<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T11:39:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 17/7252 V</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8683">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8683</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-07-28T11:39:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-07-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8683 Rechtbank Amsterdam , 20-11-2019 / AMS 17/7252 V</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8683:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Geen recht op een Anw-uitkering. De echtgenoot van eiseres was op de dag van zijn overlijden niet verzekerd voor de volksverzekeringen in Nederland en ook niet in Marokko. Eiseres is daarom geen nabestaande in de zin van de Anw. Beroep ongegrond.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8683:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 17/7252 V</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer op het verzet van</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Nador in Marokko, opposante (hierna te noemen: [eiseres] ).</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen de beslissing op bezwaar van de Raad van bestuur van de Sociale verzekeringsbank (de Svb) van 10 november 2017 (het bestreden besluit 1) beroep ingesteld. Op 1 februari 2018 heeft de Svb het bestreden besluit 1 herzien (het bestreden besluit 2).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de uitspraak van 27 december 2018 heeft de rechtbank dat beroep niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen deze uitspraak verzet ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft niet gevraagd om op een zitting te worden gehoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechter heeft de mogelijkheid om zonder zitting uitspraak te doen. Een voorwaarde is dat er niet getwijfeld kan worden aan het eindoordeel. De rechtbank heeft in de beroepszaak uitspraak gedaan zonder zitting. De rechtbank heeft het beroep kennelijk niet-ontvankelijk verklaard. De reden hiervoor is dat [eiseres] de gronden van het beroep tegen het bestreden besluit 2 niet heeft opgestuurd.<footnote-ref linkend="_fcbfe937-dd94-4573-a519-35f64b39f14f" /></para>
    <para />
    <para>2. Als iemand tegen zo'n buiten-zittinguitspraak verzet instelt, moet de rechtbank beoordelen of zij in de beroepszaak terecht heeft geoordeeld dat het eindoordeel buiten redelijke twijfel stond. Het gaat er in deze verzetzaak dus om of buiten redelijke twijfel is dat het beroep niet-ontvankelijk is. Aan de inhoud van de beroepsgronden komt de rechtbank in deze zaak niet toe.</para>
    <para />
    <para>3. [eiseres] heeft in het aanvullend verzetschrift van 26 augustus 2019 inhoudelijke argumenten aangevoerd tegen het bestreden besluit 2. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>4. In de Awb staat dat een beroepschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen. Eén van de voorwaarden is dat in het beroepschrift moet worden aangegeven waarom de indiener van het beroep het niet eens bent met het bestreden besluit. Als het beroepschrift niet of niet op tijd wordt gemotiveerd, kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. Dat betekent dat het beroep niet inhoudelijk wordt behandeld. De enige uitzondering is als het niet (op tijd) motiveren van het beroepschrift [eiseres] niet kan worden verweten.<footnote-ref linkend="_37921e2b-d71d-4d05-9d86-d9648d8af967" /></para>
    <para />
    <para>5. [eiseres] heeft in het verzetschrift geschreven dat zij het niet eens is met de uitspraak van 27 december 2018 omdat zij haar bezwaren al had opgestuurd. </para>
    <para />
    <para>6. De verzetsrechter is van oordeel dat de brief van 22 februari 2018, waarmee [eiseres] uit eigener beweging de rechtbank heeft geschreven over het bestreden besluit 2, gronden bevat. [eiseres] heeft geschreven: “<emphasis role="italic">Ik verzoek u ook mij toestemming te geven de premies voor de vrijwillige verzekering van wijlen mijn echtgenoot te betalen. Ik ga er namelijk mee akkoord de premies voor de vrijwillige verzekering te betalen. (…) …mijn financiële situatie is slecht, ik heb geld nodig voor behandeling en om in de behoeften van mijn gezin te voorzien.</emphasis>” De bestuursrechter zal bij de inhoudelijke beoordeling van het beroep moeten beoordelen of het standpunt van [eiseres] doel treft.</para>
    <para />
    <para>7. Het verzet is reeds hierom gegrond. De buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank hervat het onderzoek in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. Dat betekent dat de buiten-zittinguitspraak vervalt en de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin dat zich bevond voordat die buiten-zittinguitspraak werd gedaan. </para>
    <para />
    <para>8. Er is geen reden voor een proceskostenveroordeling. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet gegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 20 november 2019 door mr. J.T. Kruis, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga Sanders, de griffier,</para>
      <para>en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier			</para>
      <para />
      <para>					rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen in de bodemzaak op: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open. De behandeling van het beroep wordt voortgezet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: C</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_fcbfe937-dd94-4573-a519-35f64b39f14f" label="1">
    <para>artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)</para>
  </footnote>
  <footnote id="_37921e2b-d71d-4d05-9d86-d9648d8af967" label="2">
    <para> 	artikelen 6:5 en 6:6 van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>