<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:8685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-06T15:55:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13-993051-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8685">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8685</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-06T15:01:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:8685 Rechtbank Amsterdam , 19-07-2018 / 13-993051-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:8685:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een ondernemer is veroordeeld voor het doen van onjuiste aangiften OB. Hij deed ze uit zijn hoofd, in een tijd waarin hij verslaafd was aan alcohol en drugs. Inmiddels is hij afgekickt en dat is een reden om o.a. een taakstraf op te leggen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:8685:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/993051-16 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 19 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1975,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De zitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de zitting van 19 juli 2018. De rechtbank heeft op de zitting kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. van Haeringen en van wat verdachte en zijn raadsman mr. R.J. Wortelboer naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte wordt ervan beschuldigd dat hij in 2012 en 2013 als leidinggevende van zijn onderneming onjuiste aangiften omzetbelasting (hierna: OB) heeft gedaan. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage bij dit vonnis gevoegd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De zaak</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De feiten en omstandigheden</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank gaat op grond van het dossier en hetgeen ter zitting is besproken uit van het volgende.<footnote-ref linkend="_d289c503-a6ff-4b97-9fd0-bdb689d501ae" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte is vanaf 15 augustus 2008 algemeen directeur en sinds 21 april 2011 enig aandeelhouder van [bedrijf] . De bedrijfsactiviteiten bestaan uit de im- en export van en groothandel in diverse metaalproducten, waaronder betonblokmallen, machines en gereedschap.<footnote-ref linkend="_5c3bff68-5e0c-433d-a4fe-2880d937d9d3" /></para>
        <para>Op 23 april 2015 heeft de Belastingdienst een boekenonderzoek aangekondigd bij [bedrijf] . De controle heeft plaatsgevonden op 18 mei 2015.<footnote-ref linkend="_4a2bf699-435a-4173-904a-2afdf078901e" /> Uit het onderzoek is gebleken dat de omzet op basis van de administratie significant hoger is dan de omzet zoals opgenomen in de aangiften vennootschapsbelasting over 2012 en 2013. Over het jaar 2012 is € 201.523,- te weinig aangegeven en over het jaar 2013 is € 269.015,- te weinig aangegeven.<footnote-ref linkend="_ca083e5f-89b8-4b6f-94d1-cc00e89542ac" /> Daarnaast bleek dat in 2012 en 2013 te hoge bedragen voorbelasting waren geclaimd. Deze  onjuistheden hebben ertoe geleid dat in de jaren 2012 en 2013 in totaal € 196.742,- te weinig belasting is geheven.<footnote-ref linkend="_9f8c7e83-0cd4-480b-9171-7d37a37c5f47" /></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft bij de FIOD verklaard dat de aangiften OB over de jaren 2012 en 2013 inderdaad onjuist zijn. Hij deed de aangiften uit zijn hoofd. Ter zitting heeft verdachte nog verklaard dat hij de aangiften omzetbelasting heeft gedaan die in het dossier zitten. Hij deed dit uit het hoofd. Hij dacht dat hij aardig in de richting zat. Voor zover hij dacht dat het een onjuiste aangifte was, dacht hij wel dat hij te weinig belasting betaalde en niet te veel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het requisitoir </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Volgens de officier van justitie kan het ten laste gelegde bewezen worden verklaard, op grond van de onderzoeksbevindingen van de FIOD en de bekennende verklaring van verdachte. Verdachte moet wel vrijgesproken worden van het medeplegen, omdat nergens uit blijkt dat er een ander persoon bij betrokken is dan verdachte zelf.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het pleidooi</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank als het gaat om een bewezenverklaring. Hij is met de officier van justitie eens dat verdachte moet worden vrijgesproken van het medeplegen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank acht bewezen dat er voor [bedrijf] onjuiste aangiften OB zijn gedaan over de jaren 2012 en 2013 en dat verdachte dit als leidinggevende heeft gedaan. De rechtbank komt tot deze conclusie op grond van de hiervoor genoemde bevindingen van de FIOD en de bekennende verklaring van verdachte. Er is niet gebleken van betrokkenheid van een ander persoon, zodat verdachte van dat deel van de tenlastelegging zal worden vrijgesproken. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in rubriek 4. vervatte bewijsmiddelen bewezen dat </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [bedrijf] in de periode van 29 februari 2012 tot en met 28 januari 2014 te Apeldoorn opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>te weten  aangiften voor de omzetbelasting over de aangiftetijdvakken januari 2012 tot en met december 2013 onjuist heeft gedaan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft [bedrijf] opzettelijk op de bij de Inspecteur der Belastingen of de Belastingdienst ingeleverde aangiftebiljetten over genoemde tijdvakken te hoge bedragen aan voorbelasting of  te lage bedragen aan omzet en te betalen omzetbelasting opgegeven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zulks terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>aan welke verboden gedraging hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezenverklaring levert 24 onjuiste aangiften op. Deze feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het staat vast dat verdachte strafbare feiten heeft begaan. Om een straf te kunnen opleggen, moet de verdachte strafbaar zijn. De rechtbank vindt dat de verdachte in dit geval strafbaar is. Er zijn namelijk geen omstandigheden genoemd of gebleken die maken dat de verdachte niet strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De straf</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De strafeis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van negen maanden, waarvan vier maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft verzocht om geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf aan verdachte op te leggen. Verdachte heeft weliswaar fouten gemaakt, maar die heeft hij vervolgens meteen gecorrigeerd. Hij heeft te kampen gehad met verslavingen en heeft die problemen inmiddels opgelost. Hij heeft altijd een meewerkende proceshouding gehad en probeert een betalingsregeling te treffen met de Belastingdienst</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft gedurende een periode van twee jaren in totaal 24 keer een onjuiste aangifte OB gedaan voor zijn onderneming. Hij heeft de aangiften OB uit zijn hoofd gedaan, wetende dat de aangiften die hij deed onjuist waren en dat hierdoor te weinig belasting zou worden geheven. Verdachte heeft hiermee onder meer zijn gok- en alcoholverslaving bekostigd.  Verdachte moet als ondernemer weten dat de Belastingdienst de ingediende aangiften OB niet ieder jaar nauwgezet controleert. Er worden jaarlijks namelijk miljoenen aangiften ingediend en de Belastingdienst heeft simpelweg niet de capaciteit om die allemaal te controleren. Wetende dat de Belastingdienst steekproefsgewijs controleert, dient hij vanuit zijn professionele hoedanigheid niet alleen in te staan voor het op de juiste wijze doen van aangifte OB, maar moeten de Belastingdienst en de maatschappij erop  kunnen vertrouwen dat hij geen misbruik maakt van zijn positie. Verdachte heeft er immers niets aan gedaan om te waarborgen dat zijn aangiften OB juist waren en hij zat er niet een klein beetje naast: hij heeft bijna een half miljoen euro aan omzet niet opgegeven bij de Belastingdienst. Door deze onjuiste aangiften is aanvankelijk een te laag bedrag aan belasting geheven en heeft de Belastingdienst, na een uitvoerige controle, een naheffing aan verdachte opgelegd van bijna twee ton. Verdachte heeft ruim drie jaar later nog steeds niets terugbetaald en gelet op de hoogte van alle schulden die verdachte heeft is het maar de vraag of er iets terugbetaald zal gaan worden. Hiermee heeft verdachte niet alleen de Belastingdienst benadeeld, maar de maatschappij als geheel. De rechtbank rekent dit verdachte zwaar aan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank betrekt bij de strafoplegging de zogenoemde oriëntatiepunten straftoemeting van het Landelijk Overleg Vakinhoud Strafrecht van de hoven en de rechtbanken. Genoemde oriëntatiepunten dienen ter bevordering van de rechtseenheid in de strafoplegging. Volgens  deze oriëntatiepunten is bij fraude met een bedrag tussen € 125.000,00 en € 250.000,00 een gevangenisstraf van 9 tot 12 maanden het uitgangspunt. In beginsel acht de rechtbank deze bandbreedte passend voor de door verdachte gepleegde fraude. Er zijn echter omstandigheden die maken dat de rechtbank hier in het voordeel van verdachte van af zal wijken. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In de eerste plaats houdt de rechtbank er rekening mee dat verdachte ten tijde van het ten laste gelegde de kampen had met een gok- en alcoholverslaving. Deze verslavingen hebben naar de rechtbank begrijpt eraan bijgedragen dat het strafbaar handelen lange tijd heeft voortgeduurd. Verdachte heeft zich op eigen initiatief en eigen kracht gericht op het aanpakken van die problemen, in de hoop dat hij daarna opnieuw zijn leven kan opbouwen. Op de zitting is gebleken dat verdachte zijn verslavingen inmiddels heeft aangepakt en dat hij, als hij met deze zaak heeft afgerekend, van plan is op het goede pad te blijven. Deze ontwikkeling zal doorkruist worden als verdachte voor langere tijd wordt vastgezet. De rechtbank ziet in deze omstandigheid dan ook aanleiding om een deel van de straf op te leggen als werkstraf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Als strafverlagende omstandigheid weegt de rechtbank mee dat de redelijke termijn zoals bedoeld in artikel 6 van het EVRM met ruim een jaar is overschreden. Deze termijn is aangevangen op 18 mei 2015, de datum waarop het voor verdachte duidelijk werd dat de Belastingdienst onderzoek had gedaan deed naar de aangiften waarvan verdachte wist dat ze niet juist waren. Op dat moment was het gehele onderzoek afgerond en sindsdien heeft er ook geen ander onderzoek plaatsgevonden. Uitgangspunt is dat binnen twee jaren na aanvang van de redelijke termijn op de beschuldiging dient te zijn beslist. Dat is in deze zaak dus niet het geval. Deze overschrijding maakt dat de rechtbank een lagere gevangenisstraf zal opleggen. De ernst van het feit is echter zodanig dat een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf onvermijdelijk is en blijft.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende acht de rechtbank het passend dat een gevangenisstraf en de maximale taakstraf  aan verdachte wordt opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De wet</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen 22c, 22d, 51 en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 69 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op: “<emphasis role="italic">opzettelijk een bij belastingwet voorziene aangifte onjuist doen, terwijl het feit ertoe strekt dat te weinig belasting wordt geheven, terwijl hij feitelijk leiding heeft gegeven aan de verboden gedraging, meermalen gepleegd</emphasis>”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, [verdachte] , daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van 2 (twee) maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een taakstraf bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van 240 uren, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. P.P.C.M. Waarts, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.P.W. Helmonds en M.J.E. Geradts, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van de griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 19 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold underline italic">Bijlage – De tenlastelegging </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte wordt tenlastegelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [bedrijf] op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 19 januari 2012 tot en met 28 januari 2014, te Beverwijk en/of Apeldoorn en/of elders in Nederland, alleen, althans tezamen en in vereniging met een ander of anderen, opzettelijk een bij de Belastingwet voorziene aangifte, als bedoeld in de Algemene wet inzake rijksbelastingen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>te weten een aangifte voor de omzetbelasting over het (de) aangiftetijdvak(ken) januari 2012 tot en met december 2013 onjuist en/of onvolledig heeft gedaan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>immers heeft/hebben [bedrijf] en/of haar mededader(s) opzettelijk op het/de bij de Inspecteur der Belastingen of de Belastingdienst ingeleverde (elektronische) aangiftebiljet over genoemde tijdvak(ken) een te hoog bedrag aan voorbelasting opgegeven en/of een te laag bedrag aan omzet en/of een te laag bedrag aan te betalen omzetbelasting,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zulks terwijl daarvan telkens het gevolg zou kunnen zijn dat te weinig belasting zou kunnen worden geheven en/of terwijl dat feit er toe strekte dat te weinig belasting werd geheven,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tot welk feit hij, verdachte, opdracht heeft gegeven en/of aan welke verboden gedraging hij, verdachte, feitelijke leiding heeft gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d289c503-a6ff-4b97-9fd0-bdb689d501ae" label="1">
    <para>De weergegeven bewijsmiddelen bevinden zich, tenzij anders vermeld, in het dossier van de FIOD onder nummer 57191. De in de voetnoten als processen-verbaal aangeduide bewijsmiddelen zijn in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Verwezen wordt naar de desbetreffende pagina’s in het dossier.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5c3bff68-5e0c-433d-a4fe-2880d937d9d3" label="2">
    <para> DOC-004, p.47</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4a2bf699-435a-4173-904a-2afdf078901e" label="3">
    <para> AMB-001, p.14</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca083e5f-89b8-4b6f-94d1-cc00e89542ac" label="4">
    <para> DOC-001, p.37</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f8c7e83-0cd4-480b-9171-7d37a37c5f47" label="5">
    <para> DOC-001, p.40</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>