<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:15:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751434-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8086">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8086</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T15:26:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8086 Rechtbank Amsterdam , 29-10-2019 / 13/751434-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8086:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussenuitspraak ten behoeve van nadere informatie in welke detentie-instelling de OP na overlevering zal worden geplaatst, en in geval van Pravieniskès Correction House, of hij kan worden beschermd tegen geweld en intimidatie, beschreven door het CPT.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8086:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751434-19</para>
      <para>RK nummer: 19/3680</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 29 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 14 juni 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 10 mei 2019 door de <emphasis role="italic">Prosecutor General’s Office of the Republic of Lithuania</emphasis> (Litouwen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [opgeëiste persoon]
        </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Colombia) op [geboortedag] 1962</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:</para>
      <para>	[BRP-adres]</para>
      <para>gedetineerd in de [detentieplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 6 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 6 augustus 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. B. van Straaten, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Spaanse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de uitspraak op 20 augustus 2019 zal worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 20 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 20 augustus 2019 overwogen dat zij na sluiting van het onderzoek aanleiding heeft gezien het onderzoek ter zitting te heropenen, omdat de rechtbank aanvullende informatie wenst over de vraag of tegen de beslissing tot uitvaardiging </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>van een EAB door de Litouwse procureur generaal (<emphasis role="italic">Chief Prosecutor</emphasis>) beroep in rechte mogelijk is  als ten aanzien en of over de detentieomstandigheden in Litouwse detentie-instellingen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 10 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is door de - in samenstelling gewijzigde - rechtbank, </para>
      <para>met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 10 september 2019. </para>
      <para>Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie <?linebreak?>mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, <?linebreak?>mr. F.T.C. Dölle (als waarnemer voor mr. B. Van Straaten) en door een tolk in de Spaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek op 10 september 2019 geschorst teneinde te onderzoeken of in voldoende mate kan worden uitgesloten dat de opgeëiste persoon na overlevering in detentie zal worden blootgesteld aan een onmenselijke of vernederende behandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 15 oktober 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is door de – in samenstelling gewijzigde - rechtbank, </para>
      <para>met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 15 oktober 2019. </para>
      <para>Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie <?linebreak?>mr. J.J.M. Asbroek. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw </para>
      <para>mr. B. van Straaten, advocaat te Amsterdam, en door een tolk in de Spaanse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat op 29 oktober 2019 uitspraak zal worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Colombiaanse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een arrestatiebevel van de <emphasis role="italic">Court of Appeals of Lithuania</emphasis> van 7 mei 2019 (zaaknummer: 1A-282-518/2019)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar Litouws recht strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak 20 augustus 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar de tussenuitspraak van 20 augustus 2019 waarin al is geoordeeld over de niet-onherroepelijkheid van de veroordeling, de strafbaarheid van de feiten, </para>
      <para>het gelijkstellingsverweer en het beroep op artikel 7 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie. Deze oordelen dienen in de onderhavige uitspraak als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bevoegdheid van de Prosecutor General’s Officetot het uitvaardigen van een EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst in dit verband eveneens naar hetgeen zij in de tussenuitspraak van 20 augustus 2019 met betrekking tot dit onderwerp heeft overwogen. Het schrijven van 27 juni 2019 van de <emphasis role="italic">Chief Prosecutor, waarnaar verwezen wordt,</emphasis> houdt onder meer in:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“In addition, Article 63 of the CPP stipulates that persons participating in the proceedings may appeal against actions or decisions taken by prosecutor to the superior prosecutor. In cases where the superior prosecutor declines to grant the appeal rendering an order, this order may be appealed against to the pre-trial judge”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast wijst de rechtbank op de brief van 29 augustus 2019 van de <emphasis role="italic">Deputy Chief Prosecutor</emphasis> , inhoudende onder meer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">“In accordance with Article 63 of the Code of Criminal Procedure, the actions of Chief Prosecutor of Department for Prosecution of the Prosecutor General's Office issuing the European arrest warrant may be appealed against to the superior prosecutor, i.e. Prosecutor General of the Republic of Lithuania (Deputy Prosecutor General). If the Prosecutor General of the Republic of Lithuania (his Deputy) refuses to uphold the complaint, such decision may be appealed against to the pre-trial judge.” </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt hieruit af dat tegen de beslissing van procureur-generaal tot uitvaardiging van een EAB beroep openstaat bij een hogere of hoogste procureur-generaal <emphasis role="italic">(Deputy) Prosecutor General)</emphasis>, waartegen vervolgens weer beroep openstaat bij een onderzoeksrechter/rechter-commissaris. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop en op hetgeen reeds bij tussenuitspraak van 20 augustus 2019 is overwogen, is de rechtbank van oordeel dat de uitvaardigende Litouwse officier van justitie <emphasis role="italic">(the Chief Prosecutor) </emphasis>voldoet aan de vereisten om als een “uitvaardigende rechterlijke autoriteit” in de zin van artikel 6, lid 1, van Kaderbesluit 2002/584 te worden aangemerkt, namelijk de vereisten zoals het Hof van Justitie van de Europese Unie die heeft omschreven in zijn overwegingen 73, 74 en 75 in het arrest van 27 mei 2019 in de zaken C-508/18 (zaak OG) en C-82/19 PPU (zaak </para>
      <para>PI). </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Detentieomstandigheden</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst ook in dit verband naar hetgeen zij in de tussenuitspraak van <?linebreak?>20 augustus 2019 met betrekking tot dit onderwerp heeft overwogen. Voorts wijst zij op hetgeen de rechtbank ter zitting van 10 september 2019 heeft overwogen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij brief van augustus 2019 heeft de Litouwse uitvaardigende autoriteit onder meer het volgende meegedeeld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">1. After surrender to the Republic of Lithuania and until referral to the specific custodial facility to serve his sentence, [opgeëiste persoon] would be kept in Kaunas Remand Prison or Pravieniškės Correction House-Open Colony. (…)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij schrijven van september 2019 heeft de Litouwse uitvaardigende autoriteit meegedeeld (voor zover van belang):</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">1. After surrender to the Republic of Lithuania and until referral to the specific establishment of deprivation of liberty to serve his sentence, [opgeëiste persoon] would be kept in a remand prison. (…)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">3. After [opgeëiste persoon] is surrendered to the Republic of Lithuania, he would be accommodated in the remand division located in Pravieniškės Correction House-Open Colony or in Kaunas Remand Prison. (…)</emphasis>”</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij brief van 1 oktober 2019 heeft de Litouwse uitvaardigende autoriteit naar aanleiding van aanvullende vragen het volgende meegedeeld:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“If the said person is held in Kaunas Remand Prison, he will be allocated with at least 3.6 sq.m. of personal space (excluding sanitary area). If the person is held in the remand division of Pravieniškės Correction Facility-Open Colony, he will be allocated at least 5 sq. m. of personal space (excluding sanitary area). </emphasis>
        </para>
        <para>(…)”</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft onder meer betoogd dat op de rechtbank de onderzoekplicht rust om uit te zoeken in welke instantie de opgeëiste persoon na zijn onherroepelijke veroordeling zal worden gedetineerd.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft de mogelijkheid geopperd te vragen naar de garantie dat de</para>
        <para>opgeëiste persoon zal worden geplaatst in Kaunas, de instelling waarvan de rechtbank nog geen</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>algemeen gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling heeft aangenomen. Volgens de officier van justitie is het in het licht van eerdere rechtspraak niet nodig nadere vragen te stellen over waar de opgeëiste persoon na zijn onherroepelijke veroordeling zal worden geplaatst.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in de onderhavige zaak bij tussenuitspraak van 20 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:6202) geoordeeld dat wegens de buitengewone niveaus van geweld, intimidatie en uitbuiting een reëel gevaar bestaat dat personen die in Litouwen worden gedetineerd in (onder andere) de detentie-instelling <emphasis role="italic">Pravieniškės Correction Home </emphasis>- maar niet in de detentie-instelling<emphasis role="italic"> Kaunas Remand Prison -</emphasis>, onmenselijk of vernederend worden behandeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Litouwse autoriteiten hebben meermaals meegedeeld dat de opgeëiste persoon na overlevering aan Litouwen in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> of <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony </emphasis>(dat, naar de rechtbank begrijpt, deel uitmaakt van <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction Home</emphasis>) zal worden geplaatst, tot het moment waarop hij naar een penitentiaire inrichting wordt overgeplaatst om de (eventueel) aan hem opgelegde vrijheidsstraf uit te zitten.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het reëel gevaar dat personen die worden gedetineerd in de detentie-instelling <emphasis role="italic">Pravieniškės Correction Home</emphasis> onmenselijk of vernederend worden behandeld, moet de rechtbank, alvorens zij kan beslissen op het overleveringsverzoek, weten in welke van de twee genoemde penitentiaire inrichtingen de opgeëiste persoon na aankomst in Litouwen zal worden geplaatst. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Indien het antwoord luidt dat de opgeëiste persoon in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony </emphasis>zal worden geplaatst, rust op de rechtbank de verplichting om te beoordelen of er zwaarwegende en op feiten berustende gronden bestaan om aan te nemen dat de opgeëiste persoon dit gevaar zal lopen vanwege de te verwachten omstandigheden van zijn detentie in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> in Litouwen (Hof van Justitie van de Europese Unie (HvJ), 5 april 2016, C-404/15 en C-659/15 PPU, ECLI:EU:C:2016:198, <emphasis role="italic">Aranyosi en Căldăraru</emphasis>, punt 92).</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om die reden moet de rechtbank de uitvaardigende justitiële autoriteiten in Litouwen om alle noodzakelijke aanvullende gegevens verzoeken met betrekking tot de omstandigheden waaronder de opgeëiste persoon naar verwachting in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony</emphasis> zal worden gedetineerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet hierop zal de rechtbank het onderzoek ter zitting heropenen voor het stellen van de volgende vragen: </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>In welke detentie-instelling zal de opgeëiste persoon na zijn overlevering aan Litouwen worden geplaatst, in <emphasis role="italic">Kaunas Remand Prison</emphasis> of <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open</emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">Prison Colony</emphasis>? <?linebreak?></para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Indien de opgeëiste persoon in <emphasis role="italic">Pravieniškès Correction House-Open Prison Colony </emphasis>wordt geplaatst: <?linebreak?>a. zal de opgeëiste persoon in deze detentie-instelling concreet kunnen worden beschermd tegen <emphasis role="italic">inter-prisoner violence, intimidation and exploitation </emphasis>als omschreven in het rapport van het Comité voor de preventie van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling of bestraffing van 25 juni 2019? <?linebreak?>b. zo ja, op welke wijze? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verzoekt de officier van justitie om voornoemde vragen aan de Litouwse uitvaardigende autoriteit voor te leggen</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en<emphasis role="bold"> SCHORST </emphasis>het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de onder 6.4 genoemde vragen aan de Litouwse uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Spaanse taal tegen het nader te bepalen tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. Ch.A. van Dijk,	  				             	            		voorzitter,</para>
      <para>mrs. R. Godthelp en T. Trotman, 	 		                        			   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van R. Rog,				                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 29 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>