<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-10T15:50:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751257-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:2563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-10T14:12:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:2563 Rechtbank Amsterdam , 04-04-2019 / 13/751257-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:2563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB Bulgarije. Tussenuitspraak. Minimale afmetingen single-occupancy cell? Heropening van het onderzoek in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen in de zaak Dorobantu (C-128/18).</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:2563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751257-17			</para>
      <para>RK-nummer: 17/5751</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 4 april 2019  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 18 augustus 2017 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 30 september 2016 door het Resortsparket in Kardzhali (Bulgarije) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>, </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Bulgarije) op [geboortedag] 1972,   </para>
      <para>wonende op het adres [adres] ,  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting van 7 juni 2018 </emphasis>
      </para>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 7 juni 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes.  </para>
      <para>De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven, en door een tolk in de Bulgaarse taal. De rechtbank heeft de behandeling van de zaak voor onbepaalde tijd aangehouden in afwachting van de antwoorden van de Bulgaarse autoriteiten op de door het IRC gestelde vragen over de detentieomstandigheden in Bulgarije. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting van 8 januari 2019 </emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is voortgezet op de openbare zitting van 8 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsvrouw, mr. F.T.C. Dölle, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Bulgaarse taal. De rechtbank heeft op die zitting de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. De rechtbank heeft het onderzoek op 8 januari 2019 gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tussenuitspraak van 22 januari 2019 </emphasis>
      </para>
      <para>Bij tussenuitspraak van 22 januari 2019 heeft de rechtbank het onderzoek heropend en voor onbepaalde tijd geschorst om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen over de penitentiaire inrichting in Kardzhali. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Zitting van 21 maart 2019</emphasis>
      </para>
      <para>De behandeling van de vordering is vervolgens voortgezet op de openbare zitting van 21 maart 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is opnieuw bijgestaan door mr. Dölle en door een tolk in de Bulgaarse taal. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Bulgaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een nationaal arrestatiebevel, te weten een beschikking van 28 september 2016 van het Ressortsparket in Kardzhali.     </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht voor een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek met betrekking tot het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan een naar het recht van Bulgarije strafbaar feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit feit is omschreven in onderdeel e) van het EAB.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak van 22 januari 2019 / detentieomstandigheden in Bulgarije </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beantwoording van de nadere vragen </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij tussenuitspraak van 22 januari 2019 (ECLI:NL:RBAMS:2019:372) heeft de rechtbank het onderzoek heropend om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit nadere vragen te stellen over de omstandigheden in de penitentiaire inrichting in Kardzhali. De rechtbank heeft de volgende vragen gesteld: </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Kunnen de Bulgaarse autoriteiten garanderen dat de opgeëiste persoon de periode van voorlopige hechtenis zal doorbrengen in het detentiecentrum in Kardzhali? </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoe groot zijn de cellen in Kardzhali (exclusief sanitair)? </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Hoeveel personen zitten er in Kardzhali gedetineerd in één cel? </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Wat is de hoeveelheid personal space die de opgeëiste persoon in zijn cel in Kardzhali minimaal tot zijn beschikking zal hebben (exclusief sanitair)?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vragen zijn door de <emphasis role="italic">Deputy Minister of Justice</emphasis> van het Bulgaarse Ministerie van Justitie bij brief van 18 februari 2019 als volgt beantwoord: </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Taking into account our national legislation the accused parties should be detained in the arrest of the court’s region where the criminal proceeding takes place. For that reason the Bulgarian national [opgeëiste persoon] should be detained in the arrest – Kardzhali after his surrender awaiting and during the preliminary proceedings. </emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">The actual size of the dormitories in the arrest – Kardzhali is as follows: </emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <parablock>
        <para>- <emphasis role="italic">Total number of cells – 11 (eleven), including 1 (one) cell for female detainees, 1 (one) cell for minors and 1 (one) cell for foreign national; </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">10 (ten) of the cells are 4.96 square meters each; </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">1 (one) cell has a size of 8.68 square meters; </emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">The total area of the accommodation facilities for detained persons in the arrest – Kardzhali is 58.28 square meters;</emphasis></para>
        <para>- <emphasis role="italic">The heating system in the arrest – Kardzhali is a part of the main heating system of the District Directorate of the Ministry of Interior – Kardzhali, as well as the air condition heating system and the ventilation. </emphasis></para>
      </parablock>
      <para>3. <emphasis role="italic">Given the current occupancy rates in the arrest – Kardzhali (as of 06.02.2019) there are 9 (nine) detainees including 1 (one) female detainee. All of the detained persons are Bulgarian nationals. </emphasis></para>
      <para>4. <emphasis role="italic">The detained Bulgarian national [opgeëiste persoon] should be placed in a separate cell. His personal space (excluding sanitary facilities and in accordance with the number of the detained persons placed in the same dormitory) in the cell in the arrest – Kardzhali should be 4.96 square meters. </emphasis></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Furthermore during the time spent in the arrest – Kardzhali to the detained Bulgarian national [opgeëiste persoon] should be guaranteed the right of: cooked foods, visits, receiving eating products and other permitted stuff, limitless correspondence, land lines phone calls, and access to medical services. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsvrouw </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat de overlevering moet worden geweigerd, nu artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) aan overlevering in de weg staat. Op basis van de antwoorden van de Bulgaarse autoriteiten bestaat een sterk vermoeden dat de opgeëiste persoon in Kardzhali een inhumane behandeling tegemoetziet. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op vraag 1 hebben de Bulgaarse autoriteiten geantwoord dat de opgeëiste persoon <emphasis role="italic">‘should be detained in the arrest – Kardzhali’</emphasis>. Dit is geen garantie, terwijl de rechtbank wel om een garantie heeft gevraagd. Dit valt met name op nu de Bulgaarse autoriteiten na het antwoord op vraag 4 wel <emphasis role="italic">garanderen </emphasis>dat de opgeëiste persoon (onder meer) recht heeft op gekookt voedsel en bezoek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Belangrijker is dat uit de aanvullende antwoorden van de Bulgaarse autoriteiten blijkt dat de opgeëiste persoon onvoldoende <emphasis role="italic">personal space</emphasis> zal hebben in het detentiecentrum in Kardzhali. De opgeëiste persoon zal alleen in een cel komen te zitten. De oppervlakte van deze cel zal 4.96 m2 zijn (exclusief sanitair). Dit is in strijd met de absolute minimumstandaarden die het CPT hanteert voor een éénpersoonscel. Een éénpersoonscel moet volgens het CPT een oppervlakte van ten minste 6 m2  hebben.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bovendien hebben de Bulgaarse autoriteiten niet gemotiveerd en gedetailleerd uiteengezet welke factoren het gebrek aan voldoende <emphasis role="italic">personal space</emphasis> compenseren. Een groot aantal vragen, bijvoorbeeld over buitencelse activiteiten, daglicht, frisse lucht en sanitaire voorzieningen in de cel, is onbeantwoord gebleven. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Tot slot is van belang dat de opgeëiste persoon momenteel aan ernstige medische klachten lijdt. Zijn psychiater heeft in januari 2019 geschreven dat hij van mening is dat de opgeëiste persoon ontoerekeningsvatbaar is op basis van zijn lage intellectuele capaciteit, ernstige depressiviteit en extreem hoog angstniveau. De inschatting van de psychiater is dat de detentie kan leiden tot een gevaarlijke escalatie met toename van suïcidaliteit. Eerder heeft een GZ-psycholoog geconcludeerd dat de opgeëiste persoon niet in staat is om langdurig in gesloten ruimtes te zitten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu uit de antwoorden van de Bulgaarse autoriteiten blijkt dat de opgeëiste persoon vrijwel constant in een te kleine ruimte zal zitten, vergroot dit volgens de raadsvrouw het risico op een onmenselijke en vernederende behandeling. In het detentiecentrum in Kardzhali krijgt de opgeëiste persoon geen psychologische en psychiatrische hulp. Nu er niet alleen een algemeen en reëel gevaar bestaat dat in Bulgarije gedetineerden een onmenselijke of vernederende behandeling ondergaan, maar er ook een concreet gevaar bestaat dat specifiek de opgeëiste persoon dit gevaar loopt, dient de overlevering te worden geweigerd. Subsidiair dient de officier van justitie niet-ontvankelijk te worden verklaard in haar vordering, omdat er op dit moment onvoldoende garanties zijn geboden en de redelijke termijn om vragen te stellen, is verstreken. </para>
        <para>Meer subsidiair heeft de raadsvrouw de rechtbank verzocht opnieuw vragen te stellen aan de Bulgaarse autoriteiten over de detentieomstandigheden in Kardzhali. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie is van mening dat vraag 1 toereikend is beantwoord, nu uit de bewoordingen blijkt dat het de bedoeling is dat gedetineerden worden gedetineerd in een penitentiaire inrichting zo dicht mogelijk bij de plaats waar het strafproces zal plaatsvinden. Het antwoord op vraag 1 moet worden beschouwd als een garantie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verder opgemerkt dat het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (hierna: EHRM) zich in het arrest Muršić en andere arresten niet heeft uitgelaten over de minimale oppervlakte van éénpersoonscellen. Gelet echter op de van de Bulgaarse autoriteiten ontvangen aanvullende informatie komt de officier van justitie tot de conclusie dat de toegezegde 4.96 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> voldoende is. De overlevering kan worden toegestaan. Nu de Bulgaarse autoriteiten de vragen van de rechtbank steeds voortvarend hebben beantwoord, is er geen reden om de officier van justitie niet-ontvankelijk te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van de medische omstandigheden van de opgeëiste persoon heeft de officier van justitie gewezen op artikel 35 OLW.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank stelt voorop dat in geval van <emphasis role="italic">‘multi-occupancy accommodation’</emphasis> een hoeveelheid van minder dan 3 m2 <emphasis role="italic">‘personal space’</emphasis> een <emphasis role="italic">‘strong presumption’</emphasis> oplevert dat de detentieomstandigheden vernederend zijn in de zin van artikel 3 EVRM (Muršić/Kroatië, § 124). </para>
        <para>In dit arrest overweegt het EHRM ook:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">91. The Court is frequently called upon to rule on complaints alleging a violation of Article 3 of the Convention on account of insufficient personal space allocated to prisoners. In the present case, the Court finds it appropriate to clarify the principles and standards for the assessment of the minimum personal space per detainee in multi-occupancy accommodation in prisons under Article 3 of the Convention. </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">92. The Court would further note that different questions might arise in the context of single-occupancy accommodation, isolation or other similar detention regimes, or waiting rooms or similar spaces used for very short periods of time (such as police stations, psychiatric establishments, immigration detention facilities), which are however not in issue in the present case (see paragraph 50 above; and Georgia v. Russia (I) [GC], no. 13255/07, §§ 192-205, ECHR 2014 (extracts)). </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hetgeen het EHRM in het arrest Muršić/Kroatië heeft overwogen over een minimale <emphasis role="italic">personal space</emphasis> van 3 m2 heeft betrekking op <emphasis role="italic">multi-occupancy accommodations</emphasis>, terwijl in de brief van 18 februari 2019 van de <emphasis role="italic">Deputy Minister of Justice</emphasis> van het Bulgaarse Ministerie van Justitie staat dat de opgeëiste persoon zal worden gedetineerd in een <emphasis role="italic">separate cell</emphasis>.  </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft na sluiting van het onderzoek geconstateerd dat het <emphasis role="italic">Hanseatisches Oberlandesgericht Hamburg</emphasis> (Duitsland) in de zaak Dorobantu (C-128/18) prejudiciële vragen heeft gesteld aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Twee van deze vragen luiden als volgt:</para>
      </parablock>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Geldt met name in het licht van het Unierecht een „absolute” ondergrens voor celafmetingen, bij niet-inachtneming waarvan altijd sprake is van schending van artikel 4 van het Handvest?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>
            <emphasis role="italic">Is het bij het bepalen van de individuele celruimte relevant of het om een eenpersoons- dan wel een meerpersoonscel gaat?</emphasis>
          </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht beantwoording van deze vragen relevant voor de beoordeling van het overleveringsverzoek betreffende [opgeëiste persoon] . De rechtbank ziet daarom aanleiding het onderzoek te heropenen en dit voor onbepaalde tijd te schorsen in afwachting van beantwoording van bovengenoemde prejudiciële vragen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Beslissing  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">HEROPENT</emphasis> het gesloten onderzoek en <emphasis role="bold">SCHORST</emphasis> dit voor onbepaalde tijd in afwachting van beantwoording van de prejudiciële vragen in de zaak Dorobantu (C-128/18) door het Hof van Justitie van de Europese Unie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsvrouw.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de rechtbank de oproeping van een tolk in de Bulgaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  			                                     voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.G. Fels en J.H. Beestman,                       	  	               rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp,		                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 4 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>