<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:7623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-01T11:32:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751586-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#tussenuitspraak">Tussenuitspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7623">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7623</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-01T11:31:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:7623 Rechtbank Amsterdam , 23-10-2018 / 13/751586-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7623:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>EAB/ overlevering Polen ivm vervolging / tussenuitspraak / Calinski / Poolse rechtsstaat / Provincial Court in Lublin</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7623:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM, </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751586-18</para>
      <para>RK-nummer: 18/4975</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum tussenuitspraak: 23 oktober 2018   </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSEN UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 juli 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 27 februari 2018 (ontvangen op 25 juli 2018) door de <emphasis role="italic">Judge of the Provincial Court in Lublin </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1979, </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>feitelijk verblijvend op het adres [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen “de opgeëiste persoon”.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zittingen van 21 en 27 september 2018. De rechtbank heeft het onderzoek geschorst in afwachting van de beslissing van de rechtbank in de zaak met parketnummer 13/751441-18. Op 4 oktober 2018 heeft de rechtbank in de hiervoor genoemde zaak een tussenuitspraak gewezen (ECLI:NL:RBAMS:2018:7032).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 oktober 2018 is het onderzoek voortgezet. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. E. Kocabas, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">judicial decision to issue a preventive detention </emphasis>van de<emphasis role="italic"> Provincial Court in Lublin </emphasis>van 14 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van een door de justitiële autoriteiten van de uitvaardigende lidstaat ingesteld strafrechtelijk onderzoek op grond van het vermoeden dat de opgeëiste persoon zich schuldig heeft gemaakt aan twee naar het recht van Polen strafbare feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 9 augustus 2018 heeft de uitvaardigende justitiële autoriteit toegelicht dat de gegevens die onder e in het EAB zijn ingevuld deels onjuist zijn. Ten aanzien van de feiten onder punt III en IV in onderdeel e) van het EAB is een onherroepelijk vonnis is gewezen. Het EAB ziet nu uitsluitend nog op vervolging van de feiten zoals omschreven onder punt I en II in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten vermeld op bijlage 1 bij de OLW</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onderzoek naar de dubbele strafbaarheid van de feiten waarvoor de overlevering wordt verzocht moet achterwege blijven, nu de uitvaardigende justitiële autoriteit deze strafbare feiten heeft aangeduid als feiten vermeld in de lijst van bijlage 1 bij de OLW. De feiten vallen op deze lijst onder nummer 18, te weten:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	Georganiseerde of gewapende diefstal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens de in rubriek c) van het EAB vermelde gegevens is op deze feiten naar het recht van Polen een vrijheidsstraf met een maximum van ten minste drie jaren gesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Artikel 47 Handvest van de grondrechten van de Europese Unie	</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft in haar tussenuitspraak van 4 oktober 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:7032) vastgesteld dat er sprake is van structurele of fundamentele gebreken wat betreft de rechterlijke macht van Polen, die de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties van Polen in gevaar brengen, alsmede dat er daardoor een reëel gevaar dreigt dat het grondrecht op een eerlijk proces in de kern wordt aangetast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op de hiervoor genoemde vaststelling en het in het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie (hierna: HvJ) van 25 juli 2018 in de zaak C-216/18 PPU (hierna: het arrest) gegeven toetsingskader, moet de rechtbank vervolgens concreet en nauwkeurig beoordelen of er in de omstandigheden van het specifieke geval zwaarwegende en op feiten berustende gronden zijn om aan te nemen dat de opgeëiste persoon na zijn overlevering het gevaar zal lopen om geen eerlijk proces te krijgen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hiertoe dient de rechtbank in de eerste plaats te onderzoeken in hoeverre de structurele of fundamentele gebreken wat de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen betreft, gevolgen kunnen hebben op het niveau van de rechterlijke instanties in Polen die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de opgeëiste persoon zal worden onderworpen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Om deze vraag te kunnen beantwoorden, heeft de rechtbank behoefte aan een actueel en concreet beeld van de stand van zaken inzake de bescherming van de waarborg van rechterlijke onafhankelijkheid op het niveau van de rechterlijke instanties in Polen die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de opgeëiste persoon zal worden onderworpen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank nodigt de uitvaardigende justitiële autoriteit daarom uit tot een dialoog zoals in het arrest beschreven in paragraaf 76 tot en met 78. Om haar in staat te stellen een beslissing te nemen over de overlevering als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van Kaderbesluit 2002/584/JBZ, verzoekt de rechtbank op grond van het tweede lid van dit artikel de uitvaardigende autoriteit om gegevens over de actuele en concrete gevolgen van de recente Poolse wetgeving voor de rechterlijke instanties die bevoegd zijn voor de procedures waaraan de gezochte persoon zal worden onderworpen, als bedoeld in rechtsoverweging 74 van het arrest. De rechtbank nodigt de uitvaardigende Poolse autoriteit bovendien uit tot het verschaffen van andere gegevens die zij voor de door deze rechtbank te nemen beslissing van belang acht in het bijzonder ook gegevens waarmee kan worden aangetoond dat het gevaar voor een aantasting van het grondrecht van de opgeëiste persoon op een onafhankelijk gerecht en daarmee zijn grondrecht op een eerlijk proces kan worden uitgesloten. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Teneinde een vruchtbare dialoog te kunnen starten heeft de rechtbank getracht om in dit stadium van die dialoog een balans te vinden tussen een zo concreet mogelijke bevraging en de praktische uitvoerbaarheid van de beantwoording van die vragen. </para>
        <para>De rechtbank verzoekt in het kader van die dialoog in ieder geval om gegevens met betrekking tot de volgende onderwerpen:</para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="upperalpha">
        <listitem>
          <para>de personele wijzigingen die zich sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken hebben voorgedaan, in het bijzonder de wijzigingen met betrekking tot de (vice)voorzitters en rechters;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de regels en procedures met betrekking tot de toewijzing van zaken aan kamers of rechters binnen de bevoegde rechterlijke instanties en de behandeling daarvan;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de tuchtzaken of andere disciplinaire maatregelen die (vice)voorzitters en rechters van de genoemde rechterlijke instanties sindsdien hebben geraakt, bijvoorbeeld in de vorm van wijzigingen met betrekking tot de bezoldiging;</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>de procedures die de opgeëiste persoon ter beschikking staan om schendingen van het hem toekomende recht op een onafhankelijk gerecht te kunnen aanvechten, en de waarborgen waarmee zij zijn omgeven; </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>buitengewoon beroep.</para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vorenstaande leidt er toe dat de rechtbank de officier van justitie verzoekt om de</para>
        <para>navolgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">I. Welke rechterlijke instanties bevoegd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Welke rechterlijke instanties zijn concreet bevoegd voor de procedures waaraan deze opgeëiste persoon zal worden onderworpen?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">II. Gegevens ten aanzien van deze rechterlijke instanties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor ieder van de hiervoor bedoelde rechterlijke instanties:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">A. Wijzigingen personele bezetting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken (vice)voorzitters en rechters ontslagen? Zo ja, op welke datum is het ontslag aangezegd en wat is de grond die hiervoor is gegeven?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er (vice)voorzitters en rechters gepensioneerd als gevolg van de gewijzigde pensioenleeftijd? Zo ja, hoe veel, afgezet tegen het aantal rechters en (vice)voorzitters binnen de rechterlijke instantie?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het voorgekomen dat het mandaat van deze (vice)voorzitters en rechters na het bereiken van de pensioenleeftijd is verlengd? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht assistent-rechters benoemd en zo ja, behandelen zij strafzaken en zo ja, als unus of binnen een rechterlijke college? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">B. Toewijzing en behandeling van zaken  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Hebben er wijzigingen plaatsgevonden inzake de regels en procedures voor de toewijzing van strafzaken als die tegen de opgeëiste persoon sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wijzigingen geweest in de eventuele regels inzake de behandeling dan wel bestraffing van zaken met betrekking tot de feiten waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd? <?linebreak?></para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>
        <emphasis role="bold">C. Tuchtzaken of andere (disciplinaire) maatregelen </emphasis>
      </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds voormelde wetswijzigingen tuchtzaken tegen rechters en/of (vice)voorzitters geweest? Zo ja, wat was hiervoor de aanleiding en wat was de uitkomst?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Hebben er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wijzigingen plaatsgevonden in de bezoldiging van (vice)voorzitters en rechters? Zo ja, wat was hiervoor de reden?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er andere maatregelen betreffende (vice)voorzitters genomen, zoals het<?linebreak?>verstrekken van ‘<emphasis role="italic">written remarks’</emphasis> door de Minister van Justitie? Zo ja, wat was <?linebreak?>hiervoor de aanleiding? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">D. Procedures ter bescherming van het recht op een onafhankelijk gerecht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Welke rechtsmiddelen en verweren staan de opgeëiste persoon ter beschikking indien hij twijfelt aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter die hem berecht? Staan deze middelen en verweren reeds tijdens de procedure tot zijn beschikking? Tot welke rechtsgevolgen kunnen deze middelen en verweren leiden? Welke autoriteit(en) ne(e)m(t)en ter zake de beslissing?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>In hoeverre is van dit rechtsmiddel gebruik gemaakt in strafzaken als die tegen de opgeëiste persoon sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving en zo ja, hoe veel van dergelijke verzoeken zijn in die gevallen gegrond verklaard?  </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">E. Buitengewoon beroep </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. Is er in strafzaken al gebruik gemaakt van de mogelijkheid van de  procedure van ‘buitengewoon beroep’ bij het Hooggerechtshof? <?linebreak?>Zo ja, op welke grond en met welke uitkomst? </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vragen dienen door tussenkomst van het Openbaar Ministerie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te worden voorgelegd en binnen 4 (vier) weken na de uitspraak te worden beantwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vervolgzitting zal binnen vier weken na de ontvangst van de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit plaatsvinden. Het Openbaar Ministerie en de raadsman van de opgeëiste persoon dienen uiterlijk één week voor deze zitting schriftelijk hun reactie op de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit aan de rechtbank te overleggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT </emphasis>en schorst het onderzoek ter zitting voor onbepaalde tijd;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKT</emphasis> de officier van justitie de onder 5.2 weergegeven vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving daarvan aan zijn raadsman;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk Pools tegen een nader te bepalen datum en tijdstip. </para>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. J.A.A.G. de Vries,  				                         	voorzitter,</para>
      <para>mrs. C.A. van Dijk en A.W.C.M. van Emmerik, 			rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.E. van Diepen,	                          griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 23 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">C </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>