<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:7465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-14T12:04:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751441-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7465">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-02-14T12:03:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-02-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:7465 Rechtbank Amsterdam , 19-09-2019 / 13/751441-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7465:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7465:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751441-18</para>
      <para>RK-nummer: 18/3804</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 19 september 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 12 juni 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 31 augustus 2015 door <emphasis role="italic">the Circuit Court in Poznań</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboortegegevens] 1979, </para>
      <para>niet ingeschreven in de Basisregistratie personen,</para>
      <para>verblijfadres in Nederland: [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 19 juli 2018</emphasis>
        <?linebreak?>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 19 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Heemskerk, advocaat te Roermond, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst voor onbepaalde tijd om de beantwoording van de door de Ierse rechter aan het Hof van Justitie van de Europese Unie gestelde prejudiciële vragen in de zaak C-216/18 PPU af te wachten, omdat die beantwoording mogelijk relevant was voor de afdoening van deze zaak. Deze beslissing had tot gevolg dat de beslistermijn werd opgeschort totdat de prejudiciële vragen waren beantwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 25 juli 2018</emphasis>
      </para>
      <para>Bij arrest van 25 juli 2018 heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) </para>
      <para>in de zaak C-216/18 PPU de gestelde prejudiciële vragen beantwoord. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 7 augustus 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 7 augustus 2018. Het verhoor van de opgeëiste persoon heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W. Heemskerk, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 16 augustus 2018</emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 16 augustus 2018 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor bepaalde tijd geschorst teneinde de raadsman en de officier van justitie in de gelegenheid te stellen hun standpunten te overleggen betreffende, kort gezegd, de vraag of er een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast wegens structurele of fundamentele gebreken wat de rechterlijke macht van Polen betreft, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen in gevaar brengen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 28 augustus 2018 </emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 28 augustus 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie, </para>
      <para>mr. N.R. Bakkenes. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft op 28 augustus 2018 afstand gedaan van zijn recht om de behandeling van de vordering ter zitting bij te wonen. Hij heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigd raadsman, mr. J. Zevenboom, advocaat te Almere.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met instemming van de officier van justitie en de raadsman heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing van het onderzoek op 16 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft eveneens met instemming van de officier van justitie en de raadsman het onderzoek onderbroken tot 11 september 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Sluiting onderzoek 11 september 2018 </emphasis>
      </para>
      <para>Op 11 september 2018 heeft de rechtbank het onderzoek gesloten en de uitspraakdatum op 25 september 2018 om 12.30 uur bepaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Schorsing overleveringsdetentie 11 september 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 11 september 2018 de schorsing van de overleveringsdetentie met ingang van 13 september 2018 bevolen, op grond van het bepaalde in artikel 22, vierde lid OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 25 september 2018 </emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 25 september 2018 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en geschorst tot 4 oktober 2018 om 12.30 uur, omdat zij meer tijd nodig had voor haar uitspraak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 4 oktober 2018</emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst in afwachting van de beantwoording door de uitvaardigende justitiële autoriteit van een aantal door tussenkomst van het Openbaar Ministerie aan die autoriteit voor te leggen vragen.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 6 december 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 6 december 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie </para>
      <para>mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is niet verschenen. De raadsman mr. J. Zevenboom heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens hem het woord te voeren.</para>
      <para>Met instemming van de officier van justitie en de raadsman heeft de rechtbank het onderzoek hervat in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing van het onderzoek op 28 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot 20 december 2018 om de raadsman meer voorbereidingstijd te gunnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opheffing schorsing 6 december 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 6 december 2018 met onmiddellijke ingang de schorsing van de overleveringsdetentie opgeheven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 20 december 2018</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 20 december 2018. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie </para>
      <para>mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon is niet verschenen. De door hem gemachtigde raadsman <?linebreak?>mr. J. Zevenboom heeft namens de opgeëiste persoon het woord gevoerd en verklaard dat de opgeëiste persoon op de hoogte is van deze zittingsdatum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek voortgezet in de stand waarin het zich bevond op het tijdstip van de schorsing van het onderzoek op 6 december 2018 en bepaald dat op 21 december 2018 het onderzoek wordt gesloten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Sluiting onderzoek 21 december 2018</emphasis>
      </para>
      <para>Op 21 december 2018 heeft de rechtbank, met instemming van partijen buiten zitting en in enkelvoudige samenstelling, het onderzoek gesloten en bepaald dat uitspraak wordt gedaan op 4 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 4 januari 2019</emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 4 januari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:43) heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 1 maart 2019</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is, met toestemming van partijen, voortgezet op de openbare zitting van 1 maart 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. De opgeëiste persoon is niet verschenen. De raadsman mr. J. Zevenboom heeft verklaard door de opgeëiste persoon uitdrukkelijk te zijn gemachtigd namens hem het woord te voeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Sluiting onderzoek 16 april 2019</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft op 16 april 2019 het onderzoek ter zitting gesloten en direct uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 16 april 2019</emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 16 april 2019 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om de in de tussenuitspraak geformuleerde vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 19 september 2019</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 19 september 2019. Het onderzoek heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie </para>
      <para>mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon en zijn raadsman, mr. J. Zevenboom zijn niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon op de zitting van 7 augustus 2018 onderzocht. De opgeëiste persoon heeft toen verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een aanhoudingsbevel van 18 juni 2015 van <emphasis role="italic">the District Court in Poznań-Stare Miasto</emphasis> (referentie: II Kp 353/15-/-).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Ontvankelijkheid van de officier van justitie </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat zij niet-ontvankelijk wordt verklaard in de vordering aangezien de opgeëiste persoon zich niet meer in Nederland bevindt. Uit <emphasis role="italic">Form M</emphasis> van 29 april 2019 volgt dat de opgeëiste persoon op 21 februari 2019 in Spanje is gearresteerd en op 25 april 2019 aan Polen is overgeleverd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de officier van justitie in bovengenoemd standpunt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKLAART</emphasis> de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot het in behandeling nemen van het EAB.</para>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="bold">HEFT OP </emphasis>het bevel overleveringsdetentie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. A.K. Glerum,  				                         				voorzitter,</para>
      <para>mrs. O.P.M. Fruytier en M.E.M. James-Pater,                     				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                         	    	    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 19 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>