<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:9463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-19T16:04:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">81/006510-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9463">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9463</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-19T15:38:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:9463 Rechtbank Amsterdam , 06-12-2019 / 81/006510-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9463:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Visserijzaak; verhouding tussen artikel 73 lid 7 Verordening (EG) nr. 1224/2009 en artikel 114 Uitvoeringsverordening (EU) nr. 404/2011.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9463:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 81/006509-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 6 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de economische politierechter Amsterdam, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gevestigd op het adres [vestigingsadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 november 2019 heeft het onderzoek ter terechtzitting plaatsgevonden. Namens verdachte was daarbij aanwezig A.J. Fenijn. Daarnaast was de raadsman van verdachte aanwezig, mr. B.A.C. van Tuinen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De economische politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S. Kubicz en van wat A.J. Fenijn, namens verdachte, en haar raadsman naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is tenlastegelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 primair</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 14 september 2016, in elk geval in september 2016, op de Noordzee, (onder andere op of nabij de positie 51.38.3 NB - 002.59.9 OL), met het onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig [vissersvaartuig] , al dan niet opzettelijk, in strijd heeft gehandeld met artikel 75, eerste lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009, door niet voor een veilige toegang tot dat vaartuig en/of het vervoermiddel en/of de ruimte waar de visserijproducten werden opgeslagen en/of verwerkt en/of afgezet te zorgen en/of niet de veiligheid te waarborgen van de functionarissen en/of de functionarissen van de uitvoering van hun taken te weerhouden en/of hen te intimideren en/of te hinderen tijdens hun werkzaamheden,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">immers heeft zij, verdachte, aan 3, in elk geval een of meer toezichthouder(s)/inspecteur(s) (te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] ) het ter controle aan boord gaan en/of betreden van dat vaartuig geweigerd en/of gehinderd (door de snelheid van dat vaartuig te verhogen en/of niet met dat vaartuig te stoppen);</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">subsidiair althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 14 september 2016, in elk geval in september 2016, op de Noordzee, (onder andere op of nabij de positie 51.38.3 NB - 002.59.9 OL), met het onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig [vissersvaartuig] , al dan niet opzettelijk, in strijd heeft gehandeld met artikel 73, zevende lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009, door er niet voor te zorgen dat een of meer aangewezen met controle belaste waarnemers naar behoren werden ondergebracht en/of hun taak werd vergemakkelijkt en/of niet erop toe te zien dat zij niet werden gehinderd bij het vervullen van hun opdracht en/of het niet verlenen van de toegang tot de relevante delen van het vaartuig, ook tot de gedane vangst, alsmede tot de documenten van dat vaartuig, met inbegrip van de elektronische bestanden aan die met controle belaste waarnemers, immers heeft zij, verdachte, aan 3, in elk geval een of meer toezichthouder(s)/inspecteur(s) (te weten [persoon 1] en/of [persoon 2] en/of [persoon 3] ) het ter controle aan boord gaan en/of betreden van dat vaartuig geweigerd en/of gehinderd (door de snelheid van dat vaartuig te verhogen en/of niet met dat vaartuig te stoppen.);</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">zij op of omstreeks 14 september 2016, in elk geval in september 2016, op de Noordzee, (onder andere op of nabij de positie 51.38.3 NB - 002.59.9 OL), met het onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig [vissersvaartuig] , al dan niet opzettelijk, in strijd heeft gehandeld met artikel 16 van Verordening (EG) nr. 850/98, door voorzieningen aan het/de door hem gebruikte net(ten) aan te brengen die de mazen in enig deel van dat/die net(ten) konden versperren en/of de feitelijke afmetingen daarvan konden verkleinen, immers heeft hij, verdachte, gevist met 2, in elk geval een of meer (pulswing) sleepnet(ten) (met een maaswijdte van respectievelijk ongeveer 79,0 millimeter en 79,6 millimeter), waarbij in de oorspronkelijke kuilen van dat/die net(ten)(telkens) een binnenkuil, met een maaswijdte van respectievelijk ongeveer 50,2 millimeter en 49,6 millimeter, in elk geval met een kleinere maaswijdte dan die van het/de oorspronkelijke net(ten), was aangebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De formele voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat de dagvaarding geldig is. De economische politierechter is bevoegd van het tenlastegelegde kennis te nemen en de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de tenlastegelegde feiten kunnen worden bewezen en aan verdachte kunnen worden toegerekend. Voor wat betreft feit 1 gaat het dan om hetgeen ten laste is gelegd onder het primaire gedeelte. Mocht de economische politierechter van oordeel zijn dat de kapitein, medeverdachte, zelf niet de hinder heeft veroorzaakt, dan kan de economische politierechter hetgeen ten laste is gelegd via het subsidiaire gedeelte toerekenen aan de rechtspersoon.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het gaat zowel bij feit 1 als bij feit 2 om ernstige inbreuken in de zin van de toepasselijke regelgeving. De officier van justitie vindt dat er sprake is van misdrijven, de feiten zijn opzettelijk gepleegd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Namens de verdachte is aangevoerd dat niet opzettelijk geprobeerd is de inspecteurs te ontlopen. Het schip heeft vaart gemaakt, omdat er zand in de netten was gekomen en dit door vaart te maken uit de netten kon worden gespoeld. In de hectiek is niet gehoord dat er via de marifoon een oproep werd gedaan, en ook de schijnwerper is niet gezien.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van een eventuele bewezenverklaring voor wat betreft het onder 2 tenlastegelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de economische politierechter</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat de verdachte het onder 2 tenlastegelegde heeft gepleegd kan op grond van de bewijsmiddelen als vaststaand worden aangenomen en wordt door de verdachte ook niet betwist. Verdachte had er daarom belang bij om betrapping op die overtreding te voorkomen. Daarvoor is niet noodzakelijk dat het schip de motorboot van de NVWA blijvend kan ontlopen, maar is voldoende dat er tijd zou kunnen worden gewonnen, om de illegale voorzieningen weg te werken. Dat de motorboot van de NVWA sneller is dan het schip van verdachte en dus op enig moment het schip zou inhalen is dus op zichzelf niet voldoende om onaannemelijk te maken dat verdachte gepoogd heeft door vaart te maken te verhinderen dat de inspecteurs aan boord zouden komen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dat de bemanning noch de marifoonoproepen noch de schijnwerper is opgevallen acht de economische politierechter niet aannemelijk. De marifoon moet zodanig zijn afgesteld dat ten alle tijde deze kan worden gehoord. Het ging immers om oproepen over marifoonkanaal 16, het nood-, spoed-, veiligheid- en oproepkanaal op zee. De verbalisanten hebben bovendien gerelateerd dat zij, toen zij met de schijnwerper op de brug schenen, gezien hebben dat zich daar iemand bevond en die persoon moet dan ook het schijnwerperlicht hebben gezien. </para>
        <para>Verdachte is als de reder daarvoor verantwoordelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De economische politierechter acht bewezen dat verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 14 september 2016, in elk geval in september 2016, op de Noordzee, op of nabij de positie 51.38.3 NB - 002.59.9 OL, met het onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig [vissersvaartuig] , niet opzettelijk, in strijd heeft gehandeld met artikel 75, eerste lid van Verordening (EG) nr. 1224/2009, door niet voor een veilige toegang tot dat vaartuig te waarborgen van de functionarissen en de functionarissen  te hinderen tijdens hun werkzaamheden, immers heeft zij, verdachte, aan 3 toezichthouders, te weten [persoon 1] , [persoon 2] en [persoon 3] het ter controle aan boord gaan en betreden van dat vaartuig gehinderd door de snelheid van dat vaartuig te verhogen en niet met dat vaartuig te stoppen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">op 14 september 2016, op de Noordzee, op of nabij de positie 51.38.3 NB - 002.59.9 OL, met het onder Nederlandse vlag varend vissersvaartuig [vissersvaartuig] , opzettelijk, in strijd heeft gehandeld met artikel 16 van Verordening (EG) nr. 850/98, door voorzieningen aan de door hem gebruikte netten aan te brengen die de mazen in enig deel van die netten konden versperren en de feitelijke afmetingen daarvan konden verkleinen, immers heeft zij, verdachte, gevist met 2, pulswing sleepnetten (met een maaswijdte van respectievelijk ongeveer 79,0 millimeter en 79,6 millimeter), waarbij in de oorspronkelijke kuilen van die net(ten) (telkens) een binnenkuil, met een maaswijdte van respectievelijk ongeveer 50,2 millimeter en 49,6 millimeter, was aangebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De economische politierechter grondt zijn beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de economische politierechter gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De strafbaarheid van de verdediging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>9</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>9.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie vordert ten aanzien van de tenlastegelegde feiten een geldboete van EUR 3000,00.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het strafmaatverweer van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de (financiële) gevolgen van deze zaak enorm zijn geweest voor verdachte en heeft daarom verzocht de zaak via artikel 9a van het Wetboek van Strafrecht af te doen en aan verdachte geen straf of maatregel op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vangst van de visreis is (in de zaak van de medeverdachte) inbeslaggenomen en op de afslag verkocht. De opbrengst daarvan was EUR 39.080,63. Daarnaast heeft verdachte strafpunten ontvangen voor het hinderen van de controle, te weten: 7, en het vissen met binnenkuilen, te weten: 4. Het gevolg hiervan is geweest dat de visvergunning voor de duur van twee maanden is geschorst. Voor verdachte heeft dit betekend dat de kotter twee maanden aan de ketting heeft gelegen. De schade die dit tot gevolg heeft gehad is door een expert begroot op EUR 317.205,- (de inbeslaggenomen vis ad. EUR 39.080,63 is in het voornoemde bedrag verdisconteerd).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Daarnaast dient de overschrijding van de redelijke termijn in deze zaak tot strafvermindering te leiden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>9.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de economische politierechter</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>9.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Geen straf of maatregel</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het overtreden van de regels die er toe strekken te voorkomen dat meer of kleinere vissen worden gevangen is een ernstig vergrijp. Die regels beogen de visstand te bewaren. Bovendien wordt daardoor de concurrentie vervalst. Dat daarnaast ook geprobeerd is de ontdekking van die overtreding te verheimelijken door de controle te bemoeilijken maakt de zaak alleen maar nog ernstiger. Dergelijke overtredingen, indien opzettelijk gepleegd verdienen een financiële sanctie. Aan de andere kant moet de economische politierechter rekening  houden met de financiële gevolgen die deze zaak al voor de verdachte heeft gehad. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De vangst met een waarde van ruim € 39.000,00 is in beslag genomen en zal in de zaak van de medeverdachte, waarin vandaag eveneens vonnis wordt gewezen, verbeurd worden verklaard. Daarnaast heeft verdachte als gevolg van deze zaak enige tijd niet kunnen vissen, waardoor zij eveneens aanzienlijk financieel nadeel heeft gelden. Verdachte heeft, naar zij heeft verklaard mede daardoor het visserijbedrijf opgegeven. In die omstandigheden ziet de economische politierechter geen meerwaarde in het opleggen van een additionele sanctie. De verdachte zal worden schuldig verklaard, zonder oplegging van straf of maatregel. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De economische politierechter stelt vast dat de redelijke termijn met ruim een jaar is overschreden. Nu geen straf of maatregel wordt opgelegd volstaat de economische politierechter met die vaststelling.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De economische politierechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de feiten 1 en 2:</para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Overtreding van een voorschrift gesteld krachtens artikel 3a van de Visserijwet 1963, opzettelijk door een rechtspersoon begaan, meermalen gepleegd;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bepaalt dat geen straf of maatregel wordt opgelegd. </para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door:</para>
      <para>mr. G.H. Marcus,							economische politierechter,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Struijkenkamp			griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 6 december 2019.	</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>