<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:30:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 18/4960</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:318">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:318</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:29:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:318 Rechtbank Amsterdam , 08-01-2019 / AMS 18/4960</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:318:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Projectplan polder De Ronde Hoep, inlaatwerk en stapelstuw, grondslag is artikel 5.4, eerste lid, Waterwet. Deze procedure gaat alleen over aanleg en inrichting. In geding is projectplan dat daartoe is vastgesteld. Gaat dus niet over de (planologische) aanwijzing of ingebruikstelling van het noodoverloopgebied. Beoordeling of projectplan in redelijkheid is vastgesteld.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:318:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para>Bestuursrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 18/4960 </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van 8 januari 2019 in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres] , eiseres, </bridgehead>
    <para>hierna: [eiseres] , (gemachtigde: S. Herweijer),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">het algemeen bestuur van het waterschap Amstel, Gooi en Vecht, verweerder, hierna: AGV (gemachtigde: mr. M.J.M. Jacobs).</bridgehead>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 22 maart 2018 heeft AGV het Projectplan “Noodoverloopgebied De Ronde Hoep” (het bestreden besluit, hierna: het Projectplan) vastgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [eiseres] heeft tegen het Projectplan beroep ingesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>AGV heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling op de zitting heeft, gelijktijdig met vier andere zaken </para>
      <para>(nrs. AMS 4962, 4971, 4993 en 5100), plaatsgevonden op 27 november 2018. [eiseres] werd op de zitting vertegenwoordigd door haar gemachtigde. AGV heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, bijgestaan door [naam 1] en [naam 2] , projectleiders, en mr. A.C. Schogt, juridisch adviseur bij Waternet.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.	De rechtbank ziet reden om, voordat zij toekomt aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep, de ontvankelijkheid te beoordelen. <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Artikel 6:13 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) bepaalt dat geen beroep bij de bestuursrechter kan worden ingesteld door een belanghebbende aan wie redelijkerwijs kan worden verweten dat hij geen zienswijzen als bedoeld in artikel 3:15 van de Awb naar voren heeft gebracht, geen bezwaar heeft gemaakt of geen administratief beroep heeft ingesteld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft ter zitting aangevoerd dat zij de procedure verwarrend vond. Zij veronderstelde dat het ontwerp Projectplan samen met het ontwerp bestemmingsplan werd voorbereid. Zij heeft één zienswijze ingediend op 27 november 2017.<footnote-ref linkend="_ad361587-ee81-42de-af27-2fb9741fad5d" /></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eiseres] heeft geen zienswijze naar voren gebracht over het ontwerp Projectplan. Zoals ook ter zitting besproken, zijn het Projectplan en het bestemmingsplan niet gecoördineerd voorbereid als bedoeld in artikel 3.30 van de Wet ruimtelijke ordening en hebben de ontwerpen niet samen ter inzage gelegen. Uit de zienswijze van 27 november 2017 is niet op te maken dat deze ook ziet op het Projectplan. Ter zitting heeft [eiseres] bovendien erkend dat deze zienswijze niet over het Projectplan gaat. Dat AGV op 27 juni 2018 wel een reactie<footnote-ref linkend="_2c2556d6-4650-4fe1-a90c-f7e0f32b9140" /> heeft gegeven op de zienswijze, maakt dit niet anders. Evenmin is gebleken van feiten en omstandigheden op grond waarvan geoordeeld moet worden dat [eiseres] redelijkerwijs niet is te verwijten dat zij over het ontwerp Projectplan geen zienswijze naar voren heeft gebracht.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>3. 	Gelet op het bepaalde in artikel 6:13 van de Awb, verklaart de rechtbank daarom het beroep niet-ontvankelijk en komt zij niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep. Voor een vergoeding van het griffierecht of de proceskosten is geen aanleiding. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D. Sullivan, voorzitter, en mr. J.H.M. van de Ven en <?linebreak?>mr. A.C. Loman, leden,in aanwezigheid van mr. C. Pasteuning, griffier<emphasis role="italic">. </emphasis>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 8 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier </para>
      <para>voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening. </para>
  </section>
  <footnote id="_ad361587-ee81-42de-af27-2fb9741fad5d" label="1">
    <para> Stuk B. van de door AGV overgelegde stukken. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2c2556d6-4650-4fe1-a90c-f7e0f32b9140" label="2">
    <para> Stuk E. van de door AGV overgelegde stukken. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>