<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:9126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-17T10:53:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751765-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9126">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:9126</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-12-16T09:19:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:9126 Rechtbank Amsterdam , 28-11-2019 / 13/751765-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9126:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak, onderzoek heropenen en voor onbepaalde tijd schorsen, teneinde af te wachten of de Poolse uitvaardigende autoriteit de gevraagde informatie alsnog verstrekt.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:9126:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751765-19 (EAB I)</para>
      <para>RK nummer: 19/4888</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 28 november 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 16 augustus 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 25 april 2019 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Elbląg II Criminal Department</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon],</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1994, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in de [naam PI],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 10 oktober 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 24 oktober 2019 heeft de rechtbank een tussenuitspraak gewezen<footnote-ref linkend="_0a27ecd5-781f-46aa-822b-e255c453355b" />.  De rechtbank heeft de zaak heropend en geschorst teneinde nadere informatie te verkrijgen inzake de Poolse rechtsstaat. De officier van justitie is in de gelegenheid gesteld om vragen te stellen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit met betrekking tot een disciplinaire procedure/tuchtzaak tegen de voormalig voorzitter van <emphasis role="italic">the Regional Court in Elbląg</emphasis> en de vragen II. C.1 tot en met C.3 te beantwoorden voor de gerechtelijke instantie die in hoger beroep over de zaak van de opgeëiste persoon heeft geoordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 7 november 2019, maar toen bleek nog geen antwoord te zijn ontvangen van de uitvaardigende justitiële autoriteit. Het onderzoek op de zitting is toen opnieuw geschorst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op 14 november 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. R.P.G. van der Weide, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 24 oktober 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 24 oktober 2019 waarin zij de grondslag en inhoud van het EAB, de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW en de strafbaarheid van de feiten heeft beoordeeld. Voorts verwijst de rechtbank naar hetgeen zij reeds inzake artikel 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie heeft overwogen. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze onderwerpen (r.o. 3, 5 en 6) dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">4.  	Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In voornoemde tussenuitspraak van 24 oktober 2019 heeft de rechtbank geoordeeld dat de informatie die van de uitvaardigende justitiële autoriteit is ontvangen ten aanzien van een disciplinaire procedure/tuchtzaak tegen de voormalig voorzitter van <emphasis role="italic">the Regional Court in Elbląg</emphasis>  onvolledig is. Bovendien waren er door de uitvaardigende justitiële autoriteit nog geen antwoorden op de vragen II. C.1 tot en met C.3 verstrekt ten aanzien van de gerechtelijke instantie die in hoger beroep bevoegd was over de strafzaak van de opgeëiste persoon te oordelen. Daarom zijn hierover vragen gesteld door de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij schrijven van 13 november 2019 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit in aanvulling hierop de volgende informatie verstrekt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De reden van de tuchtprocedure welke ingesteld is tegen de voormalige voorzitter van de Sąd Okręgowy w Elblągu (Arrondissementsrechtbank Elbląg) is niet bekend; dit geldt eveneens voor de fase, waarin deze procedure zich bevindt. Tuchtzaken worden behandeld door de tuchtcolleges. Over de uitkomst daarvan wordt aan de gewone rechtbanken geen informatie verstrekt, voordat een tuchtprocedure onherroepelijk is afgedaan. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt ter zitting </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman is van oordeel dat er onvoldoende informatie is verstrekt door de uitvaardigende</para>
        <para>justitiële autoriteit. De raadsman heeft daaraan geen conclusie verbonden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de overlevering toe te staan, nu er geen omstandigheid bekend is die zich specifiek richt op de opgeëiste persoon, wat doet vermoeden dat zijn recht op een eerlijk proces zou zijn geschonden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de vragen die zij bij voornoemde tussenuitspraak van 24 oktober 2019 heeft geformuleerd, nog steeds niet zijn beantwoord. Daarom is niet bekend wat de aanleiding was voor de tuchtrechtelijke procedure tegen de voormalig voorzitter van <emphasis role="italic">the Regional Court in Elbląg</emphasis> en wat hiervan de eventuele uitkomst is. Evenmin zijn de vragen II. C.1 tot en met C.3 ten aanzien van de beroepsinstantie beantwoord.   </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht beantwoording van deze vragen van belang voor de beoordeling van de vraag of het recht van de opgeëiste persoon op een eerlijk proces mogelijk is geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit uitgenodigd tot een dialoog om een concreet beeld te krijgen van de stand van zaken inzake de bescherming van de waarborg van rechterlijke onafhankelijkheid op het niveau van de rechterlijke instanties in Polen die vonnis hebben gewezen in de strafzaak van de opgeëiste persoon. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat de uitvaardigende autoriteit opnieuw onvoldoende dan wel geen antwoord heeft gegeven op de door haar gestelde vragen. Gelet op het vorenstaande zal de rechtbank het onderzoek heropenen en voor onbepaalde tijd schorsen, teneinde af te wachten of de uitvaardigende autoriteit de gevraagde informatie alsnog verstrekt.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsman van de opgeëiste persoon;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. C. Klomp,	  						                         	voorzitter,</para>
      <para>mrs. N.M. van Waterschoot en M.T.C. de Vries,                         			rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S. Drent,		               	      		griffier,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 28 november 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_0a27ecd5-781f-46aa-822b-e255c453355b" label="1">
    <para>ECLI:NL:RBAMS:2019:8029</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>