<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:3192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-02T16:50:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-03-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/661089/ HA RK 19 - 31</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3192">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3192</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-02T16:44:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:3192 Rechtbank Amsterdam , 29-03-2019 / C/13/661089/ HA RK 19 - 31</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3192:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoek afgewezen. De aangevoerde gronden worden gevormd door een aantal door de rechter tijdens de zitting gemaakte opmerkingen, die niet in het proces-verbaal staan vermeld en die bij elkaar opgeteld maken dat bij verzoekster de vrees is ontstaan of haar zaak wel onpartijdig wordt behandeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Een proces-verbaal dient een verkorte en zakelijke weergave te bevatten van hetgeen ter zitting met betrekking tot de zaak is voorgevallen en van hetgeen aldaar is verklaard. Dat de wijze van verslaglegging in een proces-verbaal gebreken vertoont, kan in beginsel geen grond voor wraking opleveren. Zaken die voor de beoordeling van de zaak niet van belang zijn, worden in beginsel niet opgenomen. Van de juistheid van een proces-verbaal dient daarom te worden uitgegaan. Feiten of omstandigheden die een ander oordeel rechtvaardigen zijn niet gebleken. Het behoort tot de taak van de rechter om naar aanleiding van de stellingen van partijen nader onderzoek te doen en zo nodig kritische vragen te stellen. Indien de mondelinge toelichting daartoe aanleiding geeft, is het aan de rechter daarover direct een vraag te stellen dan wel dit aan het einde van het betoog te doen. De wijze waarop de rechter dit in dit geval ter zitting heeft gedaan, geeft geen blijk van partijdigheid of vooringenomenheid. </para>
        <para>De door de rechter gemaakte en door verzoekster gewraakte opmerkingen zijn gemaakt in de sleutel van de poging van de rechter om het geschil op te lossen. Dat de rechter daarbij de grenzen van het betamelijke heeft overschreden kan niet worden vastgesteld. Dat de rechter de aanwezigheid van de partner van de man ter zitting aan de orde heeft gesteld, waarop de advocaat van verzoekster in de gelegenheid is gesteld te reageren, levert geen grond voor wraking op.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3192:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="underline">beslissing	 </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM </bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/13/661089/ HA RK 19 - 31</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 29 maart 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige Wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  [verzoekster]</para>
      <para>wonende te [     ]</para>
      <para>hierna te noemen: verzoekster, strekkende tot de wraking van</para>
      <para>mr. E.J. van der Molen,</para>
      <para>rechter in deze rechtbank, hierna te noemen: de rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het schriftelijke wrakingsverzoek van 26 januari 2019 </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de schriftelijke reactie van de rechter van 6 februari 2019.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de mondelinge behandeling zijn verschenen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verzoekster</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de rechter.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <parablock>
        <para>Het verzoek strekt tot wraking van de rechter in de zaak met nummer </para>
        <para>6629762 / CV 18-2805 tussen verzoekster en partij [     ]. Al eerder in de betreffende procedure heeft verzoekster een verzoek tot wraking van de rechter ingediend, welk verzoek is afgewezen. Nadien is de zaak  weer naar rol verwezen en hebben partijen over en weer aktes genomen en daarbij stukken overlegd. Op 22 januari 2019 is in de zaak een tussenvonnis gewezen (hierna: het tussenvonnis).  </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>Verzoekster heeft blijkens het aan deze beslissing gehechte, schriftelijke verzoek van 26 januari 2019, zoals toegelicht bij de mondelinge behandeling, aan haar verzoek ten grondslag gelegd dat uit het tussenvonnis blijkt dat de rechter partijdig is. Verzoekster heeft haar stelling met drieëntwintig punten onderbouwd. Voorts heeft verzoekster haar twijfels geuit over de mate van onafhankelijkheid van de rechter, gelet op de wijze van toedeling van zaken aan rechters binnen de rechtbank Amsterdam. Het kan volgens verzoekster geen toeval zijn dat er steeds rechters met een relatief hoge naamsbekendheid aan haar (kleine) rechtszaken worden toegewezen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3</nr>
      <para>De rechter heeft laten weten niet in de wraking te berusten en heeft op het verzoek gereageerd. Die reactie wordt hierna voor zover nodig besproken.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoekster die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan haar bekend zijn geworden.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Verzoekster heeft in haar verzoekschrift 23 punten opgesomd waarop zij haar stelling dat de rechter partijdig is, heeft gegrond. Al deze door verzoekster aangevoerde punten zien op de inhoud van het tussenvonnis. Ter zitting is aan verzoekster voorgehouden dat de Hoge Raad in zijn uitspraak van 25 september 2018 (ECLI:NL:HR:2018:1413) heeft geoordeeld dat het gesloten stelsel van rechtsmiddelen meebrengt dat een rechterlijke (tussen)beslissing als zodanig nimmer grond kan vormen voor wraking en dat ook de motivering van een (tussen)beslissing geen grond kan vormen voor wraking, tenzij uit de bewoordingen van de motivering blijkt van vooringenomenheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Verzoekster heeft daarop gesteld dat uit de bewoordingen van het tussenvonnis de vooringenomenheid van de rechter blijkt, aangezien hij in zijn beslissing partij heeft gekozen voor de tegenpartij van verzoekster, terwijl de rechter niet kan omschrijven wat het standpunt is van die tegenpartij.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Mede gelet op voornoemd arrest geldt ook daarvoor echter dat de juistheid van de motivering alleen worden kan beoordeeld als daartegen een rechtsmiddel (zoals hoger beroep) is aangewend en dat deze geen grond voor wraking kan opleveren. Dit geldt ook in het geval een motivering onjuist, onbegrijpelijk, gebrekkig of te summier zou zijn en zelfs als die motivering zou ontbreken. Dat de door de rechter gegeven motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval naar objectieve maatstaven gemeten niet anders kan worden gezien dan als blijk van voor ingenomenheid, is niet gebleken. De door verzoekster aangevoerde grond haalt deze hoge drempel niet.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Verzoekster heeft voorts twijfels over de onafhankelijkheid van de rechter, gelet op de ‘manner of appointment’. Nog daargelaten dat de rechter in dat kader – onweersproken – heeft opgemerkt dat de onderhavige zaak door een geautomatiseerd systeem aan hem is toebedeeld, kan het vereiste van onafhankelijkheid, gelet op de beperking van artikel 36 Burgerlijke Rechtsvordering tot het vereiste van de rechterlijke onpartijdigheid, geen grond voor wraking opleveren, zodat dit aspect niet ter beoordeling van de Wrakingskamer staat (vgl. ECLI:NL:HR:2018:2397).  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen dient het wrakingsverzoek te worden afgewezen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.7</nr>
      <para>Verzoekster heeft in deze procedure reeds een eerder wrakingsverzoek gedaan dat evident ongegrond was. Daarmee is dit het tweede niet slagende verzoek in deze procedure. Naar het oordeel van de rechtbank gebruikt verzoekster het middel van wraking voor een ander doel dan waarvoor het is gegeven. Daarmee is sprake van misbruik. De rechtbank zal daarom bepalen dat een volgend verzoek tot wraking in deze zaak niet meer in behandeling zal worden genomen.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Wrakingskamer:<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>wijst het verzoek tot wraking af;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door mrs. K.A. Brunner, voorzitter, N.C.H. Blankevoort en H.M. Patijn in tegenwoordigheid van de griffier E.J.E. van IJken en in openbaar uitgesproken op 29 maart 2019.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>