<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:9366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-28T11:25:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-21</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-752062-17    RK 18-5951</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#internationaalPubliekrecht">Internationaal publiekrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:9366">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:9366</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-28T11:24:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:9366 Rechtbank Amsterdam , 08-11-2018 / 13-752062-17    RK 18-5951</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:9366:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overlevering aan Hongarije geweigerd.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het EAB wordt vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.</para>
        <para>De opgeëiste persoon heeft dit bestreden. Om dit standpunt te onderbouwen heeft de raadsman drie processen-verbaal van zittingen van het Mohács District Court, opgemaakt op respectievelijk 28 mei 2014, 3 juli 2014 en 13 november 2014 (de datum van het vonnis) overgelegd.  </para>
        <para>Uit deze processen-verbaal blijkt dat de opgeëiste persoon in het geheel niet op de zittingen is verschenen en dat een door de Staat benoemde advocaat op de derde zitting aanwezig was.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para>Op grond van de processen-verbaal is niet vast te stellen dat de opgeëiste persoon tijdig en in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting die tot de beslissing heeft geleid of anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting, zodat op ondubbelzinnige wijze vast staat dat hij op de hoogte was van de voorgenomen terechtzitting en ervan in kennis is gesteld dat een vonnis kan worden gewezen wanneer hij niet ter terechtzitting verschijnt. </para>
      <para />
      <para>Nu niet is gebleken dat zich een van de in artikel 12 a tot en met c OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en geen garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 onder d, 1e en 2e OLW, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW aan de orde en moet de overlevering worden geweigerd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:9366:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/752062-17</para>
      <para>RK nummer: 18/5951</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 8 november 2018  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 31 augustus 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).<?linebreak?></para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 4 augustus 2017 door de <emphasis role="italic">Pécs Regional Court</emphasis> (Hongarije) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] </emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Hongarije) op [geboortedag] 1981, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentieadres] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 23 oktober 2018</emphasis>
        <?linebreak?>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 oktober 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. I.R. Rigter, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek geschorst tot 8 november 2018, 09:00 uur in afwachting van beantwoording van de vragen die de officier van justitie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit heeft gesteld met betrekking tot ‘judgment No. 4.B.351/2010/28 of Siklós City Court’. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd en heeft vervolgens de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, derde lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlengingen nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zitting 8 november 2018</emphasis>
        <?linebreak?>Met toestemming van partijen heeft de rechtbank in andere samenstelling het onderzoek voortgezet op 8 november 2018. Daarbij zijn de officier van justitie mr. U.E.A. Weitzel en de opgeëiste persoon en zijn raadsman gehoord, met bijstand van een tolk in de Hongaarse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon opnieuw onderzocht. <?linebreak?>De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Hongaarse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een<emphasis role="italic"> judgment No. 1.B.30/2014/18 </emphasis>van 13 november 2014 van <emphasis role="italic">the Mohács District Court</emphasis>. </para>
      <para>Referentie: Pécs Regional Court No. Szv. 57/2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt vermeld dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van één jaar en vijf maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. Het betreft een cumulatief vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met dit vonnis kwam een eind aan de voorwaardelijke invrijheidstelling met betrekking tot een ‘judgment’ No. 4.B.351/2010/28 van Siklós City Court.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Opgelegd zijn de volgende vrijheidsstraffen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>‘<emphasis role="italic">imprisonment’</emphasis> voor de duur van één jaar en vijf maanden;</para>
      <para>‘<emphasis role="italic">jail’</emphasis> voor de duur van vijf maanden, waarvan nog één maand en zeven dagen resteren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis heeft betrekking op vier feiten zoals omschreven in onderdeel e) van het EAB. <?linebreak?>Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De weigeringsgrond van artikel 12 OLW</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft bestreden dat hij aanwezig zou zijn geweest bij de zitting die heeft geleid tot het judgment van 13 november 2014 van de <emphasis role="italic">Mohács District Court</emphasis>. Om dit standpunt te onderbouwen heeft de raadsman drie processen-verbaal van zittingen van het <emphasis role="italic">Mohács District Court,</emphasis> opgemaakt op respectievelijk 28 mei 2014, 3 juli 2014 en 13 november 2014 (de datum van het vonnis) overgelegd.  <?linebreak?>Uit deze processen-verbaal blijkt dat de opgeëiste persoon in het geheel niet op de zittingen is verschenen en dat een door de Staat benoemde advocaat op de derde zitting aanwezig was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van de processen-verbaal is niet vast te stellen dat de opgeëiste persoon tijdig en in persoon is gedagvaard en daarbij op de hoogte is gebracht van de datum en plaats van de behandeling ter terechtzitting die tot de beslissing heeft geleid of anderszins daadwerkelijk officieel in kennis is gesteld van de datum en de plaats van de behandeling ter terechtzitting, zodat op ondubbelzinnige wijze vast staat dat hij op de hoogte was van de voorgenomen terechtzitting en ervan in kennis is gesteld dat een vonnis kan worden gewezen wanneer hij niet ter terechtzitting verschijnt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de antwoorden leidt de rechtbank verder af dat  het ‘judgment’ No. 4.B.351/2010/28 van <emphasis role="italic">Siklós City Court </emphasis>betrekking had op een ander eerder gepleegd feit en dat de in dat vonnis opgelegde voorwaardelijke straf in het latere vonnis van de rechtbank Mohacs is omgezet in een onvoorwaardelijke straf. Nu de overlevering niet wordt verzocht voor het vonnis van de rechtbank van Siklos, is dit vonnis niet van belang voor de beoordeling.  </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu niet is gebleken dat zich een van de in artikel 12 a tot en met c OLW genoemde omstandigheden heeft voorgedaan en geen garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12 onder d, 1e en 2e OLW, is de weigeringsgrond van artikel 12 OLW aan de orde en moet de overlevering worden geweigerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 2, 5, 7 en 12 Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">WEIGERT</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan de <emphasis role="italic">Pécs Regional Court</emphasis> (Hongarije) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraf, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEFT OP</emphasis> de overleveringsdetentie, in casu het bevel tot bewaring.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. E.M.M. Gabel,  					                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en B. Poelert,                       		                rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van L.C. Werkman,		                              griffier,</para>
      <para>en direct uitgesproken ter openbare zitting van 8 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De jongste rechter is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>