<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:8065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-04T11:21:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/684283-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8065">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:8065</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-04T11:13:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:8065 Rechtbank Amsterdam , 11-10-2019 / 13/684283-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8065:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Mishandeling van moeder, voorwaardelijk opzet. Gedeeltelijke voorwaardelijke gevangenisstraf met bijzondere voorwaarden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:8065:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/684283-18 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 11 oktober 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. S.A. van de Vliet, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. I. Appel, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 5 juli 2018, te Amsterdam, in elk geval in Nederland, (zijn moeder) </para>
      <para>
        [naam slachtoffer] heeft mishandeld door</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde [naam slachtoffer] vast te pakken en/of vast te klemmen en/of te duwen en/of te trekken en/of</para>
    <para>- zijn armen om de keel en/of nek van voornoemde [naam slachtoffer] te slaan en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) voornoemde [naam slachtoffer] in een wurggreep te houden en/of</para>
    <para>- zijn handen tegen de keel van voornoemde [naam slachtoffer] (hard) aan te duwen en/of</para>
    <para>- op/tegen het gezicht, in elk geval op/tegen hoofd, van voornoemde [naam slachtoffer] te slaan en/of te stompen;</para>
    <bridgehead role="bold">3. Waardering van het bewijs</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte partieel moet worden vrijgesproken, namelijk van het slaan of stompen tegen het lichaam of het hoofd. Het overige aan verdachte ten laste gelegde kan worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman van verdachte heeft bepleit dat verdachte nooit de intentie heeft gehad om zijn moeder pijn te doen of letsel toe te brengen. Alle tenlastegelegde handelingen kunnen worden bewezen behalve het slaan en stompen van zijn moeder. Daarvoor moet vrijspraak volgen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de aangifte, het geconstateerde letsel bij aangeefster en de verklaring van verdachte stelt de rechtbank vast dat verdachte zijn moeder heeft vastgepakt, zijn armen om haar keel heeft geslagen, haar in een wurggreep heeft gehouden en zijn handen tegen zijn moeders keel heeft geduwd. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met deze handelingen willens en wetens de aanmerkelijke kans op het toebrengen van pijn en letsel heeft aanvaard.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachte zijn moeder heeft geslagen dan wel heeft gestompt. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte op 5 juli 2018 te Amsterdam zijn moeder [naam slachtoffer] heeft mishandeld door</para>
    </parablock>
    <para>- voornoemde [naam slachtoffer] vast te pakken en</para>
    <para>- zijn armen om de keel van voornoemde [naam slachtoffer] te slaan en</para>
    <para>- vervolgens voornoemde [naam slachtoffer] in een wurggreep te houden en</para>
    <para>- zijn handen hard tegen de keel van voornoemde [naam slachtoffer] aan te duwen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor het door hem bewezen geachte feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 43 dagen, met aftrek van voorarrest, waarvan 14 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 (twee) jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht de strafeis van de officier van justitie te volgen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de mishandeling van zijn moeder door haar vast te pakken en in een wurggreep te houden. Door op deze manier te handelen heeft verdachte er blijk van gegeven geen respect te hebben voor de lichamelijke integriteit van anderen. De omstandigheid dat het slachtoffer de moeder van verdachte is, maakt dit feit des te kwalijker. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens het uittreksel Justitiële Documentatie van 14 mei 2019 is verdachte niet eerder voor soortgelijke misdrijven veroordeeld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft kennis genomen van het Pro Justitia rapport van 18 oktober 2018, opgesteld en ondertekend door drs. R.S. Turk, GZ-psycholoog. Dit rapport houdt onder meer, zakelijk weergegeven, het volgende in: </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Betrokkene komt uit het onderzoek naar voren als een man die lijdt aan een autisme-spectrumstoornis en een stoornis in het gebruik van cannabis. Het beeld wordt gecompliceerd door een onderliggende psychotische belevingswereld. Dit heeft de gedragskeuzes en gedragingen van betrokkene ten tijde van het ten laste gelegde beïnvloed, maar de mate van impulsiviteit was niet van dien aard dat betrokkene geen gedragskeuzen meer had in de situatie waarin hij zich bevond en als ontoerekeningsvatbaar zou moeten worden beschouwd.. Geadviseerd wordt het ten laste gelegde op grond van zijn stoornis in verminderde mate toe te rekenen. Risicotaxatie wijst op een verhoogd risico op recidive. Ambulante behandeling lijkt op dit moment de meest voor de hand liggende optie. Doel van de behandeling is het recidiverisico te verlagen. Indien het ten laste gelegde wordt bewezen, wordt geadviseerd betrokkene in het kader van bijzondere voorwaarden bij een voorwaardelijk strafdeel onder toezicht te plaatsen van Reclassering Nederland en hem te verplichten zich te houden aan de aanwijzingen die hij hier zal ontvangen voor behandeling bij de Forensisch Ambulante Zorg van Inforsa.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft de rechtbank ook acht geslagen op het reclasseringsrapport van 7 december 2018 waarin het voornoemde advies wordt onderschreven. De reclassering adviseert daarom een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden, te weten een meldplicht en ambulante behandeling. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij bereid is mee te willen werken aan de geadviseerde bijzondere voorwaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank onderschrijft de conclusies uit het Pro Justitia rapport en neemt het advies van de reclassering over. De rechtbank acht het van belang dat verdachte wordt behandeld en leert omgaan met zijn stoornis. De rechtbank acht het niet noodzakelijk dat verdachte een langere straf uitzit dan dat hij reeds in voorarrest heeft doorgebracht. De rechtbank zal daarom de strafeis van de officier van justitie volgen en aan het voorwaardelijke strafdeel de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden koppelen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 300 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mishandeling, terwijl de schuldige het misdrijf begaat tegen zijn moeder.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van <emphasis role="bold">42 dagen</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, groot <emphasis role="bold">28 dagen</emphasis>, bij de tenuitvoerlegging van die straf <emphasis role="bold">in mindering gebracht zal worden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline">Nu onduidelijkheid bestaat omtrent de duur van de voorlopige hechtenis merkt de rechtbank op dat het onvoorwaardelijk deel van de gevangenisstraf gelijk moet zijn aan de reeds in verzekering en in voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd. Het is uitdrukkelijk niet de bedoeling dat verdachte nog een onvoorwaardelijk deel van de straf moet uitzitten.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat een gedeelte, groot <emphasis role="bold">14 dagen</emphasis>, van deze gevangenisstraf niet tenuitvoergelegd zal worden, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> van <emphasis role="bold">2 (twee) jaren</emphasis> vast.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als algemene voorwaarden dat de veroordeelde: </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt; en,</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen. </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Stelt als bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>zich meldt na het ingaan van de proeftijd bij Reclassering Nederland. Veroordeelde blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zo lang de reclassering dat nodig vindt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich laat behandelen en begeleiden door FAZ Inforsa of een soortgelijke (forensische) zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling zal zich richten op delictpreventie, het verminderen van symptomen van zijn stoornis en reduceren van maatschappelijke problemen. De toezichthouder zal veroordeelde aanmelden voor de behandeling. Veroordeelde houdt zich aan de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor deze behandeling. Veroordeelde houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling. Het innemen van medicijnen kan onderdeel zijn van de behandeling.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Geeft aan genoemde instelling opdracht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. L. Voetelink,									    voorzitter,</para>
      <para>mrs. Y. Moussaoui en M.C. Eggink, 						       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. S.D. van der Heiden, 					         griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>