<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:6649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-25T13:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">13.751161-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#rekestprocedure">Rekestprocedure</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_europeesStrafrecht">Strafrecht; Europees strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6649">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6649</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-24T13:25:53</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-25</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:6649 Rechtbank Amsterdam , 06-09-2018 / 13.751161-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6649:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>overlevering naar Polen | executie | weigeringsgrond 12 OLW niet aan de orde</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6649:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">		                    RECHTBANK AMSTERDAM	</bridgehead>
    <bridgehead role="bold">		      INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 13.751161-18</para>
      <para>RK nummer: 18/1369</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Datum uitspraak: 6 september 2018 </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="bold">    UITSPRAAK</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>op de vordering ex artikel 23 van de Overleveringswet (OLW), ingediend door de officier van justitie bij deze rechtbank. Deze vordering dateert van 27 februari 2018 en betreft onder meer het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB).</para>
      <para>Dit EAB is uitgevaardigd op 6 februari 2018 door <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin </emphasis>(Polen) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">	[opgeëiste persoon] ,</emphasis>
      </para>
      <para>	geboren te [geboorteplaats] (Polen) op [geboortedag] 1992, </para>
      <para>ingeschreven in de Basisregistratie personen en verblijvend op het adres [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de opgeëiste persoon.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>
      <nr>1</nr>Procesgang</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering is behandeld op de openbare zitting van 23 augustus 2018. Het verhoor heeft plaatsgevonden in tegenwoordigheid van de officier van justitie mr. J.J.M. Asbroek.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De opgeëiste persoon heeft zich doen bijstaan door mr. L. Da Silva, advocaat te Zoetermeer, die waarneemt voor mr. P.T.F. Langerak, en door een tolk in de Poolse taal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de termijn waarbinnen zij op grond van artikel 22 OLW uitspraak moet doen voor onbepaalde tijd verlengd omdat zij die verlenging nodig heeft om over de verzochte overlevering te beslissen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Identiteit van de opgeëiste persoon </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft de identiteit van de opgeëiste persoon onderzocht. De opgeëiste persoon heeft ter zitting verklaard dat de bovenvermelde personalia juist zijn en dat hij de Poolse nationaliteit heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Grondslag en inhoud van het EAB</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het EAB wordt melding gemaakt van <?linebreak?></para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic"> judgement of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin </emphasis>van <?linebreak?>26 november 2014 met zaaknummer IV K 400/14 (bij beslissing van het<emphasis role="italic"> District Court Szczecin – Centre in Szczecin </emphasis>van 30 september 2016 met zaaknummer IV Ko 2516/15 is de tenuitvoerlegging van voormelde straf bevolen)<?linebreak?>en<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="italic">a decision of the District Court Szczecin – Centre in Szczecin in the subject of ordering the execution of the substituted penalty of deprivation of freedom </emphasis>van 30 september 2016, met zaaknummer IV Ko 976/16.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overlevering wordt verzocht ten behoeve van de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf voor de duur van respectievelijk<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>één jaar en zes maanden (waarvan nog één jaar, vijf maanden en 28 dagen resteren)<?linebreak?>en <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>50 dagen </para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>door de opgeëiste persoon te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat. De vrijheidsstraffen zijn aan de opgeëiste persoon opgelegd bij het hiervoor vermelde vonnis en de hiervoor vermelde beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het vonnis onder a. betreft de feiten zoals dat zijn omschreven in onderdeel e) van het EAB. Een door de griffier gewaarmerkte fotokopie van dit onderdeel is als bijlage aan deze uitspraak gehecht. De laatste beslissing betreft de tenuitvoerlegging van de vervangende hechtenis behorende bij een opgelegde geldboete, waarbij omrekening heeft plaatsgevonden naar de maatstaf van ’2 day-fine units equal 1 day of substitution penalty imprisonment’. A fine of 100 day-units was imposed on [opgeëiste persoon] and due to his failure to pay, it was changed, into 50 days of a substitution imprisonment penalty.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Weigeringsgrond als bedoeld in artikel 12 OLW  </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het EAB strekt tot de tenuitvoerlegging van een vonnis terwijl de verdachte niet in persoon is verschenen bij de behandeling ter terechtzitting die tot het vonnis heeft geleid en dat geen sprake is van een van de uitzonderingen als bedoeld in artikel 12, sub a en b, OLW. Uit aanvullende informatie van de uitvaardigende justitiële autoriteit van 27 maart 2018 blijkt echter dat het vonnis van 26 november 2014 op 2 december 2014 in persoon in ontvangst is genomen door de opgeëiste persoon, en dat hierin instructies waren opgenomen over het instellen van hoger beroep:  ‘The transcript of the judgement (..) with the instructions on the method of appeal was forwarded to the same adress. This letter was collected by [opgeëiste persoon] in person on 2.12.2014. after collecting the judgement in person, [opgeëiste persoon] did not question it, did not file an appeal (..) De opgeëiste persoon heeft niet binnen de voorgeschreven termijn hoger beroep aangetekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dat de uitzondering als genoemd in artikel 12, sub c OLW aan de orde is. Dat betekent dat de in artikel 12 OLW bedoelde weigeringsgrond niet van toepassing is. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>Strafbaarheid </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Feiten waarvoor dubbele strafbaarheid is vereist</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De uitvaardigende justitiële autoriteit heeft de feiten niet aangeduid als feiten waarvoor het vereiste van toetsing van dubbele strafbaarheid niet geldt. Overlevering kan in dat geval alleen worden toegestaan, indien voldaan wordt aan de kaderbesluitconform uitgelegde eisen die in artikel 7, eerste lid, aanhef en onder b, OLW in samenhang met  artikel 7, eerste lid, onder a, 2°, OLW zijn neergelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat hieraan is voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten leveren naar Nederlands recht op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Diefstal door twee of meer verenigde personen, meermalen gepleegd </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>Overige verweren</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft op de zitting aangevoerd dat de overlevering geweigerd moet worden, omdat de overlevering in de zaak met parketnummer 13/751158-18 welke tegelijkertijd met de onderliggende zaak is behandeld ook zal worden geweigerd. De raadsvrouw stelt zich op het standpunt dat te verwachten valt dat de Poolse justitiële autoriteiten de weigering in die zaak naast zich neer zullen leggen, als de opgeëiste persoon in de onderliggende zaak wordt overgeleverd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is met de officier van justitie van oordeel dat een onderbouwing voor het standpunt van de raadsvrouw geheel ontbreekt. Er zijn geen aanwijzingen op grond waarvan getwijfeld dient te worden aan het vertrouwensbeginsel.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>7</nr>Slotsom</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is vastgesteld dat het EAB voldoet aan de eisen van artikel 2 OLW  en ook overigens geen weigeringsgronden aan de overlevering in de weg staan, dient de overlevering te worden toegestaan.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>Toepasselijke wetsbepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De artikelen 57 en 311 Wetboek van Strafrecht, en 2, 5 en 7 OLW. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">STAAT TOE</emphasis> de overlevering van <emphasis role="bold">[opgeëiste persoon]</emphasis> aan <emphasis role="italic">the Regional Court in Szczecin </emphasis>(Polen) ten behoeve van de tenuitvoerlegging van de vrijheidsstraffen, te ondergaan op het grondgebied van de uitvaardigende lidstaat, wegens de feiten waarvoor zijn overlevering wordt verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gedaan door</para>
      <para>mr. C. Klomp,		  						                         voorzitter,</para>
      <para>mrs. A.W.C.M. van Emmerik en A.P. Sno,                  				   rechters,</para>
      <para>in tegenwoordigheid van mr. C.E. van Diepen,			                              griffier,</para>
      <para>en uitgesproken ter openbare zitting van 6 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Ingevolge artikel 29, tweede lid, OLW staat tegen deze uitspraak geen gewoon rechtsmiddel open. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>