<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T11:41:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 19/3034</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8296">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8296</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T11:06:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8296 Rechtbank Amsterdam , 27-06-2019 / AMS 19/3034</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8296:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Ontheffing voor heiwerkzaamheden in verband met overschrijding geluidsnormen. Omwonenden vragen om schorsing van de ontheffing vanwege overlast. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. De aannemer heeft vooralsnog beperkt gebruikt gemaakt van de ontheffing en verwacht binnen de geplande tijd met de heiwerkzaamheden klaar te zijn. Er is op dit moment</para>
        <para>geen reden voor twijfel dat de werkzaamheden zullen uitlopen. Ook heeft de aannemer de omwonende op verschillende manieren compensatie geboden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8296:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">uitspraak </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK  AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 19/3034</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 27 juni 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoekers] </emphasis> <emphasis role="bold"> , </emphasis>te Amsterdam, verzoekers (gemachtigde: mr. J.M. Stedelaar),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amsterdam, </emphasis>verweerder (gemachtigde: mr. H.D. Hosper).</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Als derde-partij heeft aan het geding deelgenomen: [bedrijf 1] ,</bridgehead>
    <para>(gemachtigde:  mr. T.  Groot).</para>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 mei 2019 heeft [bedrijf 1] een aanvraag gedaan om verlening van een ontheffing als bedoeld in artikel 8.3, derde lid, van het Bouwbesluit 2012.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 mei 2019 (de ontheffing) heeft verweerder de gevraagde ontheffing verleend voor:</para>
      <para>het dieper heien  van  reeds aangebrachte  damwanden en</para>
      <para>het aanbrengen van nieuwe damwandplanken, waarbij er wordt voorgeboord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen de ontheffing bezwaar gemaakt. Zij hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek op de zitting heeft plaatsgevonden op 27 juni 2019. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder en [bedrijf 1] hebben zich laten vertegenwoordigen door hun gemachtigden. Voor [bedrijf 1] zijn verschenen [de persoon] ebacke, projectleider, en M.J. Profittlich, werkzaam bij bureau Fugro.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Inleiding</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1</nr>
      <parablock>
        <para>Aan de [wijk] is in januari van dit jaar ter hoogte van [adres] gestart met de bouw van een [gebouw] . Het project draagt de naam ' [naam] ' .</para>
        <para>
          [bedrijf 1] plaatst damwanden ten behoeve van de bouw van een parkeergarage onder [gebouw]  door die wanden de grond  in te  trillen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2</nr>
      <para>Op 24 april 2019 zijn de werkzaamheden om de damwanden te plaatsen tijdelijk stilgelegd omdat de in artikel 8.3 van het Bouwbesluit 2012 gestelde geluidsnormen werden overschreden. Uit metingen van Fugro was gebleken dat de norm van 80 dB(A) werd overschreden. Die overschrijding was, aldus [bedrijf 1] , het gevolg van onbekende obstakels in de grond waar de damwanden op stuitten. Omdat [bedrijf 1] verwachtte dat plaatsing van de damwanden door de obstakels niet zonder overschrijding van de geluidsnormen kon plaatsvinden, heeft [bedrijf 1] verweerder gevraagd om ontheffing te verlenen van de in artikel 8.3, eerste en tweede lid, van het Bouwbesluit 2012 gestelde geluidsnormen, die verweerder vervolgens heeft verleend.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>De ontheffing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.	Verweerder heeft de ontheffing verleend voor overschrijding van de maximale dagwaarde (LAr,LT) van 80 dB(A) gedurende 4 tot 8 dagen in de periode van 11 tot en met 28 juni 2019 tussen 8.00 en 16.00 uur. In de ontheffing worden diverse voorschriften gesteld om de overlast te beperken. Zo moeten de werkzaamheden worden uitgevoerd overeenkomstig de in bijlage 2 van de aanvraag aangegeven werkmethode. Verder moet bij de uitvoering gebruik worden gemaakt van de best beschikbare stille technieken en moet de voor de omgeving meest gunstige werkwijze worden toegepast.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Waar het verzoekers om gaat</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Verzoekers ondervinden ernstige geluidshinder van de werkzaamheden. Op de zitting hebben zij verteld dat deze hinder aanzienlijker is dan de hinder die zij van andere bouwprojecten hebben ondervonden. Het langdurig geluid veroorzaakt spanning. Zij vinden ook dat zowel [bedrijf 1] als verweerder de bewoners vooraf en tijdens het project onvoldoende hebben geïnformeerd over de mogelijke geluidsoverlast. Zij menen dat [bedrijf 1] onvoldoende in het werk heeft gesteld om de overlast te beperken en dat onvoldoende compensatie is geboden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verzoekers betogen dat de ontheffing onvoldoende waarborgt dat de overschrijding van de geluidsnormen beperkt blijft. Verweerder heeft bij de verlening van de ontheffing niet genoeg rekenschap gegeven van de (gezondheids)belangen van de bewoners. Verzoekers vragen daarom schorsing van de ontheffing. Als de ontheffing niet wordt geschorst vragen zij de voorzieningenrechter om maatregelen te treffen. Zij verlangen:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>permanente  monitoring  van het geluid;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>vaststelling van  maximum  aan dag- en piekwaarden;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>stillegging  van  werkzaamheden  bij overschrijding;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>nauwkeuriger  bepaling  van de  periode waarbinnen  de werkzaamheden plaatsvinden.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>De stand van zaken</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        [bedrijf 1] heeft in afwachting van de uitspraak op het verzoek om voorlopige voorziening tot dusver geen gebruik gemaakt van de ontheffing. Desondanks, zo liet [bedrijf 1] op de zitting weten, is de plaatsing van de damwanden  bijna voltooid. Een deel van  de damwanden moet nog één meter verder ingetrild worden. Een ander deel zou volgens het aanvankelijke plan nog dieper moeten worden ingebracht, maar dat blijkt vanwege de ondergrondse obstakels niet mogelijk. Verdere werkzaamheden voor dat deel kunnen achterwege blijven omdat bij aangepaste  bemaling met de bereikte diepte van twintig meter  kan  worden volstaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>Een en ander betekent dus, aldus [bedrijf 1] , dat nog één wand één meter dieper moet. [bedrijf 1] verwacht dat dit in vier uur moet kunnen worden voltooid,  wat neerkomt  op één à anderhalve  dag werk. Dat  is echter alleen  mogelijk als gebruik  kan worden  gemaakt van de ontheffing. Als wordt ingetrild binnen de normen van het Bouwbesluit, zouden de werkzaamheden moeten worden gestaakt zodra die normen worden overschreden. In dat geval zullen de benodigde vier uren worden verspreid over meerdere werkdagen in plaats van concentratie in één of anderhalve dag.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para />
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling door de voorzieningenrechter</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>De voorzieningenrechter moet beoordelen of het belang van verzoekers bij een schorsing van de ontheffing zwaarder weegt dan het belang van [bedrijf 1] bij de mogelijkheid om van de ontheffing gebruik te kunnen maken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>De ontheffing is verleend voor de periode van 11 tot en met 28 juni 2019. Dit betekent dat nog één dag van die ontheffing gebruik kan worden gemaakt. De voorzieningenrechter ziet zich nu voor de vraag gesteld: moet dat worden toegestaan of moet de ontheffing worden geschorst waardoor de termijn verloopt en zonder ontheffing moet worden gewerkt?</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3</nr>
      <para>Verzoekers waren op de zitting duidelijk: zij zien geen mogelijkheid om verdere overschrijding van de geluidsnormen te incasseren. Voor hen is de grens bereikt. Daarom zien zij er geen heil in dat voor één dag gebruik wordt gemaakt van de ontheffing om de werkzaamheden in één keer te voltooien. Omdat verzoekers eraan hechten dat de geluidnormen niet worden overschreden, accepteren zij dat de werkzaamheden in dat geval langer voortduren. Op de zitting hebben zij nog wel een aantal strikte voorwaarden gesteld (zie overweging 3.2) waaronder zij wel bereid waren om de door [bedrijf 1] voorgestelde optie te aanvaarden, maar [bedrijf 1] wilde die voorwaarden niet aanvaarden. Met name de door verzoekers gestelde voorwaarde dat de komende jaren het geluid permanent wordt gemonitord vormde een obstakel om tot een vergelijk te komen</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4</nr>
      <para>De in het Bouwbesluit 2012 gestelde geluidnormen zijn er niet voor niets. Die zijn er om de omgeving, waaronder omwonenden zoals verzoekers, te beschermen tegen forse geluidsoverlast van bouwwerkzaamheden. Forse geluidoverlast is, zeker naarmate die langer voortduurt, letterlijk en figuurlijk indringend. De voorzieningenrechter is zich daar van bewust.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.5</nr>
      <para>Maar het Bouwbesluit 2012 voorziet ook in de mogelijkheid tot ontheffing. Verweerder kan van die mogelijkheid gebruikmaken en heeft dat in dit geval ook gedaan door [bedrijf 1] toe te staan om gedurende vier tot acht dagen de maximale dagwaarde te overschrijden. Van die vier tot acht dagen hoeft nog in beperkte mate gebruik te worden gemaakt. Volgens [bedrijf 1] kunnen de werkzaamheden in vier uur worden voltooid. Verzoekers willen daar niet op varen, maar de voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om die inschatting in twijfel te trekken. Dat neemt uiteraard niet weg dat vier uur geluidoverlast van meer dan 80 dB(A) opnieuw een claim op verzoekers legt, maar dan zijn de werkzaamheden naar alle waarschijnlijkheid ook voltooid en zal van overlast door plaatsing van de damwanden geen sprake meer zijn. Verzoekers kunnen voor die dag nog steeds gebruik maken van de door [bedrijf 1] geboden compensatie die bestaat uit verblijf in een hotellounge of vergaderruimte in het QO hotel met vergoeding van lunch en drankenarrangement of uit vergoeding van verblijf op een door verzoekers te kiezen locatie. De kosten voor verblijf op de door verzoekers gekozen locatie worden vergoed tot€ 250,­ per dag, onder overlegging van facturen van de gemaakte kosten.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.6</nr>
      <para>Alles afwegendeziet de voorzieningenrechter reden om toe te staan dat op de laatste dag van de termijn van de ontheffing gebruik wordt gemaakt. Daarbij kan in het midden blijven of het bezwaar een redelijk kans van slagen heeft. Van een evident onrechtmatig besluit is naar het oordeel van de voorzieningenrechter geen sprake.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.7</nr>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 27 juni 2019 door mr. <emphasis role="bold">A.K. </emphasis>Mireku, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van J.P. Braam, griffier. De beslissing is dezelfde dag om 17.50 uur door de griffierr  er e-mail en per faxbericht aan partijen bekendgemaakt.</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para>griffie	</para>
      <para>voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>