<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:6024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-05T14:14:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/668699 / KG ZA 19-717</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6024">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:6024</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-05T14:13:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:6024 Rechtbank Amsterdam , 31-07-2019 / C/13/668699 / KG ZA 19-717</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6024:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>verstek buitenlandse gedaagde Herziene EG-Verordening inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken nr. 1393/2007 EBET-Vo II</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:6024:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a3c46b5f-420c-433c-a288-e2cc856c5257" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="bb415307-3cd3-4fd4-b0da-fd7c52ffc9ba" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht, voorzieningenrechter civiel</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/668699 / KG ZA 19-717 AB/MvG</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 31 juli 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiseres]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>eiseres bij dagvaarding op verkorte termijn van 17 juli 2019,</para>
      <para>advocaat mr. A. Kotan te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde]
        </emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 2] (Frankrijk),</para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eiseres] en [gedaagde] worden genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 26 juli 2019 heeft [eiseres] gesteld en gevorderd overeenkomstig de in kopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding. [eiseres] heeft producties in het geding gebracht. Vervolgens heeft zij verzocht vonnis te wijzen.</para>
      <para>Ter zitting was [eiseres] aanwezig met mr. S. Rahimzadeh, een kantoorgenoot van mr. Kotan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Ten aanzien van de betekening van de dagvaarding aan [gedaagde] is de Herziene EG-Verordening inzake de betekening en de kennisgeving in de lidstaten van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken in burgerlijke of in handelszaken (nr. 1393/2007, hierna: EBET-Vo II) van toepassing, nu zowel Nederland als Frankrijk lidstaten zijn van de Europese Unie. Overeenkomstig de EBET-Vo II heeft [eiseres] op 17 juli 2019 twee afschriften van het exploot van dagvaarding en de vertalingen daarvan in het Frans via een gerechtsdeurwaarder (de verzendende instantie) doen verzenden aan de ontvangende instantie in Frankrijk met het verzoek om het exploot aan [gedaagde] te betekenen of daarvan kennis te geven volgens de wet van de aangezochte staat. Uit de betekeningsstukken blijkt dat de ontvangende instantie in Frankrijk het exploot vervolgens op 19 juli 2019 aan [gedaagde] heeft betekend conform de in Frankrijk geldende wet- en regelgeving. Van deze betekening heeft zij een certificaat betreffende de voltooiing van de handelingen zoals bedoeld in artikel 10 EBET-Vo II opgesteld en toegezonden aan de verzendende instantie. Daarmee zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat tegen [gedaagde] verstek zal worden verleend.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Nu de gewone verblijfplaats van de minderjarige in Nederland is, is de Nederlandse rechter bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op onderhavige vorderingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het gevorderde komt niet onrechtmatig of ongegrond voor en zal worden toegewezen als in het dictum vermeld.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De proceskosten worden tussen partijen, die thans nog echtelieden zijn, verrekend, in die zin dat iedere partij de eigen kosten draagt.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>verleent aan [eiseres] vervangende toestemming ten behoeve van de aanvraag van een paspoort voor [dochter] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [plaats] ;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>verleent aan [eiseres] vervangende toestemming om met [dochter] , geboren op [geboortedatum] 2019 te [plaats] , naar [plaats] (Turkije) te reizen in de periode van 12 augustus 2019 tot en met 1 september 2019;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>verrekent de proceskosten aldus, dat iedere partij de eigen kosten draag;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A.J. Beukenhorst, voorzieningenrechter, tevens kinderrechter, bijgestaan door mr. M.F. van Grootheest, griffier, en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.<footnote-ref linkend="_eac13d04-6873-48fb-abe7-0a2ff177591e" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_eac13d04-6873-48fb-abe7-0a2ff177591e" label="1">
    <para>type:  MvG</para>
    <para>coll: mb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>