<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:7349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-04T14:42:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/672433 / KG ZA 19-978</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7349">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7349</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-04T14:38:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:7349 Rechtbank Amsterdam , 30-09-2019 / C/13/672433 / KG ZA 19-978</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7349:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De bewoners van drie woningen in Amsterdam- centrum zijn bij verstek veroordeeld om netbeheerder Liander toe te laten tot hun woningen.</para>
        <para>Zie ook ECLI:NL:RBAMS:2019:7348 en ECLI:NL:RBAMS:2019:7350.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7349:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="7e3d05c4-a188-4e71-a979-877dee6a8f52" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a46611a0-fc4e-4311-8084-f65604121859" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/672433 / KG ZA 19-978 FB/BB</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 30 september 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de naamloze vennootschap</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">LIANDER N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Arnhem,</para>
      <para>eiseres bij dagvaarding van 18 september 2019,</para>
      <para>advocaat mr. P. Courtens te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEN DIE VERBLIJVEN IN DE WONING AAN DE [gedaagden] ,</emphasis>
      </para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para>Ter zitting van 26 september 2019 heeft eiseres gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. Tegen de niet verschenen gedaagden is verstek verleend. Vervolgens heeft eiseres verzocht vonnis te wijzen. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal als volgt worden toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Gedaagden zullen als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van eiseres worden begroot op:</para>
      <para>- dagvaarding	€ 	81,83</para>
      <para>- griffierecht		639,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	633,00</emphasis></para>
      <parablock>
        <para>Totaal	€ 	1.353,83</para>
        <para>te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) voorgeschreven advertentie.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden om, na betekening van dit vonnis, op een door eiseres vast te stellen datum die door eiseres minimaal een week van te voren aan gedaagden zal worden meegedeeld, aan eiseres medewerking te verlenen om de woning aan de [gedaagden] te betreden en aan eiseres zodanige medewerking te verlenen dat eiseres alle handelingen kan verrichten aan het door haar beheerde elektriciteits- en gastransportnet en de in de woning aanwezige elektriciteits- en gasinfrastructuur die eiseres noodzakelijk acht uit hoofde van haar wettelijke taken en contractuele verplichtingen, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>machtigt eiseres om de onder 3.1 genoemde werkzaamheden te verrichten en veroordeelt gedaagden om te gedogen dat eiseres deze werkzaamheden verricht in de onder 3.1 genoemde woning,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden om, voor zover noodzakelijk ten behoeve van de hiervoor genoemde werkzaamheden, na betekening van dit vonnis, de woning te ontruimen voor de duur van die werkzaamheden, welke ontruiming zo nodig door de deurwaarder bewerkstelligd kan worden met behulp van de sterke arm conform het in artikel 555 e.v. jo. 444 Rv bepaalde,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>veroordeelt gedaagden in de proceskosten, aan de zijde van eiseres tot op heden begroot op € 1.353,83, te vermeerderen met de kosten van de in artikel 61 Rv voorgeschreven advertentie en te vermeerderen met de wettelijke rente over deze kosten, met ingang van veertien dagen na betekening van dit vonnis tot de dag van volledige betaling,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. F.B. Bakels, voorzieningenrechter, bijgestaan door mr. B.P.W. Busch, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 30 september 2019.<footnote-ref linkend="_89f35f5e-d711-401d-8aa3-dc21bcea02e6" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_89f35f5e-d711-401d-8aa3-dc21bcea02e6" label="1">
    <para>type: BPWB</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>