<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-01T15:06:40</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-131053/19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#mondelingeUitspraak">Mondelinge uitspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8159">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8159</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-01T15:00:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8159 Rechtbank Amsterdam , 12-07-2019 / 13-131053/19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8159:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Uitspraak politierechter op eenvoudige belediging van een ambtenaar in functie.</para>
      <para />
      <para>Belediging "mild"</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8159:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13-131053/19  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 2 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de politierechter te Amsterdam, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[verdachte]</emphasis>,</para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>	wonende te [adres verdachte] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 2 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. G. Dankers, en van wat de raadsvrouw van verdachte, mr. W.P.A. Vos, naar voren hebben gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij op of omstreeks 30 mei 2019 te Amsterdam opzettelijk een of meer ambtenaren, te weten [verbalisant 1] en/of [verbalisant 2] , gedurende of ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn/haar bediening, in zijn/haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door hem/haar de woorden toe te voegen: "Met jou praat ik helemaal niet met je lelijke hoofd. Je bent lelijk", althans woorden van gelijke beledigende aard en/of strekking;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, de politierechter is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie, zakelijk weergegeven</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan belediging van twee ambtenaren gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van hun bediening. Dit kan wettig en overtuigend bewezen worden met het proces-verbaal van bevindingen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van de hele tenlastelegging. Zij wijst op een krantenartikel met de titel: ‘De politie moet iets minder lange tenen hebben’. De raadsvrouw stelt dat haar cliënt onder invloed was en zich in een groep met meerdere personen bevond. Hij kan zich niet herinneren wat er gezegd is, maar kan zich niet voorstellen dat hij de ten laste gelegde beledigende woorden in de mond heeft genomen. Als hij dit al gezegd zou hebben, dan gaat het volgens de raadsvrouw om een mening. De raadsvrouw stelt de enige reden dat haar cliënt gedagvaard is, zijn top600 status is. Zijn medeverdachte met relevante documentatie heeft immers een strafbeschikking gekregen. Dat de politieambtenaar de ten laste gelegde woorden als beledigend heeft opgevat is volgens de raadsvrouw onbegrijpelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Oordeel van de politierechter</emphasis>
        </para>
        <para>In het procesdossier bevindt zich een proces-verbaal van bevindingen van de verbalisanten waaruit blijkt dat zij zich beledigd voelden. De tenlastegelegde bewoordingen zijn blijkens het proces-verbaal door verdachte geuit, specifiek gericht aan verbalisant [verbalisant 2] . De belediging van [verbalisant 2] wordt daarom bewezen geacht. Agenten hoeven bij de uitoefening van hun functie niet alles goed te vinden en hoeven ook niet overal  tegen te kunnen. De ten laste gelegde woorden kunnen als beledigend worden aangemekt</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Bewezenverklaring </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De politierechter acht bewezen dat verdachte:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">op 30 mei 2019 te Amsterdam opzettelijk ambtenaar [verbalisant 2] , gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van haar bediening, in haar tegenwoordigheid, mondeling heeft beledigd, door haar de woorden toe te voegen: "Met jou praat ik helemaal niet met je lelijke hoofd. Je bent lelijk". </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. </para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen verklaarde feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte ter zake van het door haar bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 15 uur te vervangen door 7 dagen hechtenis. De officier van justitie licht toe dat er een stevig signaal afgegeven moet worden en dat moet worden voorkomen dat situaties waarbij politiebijstand nodig is escaleren.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat indien er een straf zou worden opgelegd, volstaan moet worden met een waarschuwing in de vorm van een voorwaardelijke straf, nu haar cliënt hard bezig is zijn leven op de rit te krijgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de politierechter</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het misdrijf, de omstandigheden waaronder dit feit is gepleegd en de persoon van verdachte, zoals die ter terechtzitting zijn gebleken. De politierechter heeft in het bijzonder het volgende laten meewegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Vooropgesteld wordt dat de politie haar werk moet kunnen doen zonder beledigende woorden naar het hoofd te krijgen van mensen die het niet eens zijn met het optreden van de politie.  De door verdachte geuite woorden zijn weliswaar aan te merken als beledigend, maar van een relatief mild kaliber. Niet ondenkbaar en zeker ook niet onbegrijpelijk is dat het beledigde gevoel dat de woorden van verdachte bij de agent heeft doen ontstaan, mede opgewekt is door het voorafgaande gedrag van verdachte en zijn vrienden, zoals valt op te maken uit het proces-verbaal.</para>
        <para>Het strafbare feit is in die zin als het ware te kwalificeren als “belediging <emphasis role="italic">mild</emphasis>”. Uit het proces-verbaal van verhoor van verdachte blijkt dat hij spijt heeft van zijn gedrag en daarvoor ook zijn excuses heeft gemaakt. Gelet op deze omstandigheden bestaat er aanleiding om bij de strafoplegging af te wijken van de eis van de officier van justitie en wordt een straf in de vorm van een voorwaardelijke geldboete van 100 euro passend geacht.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57, 266, 267 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De politierechter komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">eenvoudige belediging, terwijl de belediging wordt aangedaan aan een ambtenaar gedurende en ter zake van de rechtmatige uitoefening van zijn bediening, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een geldboete ter hoogte van <emphasis role="bold">€ 100, </emphasis>(zegge honderd euro) bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door hechtenis voor de tijd van 2 dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze geldboete niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een proeftijd van 2 jaren vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. J.O. Rutten 	politierechter</para>
      <para>en K. Spanjaart, 	griffier</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en uitgesproken op 2 juli 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>