<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:3869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T11:31:06</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/741191-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#beschikking">Beschikking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3869">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3869</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-06-06T10:32:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-06-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:3869 Rechtbank Amsterdam , 16-05-2019 / 13/741191-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3869:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Tussentijdse ISD-toetsing. Voortzetting ISD-maatregel noodzakelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3869:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/741191-17</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 16 mei 2019<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para>
      <?linebreak?>
      <emphasis role="bold">BESCHIKKING</emphasis>
    </para>
    <para>
      <?linebreak?>Op het verzoekschrift ex artikel 38s Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr), strekkende tot tussentijdse toetsing van de noodzakelijkheid van de voortzetting van de tenuitvoerlegging van de bij vonnis van 19 december 2017 van deze rechtbank opgelegde maatregel tot plaatsing in een inrichting voor stelselmatige daders (hierna: ISD-maatregel) voor de duur van twee jaren aan: </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold"> 	[veroordeelde] </emphasis>(hierna veroordeelde),</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1987,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] ,</para>
      <para>	gedetineerd in de [naam P.I. ] ,</para>
      <para>	verblijvende in “ [naam kliniek] ” te [plaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het vonnis van de rechtbank Amsterdam d.d. 19 december 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het verzoek tot tussentijdse toetsing d.d. 24 februari 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het voortgangsverslag tenuitvoerlegging ISD-maatregel d.d. 6 mei 2019; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de voortgangsverslagen toezicht aan opdrachtgever d.d. 30 januari 2019, 5 maart 2019, 8 april 2019 en 9 mei 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 16 mei 2019 de officier van justitie, mr. S.A. van de Vliet, en de gemachtigde raadsvrouw van veroordeelde, mr. W.P.A. Vos, advocaat te Amsterdam, alsmede de deskundige [persoon] , senior casemanager ISD bij de P.I. [locatie] in openbare raadkamer gehoord.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank moet in het kader van de onderhavige procedure beoordelen of voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel noodzakelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht de ISD-maatregel te beëindigen. Er is geen noodzaak meer tot een voortzetting van de maatregel. Veroordeelde wil duidelijkheid over zijn toekomst en huisvesting en krijgt dit vanuit de kliniek niet. Hij heeft op eigen initiatief werk bij de kaasmakerij van de kliniek gevonden en gaat hier met veel enthousiasme naartoe. In de kliniek is geen mogelijkheid om aan zijn verslaving te werken. Alleen buiten de kliniek is er een mogelijkheid om NA meetings bij te wonen of gesprekken met een verslavingsarts te voeren. Dit onderdeel van zijn maatregel kan hij ook zelfstandig extern uitvoeren. Daarnaast is het onrechtvaardig dat zijn voorarrest niet van de ISD-maatregel is afgetrokken. Subsidiair verzoekt de raadsvrouw daarom aan de rechtbank om het voorarrest alsnog af te trekken. Meer subsidiair wordt verzocht om aanhouding van de zaak ten einde meer duidelijkheid te verkrijgen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de deskundige</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De deskundige adviseert om de ISD-maatregel te continueren. Als de maatregel wordt opgeheven, wordt de kans op recidive hoog geacht. Uit het scoringsprofiel van RISc blijkt dat in het bijzonder opleiding, werk, scholing, middelengebruik, inkomen, omgaan met geld, denkpatronen, gedrag en vaardigheden sterke criminogene factoren zijn. Het verloop van de langdurige klinische opname is wisselend. Er zijn veel afwijkingen te zien en er komen regelmatig meldingen van incidenten binnen bij de reclassering. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De FPA [plaats] , de Top 600 en de [naam P.I. ] zijn daarnaast van mening dat het traject met betrekking tot de dagbesteding en werk bij de kaasmakerij dusdanig positief verloopt dat de fasering van veroordeelde uitgebreid moet worden. Wel is de [naam P.I. ] ervan overtuigd dat veroordeelde de nodige ondersteuning en hulp nodig heeft om zijn intramurale gedragshoudingsaspecten te verbeteren. De komende periode zal worden gericht op de nazorg van veroordeelde. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie meent dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel moet worden voortgezet, omdat de beveiliging van de maatschappij en de behandeling van de problematiek van veroordeelde dit eisen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op grond van de hierboven genoemde stukken en het verhandelde op de zitting is de rechtbank van oordeel dat voortzetting van de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel nog steeds noodzakelijk is ter beëindiging van de recidive, het leveren van een bijdrage aan de oplossing van problematiek van veroordeelde en een optimale bescherming van de maatschappij. Binnen de ISD-maatregel ondergaat veroordeelde een langdurige klinische opname. Daarnaast is hij sinds april 2019 gestart met cognitieve gedragstherapie. De rechtbank acht het noodzakelijk dat veroordeelde de behandelingen, die op zijn problematiek zijn toegespitst, doorloopt, voordat hij zonder de structuur en steun die hem vanuit de ISD worden geboden, in vrijheid wordt gesteld. De rechtbank merkt daarbij op dat het op zich goed gaat met veroordeelde en dat hem, indien dit zo blijft, perspectief moet worden geboden door het geven van duidelijkheid over de vraag wanneer hij naar een doorstroomhuis kan. Het subsidiaire verzoek om aftrek van voorarrest wordt afgewezen omdat daarover reeds bij vonnis van 19 december 2017 is beslist. Voor het meer subsidiaire verzoek ziet de rechtbank op dit moment geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt dat de tenuitvoerlegging van de ISD-maatregel wordt voortgezet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beschikking is gewezen door </para>
      <para>mr. M.E.A. Nijssen, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. L. Voetelink en Y. Moussaoui, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 16 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>