<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:1229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-01T10:00:28</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/752124-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:1229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-01T09:07:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-03-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:1229 Rechtbank Amsterdam , 12-02-2019 / 13/752124-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:1229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich op het standpunt gesteld dat hij onschuldig is. De rechtbank is van oordeel dat hij zijn onschuld tijdens de zitting niet heeft kunnen aantonen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:1229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752124-18</para>
      <para>RK nummer: 18/8754</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 12 februari 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 24 december 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 31 oktober 2018 door <emphasis role="italic">the Central Herts Magistrates’ Courts</emphasis> (het Verenigd Koninkrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[naam opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] ([land van herkomst]) op [geboortedag] 1986, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting “[detentieadres],</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 29 januari 2019. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. N.R. Bakkenes. De opgeëiste persoon is bijgestaan door zijn raadsman, mr. M.P.M. Balemans, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Engelse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Britse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">warrant of arrest for failing to answer bail</emphasis> uitgevaardigd op 25 juli 2016 door <emphasis role="italic">the Crown Court at St Albans</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">warrant of arrest at first instance </emphasis>uitgevaardigd op 31 oktober 2018 door <emphasis role="italic">the Magistrates’ Court at St Albans</emphasis>.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek ter zake van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan naar het recht van het Verenigd Koninkrijk strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze feiten zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit de strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 1, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>deelneming aan een criminele organisatie;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>onder nummer 6, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>illegale handel in wapens, munitie en explosieven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en onder nummer 9, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>witwassen van opbrengsten van misdrijven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van het Verenigd Koninkrijk een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Onschuldverweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft betoogd dat ten onrechte en op onjuiste gronden tegen de opgeëiste persoon de verdenking is gerezen dat hij de onder het tweede deel van sub e beschreven vuurwapens en munitie voorhanden (heeft) (ge)had. Uit het aan de rechtbank overgelegde <emphasis role="italic">Forensic Report </emphasis>blijkt dat het DNA van de opgeëiste persoon niet op de vuurwapens is aangetroffen, terwijl in het EAB wordt vermeld dat de reden van verdenking het aantreffen van DNA van de opgeëiste persoon is. De raadsman is daarom van mening dat sprake is van onvoldoende vermoeden van schuld en dat de overlevering ten aanzien van die feiten dient te worden geweigerd, dan wel dat de zaak dient te worden aangehouden zodat nadere informatie kan worden opgevraagd bij de uitvaardigende justitiële autoriteit.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat met het door de raadsman gestelde de onschuld van de opgeëiste persoon niet aanstonds is aangetoond. Tevens heeft de officier van justitie aangevoerd dat er geen aanleiding bestaat de zaak aan te houden, omdat niet is gebleken van tegenstrijdigheden tussen het <emphasis role="italic">Forensic Report </emphasis>en de feitsomschrijving in het EAB. Hierbij heeft de officier van justitie er op gewezen dat het niet aan de uitvoerende justitiële autoriteit is om de rechtmatigheid van de verdenking te beoordeling. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>
          <?linebreak?>Ingevolge artikel 26, vierde lid, van de OLW dient de opgeëiste persoon, indien hij beweert niet schuldig te zijn aan de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht, dat tijdens het verhoor ter zitting aan te tonen. Uit deze bepaling volgt dat de opgeëiste persoon zijn onschuld aanstonds dient aan te tonen. De rechtbank acht hetgeen de raadsman van de opgeëiste persoon naar voren heeft gebracht onvoldoende om tot het oordeel te komen dat aanstonds aangetoond is dat de opgeëiste persoon niet schuldig is aan de feiten waarvoor zijn overlevering is verzocht. Uit hetgeen door de raadsman naar voren is gebracht is niet gebleken van een onjuiste voorstelling van zaken in het EAB omtrent de resultaten van het forensisch (DNA) - onderzoek. De rechtbank overweegt hiertoe in het bijzonder dat in het <emphasis role="italic">Forensic Report </emphasis>onder meer staat vermeld, op pagina 6:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>“<emphasis role="italic">All of the components in the DNA profile of [naam opgeëiste persoon] are represented in the result, among the stronger components, such that in my opinion, het could have contributed DNA to the mixture.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>en op pagina 8:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“DNA, which matches the corresponding components in the DNA profile of [naam opgeëiste persoon], was detected within complex mixed DNA results obtained from JP5, DOW26 and DOW27.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het verweer wordt verworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Overige verweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich ter zitting op het standpunt gesteld dat de overlevering dient te worden geweigerd nu onbekend is gebleven waarom de opgeëiste persoon is aangehouden, dan wel dat de zaak dient te worden aangehouden ten einde deze informatie te vergaren. Na toelichting van de officier van justitie, onder verwijzing naar een overgelegd proces-verbaal van bevindingen, heeft de raadsman zijn verweer ingetrokken zodat dit geen bespreking meer behoeft. <?linebreak?></para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsartikelen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[naam opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Central Herts Magistrates’ Courts </emphasis>ten behoeve van het in het Verenigd Koninkrijk tegen hem gerichte strafrechtelijk onderzoek naar de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,		  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.A. van Dijk en H.G. van der Wilt, 			   		   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. T. Smit,			                         		    griffier</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 12 februari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter en oudste rechter zijn buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>