<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:6815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T15:20:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 19 _ 1526</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6815">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6815</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-06T15:19:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:6815 Rechtbank Amsterdam , 29-08-2019 / AWB - 19 _ 1526</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6815:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Pv mondelinge uitspraak, Participatiewet, maatregel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6815:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 19/1526 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">29 augustus 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Duivendrecht, eiseres </bridgehead>
    <para>en</para>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Het College van Burgemeester en Wethouders van Ouder-Amstel, verweerder</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: S. Dharampal).</para>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 29 juni 2018 (het primaire besluit) heeft verweerder aan eiseres een maatregel opgelegd op grond van de Participatiewet (Pw), bestaande uit een verlaging van de bijstandsuitkering met 100% gedurende twee maanden. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 1 februari 2019 (het bestreden besluit) heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 29 augustus 2019. Eiseres is niet verschenen. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank geeft hiervoor de volgende motivering.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres voert aan dat zij zich wel aan de re-integratieverplichtingen heeft gehouden en dat er bij de besluitvorming nauwelijks naar haar persoonlijke situatie is gekeken. Eiseres stelt zich voorts op het standpunt dat zij haar arbeidsverplichtingen niet heeft geschonden omdat zij haar werkzaamheden bij Actief Werkt zelf heeft beëindigd.</para>
    <para />
    <para>3. Verweerder stelt zich op het standpunt dat de maatregel op goede gronden is opgelegd.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank stelt vast dat eiseres niet heeft voldaan aan de verplichtingen die volgen uit artikel 18, vierde lid en onder h, Pw. Eiseres heeft weliswaar gesteld dat zij in de betrokken periode sollicitatieactiviteiten heeft verricht, maar zij heeft deze stelling niet onderbouwd met afschriften of andere bewijzen. Daarnaast heeft eiseres de vaststelling dat zij drie keer niet bij de Job center is geweest niet bestreden. Verweerder was dan ook gehouden om op grond van artikel 18, vijfde lid, Pw in samenhang met artikel 9 Afstemmingsverordening Ouder-Amstel 2015 (hierna: Afstemmingsverordening) een maatregel op te leggen.</para>
    <para />
    <para>5. Voor zover eiseres stelt dat zij haar arbeidsverplichtingen niet heeft geschonden omdat ze haar werkzaamheden bij Actief Werkt niet zelf heeft beëindigd, merkt de rechtbank op dat deze gedraging ook niet aan het bestreden besluit ten grondslag is gelegd, zodat dit geen verdere bespreking behoeft.</para>
    <para />
    <para>6. Met betrekking tot de recidive heeft verweerder verwezen naar het besluit van </para>
    <para>15 maart 2018, waarbij aan eiseres een eerste maatregel van 100% is opgelegd gedurende een maand. Met de beslissing op bezwaar van 16 augustus 2018 heeft verweerder dit besluit gehandhaafd. Tegen de beslissing op bezwaar is weliswaar beroep ingesteld, maar het beroep was niet gericht tegen de maatregel waardoor deze eerste maatregel in rechte vast is komen te staan. De rechtbank is van mening dat verweerder op goede gronden heeft vastgesteld er sprake is van recidive zodat de maatregel met toepassing van artikel 15, derde lid van de Afstemmingsverordening voor de duur van twee maanden opgelegd mocht worden.</para>
    <para />
    <para>7. Van dringende omstandigheden om van het opleggen van de maatregel af te zien of de maatregel te matigen is niet gebleken. </para>
    <para />
    <para>8. De beroepsgronden slagen niet</para>
    <para />
    <para>9. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. C.F. de Lemos Benvindo, rechter, in aanwezigheid van mr. N. van der Kroft, griffier, op 29 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep</para>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>