<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:8482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-05T14:32:12</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AMS 18/3468</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8482">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:8482</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-05T14:31:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:8482 Rechtbank Amsterdam , 29-11-2018 / AMS 18/3468</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:8482:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Beroepschrift voldoet niet aan meerdere formele voorwaarden. Verzoek herstel verzuim per e-mail. Onderzoek Brp niet mogelijk. Eiser woont in het buitenland. E-mail is geen adres als bedoeld in art. 6:5 Awb. Verzuim niet hersteld. WIEB.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:8482:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AMS 18/3468</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen</bridgehead>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] , in België, eiser (hierna te noemen: [eiser] ),</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de heffingsambtenaar van de gemeente Amsterdam</emphasis>, verweerder (hierna te noemen: de heffingsambtenaar).</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 16 mei 2018 een beroepschrift van [eiser] ontvangen dat is gericht tegen – volgens opgave van [eiser] – de uitspraak op bezwaar met nummer 81392888 (de bestreden uitspraak).</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De rechtbank sluit het onderzoek in de zaak omdat voortzetting van het onderzoek niet nodig is. De rechtbank doet uitspraak zonder dat een zitting wordt gehouden, omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is.<footnote-ref linkend="_313cd00c-c0f0-4aac-b747-40189cc1d798" /></para>
    <para />
    <para>2. In de wet staat dat in een beroepschrift aan een aantal voorwaarden moet voldoen.<footnote-ref linkend="_7daef678-6152-4f45-aeed-627b3fe1ab36" /></para>
    <para>Het beroepschrift moet onder andere het adres van de indiener van het beroep bevatten en het beroepschrift moet zijn ondertekend.<footnote-ref linkend="_ad68b06a-c1fb-46f9-b074-0d090fc0017b" /> Als dat niet gebeurt kan de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk verklaren. De indiener moet wel eerst de gelegenheid krijgen om de ontbrekende gegevens op te sturen. <footnote-ref linkend="_04779680-2b37-44be-895a-fb10a2cec7b3" /></para>
    <para />
    <para>3. [eiser] heeft geen adres in het beroepschrift vermeld. Het beroepschrift is ook niet door [eiser] ondertekend. </para>
    <para />
    <para>4. De griffier heeft niet geprobeerd het adres van [eiser] in de Basisregistratie Persoonsgegevens (Brp) op te zoeken. De reden hiervan is dat [eiser] , volgens de poststempel op de envelop waarin het beroepschrift is verstuurd, kennelijk niet in Nederland woont. Het beroepschrift is vanuit België verstuurd. Het adres van [eiser] kon ook niet worden gevonden via internet (zoekmachines Google en Bing).</para>
    <para />
    <para>5. De griffier heeft van de heffingsambtenaar een e-mailadres van [eiser] ontvangen. De heffingsambtenaar heeft via dat e-mailadres met [eiser] gecommuniceerd. De griffier heeft [eiser] op 16 juli 2018 per e-mail in de gelegenheid gesteld adresgegevens op te sturen. [eiser] heeft op 16 juli 2018 per e-mail gereageerd. [eiser] heeft geen adresgegevens vermeld.</para>
    <para />
    <para>6. De griffier heeft op 5 oktober 2018 [eiser] nogmaals per e-mail gevraagd om adresgegevens op te geven. </para>
    <para>
      [eiser] heeft niet op dat verzoek gereageerd.</para>
    <para />
    <para>7. Het is de verantwoordelijkheid van [eiser] om de rechtbank te laten weten wat zijn adres is. Een e-mailadres is niet hetzelfde als adresgegevens zoals dat in de wet (artikel 6:5 van de Awb) wordt bedoeld. Omdat [eiser] geen adresgegevens in het beroepschrift heeft vermeld, voldoet het beroepschrift niet aan de voorwaarden uit de wet. [eiser] heeft dit verzuim niet hersteld.</para>
    <para />
    <para>8. Het beroep is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank komt hierdoor niet toe aan een inhoudelijke beoordeling van het beroep.</para>
    <para />
    <para>9. Er is bij deze uitkomst van het geding geen reden voor een veroordeling in de proceskosten.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze uitspraak is gedaan op 29 november 2018 door mr. G.W.J. Harten, rechter, in aanwezigheid van M.P. Osinga-Sanders, de griffier,</para>
      <para>en bekend gemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>griffier	</para>
      <para>						rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afschrift verzonden aan partijen op: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Rechtsmiddel</title>
    <para>Bent u het niet eens met deze uitspraak, dan kunt u een verzetschrift opsturen naar deze rechtbank. U kunt een verzetschrift opsturen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. In het verzetschrift kunt u vragen om te worden gehoord. In dat geval vindt alsnog een zitting plaats.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Coll: M.P.O.</para>
      <para>D: B</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_313cd00c-c0f0-4aac-b747-40189cc1d798" label="1">
    <para> 	artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) </para>
  </footnote>
  <footnote id="_7daef678-6152-4f45-aeed-627b3fe1ab36" label="2">
    <para>artikel 6:5 van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ad68b06a-c1fb-46f9-b074-0d090fc0017b" label="3">
    <para>artikel 8:24, eerste lid, van de Awb</para>
  </footnote>
  <footnote id="_04779680-2b37-44be-895a-fb10a2cec7b3" label="4">
    <para>artikel 6:6 van de Awb</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>