterdam, hetgeen dicht bij de woonplaats van veroordeelde is, overgezet kon worden. Dit was mogelijk, maar veroordeelde moest wachten op de juiste correspondentie. Veroordeelde heeft verder niets meer van de reclassering vernomen. Dit is de reden dat zij niet met de taakstraf is aangevangen. Veroordeelde heeft verzocht om een laatste kans om de taakstraf alsnog te verrichten. Ze verblijft vanaf juni 2019 bij [naam] (beschermde woonvorm) in [plaatsnaam] , waar ze werkt aan haar doelen. Langdurende hechtenis zal veroordeelde belemmeren in het bereiken van haar doelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd het bezwaarschrift gegrond te verklaren en de veroordeelde nog een laatste kans te gunnen om de taakstraf te voldoen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de politierechter</emphasis>
      </para>
      <para>De politierechter heeft geconstateerd dat het bezwaarschrift tijdig is ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter is op grond van de hierboven genoemde stukken en de behandeling ter zitting van oordeel dat, hoewel de veroordeelde niet met de taakstraf is aangevangen, aannemelijk is geworden dat de veroordeelde alsnog de opgelegde taakstraf naar behoren zal verrichten binnen de daarvoor bepaalde termijn en haar deze <emphasis role="italic">allerlaatste</emphasis> kans moet worden geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond hiervan dient het bezwaarschrift gegrond te worden verklaard zodat de veroordeelde haar bij voornoemd vonnis opgelegde taakstraf alsnog kan verrichten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het bezwaarschrift <emphasis role="bold underline">gegrond</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt het aantal uren taakstraf dat nog moet worden verricht op <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat de taakstraf binnen <emphasis role="bold">vier maanden</emphasis> na heden moet worden voltooid. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door </para>
      <para>mr. M.E. Leijten,	politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.T. St Rose 	griffier</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 januari 2020.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>