<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:7637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-01T09:32:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-20</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/654072-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7637">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7637</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-31T16:05:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:7637 Rechtbank Amsterdam , 20-09-2018 / 13/654072-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7637:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Overval Gall&amp;Gall, slachtoffer door bedreiging van geweld gedwongen tot afgifte van geld. Gevangenisstraf 12 maanden.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7637:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/654072-18</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 20 september 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1967,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het [adres 1] ,</para>
      <para>gedetineerd in het [detentie adres] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek op de terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 6 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.L. Vermeulen, en van wat de gemachtigde raadsman mr. F.G.J. Staals naar voren heeft gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 juni 2018 te Amsterdam, in elk geval in Nederland, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [naam medewerker] (medewerker winkelbedrijf Gall&amp;Gall) heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 150 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Gall&amp;Gall, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of	</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 150 euro), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Gall&amp;Gall, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen <?linebreak?>[naam medewerker] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld (onder andere) hierin bestond(en) dat verdachte (opzettelijk dreigend)</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- met een fles, althans een voorwerp dat gebruikt kan worden bij/voor het bedreigen met en/of aanwenden van geweld, een filiaal van voornoemd winkelbedrijf aan de [adres 2] heeft betreden en vervolgens deze fles/dit voorwerp (de gehele tijd) heeft vastgehouden en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) aan voornoemde [naam medewerker] een briefje heeft getoond met daarop de woorden: 'Blijf rustig, ik ben gewapend, geef me het geld', althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of</para>
    <para>- ( vervolgens) tegen voornoemde [naam medewerker] heeft gezegd: 'Ik heb echt een wapen, blijf gewoon rustig dan gebeurt er niets' en/of 'Ik heb al gezien wat er in de la zit, geef me maar gewoon al het briefgeld'.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Voorvragen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De dagvaarding is geldig, deze rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde feit en de officier van justitie is ontvankelijk. Er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd tot bewezenverklaring van afpersing en diefstal met geweld. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat gezien de omstandigheden alleen afpersing bewezen kan worden. De raadsman heeft verder geen inhoudelijk verweer gevoerd. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft bij de rechter-commissaris bekend dat hij door middel van het geven van een briefje de winkelmedewerker van Gall&amp;Gall heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag. De rechtbank acht afpersing, mede gelet op het overige bewijs in het dossier (waaronder de aangifte en de camerabeelden waarop verdachte wordt herkend), dan ook bewezen. Nu de verdediging hiervoor geen vrijspraak heeft bepleit, zal de rechtbank op grond van het bepaalde in artikel 359, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering, volstaan met een opgave van de gebruikte bewijsmiddelen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Een proces-verbaal van verhoor van verdachte d.d. 2 juli 2018 van de rechter-commissaris, belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank.</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Een proces-verbaal van aangifte met nummer 2018125178-1 van 23 juni 2018, in de wettelijke vorm opgemaakt door de daartoe bevoegde opsporingsambtenaar [naam opsporingsambtenaar] , pag. 9-12.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is met de raadsman van oordeel dat gezien de omstandigheden waaronder het feit is begaan alleen afpersing bewezen kan worden. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van diefstal met geweld. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de hiervoor genoemde bewijsmiddelen bewezen dat verdachte </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op 22 juni 2018 te Amsterdam, met het oogmerk om zich wederrechtelijk te bevoordelen, door bedreiging met geweld [naam medewerker] (medewerker winkelbedrijf Gall&amp;Gall) heeft gedwongen tot afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 150 euro), toebehorende aan Gall&amp;Gall, welke bedreiging met geweld onder andere hierin bestond dat verdachte opzettelijk dreigend</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>aan voornoemde [naam medewerker] een briefje heeft getoond met daarop de woorden: ‘Blijf rustig, ik ben gewapend, geef me het geld’, en</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vervolgens tegen voornoemde [naam medewerker] heeft gezegd: ‘Ik heb echt een wapen, blijf gewoon rustig, dan gebeurt er niets’, en ‘Ik heb al gezien wat er in de la zit, geef me maar gewoon al het briefgeld’. </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen geachte feit is volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Motivering van de straf </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De eis van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek van voorarrest. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
        <para>De raadsman heeft verzocht een deel van de straf voorwaardelijk op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
        </para>
        <para>De hierna te noemen strafoplegging is in overeenstemming met de ernst van het bewezen geachte, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals daarvan ter terechtzitting is gebleken. De rechtbank heeft bij de keuze tot het opleggen van een vrijheidsbenemende straf en bij de vaststelling van de duur daarvan in het bijzonder het volgende laten meewegen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een overval op de Gall&amp;Gall, waarbij hij het slachtoffer door bedreiging van geweld heeft gedwongen tot afgifte van geld. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij geen oog heeft gehad voor de gevolgen van zijn handelen voor de winkelmedewerker en slechts gehandeld heeft om, ten koste van een ander, aan geld te komen. Op een dergelijk feit kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit het strafblad van verdachte van 15 augustus 2018 blijkt dat verdachte zich eerder schuldig heeft gemaakt aan een soortgelijk feit. Dit heeft hem er kennelijk niet van weerhouden dit feit te plegen. Uit het reclasseringsrapport van 30 augustus 2018 volgt dat de reclassering geen mogelijkheden meer ziet om verdachte te begeleiden indien een voorwaardelijke straf met reclasseringstoezicht wordt opgelegd. De reclassering heeft een ander traject voor ogen dan verdachte zelf en dat maakt dat verdachte niet gemotiveerd is om mee te werken. De reclassering adviseert daarom een straf op te leggen zonder bijzondere voorwaarden. <?linebreak?>Gezien het gebrek aan motivatie bij verdachte neemt de rechtbank dit advies van de reclassering over.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van 12 maanden passend en geboden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op artikel 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezen verklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">afpersing. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een gevangenisstraf van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat de tijd die door veroordeelde voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van die straf in mindering gebracht zal worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. R. Odink, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. M.J.E. Geradts en M.J.M. van Beckhoven, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. I. Harrewijn, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 20 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>