<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:6954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T09:10:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13/751000-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_internationaalStrafrecht">Strafrecht; Internationaal strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6954">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6954</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-08T08:57:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:6954 Rechtbank Amsterdam , 27-09-2018 / 13/751000-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6954:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Belgisch executie-EAB, detentieomstandigheden Belgie</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6954:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13/751000-18</para>
      <para>RK nummer: 18/2915</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 27 september 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 26 april 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 3 november 2017 door het <emphasis role="italic">Parket van de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Turnhout </emphasis>(België) en het strekt tot de aanhouding en overlevering van: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1969, </para>
      <para>verblijvend op het adres [verblijfadres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 14 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 14 juni 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. P.J. van de Laar, advocaat te Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toelaatbaarheid van de verzochte overlevering. De raadsman heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22, eerste lid, OLW uitspraak moet doen met dertig dagen verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de uitspraak op 14 juni 2018 om 12:30 uur zal worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 28 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 28 juni 2018 overwogen dat de rechtbank na sluiting van het onderzoek kennis heeft genomen van recente ontwikkelingen in België over de detentieomstandigheden in verband met stakingen in Belgische gevangenissen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft hierin aanleiding gezien zich te beraden over deze recente ontwikkelingen met het oog op het bepaalde in artikel 4 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie (verder: het Handvest) en het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie inzake Aranyosi en Căldăraru van 5 april 2016 (C-404/15 en C-659/15 PPU). Daarbij heeft de rechtbank bepaald dat op een volgende zitting een en ander met partijen zal worden besproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gezien het voorgaande heeft de rechtbank het onderzoek ter zitting heropend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 19 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van vordering is voortgezet op de openbare zitting van 19 juli 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. M. Diependaal. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar nieuwe raadsman, mr. B.K.M. Fritz, advocaat te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft wederom geconcludeerd tot toelaatbaarheid van de verzochte overlevering. De nieuwe raadsman heeft geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de beslistermijn voor onbepaalde tijd verlengd, omdat de verlengde beslistermijn van 90 dagen op 25 juli 2018 zou aflopen en de rechtbank gelet op het te voeren beraad over de zaak voor die datum nog geen uitspraak zou kunnen doen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het onderzoek gesloten en bepaald dat de uitspraak op 2 augustus 2018 om 12:30 uur zal worden gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Tussenuitspraak 2 augustus 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij tussenuitspraak van 2 augustus 2018 overwogen dat – hoewel de genoemde stakingen op 10 juli 2018 waren beëindigd en het normaal regime weer was ingevoerd – er nog altijd sprake was van een zorgwekkende situatie. De rechtbank achtte daarbij van belang dat de onderhandelingen over de nieuwe regelgeving nog gaande waren en dat de uitkomst van die onderhandelingen onzeker was. Tevens achtte de rechtbank de kans op nieuwe stakingen gedurende de onderhandelingen reëel. Indien het tot een nieuwe staking zou komen voor invoering van de nieuwe regelgeving, dan kon blijkens de door de Belgische autoriteiten verstrekte informatie niet worden gegarandeerd dat een overgeleverde persoon in een situatie zou komen te verkeren die voldeed aan de eisen van artikel 4 van het Handvest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zag in hetgeen zij hiervoor heeft overwogen aanleiding het onderzoek te heropenen en voor onbepaalde tijd te schorsen totdat meer duidelijkheid kon worden verschaft door de uitvaardigende justitiële autoriteit over de uitkomst van de onderhandelingen omtrent de nieuwe regelgeving en de (structurele) gevolgen hiervan voor de detentieomstandigheden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Zitting 13 september 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandeling van vordering is voortgezet op de openbare zitting van 13 september 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. R. Vorrink. </para>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door haar raadsman, mr. B.K.M. Fritz, advocaat te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon 		</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat zij de Nederlandse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van een vonnis van de correctionele rechtbank Antwerpen, afdeling Antwerpen van 6 juni 2017 met referentie 2648.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van 3 jaar. De vrijheidsstraf is aan de opgeëiste persoon opgelegd bij voornoemd vonnis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis betreft de feiten zoals die zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB en in de e-mail van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 22 mei 2018. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel en deze e-mail zijn als bijlage aan deze uitspraak gehecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Tussenuitspraak 28 juni 2018</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwijst naar de tussenuitspraak van 28 juni 2018 waarin al is geoordeeld over de niet-onherroepelijkheid van het vonnis, de strafbaarheid van de feiten en de terugkeergarantie. Deze oordelen dienen als herhaald en ingelast te worden beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Detentieomstandigheden België</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de raadsman</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de dreiging van stakingen nog steeds bestaat. De verdediging heeft zich beroepen op de uitspraak van deze rechtbank van 2 augustus 2018 waarin is geoordeeld dat – hoewel de stakingen op 10 juli 2018 zijn beëindigd en het normale regime weer is ingevoerd – er nog altijd sprake is van een zorgwekkende situatie. Tevens heeft de raadsman kennisgenomen van de uitspraak van deze rechtbank van 14 augustus 2018 waarin de eerste overlevering naar België weer is toegestaan. Gelet op de deadline voor het accepteren van voorstellen van de werknemers – welke gelegen was op 30 augustus – bestaat nog steeds twijfel of de stakingen niet zullen worden hervat. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank van 14 augustus 2018 (ECLI:NL:RBAMS:2018:5937). De situatie in België is sindsdien niet veranderd.</para>
        <para>Daarom dient de overlevering te worden toegestaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank verwijst naar haar uitspraak van 14 augustus 2018, waarin is geoordeeld dat er op dat moment in de Belgische detentiecentra geen sprake meer was van stakingen en dat de kans daarop ook niet meer reëel was, waardoor er geen sprake was van een toestand die strijdig was met artikel 4 van het Handvest. Daarnaast achtte de rechtbank van belang dat het de officier van justitie heeft toegezegd in de fase voorafgaand aan de feitelijke overlevering rekening te houden met eventuele nieuwe stakingen en in een dergelijk geval stappen te zullen ondernemen om te voorkomen dat de opgeëiste persoon in een met artikel 4 van het Handvest strijdige situatie zal komen te verkeren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>In deze zaak hebben zich geen omstandigheden voorgedaan die de rechtbank tot een ander oordeel aanleiding geven. Evenmin leidt het gevoerde verweer tot een ander oordeel. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW, er een garantie is gegeven als bedoeld in artikel 12, aanhef en onder d, OLW en er ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 47, 311 en 317 van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 5, 6, 7 en 12 van de Overleveringswet. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>8</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan het <emphasis role="italic">Parket van de procureur des Konings Antwerpen, afdeling Turnhout</emphasis> wegens de feiten waarvoor haar overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. M. van Mourik,	  				                         		voorzitter,</para>
      <para>mrs. J.A.A.G. de Vries en C. Klomp, 			   				rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. N. Wijkman,		                         		griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 27 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verklaart de voorzitter buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>