<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:7950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2024-04-04T17:15:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">: 13.751.640-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7950">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7950</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-28T10:10:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:7950 Rechtbank Amsterdam , 27-09-2019 / : 13.751.640-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7950:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Oostenrijks executie-EAB, overlevering toegestaan</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7950:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: : 13.751.640-19</para>
      <para>RK nummer: 19/4501</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 27 september 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 29 juli 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 17 mei 2019 door het <emphasis role="italic">Landesgericht für Strafsachen Wien</emphasis> (Oostenrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[naam opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Oostenrijk) op [geboortedag] 1981, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [Detentieadres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 13 september 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. J.M. Buchel, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Duitse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Oostenrijkse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">Anordnung der Festnahme des Landesgerichtes für Strafsachen Wien</emphasis> van 26 september 2017 met zaaknummer 188 BE 71/16h.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van het <emphasis role="italic">Landesgericht Linz</emphasis>, dat op 18 september 2012 onherroepelijk is geworden, is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een gevangenisstraf van vier maanden en tot opname in een inrichting (“<emphasis role="italic">zeitlich unbegrenzte Anhaltung in einer Anstalt für geistig abnorme Rechtsbrecher”</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft bij schrijven van 10 september 2019 meegedeeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beslissing van 17 maart 2017 is de opgeëiste persoon voorwaardelijk in vrijheid gesteld, mits hij aan de gestelde voorwaarden zou voldoen gedurende een periode van vijf jaren. Omdat hij zich niet aan de gestelde voorwaarden heeft gehouden, is bij voornoemde beslissing van <?linebreak?>26 september 2017 zijn aanhouding bevolen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt aldus verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een “<emphasis role="italic">zeitlich unbegrenzte Anhaltung in einer Anstalt für geistig abnorme Rechtsbrecher</emphasis>”, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsbenemende maatregel is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor genoemde vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis van het <emphasis role="italic">Landesgericht Linz</emphasis> betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Genoegzaamheid  </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de raadsvrouw is aangevoerd dat het EAB niet genoegzaam is. Niet is omschreven welke voorwaarden de opgeëiste persoon heeft overtreden waardoor de maatregel “<emphasis role="italic">zeitlich unbegrenzte Anhaltung in einer Anstalt für geistig abnorme Rechtsbrecher”</emphasis> moet worden hervat. Om die reden kan niet worden beoordeeld of overlevering aan de Oostenrijkse justitiële autoriteiten rechtvaardig is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het EAB geen gegevens hoeft te bevatten betreffende de reden waarom een voorwaardelijke straf alsnog ten uitvoer wordt gelegd. Er is daarom geen sprake van een ongenoegzaam EAB. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feit vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van feit I waarvoor de overlevering wordt verzocht, moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit dit strafbare feit heeft aangeduid als een feit vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW.  Het feit valt op deze lijst onder nummer 14, te weten:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Moord en doodslag, zware mishandeling</emphasis>
        </para>
        <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op dit feit naar het recht van Oostenrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten II, III en IV niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht, meermalen gepleegd;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">	begaan met betrekking tot een wapen van categorie II;</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">	Poging tot diefstal</emphasis>. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Overige verweren  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de verdediging is naar voren gebracht dat de opgeëiste persoon van origine niet uit Oostenrijk afkomstig is en hij zich daar niet thuis voelt. De maatregel van “<emphasis role="italic">zeitlich unbegrenzte Anhaltung in einer Anstalt für geistig abnorme Rechtsbrecher”</emphasis> is in het belang van de Oostenrijkse samenleving opgelegd, maar de opgeëiste persoon wil helemaal niet naar Oostenrijk terug. Hij heeft een leven in Nederland opgebouwd en wil eventueel terug naar Spanje, uit welk land hij afkomstig is. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank slaagt dit verweer niet. De persoonlijke omstandigheden van de opgeëiste persoon zijn geen grond om de overlevering te weigeren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Nederlandse strafzaken</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten slotte heeft de raadsvrouw betoogd dat de overlevering moet worden geweigerd omdat er </para>
        <para>nog een aantal strafzaken bij de kantonrechter in Rotterdam loopt en de opgeëiste persoon bij de behandeling daarvan aanwezig wil zijn. Dat kan niet als hij wordt overgeleverd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat de nog lopende strafzaken in Nederland ingevolge artikel 36 OLW in beginsel tot uitstel van de feitelijke overlevering leiden. Nog lopende strafzaken zijn echter geen weigeringsgrond.  </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 45, 285 en 310 Wetboek van Strafrecht, 26 en 55 Wet wapens en munitie en <?linebreak?>2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[naam opgeëiste persoon] </emphasis>aan het <emphasis role="italic">Landesgericht für Strafsachen Wien</emphasis> (Oostenrijk).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. I. Verstraeten-Jochemsen,  			                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.R.P.J. Davids en O.P.M. Fruytier,				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,	                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>