<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:4540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-08T15:07:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 18 _ 7570</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:4540">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:4540</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-08T15:07:27</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:4540 Rechtbank Amsterdam , 28-06-2019 / AWB - 18 _ 7570</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:4540:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Eiser voert aan, dat gelet op de tekst op de website, hij met zijn bezoekersvergunning mocht parkeren. De rechtbank oordeelt dat er een misverstand kan ontstaan over de tekst en dat de heffingsambtenaar daarom niet aan zijn informatieplicht heeft voldaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:4540:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 18/7570 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 juni 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , te [verweerder] , eiser,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">De heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam, verweerder.</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 7 september 2018 heeft de heffingsambtenaar aan [eiser] een naheffingsaanslag parkeerbelasting opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak op bezwaar van 8 november 2018 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van [eiser] ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiser] heeft daartegen beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De heffingsambtenaar heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 17 mei 2019. [eiser] is verschenen. De heffingsambtenaar is verschenen in de persoon van [naam] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op 31 augustus 2018 om 14:40 uur heeft een parkeercontroleur van de gemeente Amsterdam geconstateerd dat de auto van [eiser] met kenteken [kenteken] ter hoogte van [adres] stond geparkeerd. Hij had voor het parkeren betaald met een bezoekersvergunning, waarmee hij tegen een gereduceerd tarief in het gebied mocht parkeren. De bezoekersvergunning is echter op dat deel van de [adres] niet geldig. </para>
    <para />
    <para>2. [eiser] voert aan dat de heffingsambtenaar dit onvoldoende duidelijk heeft gemaakt. Op de website van de gemeente Amsterdam stond de volgende tekst:</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Parkeervergunning beperkt geldig.</title>
    <bridgehead role="italic">In de onderstaande gebieden is uw parkeervergunning niet geldig tussen de genoemde tijdstippen. Bezoekers mogen in die periode korte tijd parkeren.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Straat: de parkeervakken in de [adres] , tussen de [adres] en de [adres]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Parkeervergunning niet geldig van: maandag t/m zaterdag van 10.00 tot 18.00 uur</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Maximale parkeertijd bezoekers: maximaal 1 uur</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. De heffingsambtenaar stelt zich op het standpunt dat uit de tekst blijkt dat geen enkele vergunning geldig is, dus ook geen bezoekersvergunning. Volgens de heffingsambtenaar had [eiser] kunnen weten dat hij ter plaatse parkeergeld verschuldigd was. [eiser] vindt dat hij onder het begrip bezoeker valt en dat de bezoekersvergunning er dus wel geldig was.</para>
    <para />
    <para>4. De rechtbank oordeelt als volgt. Volgens vaste rechtspraak moet voor een parkeerder voldoende duidelijk zijn dat op de locatie sprake is van betaald parkeren. Die informatie moet zodanig zijn dat er redelijkerwijs geen misverstand over kan bestaan dat sprake is van een betaaldparkerenregime.<footnote-ref linkend="_c2182bbb-e0c6-4348-a802-5034007dbf8e" /></para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank oordeelt dat de tekst op de website niet aan deze eis voldoet. De tekst maakt duidelijk dat de parkeervergunning ter plaatse niet geldig is. Dit geldt in ieder geval voor bewonersvergunningen, maar of dat ook geldt voor bezoekersvergunningen is niet duidelijk. Er staat namelijk ook dat bezoekers korte tijd mogen parkeren. Omdat bezoekersvergunning zowel het woord vergunning als bezoeker bevat, kan er een misverstand ontstaan of er sprake is van een betaaldparkerenregime. De heffingsambtenaar heeft daarom niet aan zijn informatieplicht voldaan. </para>
    <para />
    <para>6. Gelet op het voorgaande is het beroep gegrond. De uitspraak op bezwaar en de naheffingsaanslag zullen worden vernietigd.</para>
    <para />
    <para>7. Omdat [eiser] gelijk krijgt, moet de heffingsambtenaar het door [eiser] betaalde griffierecht vergoeden.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart het beroep gegrond;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de bestreden uitspraak;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernietigt de naheffingsaanslag;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>draagt de heffingsambtenaar op het betaalde griffierecht van € 46,- aan [eiser] te vergoeden.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. F.L. Bolkestein, rechter, in aanwezigheid van mr. M.L. Pijpers, griffier. De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 28 juni 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>							rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof Amsterdam . </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c2182bbb-e0c6-4348-a802-5034007dbf8e" label="1">
    <para> Zie bijvoorbeeld de uitspraak van 12 september 2017 van het gerechtshof Amsterdam , ECLI:NL:GHAMS:2017:3863.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>