<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:6354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-29T08:33:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751101-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6354">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6354</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-29T08:24:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:6354 Rechtbank Amsterdam , 27-08-2019 / 13/751101-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6354:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overleveringsverzoek Hongarije. Detentieomstandigheden. </para>
      <para />
      <para>Tijdens de behandeling ter zitting zijn geen nieuwe gegevens over de detentieomstandigheden in Hongarije naar voren gebracht. Gelet op hetgeen de rechtbank in haar tussenuitspraak van 6 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS: 2019:5853) heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat de gegevens op basis waarvan zij in eerdere uitspraken betreffende Hongaarse overleveringsverzoeken heeft geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, niet langer kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens”. Evenmin beschikt de rechtbank over nieuwe gegevens op basis waarvan een dergelijk reëel gevaar kan worden vastgesteld. </para>
      <para> </para>
      <para>De rechtbank is daarom van oordeel dat niet langer kan worden geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden, sprake is van een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6354:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751101-18</para>
      <para>RK nummer: 19/3403</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 27 augustus 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 mei 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 21 november 2017 door het Gerechtshof van Miskolc (Hongarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>,</para>
      <para>	geboren te Miskolc (Hongarije) op [geboortedag] 1979, </para>
      <para>	woonadres: [adres] , </para>
      <para>	gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 juli 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. C. Crince le Roy, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij tussenuitspraak van 6 augustus 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:5853) heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend teneinde partijen in de gelegenheid te stellen zich uit te laten over de vraag of de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) en de bevindingen van de <emphasis role="italic">European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment </emphasis> (CPT) nog wel kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens” waarop de conclusie kan worden gebaseerd dat gedetineerden in Hongarije in het algemeen een reëel risico van onmenselijke of vernederende behandeling lopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van de vordering is hervat op de openbare zitting van 22 augustus 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie </para>
      <para>mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is wederom bijgestaan door zijn raadsman en een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Tussenuitspraak van 6 augustus 2019</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar haar tussenuitspraak van 6 augustus 2019 waarin zij de grondslag en inhoud van het EAB en de strafbaarheid van de feiten heeft vastgesteld, alsmede heeft geoordeeld over de weigeringsgronden als bedoeld in de artikelen 9, 12 en 13 OLW. De overwegingen van de rechtbank met betrekking tot deze onderwerpen (paragrafen 3, 4, 5 en 6) dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Detentieomstandigheden in de uitvaardigende lidstaat  </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft – kort gezegd – betoogd dat hij zich nog steeds op het standpunt stelt dat de overlevering moet worden geweigerd. Er is naar aanleiding van de tussenuitspraak van <?linebreak?>6 augustus 2019 namelijk geen nadere informatie verstrekt door de Hongaarse autoriteiten over de detentieomstandigheden in Hongarije. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het verleden is door de rechtbank aangenomen dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld; dat is op dit moment de staande praktijk. De stukken waarop de rechtbank zich heeft gebaseerd zijn echter niet meer actueel. De verdediging heeft geen actuele, objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens overgelegd met betrekking tot de huidige detentieomstandigheden in Hongarije. Daarom kan niet langer worden geconcludeerd dat gedetineerden in Hongarije in het algemeen een reëel risico van onmenselijke of vernederende behandeling lopen. De overlevering van de opgeëiste persoon kan worden toegestaan, aldus de officier van justitie. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tijdens de behandeling ter zitting zijn geen nieuwe gegevens over de detentieomstandigheden in Hongarije naar voren gebracht. Gelet op hetgeen de rechtbank in de hiervoor genoemde tussenuitspraak van 6 augustus 2019 heeft uiteengezet, is de rechtbank van oordeel dat de gegevens op basis waarvan zij in eerdere uitspraken betreffende Hongaarse overleveringsverzoeken heeft geoordeeld dat in het algemeen een reëel gevaar bestaat dat personen die in Hongarije zijn gedetineerd onmenselijk of vernederend worden behandeld, niet langer kunnen worden aangemerkt als “naar behoren bijgewerkte gegevens”. Evenmin beschikt de rechtbank over nieuwe gegevens op basis waarvan een dergelijk reëel gevaar kan worden vastgesteld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is daarom van oordeel dat niet langer kan worden geoordeeld dat vanwege de algemene detentieomstandigheden, sprake is van een reëel gevaar op een onmenselijke of vernederende behandeling in Hongaarse detentie-instellingen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwerpt het verweer.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het Gerechtshof van Miskolc (Hongarije).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	           			                                                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.C.M. van Emmerik en R. Godthelp,	            		                       rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,    		                                     	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 27 augustus 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>