<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-25T11:19:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751779-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8774">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8774</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-25T09:49:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8774 Rechtbank Amsterdam , 19-11-2019 / 13/751779-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8774:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Overleveringsverzoek Litouwen. Tussenuitspraak. </para>
        <para>Niet kan worden geoordeeld dat ten aanzien van Kaunas Remand Prison een reëel gevaar bestaat dat personen die in die detentie-instelling zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. </para>
        <para>Een dergelijk gevaar is wel aangenomen ten aanzien van Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony. Om die reden rust op de rechtbank de verplichting om, als de opgeëiste persoon in deze penitentiaire inrichting zal worden geplaatst, te beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon dit gevaar zal lopen vanwege de te verwachten omstandigheden van zijn detentie in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony of dat dit gevaar voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. </para>
        <para>Om die reden moet de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit in Litouwen om alle noodzakelijke aanvullende gegevens verzoeken met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting in Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony zal worden gedetineerd.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8774:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold"> RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751779-19</para>
      <para>RK nummer: 19/5240</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 19 november 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 10 september 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 14 augustus 2019 door de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis> (Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Litouwen) op [geboortedag] 1997, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>uit anderen hoofde gedetineerd in de [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 5 november 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink en de raadsvrouw van de opgeëiste persoon, mr. S. Pijl, advocaat te Amsterdam. De opgeëiste persoon heeft schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om op de vordering te worden gehoord. De raadsvrouw heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk gemachtigd te zijn namens hem het woord te voeren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.  <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht en vastgesteld dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat de opgeëiste persoon de Litouwse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">Ruling of Plungė District Court, dated 24 July 2019, to replace the former coercive measure of the written pledge not to leave the country by the arrest (criminal case No. 1-80-588/2019, Trial proceeding No. 1-01-1-11156-2018-8/)</emphasis>.</para>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bevoegdheid van de uitvaardigende justitiële autoriteit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 24 oktober 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:8025) waarin zij heeft geoordeeld dat de Litouwse officier van justitie (de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis>) voldoet aan de vereisten om als een “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6, lid 1, van Kaderbesluit 2002/584 te worden aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 5, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	illegale handel in verdovende middelen of psychotrope stoffen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar Litouws recht een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Detentieomstandigheden: heropening van het onderzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 20 augustus 2019 in een andere overleveringszaak (ECLI:NL:RBAMS:2019:6202), in het licht van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ EU) van 5 april 2016 in de zaken Aranyosi en Căldăraru (C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:140 en ECLI:EU:C:2016:198), geoordeeld dat het rapport van het Europees Comité voor de Preventie van Foltering en Onmenselijke of Vernederende Behandeling of Bestraffing (CPT) over Litouwen van 7 april 2017 bewijzen bevat dat – wegens de buitengewone niveaus van geweld, intimidatie en uitbuiting – een reëel gevaar bestaat dat personen die in Litouwen worden gedetineerd in de detentie-instellingen <emphasis role="italic">Alytus Correction Home</emphasis>, <emphasis role="italic">Marijampolė Correction Home</emphasis> en <emphasis role="italic">Pravieniškės Correction Home</emphasis> onmenselijk of vernederd worden behandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van het door het HvJ EU in de zaken Aranyosi en Căldăraru geschetste toetsingskader dient de rechtbank vervolgens te onderzoeken of het in het algemeen bestaande reële gevaar dat gedetineerden in deze detentie-instellingen onmenselijk of vernederend zullen worden behandeld, voor de opgeëiste persoon wordt weggenomen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Derhalve heeft de rechtbank de officier van justitie verzocht onderstaande vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. <emphasis role="italic">Zal de opgeëiste persoon – indien zijn overlevering wordt toegestaan – waarschijnlijk worden geplaatst in de detentie-instellingen </emphasis>Alytus Correction Home<emphasis role="italic">, </emphasis>Marijampolė Correction Home<emphasis role="italic"> of </emphasis>Pravieniškės Correction Home<emphasis role="italic">?</emphasis></para>
      <para />
      <para>2. <emphasis role="italic">Indien de voorgaande vraag met “ja” wordt beantwoord:</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>a. <emphasis role="italic">Zal de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling concreet kunnen worden beschermd tegen </emphasis>inter-prisoner violence, intimidation and exploitation <emphasis role="italic">als omschreven in het rapport van het Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) van 25 juni 2019?</emphasis></para>
        <para>b. <emphasis role="italic">Zo ja, op welke wijze?</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens aanvullende informatie van de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis> van 25 oktober 2019 zal de opgeëiste persoon ofwel in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> ofwel in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> worden geplaatst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> betoogd dat – kort gezegd – (voor zover van toepassing) aansluiting moet worden gezocht bij de tussenuitspraak van 29 oktober 2019 in een andere overleveringszaak (ECLI:NL:RBAMS:2019:8088), waarin aanvullende vragen zijn gesteld met betrekking tot <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis>.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voorts heeft de raadsvrouw ten aanzien van <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> betoogd dat – kort gezegd – moet worden geoordeeld dat ten aanzien van deze detentie-instelling eveneens een reëel gevaar bestaat dat personen die daar zijn gedetineerd onmenselijk of vernederd worden behandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich ten aanzien van <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> aangesloten bij het standpunt van de raadsvrouw en verzocht de behandeling van de zaak aan te houden, teneinde aanvullende informatie op te vragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het reëel gevaar dat personen die worden gedetineerd in de detentie-instellingen <emphasis role="italic">Alytus Correction Home</emphasis>, <emphasis role="italic">Marijampolė Correction Home</emphasis> en <emphasis role="italic">Pravieniškės Correction Home </emphasis>onmenselijk of vernederend worden behandeld, en de opgeëiste persoon blijkens de informatie van 25 oktober 2019 in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> of in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> zal worden geplaatst, moet de rechtbank, alvorens zij kan beslissen op het overleveringsverzoek, weten in welke van deze twee penitentiaire inrichtingen de opgeëiste persoon na aankomst in Litouwen zal worden gedetineerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien het antwoord luidt dat de opgeëiste persoon in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> zal worden geplaatst, rust op de rechtbank de verplichting om te beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon dit gevaar zal lopen vanwege de te verwachten omstandigheden van zijn detentie in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> of dat – zoals hiervoor al kort uiteengezet – dit gevaar voor de opgeëiste persoon kan worden weggenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om die reden moet de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteit in Litouwen om alle noodzakelijke aanvullende gegevens verzoeken met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> zal worden gedetineerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline italic">Kaunas Remand Prison </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is – anders dan de raadsvrouw – van oordeel dat niet kan worden geoordeeld dat ten aanzien van <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> een reëel gevaar bestaat dat personen die in die detentie-instelling zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld. De rechtbank verwijst in dit verband in de eerste plaats naar haar jurisprudentie waarin ten aanzien van de <emphasis role="italic">personal space</emphasis> aansluiting wordt gezocht bij de ondergrens als bepaald in de uitspraak van het EHRM van 20 oktober 2016, met kenmerk: 7334/13 (Muršić/Kroatië), te weten 3 m2. Gelet op aanvullende informatie – verstrekt op verzoek van het Openbaar Ministerie – volgt dat gedetineerden in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> 3,6 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> tot hun beschikking hebben. De rechtbank beschikt daarbij niet over voldoende andere objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> om tot de conclusie te kunnen komen dat ter zake een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling moet worden aangenomen. De rechtbank zal ten aanzien van deze detentie-instelling derhalve geen  vragen formuleren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen voor het stellen van de volgende vragen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Litouwen worden geplaatst, in </emphasis>Kaunas Remand Prison<emphasis role="italic"> of in </emphasis>Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony<emphasis role="italic">? </emphasis></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Indien de opgeëiste persoon in </emphasis>Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony <emphasis role="italic">wordt geplaatst: </emphasis></para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>a. <emphasis role="italic">Zal de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling concreet kunnen worden beschermd tegen </emphasis>inter-prisoner violence, intimidation and exploitation<emphasis role="italic"> als omschreven in het rapport van het Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing (CPT) van 25 juni 2019?</emphasis></para>
        <para>b. <emphasis role="italic">Zo ja, op welke wijze? </emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 6.4 genoemde vragen aan de Litouwse uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> dat het onderzoek zal worden hervat op een nog nader te bepalen zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon, met tijdige kennisgeving daarvan aan de raadsvrouw van de opgeëiste persoon. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van een tolk in de Litouwse taal. Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,  					                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.F. van Hoorn en N.M. van Waterschoot,                       	   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman,		                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 19 november 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>