<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:2728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T17:32:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7119806  CV EXPL 18-17278</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NJF 2019/509</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:2728">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:2728</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-16T13:11:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:2728 Rechtbank Amsterdam , 12-04-2019 / 7119806  CV EXPL 18-17278</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:2728:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een man hoeft online winkel Bol.com niet te betalen voor spullen die Bol.com zegt aan hem te hebben geleverd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:2728:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ff465306-93fd-4a56-bdf1-af4e0b4efb4c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="896ca47e-77d6-498a-9388-46ca325c1feb" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
      <para>zaaknummer: 7119806  CV EXPL 18-17278</para>
      <para>vonnis van:  12 april 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">vonnis van de kantonrechter</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>I n z a k e</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de besloten vennootschap bol.com B.V.</bridgehead>
    <parablock>
      <para>gevestigd te Amsterdam</para>
      <para>eiseres, nader te noemen: bol.com</para>
      <para>gemachtigde: GGN Mastering Credit N.V.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>t e g e n</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [gedaagde]
    </bridgehead>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>gedaagde, nader te noemen: [gedaagde]</para>
      <para>gemachtigde: mr. M. Mahadew</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">VERDER VERLOOP VAN DE PROCEDURE</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 18 januari 2019 is een tussenvonnis gewezen, ter uitvoering waarvan op 13 maart 2019 een comparitie is gehouden. Voorafgaand daaraan heeft bol.com nog stukken ingediend. Namens bol.com is mr. J.A. Wesdijk als gemachtigde verschenen en voorts is [gedaagde] met zijn gemachtigde verschenen. Partijen hebben hun standpunten nader toegelicht en hebben vragen van de kantonrechter beantwoord.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens is een datum voor vonnis bepaald.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="beslissing">
    <title>GRONDEN VAN DE BESLISSING</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling</title>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Als overwogen in het tussenvonnis van 18 januari 2019 rust op bol.com de bewijslast  dat de goederen aan [gedaagde] zijn geleverd.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bol.com stelt dat de betreffende goederen zijn besteld vanaf het account dat op naam van [gedaagde] staat. [gedaagde] heeft dat betwist, maar ook als ervan uit wordt gegaan dat vanaf dat account de bestellingen zijn gedaan, is dat niet voldoende om te concluderen dat [gedaagde] ook degene is geweest die met bol.com een overeenkomst heeft gesloten. Niet alleen omdat bol.com ter zitting heeft erkend dat ook een ander het account kan hebben aangemaakt, maar ook omdat een ander vanaf dat account, ook als dat wel door [gedaagde] is aangemaakt, bestellingen bij bol.com kan hebben geplaatst. </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorts heeft bol.com onvoldoende aangetoond dat de producten aan [gedaagde] zijn afgeleverd. Uit de door bol.com voorafgaand aan de zitting overgelegde stukken volgt dat koeriersservice DHL op 13 december en 14 december 2016 pakketten heeft bezorgd aan [naam] op het adres [adres] . [gedaagde] heeft betwist [naam] te kennen of te weten wie op het adres woont. Uit de stukken is niet op te maken dat de goederen, waarvan bol.com betaling vordert, zijn afgeleverd aan [gedaagde] .</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Gezien het voorgaande heeft bol.com niet voldaan aan haar bewijslast. Dat betekent dat de vordering wordt afgewezen.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Bol.com wordt als de in het ongelijk gestelde partij met de proceskosten belast.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>BESLISSING</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <para>wijst de vordering af;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt bol.com in de proceskosten die aan de zijde van [gedaagde] tot op heden begroot worden op € 120,00 aan salaris van de gemachtigde, voor zover van toepassing, inclusief btw;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>veroordeelt bol.com in de na dit vonnis ontstane kosten, begroot op € 50,00 aan salaris gemachtigde, te verhogen met een bedrag van € 68,00 en de explootkosten van betekening van het vonnis, een en ander voor zover van toepassing inclusief btw, onder de voorwaarde dat bol.com niet binnen veertien dagen na aanschrijving volledig aan dit vonnis heeft voldaan en het vonnis pas na veertien dagen na aanschrijving is betekend;<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <para>verklaart de kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E. Pennink, kantonrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 april 2019 in tegenwoordigheid van de griffier.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>