<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2019:10372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-07T08:30:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-08-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/640787 / HA ZA 17-1385</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#proceskostenveroordeling">Proceskostenveroordeling</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:10372">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2019:10372</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-02-07T08:29:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2025-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2019:10372 Rechtbank Amsterdam , 14-08-2019 / C/13/640787 / HA ZA 17-1385</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2019:10372:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Aanvulling van het vonnis van 3 juli 2019, ECLI:NL:RBAMS:2019:5310.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2019:10372:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="a16a68db-303a-44b6-ac68-14b9112f256c" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="ae253163-c152-4719-87f3-92b146512976" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/640787 / HA ZA 17-1385</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aanvullend vonnis van 14 augustus 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de stichting</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">CLAIMSTICHTING MESTPARTNERS</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te ‘s-Gravenhage ,</para>
      <para>eiseres in de hoofdzaak,</para>
      <para>verweerster in het ontvankelijkheidsincident,</para>
      <para>advocaat mr. J.G. Molenaar te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [gedaagde 1 en 2]</title>
    <parablock>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Mestpartners Beheer B.V., </para>
      <para>kantoorhoudende te Utrecht ,</para>
      <para>advocaat mr. G.K.L. de Wijkerslooth te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para>2.	<emphasis role="bold">[gedaagde 1 en 2]</emphasis></para>
    <parablock>
      <para>in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap Sustainable Growth Capital B.V.,</para>
      <para>kantoorhoudende te Utrecht ,</para>
      <para>advocaat mr. G.K.L. de Wijkerslooth te Utrecht,<?linebreak?>3.	<emphasis role="bold">[gedaagde 3]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats 1] ,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. Rila te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para>4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde 4] B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te [vestigingsplaats] ,</para>
      <para>advocaat mr. R.A. Rila te Utrecht,</para>
    </parablock>
    <para>5. de stichting</para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STICHTING MESTPARTNERS TRUST</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Rotterdam ,</para>
      <para>advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda,</para>
    </parablock>
    <para>6.	<emphasis role="bold">[gedaagde 6]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 2] ,</para>
      <para>advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda,</para>
    </parablock>
    <para>7.	<emphasis role="bold">[gedaagde 7]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 3] ,</para>
      <para>advocaat mr. L.L.M. Prinsen te Breda,</para>
      <para>gedaagden,</para>
    </parablock>
    <para>8.	<emphasis role="bold">[gedaagde 8]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 4] ,</para>
      <para>advocaat mr. J.Ch. van der Tak te Bergen op Zoom,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het ontvankelijkheidsincident,</para>
    </parablock>
    <para>9.	<emphasis role="bold">[gedaagde 9]</emphasis>,</para>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats 5] ,</para>
      <para>advocaat mr. J.Ch. van der Tak te Bergen op Zoom,</para>
      <para>gedaagde in de hoofdzaak,</para>
      <para>eiser in het ontvankelijkheidsincident.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De genoemde partijen zullen hierna (ook) worden aangeduid als:<?linebreak?>Claimstichting Mestpartners , curator van MPB , curator van SGC (de laatste twee gezamenlijk: de curator), [gedaagde 3] , [gedaagde 4] (de vorige twee gezamenlijk: [gedaagden 3 &amp; 4] ),  SMT , [gedaagde 6] en [gedaagde 7] (de laatste drie gezamenlijk: SMT c.s. ), [gedaagde 8] en [gedaagde 9] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot aanvulling </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 4 juli 2019 heeft mr. Rila namens [gedaagden 3 &amp; 4] de rechtbank verzocht om aanvulling van het op 3 juli 2019 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de rechtbank alsnog beslist op de verzochte veroordeling van Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>De rechtbank heeft Claimstichting Mestpartners in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. Claimstichting Mestpartners heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 3 juli 2019 is verzuimd te beslissen op de door [gedaagden 3 &amp; 4] verzochte kostenveroordeling. Nu de vordering van Claimstichting Mestpartners jegens [gedaagden 3 &amp; 4] is afgewezen is er grond voor veroordeling van Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding, aan de kant van [gedaagden 3 &amp; 4] te begroten op € 618,- aan griffierecht en € 1.086,- aan salaris advocaat (2 punten tarief II á € 543,-), in totaal € 1.704,-. De nakosten worden begroot en zijn toewijsbaar op de wijze als hierna in de beslissing is vermeld. De rechtbank zal het verzoek dan ook toewijzen als volgt.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ten overvloede merkt de rechtbank op dat in het vonnis ook de vordering jegens [gedaagde 9] is afgewezen en dat is verzuimd te beslissen op de ten behoeve van [gedaagde 9] gevraagde kostenveroordeling. Artikel 32 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering biedt echter geen mogelijkheid het vonnis ambtshalve aan te vullen, dit kan alleen als daarom wordt verzocht. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat na nr. 5.12 van het op 3 juli 2019 tussen Claimstichting Mestpartners en de gedaagden gewezen vonnis dient te worden toegevoegd: </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.13</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">veroordeelt Claimstichting Mestpartners in de kosten van het geding, aan de zijde van [gedaagden 3 &amp; 4] tot heden begroot € 1.704,-, te vermeerderen met nasalaris advocaat begroot op € 157,00, te vermeerderen, onder de voorwaarde dat Claimstichting Mestpartners niet binnen 14 dagen na aanschrijving aan dit vonnis heeft voldaan en er vervolgens betekening van de uitspraak heeft plaatsgevonden, met een bedrag van € 82,00 aan salaris advocaat en de explootkosten van betekening van de uitspraak,</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>en dat dit leidt tot hernummering van de onderdelen 5.13 en 5.14, zodat deze als volgt komen te luiden: </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.14</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">verklaart dit vonnis wat betreft 5.8 tot en met 5.13 uitvoerbaar bij voorraad,</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.15</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">wijst het meer of anders gevorderde af.</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat deze aanvulling onder de vermelding van de datum 14 augustus 2019 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 3 juli 2019,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 3 juli 2019 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel, mr. M.E.M. James-Pater en mr. P. Vrugt en in het openbaar uitgesproken op 14 augustus 2019.<footnote-ref linkend="_043c6413-7efc-40e5-94d5-53c17e5645dc" /></para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_043c6413-7efc-40e5-94d5-53c17e5645dc" label="1">
    <para>type: RHCJ</para>
    <para>coll:</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>