<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:7558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-30T15:02:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/741156-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7558">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7558</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-30T09:53:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:7558 Rechtbank Amsterdam , 12-04-2018 / 13/741156-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7558:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Bewezenverklaringen diefstal in vereniging (feit 1) en vernieling (feit 4). Vrijspraak feit 2. Vrijspraak feit 3: Op basis van de herkenningen in dit dossier kan niet worden geconcludeerd dat verdachte bij de inbraak betrokken is geweest.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7558:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">VONNIS</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/741156-17 (Promis)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Datum uitspraak: 12 april 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer, in de strafzaak tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1996,</para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres [BRP-adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 29 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. L. Stroink en van wat verdachte en zijn raadsvrouw mr. M.M. Altena-Staalenhoef naar voren hebben gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat hij zich, telkens in Amsterdam, heeft schuldig gemaakt aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>diefstal in vereniging met braak op 8 juli 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bedreiging en/of belediging op 29 augustus 2016;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>diefstal in vereniging met braak op 11 februari 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>vernielingen in de periode van 21 december 2017 tot en met 24 december 2017.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tekst van de integrale tenlastelegging is opgenomen in bijlage 1 die aan dit vonnis is gehecht en geldt als hier ingevoegd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Waardering van het bewijs</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gerekwireerd tot bewezenverklaring van alle ten laste gelegde feiten, met uitzondering van de onder 2 ten laste gelegde belediging. Daartoe heeft zij samengevat het volgende aangevoerd.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Door een verbalisant is een scooter met daarop twee personen gezien die opvallend dicht langs geparkeerde voertuigen reed. Verdachte zat achterop de scooter, pakte een koffer uit een auto en gooide deze vervolgens tijdens de vlucht voor de politie in de gracht.  Verdachte en de bestuurder van de scooter zijn kort daarna aangehouden. De aangever zegt dat het zijn koffer betreft. Uit het dossier blijkt niet dat sprake was van braak of een valse sleutel zodat alleen de diefstal in vereniging kan worden bewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Op grond van de aangifte en de bewoordingen van de door de reclasseringswerker [slachtoffer 2] ontvangen sms kan worden vastgesteld dat verdachte haar heeft bedreigd. Uit het onderzoek van de politie is gebleken dat de sms door verdachte is verstuurd. De belediging kan echter niet bewezen worden verklaard, nu het dossier geen klacht van [slachtoffer 2] bevat. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte en [medeverdachte] worden door meerdere verbalisanten herkend op de camerabeelden op basis van hun kleding, postuur en lopen. De stills in het dossier zijn duidelijk en de verbalisanten kennen verdachte en [medeverdachte] goed.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte was boos en bekent de vernielingen te hebben gepleegd. Alle ten laste gelegde vernielde goederen kunnen bewezen worden verklaard.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft bepleit dat verdachte van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde refereert de raadsvrouw zich aan het oordeel van de rechtbank.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Verbalisant [verbalisant 1] heeft als enige de diefstal gezien en zijn waarneming is onbetrouwbaar. Het is onaannemelijk dat hij ‘s nachts aan de overkant van de gracht een opvallende trainingsbroek heeft kunnen zien. Daarbij komt dat het dossier geen foto’s bevat van de kleding van verdachte ten tijde van de aanhouding. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>Verdachte heeft ontkend dat hij [slachtoffer 2] heeft bedreigd. Hij heeft slechts gescholden en zijn frustraties geuit. Ook bevat de gestuurde sms geen bedreiging.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 3 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para>De herkenningen van de verbalisanten kunnen niet als bewijsmiddel worden gebruikt. Verbalisant [verbalisant 2] heeft aanvankelijk slechts [medeverdachte] herkend, terwijl hij ook verdachte kent. Pas nadat een collega verdachte had herkend, herkent verbalisant [verbalisant 2] verdachte. Verbalisant [verbalisant 3] herkent verdachte verder pas nadat hij een collega al had horen zeggen dat hij verdachte had herkend. Deze herkenningen zijn daarom onbetrouwbaar. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>3.3.1.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel over het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>Op 8 juli 2017 omstreeks 03:00 uur zag verbalisant [verbalisant 1] een scooter rijden op de Reguliersgracht te Amsterdam met daarop twee jonge jongens. De scooter reed dicht langs geparkeerde voertuigen en de jongens hadden daarvoor veel belangstelling. Op de Keizersgracht sprongen beide jongens van de scooter af. Terwijl de passagier naar een geparkeerde Duitse auto liep, hield de bestuurder de scooter vast. Nadat de passagier uit de kofferbak van de auto een zwarte koffer had gehaald, sprong hij achterop de scooter bij de bestuurder en reden ze direct weg. </para>
          <para>Verbalisant [verbalisant 4] hoorde portofonisch van de diefstal. Op de Onbekendegracht zag zij twee jongens die voldeden aan het signalement. Zij zag dat één van hen een zwarte koffer vasthield. De twee reden snel weg toen zij [verbalisant 4] zagen. [verbalisant 4] zette de achtervolging in. Op  de Nieuwe Achtergracht zag zij dat de passagier een zwarte koffer in de gracht gooide. Enkele seconden later zag zij collega’s de scooter tot stilstand brengen. De bestuurder bleek te zijn [naam bestuurder scooter] en de passagier bleek verdachte te zijn. De eigenaar van de koffer, een toerist uit Abu Dhabi, heeft op 9 juli 2017 aangifte gedaan van diefstal van zijn koffer.<?linebreak?></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Diefstal in vereniging</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank verwerpt het verweer van de raadsvrouw dat de waarneming van [verbalisant 1] onbetrouwbaar is. In zijn proces-verbaal van bevindingen heeft [verbalisant 1] aangegeven de diefstal vanaf de overzijde van de Keizersgracht te hebben waargenomen en daarbij goed zicht te hebben gehad op hetgeen zich afspeelde. De rechtbank ziet geen aanleiding om aan deze waarneming te twijfelen. Op grond van dit proces-verbaal, de aangifte en hetgeen door verbalisant [verbalisant 4] is gerelateerd acht de rechtbank dan ook bewezen dat verdachte zich tezamen met een ander schuldig heeft gemaakt aan diefstal.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Partiële vrijspraak braak/valse sleutel</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank is – evenals de officier van justitie en de raadsvrouw – van oordeel dat niet bewezen kan worden verklaard dat de kofferbak door middel van braak of een valse sleutel is geopend. Verdachte zal van dat onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.2.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel over het onder 2 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht het onder 2 ten laste gelegde niet bewezen. Voor de telefonische bedreiging bevat het dossier slechts één bewijsmiddel, namelijk de aangifte van [slachtoffer 2] . De bewoordingen van het sms-bericht kunnen niet als bedreiging worden gezien en het sms-bericht kan ook niet als steunbewijs voor de tenlastegelegde telefonische bedreiging worden gebruikt, zodat er onvoldoende wettig bewijs voor handen is om tot een bewezenverklaring te komen. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Ten aanzien van de onder 2 ten laste gelegde belediging constateert de rechtbank dat het dossier geen klacht bevat van [slachtoffer 2] . Evenmin kan uit haar aangifte worden afgeleid dat zij onmiskenbaar de wens had dat verdachte zou worden vervolgd. Dit betekent dat niet is voldaan aan het vereiste van artikel 269 van het Wetboek van Strafrecht. Het Openbaar Ministerie is dus niet-ontvankelijk in de vervolging van verdachte wegens belediging.  </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.3.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel over het onder 3 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>Op 11 februari 2017 is om 03:25 uur ingebroken bij restaurant [naam restaurant] te Amsterdam. Aangever, de eigenaar van het restaurant, zag dat het cilinderslot van de voordeur was afgebroken. Op de camerabeelden heeft hij twee daders gezien. Door de daders is ongeveer vijf of zes euro fooi weggenomen. De camerabeelden van de inbraak zijn vervolgens verspreid binnen de politie. Medeverdachte [medeverdachte] werd vervolgens viermaal herkend.</para>
          <para>Op de camerabeelden van de boxgang van de [adres medeverdachte] , waar verdachte [medeverdachte] woonachtig is, is op 11 februari 2017 om 01:13 uur te zien dat [medeverdachte] met een tweede, langere, persoon het portiek binnenkomt. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vrijspraak</emphasis>
          </para>
          <para>In het dossier bevindt zich een proces-verbaal van herkenning, waarin verbalisant [verbalisant 5] verklaart dat hij verdachte herkent als de persoon met wie [medeverdachte] het portiek van zijn woning binnenkomt. Ook verbalisanten [verbalisant 6] en [verbalisant 7] herkennen verdachte op de beelden van het portiek. In het proces-verbaal van bevindingen, waarin verbalisant [verbalisant 8] de beelden van de inbraak beschrijft, is door hem geconcludeerd dat de langere persoon in het restaurant dezelfde persoon is als de langere persoon in het portiek van [medeverdachte] , gelet op de jas met het Nike-logo, de Adidas sportschoenen, het postuur en de wijze van bewegen. Tot slot bevindt zich in het dossier een proces-verbaal van herkenning van verbalisant [verbalisant 2] . Nu de afbeelding op basis waarvan [verbalisant 2] tot zijn herkenning is gekomen niet bij het proces-verbaal is gevoegd, kan de rechtbank niet vaststellen of verdachte door hem is herkend op beelden vanuit het portiek of vanuit het restaurant. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>De rechtbank stelt voorop dat behoedzaam dient te worden omgegaan met herkenningen. Dit geldt te meer als deze herkenningen de belangrijkste bewijsmiddelen zijn die de betrokkenheid van een verdachte bij het hem ten laste gelegde kunnen aantonen. Op basis van de herkenningen in dit dossier kan echter niet worden geconcludeerd dat verdachte bij de inbraak betrokken is geweest. Daarbij is van belang dat de camerabeelden van de inbraak niet aan het dossier zijn toegevoegd. Bij het proces-verbaal waarin de beelden zijn beschreven bevinden zich evenmin stills. De enige still van de camerabeelden van de inbraak zelf bevindt zich als bijlage bij het proces-verbaal van herkenning op pagina 35 van het dossier. Daarop is te zien dat de tweede persoon met zijn rug naar de camera staat. Zijn gezicht is dus niet te zien. Voor zover verdachte op de camerabeelden van het portiek van de woning van [medeverdachte] , eerder op dezelfde avond, wordt herkend kan daaruit nog niet worden afgeleid dat hij als medepleger van de inbraak moet worden aangemerkt.</para>
          <para>
            <?linebreak?>De conclusie van verbalisant [verbalisant 8] dat dezelfde persoon is te zien op de beelden van het portiek en van het restaurant, is verder gebaseerd op sportkleding die regelmatig in het straatbeeld verschijnt. Ook heeft hij niet omschreven welk postuur de persoon op beide beelden heeft. De rechtbank acht de door hem omschreven kenmerken dan ook onvoldoende specifiek om met voldoende mate van zekerheid vast te stellen dat verdachte de tweede persoon is op de beelden van de inbraak. </para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank het onder 3 ten laste gelegde dan ook niet bewezen. Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
        </parablock>
        <para />
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>3.3.4.</nr>
        <para>
          <emphasis role="bold">Het oordeel over het onder 4 ten laste gelegde</emphasis>
        </para>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Feiten en omstandigheden</emphasis>
          </para>
          <para>De moeder van verdachte, [naam moeder] , heeft aangifte gedaan van vernielingen in haar woning. Toen zij op 24 december 2017 thuis kwam, heeft zij gezien dat een kledingkast kapot was en een bankstel opengesneden was. Toen verdachte kort daarna thuiskwam, gooide hij een televisie, een hallofoon, meerdere lampen en een wasrek kapot. [medeverdachte] heeft ook een klacht ingediend over deze vernielingen. Verdachte heeft deze vernielingen bekend.</para>
        </parablock>
        <para />
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Vernieling van een bankstel, tv, hallofoon, lampen, wasrek en kledingkast.</emphasis>
          </para>
          <para>De rechtbank acht de vernieling van de door verdachte genoemde goederen bewezen. Voor de overige vernielingen die deels eerder zouden zijn gepleegd bevat het dossier geen ondersteunend bewijs. De overig ten laste gelegde goederen kunnen daarom niet worden bewezen.</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht op grond van de in bijlage 2 vervatte bewijsmiddelen bewezen dat verdachte: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 1 ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>op 8 juli 2017 te Amsterdam, tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening uit een personenauto (gekentekend HHGU8205) heeft weggenomen een koffer, toebehorende aan [slachtoffer 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde</emphasis>
      </para>
      <para>op 24 december 2017 te Amsterdam opzettelijk en wederrechtelijk in de woning van zijn moeder een kast en een bankstel en een televisie en een hallofoon, en lampen en een wasrek en een kledingkast toebehorende aan [naam moeder] heeft vernield.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover in de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten staan, zijn deze verbeterd. Verdachte is hierdoor niet in de verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De bewezen geachte feiten zijn volgens de wet strafbaar. Het bestaan van een rechtvaardigingsgrond is niet aannemelijk geworden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Motivering van de straffen</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>7.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">De eis van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte voor de door haar onder 1, 2, 3, en 4 bewezen geachte feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van 5 maanden met aftrek van voorarrest en om de schorsing van de voorlopige hechtenis op te heffen.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsvrouw heeft verzocht om geen straf of maatregel op te leggen voor feit 4. Verdachte heeft na het plegen van het feit een huisverbod van 10 dagen gekregen, hij heeft afspraken gemaakt met Veilig Thuis en zijn moeder en hij heeft de schade vergoed. Een extra sanctie is daarom niet op zijn plaats. Mocht de rechtbank wel toekomen aan strafoplegging dan heeft de raadsvrouw verzocht geen bijzondere voorwaarden op te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>7.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="bold">Het oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een diefstal in vereniging en een vernieling. Hij heeft samen met een ander een koffer uit de auto van een toerist gestolen en heeft in boosheid meerdere spullen vernield in de woning van zijn moeder. De rechtbank vindt dit twee ernstige feiten en acht het zorgelijk dat verdachte geen enkel respect toont voor andermans bezittingen. Zijn eigen moeder heeft hij door zijn handelwijze daarnaast ook angstig gemaakt.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van de op te leggen straf rekening gehouden met de ernst van de bewezen verklaarde feiten, de omstandigheden waaronder die zijn begaan en de persoon van verdachte.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Blijkens een verdachte betreffend uittreksel Justitiële Documentatie van 7 maart 2018  is hij in 2015 nog veroordeeld is voor een diefstal in vereniging. Dit maakt dat alleen al voor feit 1 een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 6 weken het uitgangspunt is. Dat uitgangpunt zou vermeerderd moeten worden met een straf voor de vernieling. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het voordeel van verdachte neemt de rechtbank daarentegen mee dat verdachte in samenwerking met Veilig Thuis afspraken met zijn moeder heeft gemaakt en kennelijk in staat is thuis te blijven wonen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De reclassering heeft bij rapport van 29 november 2017 geadviseerd om bijzondere voorwaarden op te leggen bij een (deels) voorwaardelijke straf. Verdachte heeft hierover verklaard dat hij in geen geval met de reclassering zal meewerken. Hoewel verdachte geen zinvolle dagbesteding lijkt te hebben en de rechtbank het nut inziet van bijzondere voorwaarden, kan dit traject niet slagen zonder de wil van verdachte om mee te werken. De rechtbank zal verdachte dus de kans geven om aan te tonen dat hij zonder hulp zijn leven op orde kan krijgen. Aan verdachte zullen dan ook geen bijzondere voorwaarden worden opgelegd. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het geven van deze kans maakt dat de rechtbank het niet wenselijk acht om aan verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen. Er zal worden volstaan met een voorwaardelijke gevangenisstraf als stok achter de deur. Wel dient er een onvoorwaardelijke straf te worden opgelegd en omdat verdachte niet over zinvolle dagbesteding beschikt, zal aan hem een taakstraf worden opgelegd.  Alles afwegende vindt de rechtbank een taakstraf van 50 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van 3 weken, met een proeftijd van 2 jaren  passend en geboden. Die straf zal de rechtbank daarom aan verdachte opleggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wettelijke voorschriften</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De op te leggen straf is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 57, 311 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk ten aanzien van de onder 2, tweede alternatief, ten laste gelegde belediging</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het onder 2, eerste alternatief, en 3 ten gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 4 ten laste gelegde heeft begaan zoals hiervoor in rubriek 4 is vermeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart niet bewezen wat aan verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor is bewezen verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 1 bewezen verklaarde levert op: diefstal door twee of meer verenigde personen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onder 4 bewezen verklaarde levert op: opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart het bewezene strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verklaart verdachte, <emphasis role="bold">[verdachte]</emphasis>, daarvoor strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> van <emphasis role="bold">3 weken</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Beveelt dat deze straf niet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij later anders wordt gelast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt daarbij een <emphasis role="bold">proeftijd van 2 (twee) jaren vast</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De tenuitvoerlegging kan worden gelast indien veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit schuldig maakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelt verdachte tevens tot een <emphasis role="bold">taakstraf</emphasis> bestaande uit het verrichten van onbetaalde arbeid van <emphasis role="bold">50 uren</emphasis>, met bevel, voor het geval dat de verdachte de taakstraf niet naar behoren heeft verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast van 25 dagen en met bevel dat de tijd die door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van deze straf geheel in mindering zal worden gebracht naar de maatstaf van 2 uren per dag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
      <para>Dit vonnis is gewezen door </para>
      <para>mr. S.P. Pompe, 	voorzitter,</para>
      <para>mrs. R.H.C. Jongeneel en I. Verstraeten-Jochemsen, 	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. E.J.M. van der Hooft, 	griffier,</para>
      <para>en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 12 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>