<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:4094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-17T10:44:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/741170-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:4094">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:4094</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-17T10:34:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:4094 Rechtbank Amsterdam , 23-05-2019 / 13/741170-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:4094:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>vrijspraak na aanranding</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:4094:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/741170-18 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 23 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] ( [land van herkomst] ) op [geboortedag] 1985,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] , verblijvende op het adres [verblijfadres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.A. Kloos en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. A. Çimen naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt er – kort samengevat – van beschuldigd dat hij op 3 augustus 2018 in Amsterdam [naam aangeefster] heeft aangerand.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volledige tekst van de tenlastelegging is opgenomen in bijlage I die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de aanranding kan worden bewezen. De aangifte wordt ondersteund door de camerabeelden en door het aantreffen van DNA van verdachte aan de binnenkant van de broek van aangeefster. Verdachte heeft telkens ontkend dan wel gezwegen en komt pas op zitting met een verklaring. Het aangetroffen DNA past bovendien niet bij de lezing van verdachte en maakt zijn verklaring daarom volstrekt ongeloofwaardig. Verder blijkt uit het dossier dat aangeefster erg overstuur was na het incident. Er is dan ook geen reden tot twijfel aan haar verklaring. Het tenlastegelegde kan dus worden bewezen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsvrouw heeft betoogd dat verdachte moet worden vrijgesproken. Zij heeft aangevoerd dat het aangetroffen DNA niet past bij de verklaring van aangeefster. Het DNA is immers aan de bovenkant van de broek aangetroffen, terwijl aangeefster had aangegeven dat ze op haar blote billen was betast en dat verdachte naar haar kruis greep. Ook biedt het DNA bewijs geen ondersteuning voor de seksueel getinte woorden die verdachte zou hebben gezegd. Verder is begrijpelijk dat verdachte niet direct een verklaring heeft afgelegd, hij is immers erg kwetsbaar. Dat aangeefster overstuur was, is door haar kwetsbaarheid verklaarbaar. Het wettige bewijs is weliswaar aanwezig, maar het is de overtuiging die ontbreekt. Bovendien wordt de lezing van verdachte niet weersproken door de bewijsmiddelen, dat maakt dat verdachte moet worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De rechtbank heeft het volgende overwogen. Vastgesteld kan worden dat verdachte en aangeefster elkaar hebben ontmoet en dat zij op enig moment met elkaar in een lift hebben gestaan. Over de gebeurtenissen in en nabij de lift lopen de verklaringen uiteen. Aangeefster heeft aangegeven dat zij op dat moment zou zijn aangerand en dat verdachte zou hebben gezegd dat hij seksuele handelingen met haar wilde verrichten. Volgens verdachte hebben aangeefster en hij elkaar alleen omhelst. De stukken uit het dossier zouden kunnen passen bij beide verklaringen. Het DNA van verdachte is namelijk aangetroffen aan de binnenzijde van de taillerand van de broek van aangeefster; dit kan passen bij een omhelzing rondom haar middel zoals verdachte verklaart. Opvallend is juist dat het DNA niet op meerdere plekken is aangetroffen, zeker als verdachte aangeefster op verschillende plekken zou hebben betast. Op basis van het dossier kan dus niet worden vastgesteld dat de verklaring van aangeefster de werkelijke gebeurtenis weergeeft. Daarom zal verdachte worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Beslag</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de beslaglijst staat een voorwerp vermeld, te weten een broek met goednummer 5612438. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Teruggave aan [naam aangeefster]</emphasis>
      </para>
      <para>Het bovengenoemde goed behoort toe aan [naam aangeefster] en kan aan haar worden teruggegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan <emphasis role="bold">[naam aangeefster] </emphasis>van:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- het goed op de beslaglijst onder 1 met goednummer: 5612438. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. M.E.A. Nijssen, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.F. Ferdinandusse en Y. Moussaoui, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. M.N. Greeven, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 23 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [..]
        </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>