<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:7506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-30T15:05:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751470-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7506">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:7506</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-30T13:39:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:7506 Rechtbank Amsterdam , 22-10-2018 / 13/751470-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7506:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Executie-EAB Polen. Tussenuitspraak i.v.m. geplande zitting in cumulatieve procedure in Polen waarin onderhavig vonnis mogelijk wordt meegenomen. Verzoek om beantwoording 'Calinski-vragen'.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:7506:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751470-18</para>
      <para>RK nummer: 18/4798</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 22 oktober 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">TUSSENUITSPRAAK</emphasis>
      </para>
      <para />
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 20 juli 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 26 april 2018 door de <emphasis role="italic">Circuit Court of Zielona Góra</emphasis> (Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon]</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedatum] , </para>
      <para>	zonder vaste woon- of verblijfplaats in Nederland,</para>
      <para>thans uit anderen hoofde gedetineerd in het [detentieplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 18 september 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. K. van der Schaft. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsvrouw, mr. M.J.A. Grimmelikhuijsen, advocaat te ’s-Gravenhage en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 18 september 2018 de behandeling aangehouden tot de zitting van 8 oktober 2018 om 15.00 uur, omdat de opgeëiste persoon ter zitting het vertrouwen in zijn raadsvrouw mr. M.J.A. Grimmelikhuijsen heeft opgezegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft op 8 oktober 2018 het onderzoek hervat. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal.</para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door zijn raadsman, mr. C.J.J. Visser, advocaat te Amsterdam en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd, omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon	</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een <emphasis role="italic">judgment of October 29, 2010, by the District Court of Wschowa, ref. no. II K 169/10 </emphasis>en een<emphasis role="italic"> decision of October 19, 2015, by the District Court of Wschowa, ref. no. II Ko 215/15, to activate the custodial sentence. </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het EAB blijkt dat de opgeëiste persoon in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot dit vonnis heeft geleid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 10 maanden, door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft het feit zoals dat is omschreven in onderdeel e) van het EAB. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Strafbaarheid; feit waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft het feit niet aangeduid als een feit waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW juncto artikel 7, eerste lid, onder a, 2e OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit levert naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">	medeplegen van witwassen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden in Polen </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para>De overlevering dient te worden geweigerd omdat de omstandigheden in de Poolse gevangenissen ondermaats zijn. Dit blijkt uit een CPT-rapport van 25 juli 2018. In de bezochte gevangenissen hebben de gedetineerden minimaal 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis>, maar het CPT merkt in haar rapport op dat 3 m2 het officiële minimum is, en dat het wenselijk is dat de gedetineerden in <emphasis role="italic">multi-occupancy cells</emphasis> minimaal 4 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> hebben. Uit jurisprudentie volgt ook dat, indien gedetineerden tussen de 3 m2 en 4 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> hebben, de overige detentieomstandigheden van belang zijn. Uit het CPT-rapport blijkt dat in sommige van de bezochte gevangenissen sprake is van<emphasis role="italic"> ‘opaque panes’ (blinds) </emphasis>voor celramen. Dit doet afbreuk aan het uitzicht vanuit de cellen en de hoeveelheid daglicht en frisse lucht. Hierdoor ligt een schending van artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (hierna: Handvest) op de loer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft aangevoerd dat uit de beschikbare gegevens over de algemene detentieomstandigheden in Polen niet volgt dat sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling, zodat het verweer van de raadsman moet worden verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het verweer niet kan slagen. Onder verwijzing naar haar uitspraak van 27 maart 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:2134) merkt de rechtbank op dat zij al in eerdere uitspraken (onder andere op 24 mei 2016: ECLI:NL:RBAMS:2016:3081) is ingegaan op de detentieomstandigheden in Polen. In genoemde uitspraken heeft de rechtbank vastgesteld dat uit de beschikbare gegevens over de algemene detentieomstandigheden in Polen niet volgt dat sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 Handvest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Niet is gebleken van nieuwe, objectieve, betrouwbare, nauwkeurige en naar behoren bijgewerkte gegevens over de detentieomstandigheden in Polen die aanzetten tot het wijzigen van dat oordeel. In geval van <emphasis role="italic">‘multi-occupancy accommodation’</emphasis> levert een hoeveelheid van minder dan 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> een <emphasis role="italic">‘strong presumption’</emphasis> op dat de detentieomstandigheden vernederend zijn in de zin van artikel 3 EVRM (Muršić/Kroatië, § 124). Uit het CPT-rapport van 25 juli 2018<footnote-ref linkend="_06df9a5a-3c64-4cf9-91dc-1ad912023fb2" />blijkt onder meer dat gedetineerden in de vijf bezochte Poolse gevangenissen minimaal 3 m2 <emphasis role="italic">personal space</emphasis> tot hun beschikking hebben.<footnote-ref linkend="_f0766920-19a8-474e-b703-c9afc8ba42b9" /> In het geval dat sprake is van een <emphasis role="italic">personal space </emphasis>van 3 m2 tot 4 m2 moeten ook de overige detentieomstandigheden in de beoordeling worden betrokken. In dergelijke gevallen heeft het EHRM alleen een schending van artikel 3 EVRM vastgesteld <emphasis role="italic">‘if the space factor was coupled with other aspects of inappropriate physical conditions of detention related to, in a particular context, access to outdoor exercise, natural light or air, availability of ventilation, adequacy of heating arrangements, the possibility of using the toilet in private, and compliance with basic sanitary and hygienic requirements’</emphasis> (Muršić/Kroatië, § 106). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het CPT-rapport blijkt dat in drie van de bezochte gevangenissen (<emphasis role="italic">Białystok Remand Prison, Gliwice Remand Prison </emphasis>en <emphasis role="italic">Warsaw-Służewiec Remand Prison)‘opaque panes’ (blinds) </emphasis>voor sommige celramen zijn gemonteerd.<footnote-ref linkend="_cd2218c4-7ff2-40d7-aa06-3bbae39e89de" /> Uit het rapport blijkt echter ook dat in <emphasis role="italic">Gliwice Remand Prison </emphasis>en <emphasis role="italic">Warsaw-Służewiec Remand Prison </emphasis>de<emphasis role="italic"> ‘material conditions of detention’</emphasis> – waaronder licht en ventilatie – over het algemeen voldoende zijn.<footnote-ref linkend="_00ec94cf-e205-4be3-8616-c8da982a54ee" /> In beide gevangenissen beschikken de cellen bovendien over <emphasis role="italic">‘fully partitioned sanitary annexes’</emphasis> of (in het geval van <emphasis role="italic">Gliwice Remand Prison</emphasis>) waren verbouwingen gaande om dit te realiseren.<footnote-ref linkend="_9ea4a921-a626-4192-8ff7-729fb761e1ac" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het CPT heeft vastgesteld dat in de <emphasis role="italic">Białystok Remand Prison </emphasis>de cellen in de <emphasis role="italic">‘general accommodation areas’ </emphasis>in een acceptabele staat van hygiëne en onderhoud verkeren en dat de gedetineerden in die cellen voldoende toegang hebben tot daglicht, kunstlicht en ventilatie. Ook zijn deze cellen uitgerust met een <emphasis role="italic">‘fully partitioned sanitary annex’</emphasis>. Wel zijn de omstandigheden in de <emphasis role="italic">‘admission unit’</emphasis> nog ‘rather poor’, wat betreft de staat van onderhoud, de verlichting en ventilatie.<footnote-ref linkend="_f9a8599c-9063-426a-849b-a5d009534995" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu uit het CPT-rapport blijkt dat de materiële detentieomstandigheden in alle vijf de bezochte gevangenissen over het algemeen voldoende zijn, is naar het oordeel van de rechtbank niet gebleken van gegevens waaruit volgt dat sprake is van een reëel gevaar voor onmenselijke of vernederende behandeling zoals bedoeld in artikel 4 Handvest. De gegevens met betrekking tot de <emphasis role="italic">‘admission unit’</emphasis> van de <emphasis role="italic">Białystok Remand Prison </emphasis>zijn onvoldoende om te kunnen vaststellen dat dit anders is. Aan het op grond van het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie van 5 april 2016 in de zaken Aranyosi en Căldăraru (ECLI:EU:2016:198) te hanteren toetsingskader dat ziet op het uitsluiten van het individuele risico voor de opgeëiste persoon, komt de rechtbank – gelet op het bovenstaande – niet toe. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding om – zoals door de raadsman verzocht – nadere vragen te (laten) stellen aan de Poolse autoriteiten over de gevangenis waar de opgeëiste persoon na overlevering terecht zal komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verweer wordt verworpen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Heropening onderzoek </title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>6.1</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de raadsman </emphasis>
        </para>
        <para>Tijdens de zitting van 18 september 2018 heeft de toenmalige raadsvrouw van de opgeëiste persoon stukken in de Poolse taal overgelegd en aangevoerd dat uit die stukken blijkt dat op 8 november 2018 een zitting in Polen zal plaatsvinden waarop straffen zullen worden samengevoegd van vonnissen waarvoor de Internationale Rechtshulpkamer de overlevering reeds eerder heeft toegestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft ter zitting van 8 oktober 2018 aangevoerd dat op de zitting van 8 november 2018 hoogstwaarschijnlijk ook de straf zal worden meegenomen die is opgelegd in het vonnis van 29 oktober 2010 (het vonnis waar het onderhavige EAB op ziet). Op 4 oktober 2018 heeft de rechtbank Amsterdam in de uitspraak <emphasis role="underline">ECLI:NL:RBAMS:2018:7032 </emphasis>vragen gesteld aan de Poolse justitiële autoriteiten over de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in dat land. Naar de mening van de raadsman dient ook de behandeling van het onderhavige EAB te worden aangehouden teneinde de Poolse justitiële autoriteiten de in genoemde uitspraak opgenomen vragen te stellen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.2</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
        <para>Er is geen reden de Poolse justitiële autoriteiten vragen te stellen. Uit het proces-verbaal van de zitting van 18 september 2018 blijkt dat op de zitting van 8 november 2018 in Polen straffen zullen worden samengevoegd van vonnissen waarvoor de overlevering reeds is toegestaan. Voor het onderhavige EAB is de overlevering nog niet toegestaan, zodat de in het vonnis van 29 oktober 2010 opgelegde straf niet zal worden meegenomen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>6.3</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Oordeel van de rechtbank </emphasis>
        </para>
        <para>In voornoemde uitspraak van 4 oktober 2018 heeft de rechtbank overwogen dat recente ingrijpende wijzigingen in de Poolse rechterlijke organisatie de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in dat land in gevaar brengen. Hierdoor zou het grondrecht van verdachten op een eerlijk proces kunnen worden aangetast.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank kan op basis van de stukken niet uitsluiten dat ook de straf die is opgelegd bij het vonnis waar het onderhavige EAB op ziet, op de zitting van 8 november 2018 in Polen aan de orde zal komen. Dit betekent dat mogelijk een nieuwe beoordeling van de straf zal plaatsvinden. In dat geval is de vraag naar de onafhankelijkheid van de rechterlijke instanties in Polen ook voor dit EAB relevant.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Het vorenstaande leidt er toe dat de rechtbank de officier van justitie verzoekt om de</para>
        <para>navolgende vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit voor te leggen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para>a. <emphasis role="italic">Zal de vrijheidsstraf van 10 maanden, opgelegd bij het ‘judgment of October 29, 2010, by the District Court of Wschowa (reference: II K 169/10)’ worden meegenomen op de zitting die op 8 november 2018 in Polen zal plaatsvinden in het kader van de cumulatieve procedure en zal een herbeoordeling van die straf plaatsvinden?  </emphasis></para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">Indien het antwoord op vraag a) bevestigend luidt: wat is het antwoord van de Poolse autoriteiten op de onderstaande vragen? </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">I. Welke rechterlijke instanties bevoegd?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Welke rechterlijke instanties zijn concreet bevoegd voor de procedures waaraan deze opgeëiste persoon zal worden onderworpen?</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">II. Gegevens ten aanzien van deze rechterlijke instanties</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Voor ieder van de hiervoor bedoelde rechterlijke instanties:</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">A. Wijzigingen personele bezetting</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken (vice)voorzitters en rechters ontslagen? Zo ja, op welke datum is het ontslag aangezegd en wat is de grond die hiervoor is gegeven?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er (vice)voorzitters en rechters gepensioneerd als gevolg van de gewijzigde pensioenleeftijd? Zo ja, hoe veel, afgezet tegen het aantal rechters en (vice)voorzitters binnen de rechterlijke instantie?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Is het voorgekomen dat het mandaat van deze (vice)voorzitters en rechters na het bereiken van de pensioenleeftijd is verlengd? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wet inzake de Nationale School voor de rechterlijke macht assistent-rechters benoemd en zo ja, behandelen zij strafzaken en zo ja, als unus of binnen een rechterlijk college? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">B. Toewijzing en behandeling van zaken  </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Hebben er wijzigingen plaatsgevonden inzake de regels en procedures voor de toewijzing van strafzaken als die tegen de opgeëiste persoon sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken? </para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wijzigingen geweest in de eventuele regels inzake de behandeling dan wel bestraffing van zaken met betrekking tot de feiten waarvoor de overlevering van de opgeëiste persoon wordt gevraagd? <?linebreak?></para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para>
        <emphasis role="bold">C. Tuchtzaken of andere (disciplinaire) maatregelen </emphasis>
      </para>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Zijn er sinds voormelde wetswijzigingen tuchtzaken tegen rechters en/of (vice)voorzitters geweest? Zo ja, wat was hiervoor de aanleiding en wat was de uitkomst?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Hebben er sinds de inwerkingtreding van de wijziging van de wet inzake de organisatie van de gewone rechtbanken wijzigingen plaatsgevonden in de bezoldiging van (vice)voorzitters en rechters? Zo ja, wat was hiervoor de reden?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>Zijn er andere maatregelen betreffende (vice)voorzitters genomen, zoals het<?linebreak?>verstrekken van ‘<emphasis role="italic">written remarks’</emphasis> door de Minister van Justitie? Zo ja, wat was <?linebreak?>hiervoor de aanleiding? </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">D. Procedures ter bescherming van het recht op een onafhankelijk gerecht </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <orderedlist numeration="arabic">
        <listitem>
          <para>Welke rechtsmiddelen en verweren staan de opgeëiste persoon ter beschikking indien hij twijfelt aan de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter die hem berecht? Staan deze middelen en verweren reeds tijdens de procedure tot zijn beschikking? Tot welke rechtsgevolgen kunnen deze middelen en verweren leiden? Welke autoriteit(en) ne(e)m(t)en ter zake de beslissing?</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>In hoeverre is van dit rechtsmiddel gebruik gemaakt in strafzaken als die tegen de opgeëiste persoon sinds de inwerkingtreding van de nieuwe wetgeving en zo ja, hoe veel van dergelijke verzoeken zijn in die gevallen gegrond verklaard?  </para>
        </listitem>
      </orderedlist>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">E. Buitengewoon beroep </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>1. Is er in strafzaken al gebruik gemaakt van de mogelijkheid van de  procedure van ‘buitengewoon beroep’ bij het Hooggerechtshof? <?linebreak?>Zo ja, op welke grond en met welke uitkomst? </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze vragen dienen door tussenkomst van het Openbaar Ministerie aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te worden voorgelegd en binnen 4 (vier) weken na de uitspraak te worden beantwoord.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De vervolgzitting zal binnen vier weken na de ontvangst van de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit plaatsvinden. Het Openbaar Ministerie en de raadsman van de opgeëiste persoon dienen uiterlijk één week voor deze zitting schriftelijk hun reactie op de antwoorden van de uitvaardigende justitiële autoriteit aan de rechtbank over te leggen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen, komt de rechtbank tot de volgende beslissing. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">HEROPENT en SCHORST </emphasis>het onderzoek voor onbepaalde tijd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">VERZOEKT</emphasis> de officier van justitie de onder 6.3 weergegeven vragen aan de uitvaardigende justitiële autoriteit te stellen;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van de opgeëiste persoon tegen een nader te bepalen datum en tijdstip, met tijdige kennisgeving aan zijn raadsman; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">BEVEELT </emphasis>de oproeping van een tolk in de Poolse taal tegen een nader te bepalen datum en tijdstip.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. W.A.J.P. van den Reek,  				                                  voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.K. Glerum en A.P. Sno,                         		             	rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N.M. van Trijp,		                         	 griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 22 oktober 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_06df9a5a-3c64-4cf9-91dc-1ad912023fb2" label="1">
    <para>
      <emphasis role="italic">Report to the Polish Government on the visit to Poland carried out by the European Committee for the Prevention of Torture and Inhuman or Degrading Treatment or Punishment (CPT) from 11 to 22 May 2017.</emphasis>
    </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0766920-19a8-474e-b703-c9afc8ba42b9" label="2">
    <para> Pagina 31 bij randnummer 59 van het rapport. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_cd2218c4-7ff2-40d7-aa06-3bbae39e89de" label="3">
    <para> Pagina 34, randnummer 69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_00ec94cf-e205-4be3-8616-c8da982a54ee" label="4">
    <para> Pagina’s 32 en 33, randnummers 63 en 65. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9ea4a921-a626-4192-8ff7-729fb761e1ac" label="5">
    <para> Pagina’s 32 en 33, randnummers 63 en 65. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f9a8599c-9063-426a-849b-a5d009534995" label="6">
    <para> Pagina 32, randnummer 64. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>