<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:3179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-07T12:58:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751.170-19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteEnEnigeAanleg">Eerste en enige aanleg</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3179">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:3179</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-06T15:24:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:3179 Rechtbank Amsterdam , 02-05-2019 / 13.751.170-19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3179:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De opgelegde straffen inhoudende ‘restriction of liberty with the duty to perform unpaid, controlled work for social purposes’ zijn omgezet in ‘a substitute penalty of deprivation of liberty’ door the regional court in Hrubieszów. Dit leidt tot de vraag of deze rechtbank in de omzettingsprocedure al dan niet beschikte over beoordelingsruimte bij het omzetten van de straf. Het antwoord op deze vraag is van belang bij de beoordeling of de procedure tot omzetting onder de reikwijdte van artikel 12 OLW/artikel 4bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ valt. Daarom wordt de zaak heropend en aangehouden voor het stellen van nadere vragen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:3179:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751.170-19</para>
      <para>RK nummer: 19/1813</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 2 mei 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 28 februari 2019 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 3 oktober 2018 door <emphasis role="italic">the District Court in Zamość, second penal division </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] , </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 25 april 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. J.W.P. Beijen, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. <emphasis role="italic">sentence of the regional court in Hrubieszów </emphasis>van 19 december 2017 met zaaknummer II K 786/17 (<emphasis role="italic">which became legally valid on 27 December 2017</emphasis>);<?linebreak?></para>
      <para>II. <emphasis role="italic">summary judgment of the regional court of Warszawa Praga-Południe in Warsaw </emphasis>van 27 februari 2017 met zaaknummer IV K 862/16 (<emphasis role="italic">which became legally valid on 23 August 2017</emphasis>);<?linebreak?></para>
      <para>III. <emphasis role="italic">summary judgment of the regional court of Warszawa Praga-Południe in Warsaw </emphasis>van 11 juli 2017 met zaaknummer IV K 1324/16 (<emphasis role="italic">which became legally valid on </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">19 July 2017</emphasis>).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen voor de duur van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>I. één jaar (waarvan nog elf maanden en 28 dagen moet worden uitgezeten),</para>
      <para>II. zes maanden en 28 dagen,</para>
      <para>III. vier maanden en 12 dagen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij de hiervoor genoemde vonnissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vonnissen betreffen de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel E van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.1.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon niet in persoon is verschenen bij de behandelingen ter terechtzitting die tot <emphasis role="bold">vonnis I</emphasis> en <emphasis role="bold">vonnis II</emphasis> hebben geleid. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Volgens rubriek D van het EAB is de dagvaarding in de zaak die tot <emphasis role="bold">vonnis I</emphasis> heeft geleid<?linebreak?>- met zaaknummer II K 786/17 - in persoon aan de opgeëiste persoon uitgereikt. Dit wordt bevestigd in rubriek F waarin is opgenomen: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>  	“<emphasis role="italic">(…) In the case number II K 786/17 (…) He received personally the summon to </emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic"> 	be present at the trail (de rechtbank begrijpt: trial) in court (…)</emphasis>”</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van <emphasis role="bold">vonnis II</emphasis> - met zaaknummer IV K 862/16 - wordt in rubriek D meegedeeld dat de opgeëiste persoon niet op de hoogte is gebracht van de datum van de terechtzitting, maar dat een gewaarmerkte kopie van het vonnis op 2 mei 2017 aan de opgeëiste persoon is betekend. Het schrijven met de gewaarmerkte kopie van het vonnis is in persoon door hem ontvangen. Dit wordt bevestigd in rubriek F waarin is meegedeeld: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>“<emphasis role="italic">In the case number IV K 862/16 (…) The convict personally received the letter including the certified copy of the judgment. [opgeëiste persoon] filed means of appeal from that summary judgment such as an objection, and next on 23 august 2017 on the court trial on which [opgeëiste persoon] was present, he withdrew the objection. (…)</emphasis>”  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het EAB in rubriek D blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot <emphasis role="bold">vonnis III</emphasis> - met zaaknummer IV K 1324/16 - heeft geleid. Rubriek F vermeldt hieromtrent: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>“<emphasis role="italic">In the case number IV K 1324/16 (…) The convict was present on the trial, during the trial he filed a motion for issuing a conviction sentence without running an evidence proceeding, however he was not present while the sentence was being delivered. By the sentence of 11 July 2017 the court imposed on him the penalty of </emphasis><?linebreak?><emphasis role="italic">9 months restriction of liberty with the duty to perform unpaid, controlled work for social purposes - accordingly to the motion of [opgeëiste persoon] . (…)</emphasis>” </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de overlevering moet worden geweigerd ten aanzien van vonnis I tot en met III. Subsidiair moet de zaak worden aangehouden om nadere vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van <emphasis role="bold">vonnis I</emphasis> betwist de opgeëiste persoon dat hij in persoon is gedagvaard. Dit is namelijk onmogelijk, omdat hij in die periode al in Nederland verbleef en hier werkte. Dit houdt in dat het EAB ziet op een vonnis dat niet op tegenspraak is gewezen zonder dat zich één van de omstandigheden als bedoeld in artikel 12 onder a tot en met c OLW voordoet. Aangezien evenmin een verzetgarantie is verstrekt, moet de overlevering ten aanzien van vonnis I op grond van artikel 12 worden geweigerd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In <emphasis role="bold">vonnis II</emphasis> en <emphasis role="bold">vonnis III</emphasis> is de opgeëiste persoon veroordeeld tot een ‘<emphasis role="italic">restriction of liberty</emphasis>’ van respectievelijk één jaar en twee maanden en van negen maanden met daaraan gekoppeld de verplichting om een taakstraf te verrichten. De precieze hoogte van de taakstraf is niet genoemd. Omdat de taakstraf door de opgeëiste persoon niet lijkt te zijn verricht, heeft een zitting plaatsgevonden waarbij vrijheidsstraffen van respectievelijk zes maanden en 28 dagen en vier maanden en 12 dagen zijn opgelegd. De opgeëiste persoon is voor deze zitting niet opgeroepen en is daarbij ook niet aanwezig geweest. Evenmin heeft een gemachtigde raadsman op die zitting namens hem het woord gevoerd. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In deze zaak is geen sprake van een situatie als bedoeld in het arrest Ardic van het Hof van Justitie van de Europese Unie<footnote-ref linkend="_9ce3aa65-5a55-4e2c-b880-e414e4a3fe78" />. Uit de toelichting in het EAB onder rubriek F blijkt namelijk dat sprake is geweest van een beslissing waarbij de aard van de eerdere beslissing is omgezet, maar ook de maat van die straf is gewijzigd. Omdat nieuwe onvoorwaardelijke gevangenisstraffen zijn opgelegd, moet er bovendien van uit worden gegaan dat de rechtbank in Polen over een zekere mate van beoordelingsbevoegdheid beschikte. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.3</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat de weigeringsgrond als bedoeld in <?linebreak?>artikel 12 OLW niet van toepassing is. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In de zaak die tot <emphasis role="bold">vonnis I</emphasis> heeft geleid is de opgeëiste persoon in persoon gedagvaard. Dat blijkt met name uit de zinsnede “<emphasis role="italic">he received personally</emphasis>”. Dit betekent in Polen dat een persoon het schrijven zelf heeft ontvangen of opgehaald. De enkele ontkenning van de opgeëiste persoon is onvoldoende om te twijfelen aan de informatie in het EAB. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Met betrekking tot <emphasis role="bold">vonnis II</emphasis> is de opgeëiste persoon niet bij de behandeling van zijn zaak in eerste aanleg aanwezig geweest. Hij heeft hoger beroep ingesteld tegen het vonnis in eerste aanleg, dat hij vervolgens ter zitting heeft ingetrokken. Dus is het vonnis in eerste aanleg in stand gelaten. Er is eerst een hogere vervangende hechtenis opgelegd en daarna heeft een omzetting plaatsgevonden naar een lagere vervangende hechtenis. Dit duidt erop dat de opgeëiste persoon een begin heeft gemaakt met het uitvoeren van zijn taakstraf. Het duidt niet op een verandering van de aard en de mate van de straf. Dit laatste geldt ook voor <emphasis role="bold">vonnis III</emphasis>. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten slotte is de opgeëiste persoon in het kader van <emphasis role="bold">vonnis III</emphasis> ter terechtzitting aanwezig geweest. Hij heeft aldaar bekend en zich neergelegd bij de straf die zou worden opgelegd. Hij was dus op de hoogte van de terechtzitting waar de straf zou worden uitgesproken en heeft er voor gekozen om daar niet te verschijnen. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.1.4</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>Naar het oordeel van de rechtbank is de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW niet van toepassing op <emphasis role="bold">vonnis I</emphasis>. Er is in dit geval geen grond om te twijfelen aan de juistheid van de mededeling van de uitvaardigende justitiële autoriteit inzake de betekening in persoon. De loutere ontkenning van de opgeëiste persoon is onvoldoende om aan de juistheid van die mededeling te twijfelen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Voor wat betreft de <emphasis role="bold">vonnissen II</emphasis> en <emphasis role="bold">III</emphasis> ziet de rechtbank aanleiding om het onderzoek ter zitting te heropenen en te schorsen voor het stellen van vragen.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>In rubriek F is onder andere meegedeeld: </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>“<emphasis role="italic">In the case number IV K 862/16 (…) The sentence ruled against him the penalty of </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold italic">1 year and 2 months of restriction of liberty</emphasis><emphasis role="italic"> with the duty to perform unpaid controlled work for social purposes. (…) In connection with the fact that the convict was evading from the execution of the penalty of restriction of liberty ruled against him, the regional court in Hrubieszów by its decision of 7 December 2017 ruled a </emphasis><emphasis role="bold italic">substitute penalty of deprivation of liberty for the period of 6 months and 28 days.</emphasis><emphasis role="italic"> (…)</emphasis></para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">In the case number IV K 1324/16 (…) By the sentence of 11 July 2017 the court imposed on him the penalty of </emphasis>
            <emphasis role="bold italic">9 months of restriction of liberty</emphasis>
            <emphasis role="italic"> with the duty to perform unpaid, controlled work for social purposes - accordingly to the motion of [opgeëiste persoon] . In connection with the fact that the convict evaded from execution of the penalty of restriction of liberty ruled against him, the regional court in Hrubieszów by its decision of 7 December 2017 ruled </emphasis>
            <emphasis role="bold italic">a substitute penalty of deprivation of liberty for the period of 4 months and 12 days</emphasis>
            <emphasis role="italic">. (…)</emphasis>”</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Uit het vorenstaande leidt de rechtbank af dat de opgelegde straffen inhoudende ‘<emphasis role="italic">restriction of liberty with the duty to perform unpaid, controlled work for social purposes</emphasis>’ zijn omgezet in ‘<emphasis role="italic">a substitute penalty of deprivation of liberty</emphasis>’ door <emphasis role="italic">the regional court in Hrubieszów</emphasis>.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of <emphasis role="italic">the regional court in Hrubieszów </emphasis>in de omzettingsprocedure al dan niet beschikte over beoordelingsruimte bij het omzetten van de straf.  </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Het antwoord op deze vraag is van belang bij de beoordeling of de procedure tot omzetting onder de reikwijdte van artikel 12 OLW/artikel 4bis Kaderbesluit 2002/584/JBZ valt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Om die reden verzoekt de rechtbank de officier van justitie om de volgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen: </para>
        </parablock>
        <para />
        <orderedlist numeration="arabic">
          <listitem>
            <para>Beschikte <emphasis role="italic">the regional court in Hrubieszów</emphasis> over een discretionaire bevoegdheid in de procedure op 7 december 2017 waarin de ‘<emphasis role="italic">restriction of liberty with the duty to perform unpaid, controlled work for social purposes</emphasis>’ is omgezet in ‘<emphasis role="italic">a substitute penalty of deprivation of liberty</emphasis>’?<?linebreak?></para>
          </listitem>
          <listitem>
            <para>Zo ja, kan in dat geval voor de omzettingsprocedures in <emphasis role="bold">vonnis II</emphasis> en <emphasis role="bold">vonnis III</emphasis> rubriek D. van het EAB worden ingevuld?<?linebreak?></para>
          </listitem>
        </orderedlist>
        <para>Het vorenstaande leidt tot de volgende beslissing. </para>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en <emphasis role="bold">SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de voormelde vragen te stellen aan de uitvaardigende</para>
      <para>justitiële autoriteit; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. Ch.A. van Dijk en J.H. Beestman, 				   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. Y.M.E. Jurgens,	                         		    griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 2 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat deze </para>
      <para>uitspraak mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_9ce3aa65-5a55-4e2c-b880-e414e4a3fe78" label="1">
    <para>HvJ 22 december 2017, ECLI:EU:C:2017:1026</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>