<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:9129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-17T11:09:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751721-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9129">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9129</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-16T09:58:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:9129 Rechtbank Amsterdam , 28-11-2019 / 13/751721-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9129:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak Poolse rechtsstaat</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9129:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751721-18</para>
      <para>RK-nummer: 18/6479</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 november 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 21 september 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Dit EAB is uitgevaardigd op 2 oktober 2017 door de<emphasis role="italic"> Circuit Court in Poznań</emphasis> (Polen) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: </para>
      <para>
        [adres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 16 november 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 16 november 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. T.H.L. Kneepkens, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst om de inhoudelijke discussie over de Poolse rechtsstaat voort te kunnen zetten tijdens een aan dit onderwerp gewijde themazitting op 6 december 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 6 december 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft, met instemming van partijen, het onderzoek op 6 december 2018 voortgezet in de stand waarin dat onderzoek zich op het moment van de schorsing bevond. Gehoord zijn de officier van justitie mr. M. Diependaal, de opgeëiste persoon en diens raadsman, mr. T.H.L. Kneepkens. De opgeëiste persoon is bijgestaan door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Sluiting onderzoek</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 21 december 2018 het onderzoek gesloten, met instemming van partijen, buiten hun aanwezigheid. De uitspraak is bepaald op 4 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 4 januari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 4 januari 2019 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen<footnote-ref linkend="_f97dc854-91d6-4965-8b75-0d5109ff5957" /> waarin zij aan de officier van justitie heeft verzocht nadere vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 1 maart 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 1 maart 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting en tussenuitspraak 16 april 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 16 april 2019 het onderzoek ter zitting gesloten en direct een tussenuitspraak gedaan. Bij tussenuitspraak van 16 april 2019<footnote-ref linkend="_f8cd9f0b-1baf-4bea-a9aa-92f076c0eeb1" /> heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend en meteen geschorst voor het (opnieuw) stellen van vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 22 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 22 oktober 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is  opnieuw bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal. Het onderzoek is geschorst teneinde de beantwoording van de resterende vragen af te wachten. Dit betreffen de vragen met betrekking tot C. <emphasis role="italic">Tuchtzaken of andere (disciplinaire) maatregelen</emphasis> en E. <emphasis role="italic">Buitengewoon beroep</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 7 november 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 7 november 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is opnieuw bijgestaan door een tolk in de Poolse taal. De raadsman kon niet aanwezig zijn. De zitting is daarom geschorst tot de behandeling op 14 november 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 14 november 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 14 november 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is opnieuw bijgestaan door zijn raadsman en door een tolk in de Poolse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft opnieuw de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 4 januari 2019 en 16 april 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 4 januari 2019 waarin zij de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten heeft beoordeeld. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze onderwerpen (r.o. 3 en 4) dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft op 16 april 2019 het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen, namelijk: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">C. Tuchtzaken of andere (disciplinaire) maatregelen </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van the Regional Court in Poznań </emphasis>
        </para>
        <para>1. Zijn er sinds voormelde wetswijzigingen tuchtzaken tegen rechters en/of (vice)voorzitters geweest? Zo ja, wat was hiervoor de aanleiding en wat was de uitkomst?</para>
        <para>3. Zijn er andere maatregelen betreffende (vice)voorzitters genomen, zoals het<?linebreak?>verstrekken van ‘<emphasis role="italic">written remarks’</emphasis> door de Minister van Justitie? <?linebreak?>Zo ja, wat was hiervoor de aanleiding? </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">E. Buitengewoon beroep </emphasis>
        </para>
        <para>Hebben er zich sinds 15 februari 2019, toen drie ‘buitengewoon beroep’-procedures aanhangig waren gemaakt waarop het Hooggerechtshof nog niet had beslist, nog nieuwe ontwikkelingen voorgedaan ten aanzien van de procedure van ‘buitengewoon beroep’ bij het Hooggerechtshof? <?linebreak?>Zo ja, op welke grond en met welke uitkomst? </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vragen zijn per e-mailbericht van 17 oktober 2019 bij de Poolse autoriteiten onder de aandacht gebracht. Bij schrijven van 24 oktober 2019 heeft de <emphasis role="italic">Disciplinary Officer, Mr. Piotr Schab, of the Regional Court in Poznan</emphasis> de volgende informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">I would like to inform you that the Officer is carrying out disciplinary proceedings against one of the judges of the Regional Court in Poznań. The proceedings are now pending, and they have been initiated due to the infringement of the requirement set forth in Paragraph 10 of the Set of Principles of Professional Conduct for Judges.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Zakelijk weergegeven heeft de raadsman zich ter zitting primair op het standpunt gesteld dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en dat de vordering tot overlevering daarom dient te worden afgewezen. Subsidiair heeft de raadsman verzocht nadere informatie op te vragen bij <emphasis role="italic">the Regional Court in Poznań </emphasis>omtrent de lopende tuchtrechtelijke procedure. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat het feit dat er een procedure loopt tegen een rechter geen grond is om aan te nemen dat de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en derhalve zijn recht op een eerlijk proces in de kern zal worden aangetast. De officier van justitie heeft verzocht de overlevering toe te staan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij uitspraak van 27 september 2019<footnote-ref linkend="_89fb8c99-d413-4f7c-a8be-70c2c1dfec59" /> in een andere zaak heeft de rechtbank geoordeeld dat in zaken waarin de Poolse rechtsstaat een rol speelt, kan worden aangenomen dat de structurele of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van Polen betreft naar het oordeel van de rechtbank negatieve gevolgen kunnen hebben op het niveau van de rechterlijke instanties die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de opgeëiste persoon zal worden onderworpen (‘stap twee’). Dit geldt ook voor de onderhavige zaak. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Teneinde te kunnen beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden zijn om aan te nemen dat specifiek de opgeëiste persoon een reëel gevaar loopt dat zijn grondrecht op een onafhankelijk gerecht zal worden geschonden en derhalve dat zijn grondrecht op een eerlijk proces in de kern zal worden aangetast (‘stap drie’), moet de rechtbank over actuele informatie beschikken inzake de vraag of er (tucht- of disciplinaire) maatregelen zijn genomen jegens (vice)voorzitters en rechters bij de rechterlijke instanties die in eerste aanleg en eventueel in hoger beroep over de zaak van de opgeëiste persoon zullen oordelen en zo ja, wat daarvoor de aanleiding was en wat de uitkomst daarvan was. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Beantwoording van de vragen II. C 1 tot en met 3 (“Tuchtzaken en andere (disciplinaire) maatregelen”) is derhalve van belang in het kader van de beoordeling van stap drie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de vragen over de lopende tuchtzaken of andere (disciplinaire) maatregelen ten aanzien van<emphasis role="italic"> the Regional Court in Poznań </emphasis>nog steeds niet afdoende zijn beantwoord. De rechtbank acht zich daarom niet in staat om stap drie te beoordelen.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en voor onbepaalde tijd schorsen, teneinde af te wachten of de uitvaardigende autoriteit de gevraagde informatie alsnog zal verstrekken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en <emphasis role="bold">SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd; </para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk Pools tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. C. Klomp,										voorzitter,</para>
      <para>mrs. N.M. van Waterschoot en M.T.C. de Vries 					rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Drent,							griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 28 november 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f97dc854-91d6-4965-8b75-0d5109ff5957" label="1">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2019:33</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f8cd9f0b-1baf-4bea-a9aa-92f076c0eeb1" label="2">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2019:2802</para>
  </footnote>
  <footnote id="_89fb8c99-d413-4f7c-a8be-70c2c1dfec59" label="3">
    <para> ECLI:NL:RBAMS:2019:7161</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>