<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:1367</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-07T13:24:54</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752098-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1367">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1367</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-04T09:18:03</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:1367 Rechtbank Amsterdam , 22-02-2019 / 13/752098-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:1367:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overlevering; EAB Polen; tussenuitspraak om nadere vragen te stellen</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:1367:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752098-18</para>
      <para>RK nummer: 18/8598</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 februari 2019 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">    TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
    </para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 19 december 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 7 september 2018 door <emphasis role="italic">the District Court in Wrocław </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1981, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in het [detentieadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 8 februari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">final and binding judgement of the Regional Court for Wrocław-Śródmieście</emphasis> van 7 september 2016 (II K 975/14).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van drie jaar, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Van deze straf resteren volgens het EAB nog twee jaar, negen maanden en twee dagen. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB volgt dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de zitting die tot de beslissing heeft geleid.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In onderdeel f) van het EAB staat het volgende: <emphasis role="italic">[opgeëiste persoon] was sentenced to an aggregate penalty of 3 years of imprisonment for the offences described above, on the grounds of the final and binding judgement of the Regional Court for Wroclaw-Śródmieście of 7 September 2016, (II K 975/14). The mentioned person participated in the main hearing and provided explanations. He was not present at the announcement of the judgement. He had a public defense counsel appointed for him. The District Court in Wroclaw, on the grounds of its judgement of 24 May 2017, reference symbol IV Ka 160/17, did not assume a positive attitude of the appeals lodged by the accused and his defense counsel and upheld the challenged judgement of the Regional Court.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de aanvullende informatie van de Poolse justitiële autoriteiten van 19 december 2018 staat dat de opgeëiste persoon aanwezig was bij de zitting die heeft geleid tot de beslissing met nummer II K 975/14, maar niet bij de uitspraak. Hij had een door de rechtbank aangewezen advocaat. Het hoger beroep is niet aanvaard/ingewilligd en het vonnis in eerste aanleg is overeind gebleven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de aanvullende informatie van de Poolse justitiële autoriteiten van 24 januari 2019 staat het volgende:</para>
      </parablock>
      <para>- op 9 maart 2015 heeft de opgeëiste persoon om toevoeging van een advocaat gevraagd en deze gekregen. Hij is in de daaropvolgende zittingen door de advocaat vertegenwoordigd. De opgeëiste persoon is opgeroepen voor de zitting van 15 april 2015;</para>
      <para>- op 20 april 2015 is het onderzoek ter terechtzitting gestart, is de beschuldiging voorgelezen en heeft de opgeëiste persoon daarover verklaard;</para>
      <para>- op 28 augustus 2016 heeft de opgeëiste persoon toegang tot de dossiers gekregen en heeft hij een <emphasis role="italic">written representation</emphasis> gegeven.</para>
      <para>- de opgeëiste persoon en zijn advocaat hebben beide een <emphasis role="italic">complaint </emphasis>ingediend tegen de beslissing. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het bovenstaande stelt de rechtbank vast dat de opgeëiste persoon in eerste aanleg bij een zitting aanwezig was en bij de overige zittingsdagen is vertegenwoordigd door een gemachtigd raadsman, zoals ook door de opgeëiste persoon ter zitting is bevestigd. Voor de procedure in eerste aanleg is voldaan aan de vereisten van artikel 12 OLW en is de weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW dus niet van toepassing.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het EAB en de genoemde aanvullende informatie blijkt dat er hoger beroep is ingesteld en dat daarop is beslist. Onduidelijk is of in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld (Hof van Justitie van de Europese Unie van 10 augustus 2017, C-270/17 PPU, ECLI:EU:C:2017:628 (Tupikas)) en of er een door de opgeëiste persoon gemachtigd raadsman aanwezig was bij de zitting in hoger beroep, die namens hem het woord heeft gevoerd. Van belang is dat hierover navraag wordt gedaan door de officier van justitie, zodat kan worden vastgesteld of de weigeringsgrond van artikel 12 OLW van toepassing is.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid: feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan ten aanzien van feit 1 en feit 2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten 1 en 2 leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">diefstal, voorafgegaan van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van een ander door geweld, gericht tegen die ander, wederrechtelijk dwingen iets te doen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">medeplegen van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De dubbele strafbaarheid ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.1.1</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
          </para>
          <para>De raadsman heeft aangevoerd dat ten aanzien van feit 3 geen sprake is van dubbele strafbaarheid. In de feitsomschrijving staat dat <emphasis role="italic">he attempted at forcing [persoon] to intimacy</emphasis>. Dit is echter niet te kwalificeren naar Nederlands recht als een poging tot aanranding, aldus de raadsman.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.2</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
          </para>
          <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de feitsomschrijving ten aanzien van feit 3 voldoende duidelijk is en dat dit naar Nederlands recht in ieder geval is te kwalificeren als een poging tot aanranding.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.1.3</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is van oordeel dat de feitsomschrijving <emphasis role="italic">he attempted at forcing [persoon] to intimacy</emphasis> te onbepaald is om thans naar Nederlands recht te kwalificeren. Om te kunnen vaststellen of dit feit naar Nederlands recht strafbaar is, is het van belang om een beschrijving te hebben van de feitelijke handelingen van de opgeëiste persoon onder feit 3.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Heropening van het onderzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op hetgeen onder 3.1 en 4.1.3 is overwogen zal de rechtbank het onderzoek dan ook heropenen en schorsen voor onbepaalde tijd, teneinde de officier van justitie in de gelegenheid te stellen om aan de Poolse uitvaardigende autoriteit te vragen of in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld en of er een door de opgeëiste persoon gemachtigd raadsman aanwezig was bij de zitting(en) in hoger beroep, die namens hem het woord heeft gevoerd. Tevens wordt de officier in de gelegenheid gesteld om aan de Poolse uitvaardigende autoriteit te vragen naar een beschrijving van de feitelijke handelingen van de opgeëiste persoon die ten grondslag liggen aan feit 3 van het EAB, zodat kan worden vastgesteld of dit feit ook naar Nederlands recht strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST</emphasis> het onderzoek voor onbepaalde tijd om de officier van justitie in de gelegenheid te stellen de uitvaardigende justitiële autoriteit te vragen</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>of in hoger beroep definitief uitspraak is gedaan over de schuld van de opgeëiste persoon en aan hem een straf is opgelegd, nadat de zaak in feite en in rechte ten gronde is behandeld en of er een door de opgeëiste persoon gemachtigd raadsman aanwezig was bij de zitting(en) in hoger beroep, die namens hem het woord heeft gevoerd;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>naar een beschrijving van de feitelijke handelingen van de opgeëiste persoon die ten grondslag liggen aan feit 3 van het EAB.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT</emphasis> de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,			  				                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. E.G. Fels en I.V. Ottens,  	                       				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.W. van der Hoek,		                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 22 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De oudste rechter en jongste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>