<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:7137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-09T15:17:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/671492 / HA RK 19-298</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7137">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:7137</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-09T15:16:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:7137 Rechtbank Amsterdam , 30-08-2019 / C/13/671492 / HA RK 19-298</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7137:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek niet ontvankelijk verklaard. In het verzoek staan geen feiten en omstandigheden vermeld waaruit volgt dat de kantonrechter jegens verzoeker vooringenomen is, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. De stelling van verzoeker dat deze zaak door andere zaken en personen is beïnvloed of dat het onmogelijk is een eerlijk proces te waarborgen is niet geconcretiseerd en vormt – ook indien deze zou komen vast te staan- geen grond voor wraking, aangezien deze geen betrekking heeft op de vooringenomenheid van de rechter. Toepassing anti-misbruik bepaling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:7137:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Wrakingskamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beslissing op het schriftelijk gedane en onder rekestnummer C/13/671492 / HA RK 19-298 ingeschreven verzoek van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>verzoeker,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk verzoek strekt tot wraking van mr. M.E.B. Terwee, kantonrechter te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Verloop van de procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Wrakingskamer heeft kennisgenomen van het door verzoeker op 27 augustus 2019 om 13.55 uur ingediende verzoek tot wraking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De ontvankelijkheid van het verzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij de rechtbank is onder zaaknummer 7381912 TB EXPL 18-3913 een procedure aanhangig, waarbij verzoeker partij is. De zaak stond voor het wijzen van vonnis op 27 augustus 2019 om 14.00 uur. De zaak is in behandeling bij mr. M.B. Terwee. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>In artikel 36 van het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering is bepaald dat elk van de rechters die een zaak behandelen op verzoek van een partij kan worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarbij heeft als uitgangspunt te gelden dat de rechter krachtens zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat de rechter jegens een partij enige vooringenomenheid koestert, althans dat de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Uit de wet en het vermoeden van onpartijdigheid volgt dat een verzoeker concrete feiten en omstandigheden dient aan te voeren waaruit volgt dat de rechter jegens een partij vooringenomen is, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. Alle feiten en omstandigheden moeten tegelijk - in het verzoek - worden voorgedragen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In het verzoek, waarvan een Word versie aan deze beschikking is gehecht, zijn geen feiten en omstandigheden vermeld waaruit volgt dat de kantonrechter jegens verzoeker vooringenomen is, of dat de vrees dat daarvan sprake is objectief gerechtvaardigd is. De stelling van verzoeker dat deze zaak door andere zaken en personen is beïnvloed of dat het onmogelijk is een eerlijk proces te waarborgen is niet geconcretiseerd en vormt – ook indien deze zou komen vast te staan- geen grond voor wraking, aangezien deze geen betrekking heeft op de vooringenomenheid van de kantonrechter. In het verzoek wordt niet eens gesteld dat de kantonrechter vooringenomen is of lijkt. Bij gebreke van stellingen ter zake van concrete op de rechter betrekking hebbende feiten en omstandigheden dient verzoeker aanstonds niet-ontvankelijk te worden verklaard in zijn wrakingsverzoek. De mondelinge behandeling kan daarom achterwege blijven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Omdat door verzoeker het middel tot wraking lichtvaardig is ingezet, want zonder kenbare relevante grondslag en volgens de op het verzoek gestempelde datum en tijdstip van ontvangst vijf minuten voordat uitspraak zou worden gedaan, is ingediend, is naar het oordeel van de Wrakingskamer sprake van misbruik van recht. De Wrakingskamer zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking van de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Op grond van het voorgaande wordt beslist als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">BESLISSING</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De Wrakingskamer:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para> verklaart verzoeker niet ontvankelijk in zijn verzoek tot wraking;</para>
        <para> bepaalt dat een volgend verzoek tot wraking gericht tegen de rechter belast met de behandeling van de zaak van verzoeker niet meer in behandeling zal worden genomen;</para>
        <para> bepaalt dat de procedure geregistreerd onder zaaknummer 7381912 TB EXPL 18-3913 wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond op het moment dat het wrakingverzoek werd ingediend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Aldus gegeven door mrs. N.C.H. Blankevoort, voorzitter, A.W.J. Ros en P.B. Martens, leden en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 30 augustus 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>(.....)</para>
        <para>“Vandaag op 27 augustus 2019 zal te 14:00 een kantonrechter uitspraak doen in de hoofdzaak met Zaaknummer: 7381912 TB EXPL 18-3913. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gronden en stellingen waarop deze zaak/zaken is/zijn opgebouwd hebben oorsprong uit onderstaande rechtszaken en rechtshandelingen.</para>
        <para>De brief van gemeente Amsterdam van 8 december 2015 welke gedeeltelijk is behandeld in de bestuursrechytelijk rechtszaak AMS 16 / 1904.</para>
        <para>De bestuursrechytelijk rechtszaak AMS 16 / 1904 op zichzelf</para>
        <para>De bestuursrechtelijke rechtszaak in hoger beroep bij de Centrale raad van Beroep met zaaknummer CrvB 17/6493</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>[     ] trad in deze zaken op als gemachtigde van gemeente Amsterdam.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gezien gemeente Amsterdam voor Preventie de collectieve zorgverzekering ter vervanging van een andere individuele zorgverzekering heeft alsnog heeft doorgezet in het kader van de zogenoemde schulden PREVENTIE maakt gemeente Amsterdam deel uit van de huidige procedures. Echter zijn de gronden van recht voortvloeiend uit de eerdere procedures tegen gemeente Amsterdam niet aangehaald. Daardoor is het recht waarop in de huidige zaak beroep op wordt gedaan voor mij niet bepaalbaar en verdedigbaar gezien hetgeen wordt verzwegen danwel verborgen en verdeeld in iedere zaaknummers waarover ik geen beschikking heb. Bijvoorbeeld het nevenzaaknummer TB EXPL 18-3913.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tevens is deze zaak door andere zaken en personen zeer beïnvloed. Ik laat mij hier elders over uit en heb dat al veelvuldig gedaan naar dhr. [     ].</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door deze situatie is het onmogelijk een eerlijk proces te waarborgen en te verkrijgen. Ik heb hierover al vele malen uitlatingen gedaan. Dit wordt ook in het openbaar door mij bekend gemaakt. Ik beroep mij daarom op het volgende artikel en wet in deze rechtszaak zeer zeker zal worden geschonden.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden, Rome, 04-11-1950</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold">Artikel 6. Recht op een eerlijk proces</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">1.</emphasis>Bij het vaststellen van zijn burgerlijke rechten en verplichtingen of bij het bepalen van de gegrondheid van een tegen hem ingestelde vervolging heeft een ieder recht op een eerlijke en openbare behandeling van zijn raak, binnen een redelijke termijn, door een onafhankelijk en onpartijdig gerecht dat bij de Wet is ingesteld.”</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>(.....)</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>