<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:977</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-19T08:44:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751512-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:977">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:977</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-18T11:25:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:977 Rechtbank Amsterdam , 14-02-2019 / 13/751512-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:977:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>executie-EAB Polen, overlevering toegestaan, geen onderzoek naar Poolse rechtsstaat i.v.m. lopende vervolgingen in Polen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:977:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751512-18</para>
      <para>RK nummer: 18/8374</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 14 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 december 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 21 december 2017 door <emphasis role="italic">Sąd Okręgowy in Kielce</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1984, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [locatie te plaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 31 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.R.A. Röschlau, advocaat te Zeist, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>een vonnis van <emphasis role="italic">Sąd Rejonowy in Kielce</emphasis> van 5 mei 2016 (referentie: IX K 20/16);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een vonnis van <emphasis role="italic">Sąd Rejonowy in Kielce</emphasis> van 23 september 2016 (referentie: II K 452/16).</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij de hiervoor genoemde vonnissen opgelegde vrijheidsstraffen voor de duur van, respectievelijk, </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>vier jaar en </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>één jaar en zes maanden, </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Eerstgenoemde vrijheidsstraf moet de opgeëiste persoon nog geheel ondergaan en van laatstgenoemde vrijheidsstraf resteren nog één jaar, vier maanden en zestien dagen, aldus de informatie in het EAB.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 12 van de OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op grond van de door de uitvaardigende justitiële autoriteit verstrekte informatie vast dat de weigeringsgrond van artikel 12 van de OLW niet van toepassing is ten aanzien van beide vonnissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid; feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2° OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1a. 	<emphasis role="italic">- opzettelijk mondeling zich jegens een persoon uiten, kennelijk om diens vrijheid om een verklaring naar waarheid of geweten ten overstaan van een rechter/ambtenaar af te leggen te beïnvloeden, terwijl hij weet of ernstige reden heeft te vermoeden dat die verklaring zal worden afgelegd;</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- mishandeling, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;</emphasis>
      </para>
      <para>1b.	<emphasis role="italic">- bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;</emphasis></para>
      <para>1c.	<emphasis role="italic">- opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">toebehoort, vernielen, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;</emphasis>
      </para>
      <para>1d.	<emphasis role="italic">- overtreding van artikel 8, tweede/derde lid van de Wegenverkeerswet 1994;</emphasis></para>
      <para>1e.	<emphasis role="italic">- diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om bij </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">	vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, terwijl het feit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen en terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="italic">- diefstal door twee of meer verenigde personen, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan;</emphasis></para>
    <bridgehead role="italic">- diefstal voorafgegaan en vergezeld van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, terwijl nog geen vijf jaren zijn verlopen sedert de schuldige een hem wegens soortgelijk misdrijf opgelegde gevangenisstraf heeft ondergaan. </bridgehead>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Afwijzing verzoek om aanhouding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verzoek om aanhouding </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ter zitting naar voren gebracht dat als de opgeëiste persoon in de onderhavige zaak wordt overgeleverd naar Polen om de vrijheidsstraffen te ondergaan, hij  strafrechtelijk zal worden vervolgd in andere lopende zaken. De raadsman heeft de rechtbank daarom verzocht aansluiting te zoeken bij de tussenuitspraken van deze rechtbank in andere overleveringszaken die zien op strafvervolging van opgeëiste personen in Polen en ook in deze zaak nader onderzoek te doen naar de Poolse rechtsstaat. Ook heeft de raadsman aanhouding verzocht, omdat de opgeëiste persoon op basis van nieuwe Poolse wetgeving een rechtsmiddel wil instellen tegen de vonnissen die ten grondslag liggen aan het EAB.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich verzet tegen inwilliging van het verzoek om aanhouding van de raadsman. </para>
        <para>Dat de opgeëiste persoon een rechtsmiddel wil instellen tegen de vonnissen vormt volgens de officier van justitie geen beletsel voor het toestaan van de verzochte overlevering.</para>
        <para>Verder heeft de officier van justitie erop gewezen dat de opgeëiste persoon in de onderhavige zaak zal worden overgeleverd met de beschermende werking van het specialiteitsbeginsel. Hij kan in Polen in andere lopende strafzaken weliswaar worden vervolgd, maar zijn vrijheid kan hem in die zaken niet worden benomen, aldus de officier van justitie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank wijst het verzoek om aanhouding van de raadsman af. Hiertoe is het volgende van belang.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De enkele omstandigheid dat de opgeëiste persoon een rechtsmiddel tegen de vonnissen wil instellen, vormt geen beletsel voor het toestaan van de verzochte overlevering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verder is er geen aanleiding voor de rechtbank in deze zaak nader onderzoek te doen naar de rechtsstaat in Polen. De toetsing van de rechtbank beperkt zich tot het onderliggende EAB, te weten  het verzoek tot overlevering ter tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen. In dat kader is gesteld noch gebleken dat vorenbedoeld nader onderzoek nodig is. </para>
        <para>De waarborging van het naleven van mensenrechten bij eventuele strafvervolgingen van de opgeëiste persoon in Polen, valt buiten  het bereik van het onderhavige besliskader. Er ligt immers geen verzoek tot beslissing over overlevering vanwege vervolging van strafbare feiten. </para>
        <para>Zoals de officier van justitie heeft opgemerkt, zal de opgeëiste persoon worden overgeleverd met de beschermende werking van het specialiteitsbeginsel, zodat hij in de lopende strafzaken wel kan worden vervolgd, maar dat zijn vrijheid hem niet kan worden benomen in die zaken. Als de uitvaardigende justitiële autoriteit dit anders had gewild dan had een daartoe strekkend EAB uitgevaardigd moeten worden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 43a, 285, 285a, 300, 311, 312 en 350 van het Wetboek van Strafrecht, 8 en 176 van de Wegenverkeerswet 1994 en 2, 5, 7 en 12 van de OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon] ,</emphasis> aan <emphasis role="italic">Sąd Okręgowy in Kielce</emphasis> (Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. E.M.M. Gabel,	  				                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. V.V. Essenburg en B. Poelert,     				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.R. Eijsten,		                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 14 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>