<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:6797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T17:45:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-17</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/254106-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6797">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6797</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-17T10:51:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:6797 Rechtbank Amsterdam , 17-09-2019 / 13/254106-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6797:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 60-jarige man krijgt 80 uur taakstraf omdat hij tussen april 2010 en oktober 2016 medische recepten heeft vervalst om medicijnen te krijgen van zijn apotheek.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6797:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VERKORT VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/254106-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 17 september 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verkort vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1959,</para>
      <para>zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>wonende te [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit verkort vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 3 september 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie, mr. P.C. Velleman, en van wat verdachte en zijn raadsvrouw, mr. J.P.W. Temminck Tuinstra, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van <emphasis role="bold">8 april 2010 t/m 19 oktober 2016 </emphasis>te Amsterdam, in elk geval in Nederland, eenmaal of meermalen (telkens) een of meer recept(en), zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt en/of vervalst, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, en/of opzettelijk gebruik heeft gemaakt van voornoemde valse of vervalste geschriften als ware het echt en onvervalst, immers heeft hij, verdachte (telkens) valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid:<?linebreak?>- eenmaal of meermalen een of meer recept(en) voor een of meer <emphasis role="bold">geneesmiddel(en) (waaronder opiaten) opgesteld op naam van psychiater [naam psychiater] </emphasis>en/of voornoemde recepten voorzien van een valse en/of vervalste <emphasis role="bold">handtekening </emphasis>van voornoemde [naam psychiater] en/of zijn, verdachtes, eigen handtekening en/of <emphasis role="bold">contactgegevens </emphasis>die (deels) niet overeenkomen met de daadwerkelijke contactgegevens van voornoemde [naam psychiater] en/of</para>
      <para>- (vervolgens) voornoemde valse en/of vervalste recept(en) eenmaal of meermalen ingeleverd bij <emphasis role="bold">BENU Apotheek [naam apotheek] </emphasis>te [plaats] teneinde voornoemde geneesmiddel(en) te verkrijgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van het ten laste gelegde.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit. Er is niet gehandeld met het oogmerk om te misleiden en enig voordeel te behalen. Verdachte kreeg van zijn psychiater [naam psychiater] (hierna: [naam psychiater] ) toestemming om met diens receptenpapier recepten voor zichzelf uit te schrijven. In dit kader verwijst de verdediging onder meer naar de blanco recepten waarover verdachte beschikte en naar e-mailcorrespondentie met [naam psychiater] . Verdachte was in de tenlastegelegde periode nog altijd ingeschreven als arts in het BIG register. Hij was dan ook bevoegd recepten uit te schrijven en te ondertekenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij receptenpapier van [naam psychiater] met zijn eigen handtekening of met een handtekening van [naam psychiater] ondertekende en bij zijn apotheek inleverde. Eén van de belangen die artikel 225 van het Wetboek van Strafrecht beschermt, is het vertrouwen dat burgers in het maatschappelijk verkeer in de juistheid van bepaalde geschriften moeten kunnen stellen. Of [naam psychiater] op de hoogte was van het handelen van verdachte en zich daar niet tegen verzette, hetgeen [naam psychiater] overigens weerspreekt, doet naar het oordeel van de rechtbank daarom niet ter zake. Verdachte heeft door het receptenpapier van [naam psychiater] te gebruiken valselijk recepten opgemaakt. In zijn relatie tot [naam psychiater] was verdachte geen arts, maar patiënt. Het misleidende van het handelen van verdachte was dat het voor de apotheek leek alsof de recepten van verdachtes behandelend psychiater, te weten [naam psychiater] , afkomstig waren. Dat verdachte niet alleen zijn eigen handtekening op de recepten zette maar ook tweemaal de handtekening van [naam psychiater] daarop namaakte, draagt bij aan de overtuiging dat verdachte opzettelijk de verkeerde indruk wilde wekken bij de apotheek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte op tijdstippen in de periode van <emphasis role="bold">8 april 2010 t/m 19 oktober 2016 </emphasis>te Amsterdam meermalen een recept, zijnde een geschrift dat bestemd is om tot bewijs van enig feit te dienen, valselijk heeft opgemaakt, met het oogmerk om het als echt en onvervalst te gebruiken en opzettelijk gebruik heeft gemaakt van voornoemde valse  geschriften als ware deze echt en onvervalst, immers heeft hij, verdachte, telkens valselijk, immers opzettelijk in strijd met de waarheid:</para>
    </parablock>
    <para>- meermalen recepten voor <emphasis role="bold">geneesmiddelen (waaronder opiaten) opgesteld op naam van psychiater [naam psychiater] </emphasis>en voornoemde recepten voorzien van een valse <emphasis role="bold">handtekening </emphasis>van voornoemde [naam psychiater] of zijn, verdachtes, eigen handtekening of <emphasis role="bold">contactgegevens </emphasis>die (deels) niet overeenkomen met de daadwerkelijke contactgegevens van voornoemde [naam psychiater] en</para>
    <para>- vervolgens voornoemde valse recepten ingeleverd bij <emphasis role="bold">BENU Apotheek [naam apotheek] </emphasis>te [plaats] teneinde voornoemde geneesmiddelen te verkrijgen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank grondt haar beslissing dat verdachte het bewezen geachte heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat. Indien tegen dit verkort vonnis hoger beroep wordt ingesteld, worden de door de rechtbank gebruikte bewijsmiddelen die redengevend zijn voor de bewezenverklaring opgenomen in een aanvulling op het verkort vonnis. Deze aanvulling wordt dan aan het verkort vonnis gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft bij requisitoir gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 80 uren, met bevel, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft kort gezegd verzocht om een (geheel voorwaardelijke) geldboete of taakstraf aan verdachte op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals van een en ander ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich in de periode van 8 april 2010 tot en met 19 oktober 2016 schuldig gemaakt aan valsheid in geschrift. De rechtbank acht dit een ernstig feit. Verdachte heeft door zijn handelen het vertrouwen dat in het algemeen in het maatschappelijk verkeer moet kunnen worden gesteld in het gebruik van recepten op basis waarvan apothekers medicatie verstrekken ernstig geschaad. Daar komt nog bij dat hij zich daar, nu hij zelf arts was, bewust van had moeten zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het Uittreksel Justitiële Documentatie van 24 juni 2019 blijkt dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend. Dat verdachte momenteel in [woonplaats] verblijft en kampt met gezondheidsklachten staat niet aan de uitvoering van een werkstraf in de weg. Niet is aangevoerd of gebleken dat hij niet in staat zou zijn om (passend) werk te verrichten. Met de voornoemde omstandigheden is rekening gehouden bij het bepalen van de hoogte van de taakstraf. Met een lichtere straf of een geheel voorwaardelijke straf kan gelet op de ernst van het feit naar het oordeel van de rechtbank niet worden volstaan.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57, 63 en 225 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen hetgeen aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op: <emphasis role="italic">opzettelijk gebruik maken van een vals geschrift, als bedoeld in artikel 225, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht, als ware het echt en onvervalst, meermalen gepleegd.</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">taakstraf van 80  uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 40 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. C.M. Degenaar, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.C. Eggink en R.C.J. Hamming, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 17 september 2019.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>