<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:39:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 18/4962</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:319">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:319</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:38:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:319 Rechtbank Amsterdam , 08-01-2019 / AMS 18/4962</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:319:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Projectplan polder De Ronde Hoep, inlaatwerk en stapelstuw, grondslag is artikel 5.4, eerste lid, Waterwet. Deze procedure gaat alleen over aanleg en inrichting. In geding is projectplan dat daartoe is vastgesteld. Gaat dus niet over de (planologische) aanwijzing of ingebruikstelling van het noodoverloopgebied. Beoordeling of projectplan in redelijkheid is vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:319:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 18/4962 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , te Ouderkerk aan de Amstel, eiseres, hierna: [eiseres] (gemachtigde: mr. G.L.M. Teeuwen),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder, hierna: AGV (gemachtigde: mr. M.J.M. Jacobs).</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2018 heeft AGV het Projectplan “Noodoverloopgebied De Ronde Hoep” (het bestreden besluit, hierna: het Projectplan) vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het Projectplan beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AGV heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling op de zitting heeft, gelijktijdig met vier andere zaken </para>
      <para>(nrs. AMS 4960, 4971, 4993 en 5100), plaatsgevonden op 27 november 2018. [eiseres] werd op de zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde. AGV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] en [naam 2] , projectleiders, en mr. A.C. Schogt, juridisch adviseur bij Waternet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Partijen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1. 	De raad van de gemeente Ouder-Amstel heeft bij brief van 31 oktober 2018 aan de rechtbank verzocht om ook als partij in deze procedure te worden aangemerkt. De rechtbank wijst dit verzoek af omdat de raad niet bevoegd is om de gemeente in rechte te vertegenwoordigen.<footnote-ref linkend="_6040f619-748d-42c1-9e69-4f81de3e0cee" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Projectplan</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het Projectplan voorziet in de aanleg van een inlaatwerk aan de westzijde van de polder De Ronde Hoep (hierna: DRH) en een stapelstuw voor de woonwijk Benning. Met het inlaatwerk kan DRH in een noodsituatie, die volgens AGV minder dan één keer in de honderd jaar voorkomt, gecontroleerd onder water worden gezet. In de reguliere situatie staat de Amstellandboezem, waar DRH in ligt, in open verbinding met het Noordzeekanaal en het Amsterdam Rijnkanaal. In de noodsituatie wordt de Amstellandboezem afgesloten van andere watersystemen en functioneert het als een afzonderlijk systeem. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft met name tot doel om het ongeschonden voortbestaan van het landschap in de cultuurhistorische en middeleeuwse polder DRH te waarborgen. Daarbij is in het bijzonder van belang de instandhouding van het eeuwenoude kavelpatroon en de continuïteit van de agrarische bedrijfsvoering.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Grondslag</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>3. Zoals ter zitting is vastgesteld is niet meer in geschil dat artikel 5.4, eerste lid, van de Waterwet de wettelijke grondslag is voor het Projectplan. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Kader </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>4. De rechtbank heeft in overwegingen 4.1 en 4.2. van haar uitspraak van <?linebreak?>8 januari 2019<footnote-ref linkend="_d5a800ba-20e8-4bdf-8aa4-5696ff15ca63" /> uitgelegd, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 25 april 2012,<footnote-ref linkend="_064bf099-23f1-4060-9400-3ea7f22e64a6" />dat er juridisch drie elementen zijn te onderscheiden bij waterberging en dat deze elementen ook van toepassing zijn in een procedure over een noodoverloopgebied. Het eerste is de aanwijzing van een gebied tot bergingsgebied, in dit geval het bij bestemmingsplan aanwijzen van DRH (niet als bergingsgebied maar) als noodoverloopgebied. Het tweede element betreft de aanleg en inrichting van het gebied, waarbij de benodigde inrichtingsmaatregelen worden getroffen en het derde element betreft de inundatie zelf, het onder water laten lopen van het gebied. In deze procedure gaat het alleen over het tweede element: de aanleg en inrichting van DRH, namelijk de aanleg van de stuw en het inlaatwerk. In geding is het Projectplan dat daartoe is vastgesteld. De rechtbank beoordeelt of AGV in redelijkheid het Projectplan heeft kunnen vaststellen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Keuze DRH</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>Het betoog van [eiseres] komt er in de kern op neer dat de keuze om DRH aan te wijzen als noodoverloopgebied onvoldoende is gemotiveerd. De nut en noodzaak van de inundatie zijn onvoldoende onderzocht. [eiseres] verwijst ter onderbouwing van dit betoog naar het bij haar zienswijze overgelegde rapport.<footnote-ref linkend="_47149ac0-a24f-4984-a3f3-726af7485b55" /> Volgens [eiseres] zijn alternatieven niet goed onderzocht. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>De rechtbank overweegt dat het betoog van [eiseres] ziet op de aanwijzing van DRH als noodoverloopgebied, dus het eerste element in de uitspraak van de Afdeling van 25 april 2012. Daarom kan deze beroepsgrond niet leiden tot vernietiging van het Projectplan.  </para>
      <para>
        <?linebreak?>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Beschermingsmaatregelen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] betoogt dat de verantwoordelijkheid voor het voorkomen van schade, terwijl deze door AGV veroorzaakt wordt, ten onrechte wordt afgewenteld op belanghebbenden, eigenaren en bewoners. [eiseres] vindt het onbegrijpelijk dat de Vergoedingsregeling beschermingsmaatregelen noodoverloopgebied De Ronde Hoep tot stand is gebracht als alternatief voor maatregelen, die AGV zelf had moeten nemen. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft in overweging 8.2. van haar uitspraak van 8 januari 2019<footnote-ref linkend="_832d8d0c-eb2d-4638-b979-1c562c558726" /> uitgelegd, onder verwijzing naar de uitspraak van de Afdeling van uitspraak van 14 december 2016,<footnote-ref linkend="_d9c44873-aeaa-4973-b649-8cedc19ea98f" /> dat het niet zo is dat er geen nadelige gevolgen mogen optreden als gevolg van het Projectplan. Evenmin is vereist dat met alle betrokkenen volledige overeenstemming bestaat over de te nemen maatregelen. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>In het Projectplan is, onder meer in paragraaf 2.7.2, beschreven welke nadelige gevolgen er kunnen optreden, welke voorzieningen worden en kunnen worden getroffen en welke mogelijkheden er zijn voor een (financiële) vergoeding. In zoverre is het Projectplan naar het oordeel van de rechtbank dan ook niet in strijd met het tweede lid van artikel 5.4. van de Waterwet. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.4.</nr>
      <para>Voor zover [eiseres] nog heeft aangevoerd dat in de bestemmingsplannen niet voorzien is in het treffen van schadebeperkende maatregelen, gaat dit argument niet over het Projectplan. De rechtbank laat deze grond dan ook buiten beschouwing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Schade</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] voert verder over de Beleidsregels gevolgschade noodoverloopgebied De Ronde Hoep (hierna: de Beleidsregels) aan dat deze ontoereikend zijn, met name omdat de toezegging dat 100% schade wordt vergoed bij inundatie, mede door de definiëring van het begrip inundatie in de Beleidsregels, is verlaten door AGV. Verder zijn de Beleidsregels volgens [eiseres] ten onrechte alleen voor eigenaren van gronden in DRH bedoeld, terwijl ook omliggende percelen in bijvoorbeeld de woonwijk Benning door inundatie schade kunnen lijden. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de Beleidsregels geen onderdeel uitmaken van het Projectplan. De Beleidsregels zien op de schadevergoeding na inundatie van DRH en betreffen dus niet het tweede element. Dat de Beleidsregels als bijlage bij het Projectplan zijn gepresenteerd, maakt dat niet anders. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Zienswijze</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft in beroep nog haar zienswijze over het ontwerp Projectplan herhaald en ingelast. Volgens [eiseres] is haar zienswijze zonder deugdelijke motivering terzijde geschoven. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>Op 27 juni 2018 is AGV gemotiveerd ingegaan op deze zienswijze.<footnote-ref linkend="_1ac1302e-5038-40f1-8f2b-88deb7db0b29" /> [eiseres] heeft in haar beroepschrift noch ter zitting redenen aangevoerd waarom de weerlegging van haar zienswijze onvoldoende of onjuist is. De grond van [eiseres] slaagt dan ook niet.   </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>9. 	Gelet op het voorgaande, ziet de rechtbank in de beroepsgronden geen reden voor het oordeel dat AGV het Projectplan niet in redelijkheid heeft kunnen vaststellen. Het beroep is daarom ongegrond. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten is geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. J.H.M. van de Ven en <?linebreak?>mr. A.C. Loman, leden,in aanwezigheid van mr. C. Pasteuning, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_6040f619-748d-42c1-9e69-4f81de3e0cee" label="1">
    <para> Op grond van artikel 171, eerste lid, van de Gemeentewet, vertegenwoordigt de burgemeester de gemeente in en buiten rechte. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d5a800ba-20e8-4bdf-8aa4-5696ff15ca63" label="2">
    <para> Zaak nr. AMS 18/4993. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_064bf099-23f1-4060-9400-3ea7f22e64a6" label="3">
    <para> ECLI:NL:2012:BW3861. Te vinden op www.rechtspraak.nl. De Afdeling verwijst voor haar uitleg ook naar de wetsgeschiedenis (Kamerstukken II 2006-2007, 30 818, nr. 3, blz. 44 tot en met 46). </para>
  </footnote>
  <footnote id="_47149ac0-a24f-4984-a3f3-726af7485b55" label="4">
    <para> Het rapport “De Polder Spreekt” van ing. J. van der Kroon van november 2009.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_832d8d0c-eb2d-4638-b979-1c562c558726" label="5">
    <para> Zaak nr. AMS 18/4993. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9c44873-aeaa-4973-b649-8cedc19ea98f" label="6">
    <para> ECLI:NL:RVS:2016:3310. Te vinden op www.rechtspraak.nl.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1ac1302e-5038-40f1-8f2b-88deb7db0b29" label="7">
    <para> Stuk D. van de door AGV in deze zaak overgelegde stukken. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>