<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-11T14:33:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/654085-18 (Promis)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:106">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:106</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-09T13:20:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:106 Rechtbank Amsterdam , 11-01-2019 / 13/654085-18 (Promis)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:106:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 24-jarige man krijgt een jaar gevangenisstraf voor heling en wapenbezit. Op  9 juli 2018 reed hij op de A10 op een gestolen motor met een geladen vuurwapen op zak.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:106:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/654085-18 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 11 januari 2019 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1994,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [adres] , [woonplaats] , </para>
      <para>gedetineerd in het Huis van Bewaring “ [naam Huis van Bewaring] ”.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. R. Bosman en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.H. Bouwman, naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Aan verdachte is – kort gezegd –  tenlastegelegd dat hij zich te Amsterdam heeft schuldig gemaakt aan </para>
      <para />
      <para>1. diefstal in vereniging van een motor in de periode van 14 maart 2018 tot en met 15 maart  </para>
      <parablock>
        <para>2018;</para>
        <para>
          <emphasis role="underline">subsidiair:</emphasis> heling in vereniging van voornoemde motor in de periode van 15 maart 2018 tot en met 9 juli 2018;</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>2. het voorhanden hebben van een pistool van het merk Steyr en munitie van categorie III op   </para>
      <para>    9 juli 2018. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>De tekst van de volledige tenlastelegging is opgenomen als <emphasis role="bold">bijlage I</emphasis> die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van de tenlastegelegde feiten en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie is van mening dat het onder 1 subsidiair en het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen kan worden gelet op de in het dossier bevindende bewijsmiddelen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de raadsman kan het onder 1 primair tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen worden. De ter plaatse door verdachte afgelegde verklaring dat de motor van een vriend is, is niet bruikbaar als bewijs omdat niet kan worden nagegaan onder welke omstandigheden deze verklaring is afgelegd. Voorts is niet direct de cautie aan verdachte gegeven. De verklaring van verdachte ter zitting dat hij de motor heeft gestolen, is geloofwaardig. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman verzoekt verdachte van het onder 2 tenlastegelegde vrij te spreken omdat de aangetroffen tas op de motor met daarin het vuurwapen niet van verdachte is en er onvoldoende bewijs is dat verdachte weet had van hetgeen in de tas zat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>4.3.1</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 1 tenlastegelegde </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak primair tenlastegelegde </emphasis>
          </para>
          <para>Op 9 juli 2018 zien verbalisanten op de Ringweg A10 te Amsterdam een motor zonder kentekenplaat rijden. Hierop wordt aan de bestuurder een stopteken gegeven. De bestuurder – naar later blijkt verdachte – kan geen rijbewijs tonen, verklaart dat de motor van een vriend is en dat hij de motor ergens heen moet brengen. Blijkens navraag bij de Rijksdienst voor het Wegverkeer staat de motor sinds maart 2018 als gestolen gesignaleerd. In de tas die tussen de benen van verdachte staat wordt een vuurwapen en munitie aangetroffen (feit 2). </para>
          <para>
            <?linebreak?>Ter terechtzitting verklaart verdachte dat hetgeen op 9 juli 2018 door de verbalisanten is genoteerd, niet juist is. Volgens verdachte heeft hij zich destijds op zijn zwijgrecht beroepen. Verdachte verklaart voorts dat hij de dag van zijn aanhouding in de Zaanstraat te Amsterdam een motor met sleutel en helm zag staan. Hij heeft de motor gestart, de helm opgezet en is weggereden. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank passeert dit alternatieve scenario en overweegt hiertoe het volgende. Verdachte heeft kort voor zijn aanhouding verklaard, nadat hem de cautie was gegeven, dat de motor van een vriend was en hij deze ergens heen moest brengen. Verdachte heeft zich vervolgens lopende het onderzoek op zijn zwijgrecht beroepen. Eerst ter zitting, na kennis te hebben genomen van het volledige eindproces-verbaal, heeft verdachte een scenario geschetst dat niet meer is te verifiëren. Dit scenario komt de rechtbank ongeloofwaardig voor in het licht van genoemde verklaring die verdachte (spontaan) ten overstaan van verbalisanten heeft afgelegd. Verdachte wordt vrijgesproken van de tenlastegelegde diefstal.  </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Bewezenverklaring subsidiair tenlastegelegde </emphasis>
          </para>
          <para>Gelet op de verhullende verklaring van verdachte en het ontbreken van de kentekenplaat, bezien in onderlinge samenhang met de overige bewijsmiddelen, is de rechtbank van oordeel dat verdachte wist dat de motor van een misdrijf afkomstig was en zich derhalve schuldig heeft gemaakt aan opzetheling. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.3.2</nr>
        <para>
          <emphasis role="underline">Ten aanzien van het onder 2 tenlastegelegde  </emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht het onder 2 tenlastegelegde wettig en overtuigend bewezen en overweegt hiertoe als volgt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht de verklaring van verdachte dat hij geen weet had van hetgeen in de tas zat die tussen zijn benen stond, ongeloofwaardig. De rechtbank is van oordeel dat, in onderling verband en samenhang bezien, het niet anders kan dan dat  hij wist van de aanwezigheid van dat wapen en de munitie en hij over die goederen beschikte. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank acht daarom bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het voorhanden hebben van een pistool en munitie zoals hierna in rubriek 5 is weergegeven. </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in <emphasis role="bold">bijlage II</emphasis> vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <para>op 9 juli 2018 te Amsterdam, een motor voorhanden heeft gehad, terwijl hij ten tijde van het voorhanden krijgen wist, dat het een door diefstal verkregen goed betrof;</para>
    <para />
    <para>2. </para>
    <parablock>
      <para>op 9 juli 2018 te Amsterdam een wapen van categorie III, te weten een pistool, merk Steyr, model M9, kaliber 9mmx19, en munitie van categorie III, te weten 13 patronen,</para>
      <para>voorhanden heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich op de openbare weg begeven met een vuurwapen en munitie op zak en zich schuldig gemaakt aan opzetheling van een motor. Het vuurwapen was bovendien geladen. Het voorhanden hebben van een vuurwapen is een ernstig strafbaar feit, omdat het ongecontroleerde bezit daarvan een onaanvaardbaar risico met zich brengt voor de veiligheid van personen. </para>
        <para>
          <?linebreak?>Uit het strafblad van verdachte van 26 september 2018 blijkt dat hij eerder is veroordeeld voor overtreding van de Wet wapens en munitie. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht gaan voor het voorhanden hebben van een pistool uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 3 maanden. De rechtbank wijkt fors af van dit oriëntatiepunt. Strafverzwarend is dat verdachte het pistool op de openbare weg voorhanden had. Bovendien was het pistool geladen, zodat daarmee kon worden geschoten. De omstandigheid waaronder het wapen is aangetroffen – te weten op een gestolen motor – doet vermoeden dat het voorhanden hebben van dit wapen verband houdt met andere criminele activiteiten.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op dit alles is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van 12 maanden met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht, passend en geboden is. </para>
        <para>De rechtbank komt daarbij lager uit dan de officier van justitie, omdat de rechtbank de geëiste straf te hoog vindt in verhouding tot straffen die in vergelijkbare zaken worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Ten aanzien van het beslag </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Retour verdachte </emphasis>
        </para>
        <para>Onder verdachte is een shirt (nummer 2), broek (nummer 3), schoenen (nummer 4), een handschoen (6) en een tas (nummer 7) in beslag genomen. Deze voorwerpen behoren aan verdachte toe en zullen aan hem worden geretourneerd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Retour rechthebbende </emphasis>
        </para>
        <para>Onder verdachte is eveneens een helm (nummer 1) en een motoronderdeel (nummer 5) in beslag genomen. Deze voorwerpen dienen aan de rechthebbende te worden geretourneerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 1 primair tenlastegelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 subsidiair en 2 tenlastegelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het onder 1 subsidiair bewezen verklaarde:<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="italic">opzetheling; </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het onder 2 bewezen verklaarde:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan verdachte:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Voorwerp 2, 1.00 STK shirt, goednummer 5607240;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorwerp 3, 1.00 STK broek, goednummer 5607241;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorwerp 4, 2.00 STK schoenen (Nike), goednummer 5607244;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorwerp 6, 1.00 STK handschoen, goednummer 5599919;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorwerp 7, 1.00 STK tas, goednummer 5599927;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelast de teruggave aan de rechthebbende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Voorwerp 1, 1.00 STK helm, goednummer 5607227;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Voorwerp 5, 1.00 STK motoronderdeel, goednummer 5607252.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. K.A. Brunner, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. L. Voetelink en S. Djebali, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. R.E.H. Eijkhout, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 januari 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>