<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBAMS:2018:6603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-21T17:48:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-17</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Amsterdam" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Amsterdam</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/13/633771 / HA ZA 17-791</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Amsterdam</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>S&amp;S 2023/71</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6603">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBAMS:2018:6603</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-31T12:44:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBAMS:2018:6603 Rechtbank Amsterdam , 11-07-2018 / C/13/633771 / HA ZA 17-791</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6603:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>CAR-verzekering die dekking biedt tegen schade ‘hoe ook ontstaan’. In dit geval gaat het om scheurvorming in laswerk. De vraag is wat de oorzaak is van de scheurvorming: was deze van de aanvang af aanwezig en was dus sprake van kwalitatief slecht laswerk (niet verzekerd) of was het laswerk aanvankelijk goed en zijn  de scheuren later ontstaan en zo ja, valt dat dan onder de dekking? Waardering van de verklaring van de onderzoekers van het laswerk als getuigen en van deskundigenberichten over de kwaliteit van het laswerk en de gebruikte onderzoeksmethoden. De rechtbank komt tot het oordeel dat het laswerk aanvankelijk goed was en dat scheurvorming waarschijnlijk is ontstaan als gevolg van het ontwerp in combinatie met de gebruikte lastechniek. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een CAR-verzekering die dekking biedt tegen schade ‘hoe ook ontstaan’ ook dekking biedt in geval van ontwerpfouten die tot gevolg hebben dat een onder toepassing van juist vakmanschap uitgevoerd fout ontwerp aanvankelijk geen gebreken heeft, maar later alsnog gebreken gaat vertonen. </para>
        <para>Het risico was niet voorzienbaar omdat het optreden van scheurvorming niet ‘het normaal te verwachten gevolg’ was van de gebruikte lastechniek, nu de verzekerde niet vooraf kon weten dat die lastechniek niet geschikt zou zijn.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBAMS:2018:6603:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b5f6a686-8e66-459c-a5d6-923d3e1404d4" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="01522529-4b6e-49a7-8b3e-aa260779376e" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK AMSTERDAM</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Afdeling privaatrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/13/633771 / HA ZA 17-791</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 11 juli 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">ASK ROMEIN B.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Roosendaal ,</para>
      <para>eiseres,</para>
      <para>advocaat mr. I.M.C.A. Reinders Folmer te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. de vennootschap naar buitenlands recht </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">AMLIN INSURANCE SE</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te London ,</para>
    </parablock>
    <para>2. naamloze vennootschap </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">DELTA LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V.</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Amsterdam ,</para>
      <para>gedaagden,</para>
      <para>advocaat mr. A. van Hees te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna ASK Romein en de Verzekeraars genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>het tussenvonnis van 21 februari 2018</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het proces-verbaal van comparitie van 24 mei 2018 en de daarin genoemde stukken.</para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.3.</nr>
      <para>De rechter, ten overstaan van wie het voorlopig getuigenverhoor is gehouden, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen. Het vonnis is gewezen door de rechter ten overstaan van wie de comparitie van partijen is gehouden. <?linebreak?></para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <bridgehead role="italic">Skidbeams</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <parablock>
        <para>ASK Romein heeft in de zomer van 2013 voor haar afnemer Equipment Rental &amp; Services (een dochteronderneming van Saipem, hierna: ERS) acht  ‘skidbeams’ vervaardigd. Dit zijn schuifbalken waarover constructies en/of installaties van- of op werkschepen of pontons kunnen worden geschoven. De opdrachtsom bedroeg ca. EUR 975.000 00 exclusief btw. Deze stalen balken, met lengtes van ca. 15 m (6 stuks) en ca. 19 m (2 stuks) zijn door ASK Romein geheel uit stalen onderdelen samengesteld, die door lassen aan elkaar zijn verbonden.  Het ontwerp van de skidbeams was afkomstig van ERS. ASK Romein en ERS hebben gezamenlijk de toe te passen lasmethode opgesteld. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Verzekering</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>ASK Romein heeft een CAR-verzekering bij de verzekeraars gesloten. Daarin wordt onder verzekerde interest onder meer verstaan: <?linebreak?><emphasis role="italic">“alle werken uitbesteed dan wel in eigen beheer uit te voeren, binnen het verzekerde gebied, in verband met nieuw- en/of verbouwen/of uitbreidingen en/of onderhoud van bouwkundige aard (…)”</emphasis></para>
        <para>In artikel 15.1 bepalen de verzekeringsvoorwaarden onder meer:<?linebreak?><emphasis role="bold italic">“Omvang van de dekking</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze verzekering dekt alle materiële schade aan en/of verlies van verzekerde interesten (…), ongeacht of dit is veroorzaakt door de aard of een gebrek van de verzekerde interesten, alsmede vernietiging, dit alles onverschillig hoe ook ontstaan. </emphasis>
          <?linebreak?>Beide verzekeraars nemen voor 50% deel in de verzekering<emphasis role="italic">.”</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Onderzoeken QIS en Materiaal Metingen Testgroep</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Tijdens het bouwproces zijn de lassen door Quality Inspection Services B.V. uit Roosendaal (hierna: QIS) gecontroleerd met de ultrasoon techniek. Deze controle vond steeds plaats tenminste 48 uur nadat het laswerk voltooid was. Daarbij is een deel van de lassen afgekeurd en hersteld; uiteindelijk zijn twee skidbeams door QIS volledig goedgekeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Na levering zijn deze twee skidbeams opnieuw gekeurd, nu bleek dat er zogenaamde indicaties waren. Dit zijn onregelmatigheden die wijzen op een gebrek in de las, welk gebrek verschillende oorzaken kan hebben. De Skidbeams zijn teruggebracht naar de bedrijfsruimte van ASK Romein . Daar zijn deze skidbeams opnieuw door QIS onderzocht en daarbij zijn ook indicaties gebleken. QIS heeft daarvan rapporten opgemaakt, waarin is vermeld dat in Skidbeam PB6-A in 46 lassen een scheur (‘crack’) is gevonden, steeds op een diepte van 18-25 mm, terwijl in 11 onderzochte lassen geen scheuren werden gevonden.  (onderzoeksdata 19 en 20 oktober 2013). Soortgelijke rapporten, met vergelijkbare resultaten zijn gemaakt met betrekking tot de Skidbeams  PB2-A (scheuren op 35 plaatsen), SB6-A (scheuren op 38 plaatsen) en SB2-A (scheuren op 37 plaatsen). </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <parablock>
        <para>Materiaal metingen Testgroep heeft onderzoek gedaan naar de skidbeams PB2-A en PB-B op 30 oktober 2013 en daarvan rapport uitgebracht, dat voor zover hier van belang in beide gevallen gelijkluidend is en als volgt luidt:<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“A crosscheck ut examination was perform at ASK Romein On Skidbeam PB2-A on several welds numbers. (157, 158,159,160,161,162,180,181,182,183.) They were found not to be acceptable according to procedure. Length of defect were total length of welds and depth was from 18-25 mm. Same finding as ASK Romein NDT company found.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorlopig getuigenverhoor van medewerkers van QIS</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Op 16 augustus 2016 heeft een voorlopig getuigenverhoor in deze zaak plaatsgevonden, waarin drie getuigen zijn gehoord. Deze hebben onder meer het volgende verklaard. </para>
      <para />
      <paragroup>
        <nr>2.6.1.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [naam getuige 1] : </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">“We hebben op het terrein van ASK Romein de beams onderzocht, volgens de beide genoemde methoden. Als er daarbij onregelmatigheden werden geconstateerd, werd de betreffende las gerepareerd. Bij een reparatie wordt het gebied van de reparatie en een stukje daaromheen opnieuw onderzocht nadat de zaak 48 uur heeft uitgehard. Op een gegeven moment zijn de beams vrijgegeven en hebben wij rapporten opgesteld. De beams worden pas vrijgegeven als ze helemaal onderzocht zijn en alle lassen zijn goedgekeurd.</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Die skidbeams zijn afgeleverd en op dezelfde dag bleek dat er fouten in zaten. Een van onze level 3 ingenieurs is toen gaan kijken. Een level 3 ingenieur is het hoogste niveau controleur die in de markt optreedt. Hij heeft toen samen met een Italiaanse ‘level 2’ inspecteur geconstateerd dat er scheurvorming had plaatsgevonden. (…) Die zaterdag ben ik bij ASK Romein geweest. Toen hebben we beams waarvan de lassen al goedgekeurd waren opnieuw onderzocht. Op locaties werden dezelfde indicaties aangetroffen als op de beams die al afgeleverd waren. We zijn toen heel voorzichtig gaan slijpen, zodat de scheuren niet zouden veranderen door eventuele hitte. We hebben niet de methode gutsen toegepast waarbij veel hitte wordt geproduceerd. Bij de slijpmethode die we hebben toegepast wordt wel hitte afgegeven door het slijpen. Op 12 à 13 mm diepte werden scheurtjes zichtbaar. We hebben dat toen op 5 6 locaties van de beams bekeken. Op alle locaties werd hetzelfde geconstateerd, er waren scheurtjes.</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Toen we de ultrasone testen uitvoerden. verschenen er op het beeldscherm scherpe afwijkingen van wat we normaal zien. Het was niet een twijfelgeval, maar er waren duidelijke afwijkingen die bij een eerdere inspectie zeker waren opgevallen. (…) </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">We deden een herinspectie van de beams die terugkwamen. Daar zaten indicaties in die niet acceptabel waren voor de tabel. Dat moet scheurvorming betreffen want er kunnen na 48 uur geen bellen meer ontstaan of slakken meer in komen. De enige fout die daarna nog kan ontstaan is scheurvorming. Die werd ook zichtbaar door de karakterisering van het ultrasone beeld dat wij terugkregen. Dat beeld kan alleen maar op die manier geïnterpreteerd worden. Die signalen begonnen ongeveer bij 14 à 20 mm diep en liepen door tot 25 mm diep. (…) </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Op basis van de karakterisering van de metingen op mijn beeldscherm en de daarop getoonde patronen en de diepten en amplituden kon ik zien dat het ging om scheurvorming. Ik kon op basis daarvan uitsluiten dat er andere indicaties waren. (…) </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">De proefstukken die zijn teruggestuurd naar Element zijn onderdelen waarin waarnemingen zijn gedaan die duiden op scheurvorming. De onderdelen die naar Element zijn toegestuurd zijn ook onderzocht door een andere onderzoeker, [naam onderzoeker] , een level 3 onderzoeker. Hij kwam tot dezelfde conclusies als wij in ons onderzoek. (…)</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik weet niet waarom Element tot andere conclusies is gekomen. Als er stukken van een las niet goed zijn en andere stukken wel, hangt het van de tussenruimte af hoe veel van de las wordt afgekeurd. Als de scheuren meer dan 100 mm uit elkaar liggen dan gebeurt er meestal een reparatie, maar dat verschilt wel per klant.”</emphasis>
          </para>
          <para>[De getuige [naam getuige 1] was [functie] van QIS, opmerking rechtbank]</para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.2.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [naam getuige 3]
            </emphasis>, [functie] bij QIS: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Ik heb magnetisch en ultrasone onderzoek uitgevoerd op de bakken, voordat ze geleverd werden vanaf het begin van de productie. Daar zijn lasfouten in geconstateerd, die zijn gerepareerd. Dit is normaal. Nadat wij de twee beams hadden gecontroleerd zijn deze geleverd aan Saipem. Omdat daar fouten zijn geconstateerd ben ik met ASK Romein meegegaan om er naar te kijken. Ik zag daar de bakken liggen, buiten in de modder. De lokale man van Saipem, dat was een Italiaan, die zei dat er indicaties geconstateerd waren in de lassen die wij hadden goedgekeurd. Hij zei toen tegen mij dat wij hier niets aan konden doen, omdat ze hetzelfde probleem hadden in beams die zij zelf produceerden. Ik heb daar toen ultrasone onderzoek gedaan op de plekken die hij aangetekend had. Ik heb toen geconstateerd dat er indicaties in zaten die er daarvoor niet zaten. Het is vaak lastig te zien wat die indicaties aangeven. Het betrof indicaties op de door hem aangegeven locaties met een hogere amplitude dan toegestaan. Of het een scheur was of iets anders, dat weet ik niet. Op dat moment maakt het mij ook niet zo veel uit, ik ben namelijk geen lasspecialist. Na dit onderzoek heeft er volgens mij geen ander onderzoek plaatsgevonden. Vervolgens zijn de beams teruggegaan naar ASK Romein . Daar heeft nader onderzoek plaatsgevonden. De locaties die de Italiaan had aangegeven zijn geopend met een gutstang. Toen wij scheuren zagen zijn we de beams helemaal gaan onderzoeken. Elke dag gaven we met verschillende kleuren aan wat de constateringen waren, die werden steeds groter. Dit is een indicatie dat het scheurvorming betrof. Want andere types fouten groeien niet. Op enig moment in het traject, ik weet niet precies wanneer, is een andere wijze van lassen van de platen ontwikkeld door ASK Romein in samenspraak met Saipem.</emphasis></para>
          <para>
            <emphasis role="italic">(…) Mijn bevindingen zijn dat het scheuren waren. Ik baseer dat op het feit dat de bakken eerst goedgekeurd waren en dat er later wel indicaties waren. De signalen kunnen meerdere oorzaken hebben. Uit onderzoek op locaties waar wij al indicaties hadden gezien, werd naar uitgutsing van de las gezien dat het scheurvorming betrof Op die grond veronderstelden we dat dat dezelfde oorzaak betrof als wanneer wij die indicaties weer zagen. Het betroffen onacceptabele indicaties op locaties die in het eerdere onderzoek goedgekeurd waren. Ook daaruit maak ik op dat het scheurvorming betreft”. </emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>2.6.3.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="bold">
              [naam getuige 4]
            </emphasis>, [functie] bij QIS: </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">“Op de bakken die terug zijn gekomen heb ik inspecties uitgevoerd, Wij hebben de bakken meerdere malen gecontroleerd met verschillende markeringen. Wij zagen indicaties in de bakken. Die hebben wij aangeduid, daarna hebben we een dag gewacht. Daarna hebben we weer inspecties gedaan en kwamen we er achter dat de indicaties groter werden. Dit was op basis van ultrasone onderzoek. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">In theorie kun je indicaties onderscheiden op basis van ultrasone onderzoek op bijvoorbeeld corrosie, slak of scheur. In praktijk is dit echter zeer moeilijk te bepalen, tenzij het overduidelijk is. De laatste keer bij ultrasone onderzoek konden wij duidelijk zien aan de indicaties dat het scheuren betrof. Dat was voordat lassen waren uitgegutst.</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Je kan de indicaties zien aan het signaal. Je gaat met je taster bewegen, daardoor kan je zien wat je signaal doet. Aan de hoogte van je signaal kan je bepalen wat de grootte van de indicatie is. Ik kon dat toen zien bij het onderzoek aan de teruggekeerde balken. (…) </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Ik weet nog dat de amplitudes verschillend waren. De eerste dagen waren de amplitudes minder hoog dan de laatste keer. Sommige amplitudes waren veel hoger dan toegestaan. De signalen gingen ruim over de DAC. Dit waren indicaties die ik bij het initiële onderzoek niet had aangetroffen.</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Ik weet dat Element proefstukken heeft ontvangen. Ik weet niet of er op die proefstukken afwijkingen zijn geconstateerd.”</emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Contact tussen AKS en verzekeraars en andere betrokkenen</emphasis>
          </para>
        </parablock>
        <para />
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>ASK Romein heeft op 18 oktober 2013 de schade gemeld bij de verzekeringsmakelaar AON; AON heeft op 21 oktober 2013 laten weten dat namens de verzekeraars BosBoon Expertise is ingeschakeld. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>Bij e-mailbericht van 24 oktober heeft [naam projectleider] ( ASK Romein ) aan [naam medewerker BosBoon] (BosBoon) een reactie gegeven op een eerdere mail van [naam medewerker BosBoon] , die voor zover hier van belang als volgt luidt:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam medewerker BosBoon] : <emphasis role="italic">We spraken af dat u mij de volgende zaken toestuurt:</emphasis></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) De conclusies van de metingen waarin alsnog scheuren werden vastgesteld. </emphasis>
        </para>
        <para>
          [naam projectleider] : <emphasis role="italic">De rapporten van de aanvullende onderzoeken volgen, begin volgende week.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam medewerker BosBoon] : <emphasis role="italic">Wellicht ten overvloede; het is van belang om voordat wordt hersteld de oorzaak te achterhalen. Immers, het opnieuw ontstaan van eenzelfde schade zal door verzekeraars niet meer als verrassing worden gezien.</emphasis></para>
        <para>
          [naam projectleider] : <emphasis role="italic">Helder, er zijn op dit moment 6 van de 8 liggers gelast, hierbij zijn dezelfde problemen te verwachten, de laatste twee gaan we pas mee verder als duidelijk is hoe, we hebben onze opdrachtgever ook betrokken bij dit probleem, en gevraagd naar een oplossing. (…)</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          [naam medewerker BosBoon] : <emphasis role="italic">Tot slot spraken we af dat u mij zo goed mogelijk op de hoogte houdt van ontwikkelingen omtrent het vaststellen van de oorzaak en de herstelmethode.</emphasis></para>
        <para>
          [naam projectleider] :<emphasis role="italic"> Ik heb Element in Breda benaderd om een onderzoek in te stellen, en een technische onderbouwing te geven van de mogelijke oorzaak.</emphasis></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>Op 24 oktober 2013 heeft [naam medewerker BosBoon] namens BosBoon aan de verzekeringsmakelaar AON een voorbericht uitgebracht, waarin onder meer is vermeld.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Algemeen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 21 oktober 2013 ontvingen wij opdracht om een onderzoek in te stellen naar de aard, omvang en toedracht van de gebreken. Wij namen nog diezelfde middag telefonisch contact op met [naam projectleider] , Projectleider van ASK Romein Staalbouw B.V., verder te noemen: ASK. op 23 oktober 2013 brachten wij een bezoek aan ASK in Roosendaal en bespraken de kwestie met [naam projectleider] . (…) </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voorafgaand aan de productie is door ASK een lasmethodebeschrijving (WPS) opgesteld. Deze WPS is door een keuringsinstantie getest en akkoord bevonden (WPQ). [naam projectleider] benadrukte dat ASK zich zorgvuldig aan de WPS heeft gehouden. [naam projectleider] lichtte toe dat het tot de opdracht van ASK behoort om alle lassen volledig NDO te controleren (Niet Destructief Onderzoek). ASK heeft hiervoor Quality Inspection Services B.V. (QIS) uit Roosendaal íngehuurd.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Gedurende het productieproces van de skidbeams inspecteert QIS de lassen zowel Ultrasoon als Magnetisch op eventuele gebreken. Deze controles worden uitgevoerd volgens de EEMUA 158, een internationale norm voor dergelijke constructies, aldus [naam projectleider] . Wanneer een onvolkomenheid in de lassen wordt geconstateerd, wordt de las verwijderd (uitgegutst) en opnieuw aangebracht. Per skidbeam worden alle controles en materiaalcertificaten gedocumenteerd en als een ‘logboek’ meegeleverd aan de klant.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Volgens opgave van [naam projectleider] zou ASK op 17 oktober 2013 de eerste vier Skidbeams en op 31 oktober 2013 de overige vier Skidbeams moeten afleveren. (…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Op 16 oktober 2013 werden de eerste twee skidbeams door ASK bij ERS afgeleverd.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Toedracht / oorzaak</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Tijdens een 'spot-check' op 18 oktober 2013 constateerde ERS door middel van ultrasoon onderzoek scheurtjes in het laswerk van de twee geleverde liggers en nam direct contact op met ASK.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">
            [naam projectleider] ging daarop met mensen van QIS direct naar ERS in Schiedam. QIS voerde eveneens een ultrasoon onderzoek uit en stelde “tot haar eigen verbazing” ook vast dat de lassen “vele scheurtjes” bevatten, aldus [naam projectleider] .</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Op zaterdag 19 oktober 2013 onderzocht QIS de Skidbeam die nog in de fabriekshal van ASK Romein lag, gereed om ook naar ERS te worden getransporteerd. Ook bij deze controle werden vele scheurtjes in het laswerk geconstateerd, terwijl de skidbeam al volledíg was getest en goedgekeurd.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Zowel ASK als QIS “tasten nog volledig ín het duister” met betrekking tot de oorzaak van de scheurvormíng. [naam projectleider] benadrukte dat QIS voor dit project zogenoemde 'Level-3'- en daarmee de hoogst gekwalificeerde onderzoekers heeft ingezet. Dat zij hun werk niet zorgvuldig zouden hebben uitgevoerd, lijkt daarom onwaarschijnlijk. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Verder zijn zowel de lassen als de controles conform de daarvoor opgestelde WPS en normen uitgevoerd. ASK heeft ERS gevraagd mee te denken over een mogelijke oorzaak en eventuele oplossingen, daar ERS het ontwerp van de Skidbeams heeft aangeleverd.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omvang van de gebreken en raming van de kosten/schade</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De twee reeds geleverde Skidbeams zijn weer afgevoerd naar de werkplaats/fabriek van ASK in Roosendaal. Tezamen met de skidbeam die gereed was voor transport zijn er nu drie skidbeams waarbij alsnog in de lassen scheuren zijn geconstateerd.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De scheuren bevinden zich in het laswerk van de schotten waarmee de skidbeams aan de zijkant zijn dichtgelast/verstijfd (zie foto 2, met geel krijt is aangegeven waar de lassen scheurvorming vertonen). (…)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Voortgang</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Hoewel er vanuit ERS op ASK druk wordt uitgeoefend om de skidbeams zo snel mogelíjk te herstellen en te leveren, wil ASK eerst weten wat de oorzaak is van de scheurvorming. Wij zullen het onderzoek naar de oorzaak volgen. (…)”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>Het e-mailbericht van 29 oktober 2013 07:07 uur van [naam medewerker Amlin] (Specialist Claims Handler Property bij Amlin) aan [naam medewerker BosBoon] (Bosboon) en [naam medewerker AON] (AON) luidt als volgt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Goedemorgen,</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Wanneer bij de eerste test scheuren worden vastgesteld, ben ik geneigd te zeggen dat de betreffende lassen nooit goed geweest zijn. Mocht verzekerde dat anders zien, dan zal moeten worden aangetoond dat de lassen goed geweest zijn en naderhand beschadigd zijn.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <para>Bij mailbericht van 29 oktober 2013 13:42 uur heeft [naam Insurance medewerker] ( Insurance Manager van ASK Romein ) aan [naam medewerker AON] (AON) het volgende geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“lk wil even inhaken op de laatste alinea, reactie van de verzekeraar;</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Wanneer bij de eerste test scheuren worden vastgesteld ben ik geneigd te zeggen dat de betreffende lassen nooit goed geweest zijn. Mocht verzekerde dat anders zien, dan zal moeten worden aangetoond dat de lassen goed geweest zijn en naderhand beschadigd zijn."</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Als bij een eerste test blijkt dat een las niet goed is wordt hij inderdaad uitgegutst en opnieuw gedaan. En vervolgens (na 48 uur) wordt deze nieuwe las wederom gecontroleerd en getest. Dit is de normale gang van zaken.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De scheurvorming in het laswerk van de skidbeams waarvoor wij de schademelding hebben gedaan betreft scheurvorming in lassen die gecontroleerd en akkoord bevonden waren. Deze lassen waren goed, zijn grondig onderzocht door een gekwalificeerd bedrijf (QIS), dit is ook met rapporten aan te tonen.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport Element</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.12.</nr>
      <para>ASK Romein heeft van de in totaal 1657 meter las twee proefstukken van 20 centimeter uitgesneden en deze voor onderzoek aangeboden bij Element Materials Technology (hierna: Element). Op 15 november 2013 heeft Element een rapport uitgebracht getiteld <emphasis role="italic">Investigation into the nature and possible cause of reported indications in welds of skid beams</emphasis>. Dit bevat de volgende ”Summarising discussion”:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“The results of the chemical analyses of the plate material of the submitted sections of the skid beams all met the requirements for S35J2+N steel according to EN 10025-2 The weld compositon was reasonably close to the reference values of the fixed care weld filler metal. The plates and welds all showed common microstructures. The prepared cross sections showed considerably higher hardness values after repair than before repair. Locally the heat affected zone of the repair sections showed few hardness values exceeding the requirements of EEMUA (maximum 325 HV10).</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">The visual inspection on site revealed considerable deformation of the transverse stiffener plates and diaphragm plates due to shrinkage caused by welding. This was reflected in large differences in the gap widths and excess penetration levels as found in the cross sectional macro’s at the root of the various welds.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The design of the skid beams played an important role in this: the design does not allow for free shrinkage, resulting in high shrinkage stresses. The shrinkage on welding of a diaphragm plate caused deformation of the transverse stiffener plates. This deformation resulted in local variations in weld gap width for the subsequently placed diaphragm plates. The variations in gap width impaired control of the weld penetration on welding of the root pass. In general it can be said that before repair almost all cross sections showed considerable excess penetration due to sagging of the weld and a far larger penetration width than the specified root gap size. However, although significant linear indications were reported on UT, the three prepared cross sections did not reveal any lack of root fusion.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">After repair the excess penetration levels were lower, but the size of the root gap, root geometry and penetration depth were much more inconsistent. Moreover all repaired welds showed lack of root fusion. The lack of root fusion was confirmed by the solidification structure as found at the surface of the disclosed indications. Additional microscopic examination revealed process related slag, high temperature oxides and other metallic debris as evidence of lack of fusion. At the tip of the lack of fusion the disclosed surface showed a mixed mode of brittle and ductile cracking, evidence of cracking due to local lack of fusion and shrinkage stresses on welding. This crack extension at the lack of fusion thus is believed to have occurred upon solidification. The zone of crack extension at the tip of the lack of fusion on average is less than 10% of the total size of the lack of fusion defect. The lack of fusion defects are the result of insufficient quality of the performed weld repair.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">As can be seen from the results of the visual examination of the various cross sections after repair, a relation can be drawn between the size of the root gap, the level of excessive penetration and the possible degree of lack of root fusion. The root gaps, reflected in the found penetration widths, were all larger than specified and showed strong deviations. The large root gaps also resulted in excessive penetration caused by sagging of the weld, which in some cases created a gap between the weld and the adjoining steel plates. The more the</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geometry of the weld is influenced by a combination of the mentioned factors, the more difficult it becomes to achieve a flawless weld. This has most likely resulted in the occurred welding defects as were seen in the submitted repair sections of the skid beams.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">During ultrasonic testing linear indications were found at the root of the welds prior to repair, which were not found in this investigation. Based on the findings on the submitted sections this may be (partly) related to the large degree of excessive penetration. This caused a deep relative narrow gap between the root and the side of the transverse stiffener plate, which could easily be mistaken for a linear defect. The gap of the original</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">weld was in all cases positioned outside the bad carrying cross section of the diaphragm plate and thus does not affect the static strength of the weld seam. Furthermore at least part of the reported UT indications relate to the lack of accessibility of the weld joint for proper NDT inspection.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">The amount of excessive penetration is formally not acceptable. It should however be noted that excessive penetration is hardly avoidable given the design of the skid beams, in particular the extremely high constraint condition on welding the diaphragm plates.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Contact tussen ASK Romein en de Verzekeraars en andere betrokkenen (vervolg)</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.13.</nr>
      <para>Op 14 januari 2014 heeft [naam medewerker BosBoon] namens BosBoon aan de verzekeringsmakelaar AON onder meer het volgende geschreven: </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Op 25 oktober 2014 vond bij ASK Romein een gesprek plaats met [naam medewerker adviesbureau] van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het gelijknamig Lastechnisch Adviesbureau en [naam 1 medewerker EMT] , [functie]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> bij Element Materials Technology (voorheen Schielab), door ASK Romein ingeschakeld voor nader onderzoek naar de oorzaak van de gebreken in het laswerk van de skidbeams.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In samenspraak werden twee skidbeams aangewezen waaruit proefstukken werden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geslepen, die vervolgens in het laboratorium van Element werden beproefd. Eén van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">proefstukken werd genomen uit een balk waarbij na samenstellen door ultrasoonmetingen ‘indicaties’ werden aangetroffen, maar die nog niet waren gerepareerd. Het tweede proefstuk werd gehaald uit een balk waarin de indicaties uit de eerste ultrasoonmeting reeds waren gerepareerd en vervolgens goedgekeurd (om daarna alsnog te worden afgekeurd).</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Ter verduidelijking; er wordt gesproken over ‘indicaties’ omdat bij ultrasoonmetingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">met geluidsgolven scheuren of lasfouten worden opgespoord, waarbij degene die de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">meting uitvoert de meetresultaten op basis van zijn ervaring interpreteert.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Om de uitloop in tijd nog enigszins te beperken besloot ASK Romein onder druk van Saipem/ERS om de skidbeams vooruitlopend op de resultaten van het onderzoek van Element te gaan herstellen. Wij hebben ASK Romein gewezen op de eventuele risico’s van herstel zonder dat onomstotelijk vaststaat wat de oorzaak van de gebreken is.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">In gezamenlijk overleg werden door ASK Romein , ERS en Saipem alle mogelijke oorzaken van de gebreken benoemd en werd een aangepaste productiemethode uitgewerkt waarin elk</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">van deze mogelijke oorzaken werd ‘geëlimineerd’.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Deze methode bestond uit het verwijderen (gutsen/slijpen) van alle zijschotten uit de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">skidbeams, het vlakslijpen en herstellen (weer oplassen) van de overgebleven delen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de skidbeams, waarna nieuwe schotten volgens een gewijzigd lasprocedé werden</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ingelast.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 16 november 2013 ontvingen wij de resultaten van het onderzoek van Element. (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Element heeft in haar onderzoek van de proefstukken onder andere geconstateerd dat</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als gevolg van een relatief grote vooropening de grondnaad (eerste las) relatief ver is</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitgestulpt/uitgezakt. Tussen de ‘druppelvormige’ uitstulping en het aangrenzende schot</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ontstond daardoor een naad, die bij een ultrasoonmeting mogelijk als scheur zou</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen worden geïnterpreteerd. Verder werden in de proefstukken enkele</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">bindingsfouten aangetroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op donderdag 21 november 2013 bespraken wij de resultaten bij Element in Breda met</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam projectleider] van ASK Romein en met de [naam 1 medewerker EMT] en [naam 2 medewerker EMT] , beiden van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Element. in dit gesprek gaf [naam 1 medewerker EMT] desgevraagd aan in de onderzochte</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">lassen geen scheuren te hebben aangetroffen. [naam projectleider] benadrukte vervolgens</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">dat bij het verwijderen van de schotten uit de skidbeams wel degelijk scheuren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">geconstateerd waren en dat daarvan ook foto’s zijn genomen. [naam projectleider] zegde toe</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">het herstelwerk direct te laten stoppen zodat ook wij wellicht nog in de gelegenheid</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">zouden zijn deze scheuren te constateren.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op maandag 25 november 2013 vond bij ASK Romein een bespreking plaats met [naam projectleider]</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic"> , [naam Insurance medewerker] ( Insurance Manager van ASK Romein ) en [naam getuige 1] , [functie] van QIS. Alle schotten waren inmiddels uit de skidbeams verwijderd en van de scheuren was niets meer te zien. Ook [naam getuige 1] gaf aan dat “een groot aantal scheuren zichtbaar waren tijdens het repareren” en dat er van de scheuren foto’s waren gemaakt. Wij hebben deze inmiddels ontvangen en als bijlage 2 bijgevoegd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Omdat het ASK Romein bevreemdde dat in de beproefde lassen geen scheuren waren</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">aangetroffen, hebben zij Element gevraagd nader onderzoek te doen. Hiervan ontvingen</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">wij op 17 december 2013 de resultaten. De bevindingen van Element waren hetzelfde</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">als bij de eerste tests.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.14.</nr>
      <para>
        [naam medewerker BosBoon] ( [functie] van Artium Experts) heeft bij mailbericht van 26 september 2017 14:44 uur het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“Geachte [naam 1] en [naam medewerker Amlin] ,</para>
        <para>Hierbij zoals afgesproken nog een aanvullende toelichting/beschrijving van het gesprek bij Element op 21/11/13 en de uren/dagen daarna. De eerste en laatste alinea van de onderstaande tekst zijn overgenomen uit onze brief van 14 januari 2014 (en cursief afgedrukt). Daartussenin de nadere toelichting.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op donderdag 21 november 2013 bespraken wij de resultaten bij Element in Breda met [naam projectleider] van ASK Romein en met de heren Van Houten en [naam 2 medewerker EMT] , beiden van Element. in dit gesprek gaf [naam 1 medewerker EMT] desgevraagd aan in de onderzochte lassen geen scheuren te hebben aangetroffen. [naam projectleider] benadrukte vervolgens dat bij het verwijderen van de schotten uit de skidbeams wel degelijk scheuren geconstateerd waren en dat daarvan ook foto's zijn genomen. [naam projectleider] zegde toe het herstelwerk direct te laten stoppen zodat ook wij wellicht nog in de gelegenheid zouden zijn deze scheuren te constateren.</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
        <para>Het was inmiddels 's-middags rond half vier en wij stelden stelde voor om direct naar Roosendaal te rijden of anders de volgende ochtend om 07.00u of later op de dag (22/11) ter plaatse te zijn om de scheuren te bekijken. [naam projectleider] zei daarop eerst zelf naar de productiehal te rijden om te kijken of er nog wat van de scheuren te zien was. Hij zegde toe ons nog die middag te laten weten hoe het 'ervoor stond'.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Omdat wij die middag en avond (21/11 dus) niets meer van [naam projectleider] vernamen hebben wij hem de volgende dag (vrijdag 22/11) geprobeerd te bellen, maar tevergeefs. Op maandag 25/11 ontvingen wij 's-ochtends een e-mail waarin [naam projectleider] schrijft: <?linebreak?></para>
        <para>Quote "Naar aanleiding van ons overleg afgelopen donderdag, heb ik de guts en slijpwerkzaamheden gestopt, na overleg afgelopen vrijdag met onze UT onderzoeker blijkt dat er te weinig materiaal aanwezig is om hier nog aanvullend onderzoek op te doen. Zie ook de bijgevoegde foto's van een aantal locaties. lk laat herstelwerkzaamheden op dit moment doorgaan, en zal een paar locaties nog laten zitten. Als je in de gelegenheid bent om vandaag langs te komen, graag zodat je de actuele stand kan zien." Unquote</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Wij zijn nog diezelfde middag naar ASK gereden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op maandag 25 november 2013 vond bij ASK een bespreking plaats met [naam projectleider] , [naam Insurance medewerker] ( Insurance Manager van ASK Romein ) en [naam getuige 1] , [functie] van QIS. Alle schotten waren inmiddels uit de skidbeams verwijderd en van de scheuren was níets meer te zien. Ook [naam getuige 1] gaf aan dat “een groot aantal scheuren zichtbaar waren tijdens het repareren" en dat er van de scheuren foto's waren gemaakt. Wij hebben deze inmiddels ontvangen en als bijlage 2 bijgevoegd.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Applus RTD</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.15.</nr>
      <para>Bij mailbericht van 2 april 2014  heeft [naam medewerker BosBoon] aan [naam projectleider] het volgende geschreven:</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Tijdens ons overleg op 19 februari 2014 hebben jullie uitgelegd dat QIS stelt dat het bij de door hen (alsnog in tweede instantie) aangetroffen indicaties daadwerkelijk om scheuren gaat. Gezien het belang van juistheid van deze stelling spraken we af dat wij ons door een onafhankelijke deskundige partij zouden laten informeren omtrent de vraag of een dergelijke diagnose onder de gegeven omstandigheden met (een grote mate van) zekerheid te stellen is. ASK heeft hiervoor enkele partijen aangedragen. Om echter elke mogelijke schijn van betrokkenheid uit te sluiten hebben wij ervoor gekozen om Applus RTD in te schakelen, al jarenlang een autoriteit op het gebied van (onder andere) NDO onderzoek.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Op 26 maart 2014 hebben we met [naam medewerker Applus] van Applus een gesprek gehad. Een samenvatting van dit gesprek tref je aan in de bijlage. De conclusie van dit gesprek is dat het stellen van een eenduidige diagnose, zeker onder de gegeven omstandigheden en met de uitgevoerde metingen, niet mogelijk is. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Wij verbinden daaraan de conclusie dat niet is uit te sluiten dat de ‘naden’ (die tussen de uitgestulpte grondnaad en het aangrenzende moedermateriaal zijn ontstaan als gevolg van een te grote vooropening) bij de interpretatie van de ultrasoonmetingen voor scheuren zijn aangezien.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Genoemde bijlage luidt voor zover hier van belang als volgt:</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Omschrijving Probleemstelling</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Medio oktober waren vier van de acht skidbeams gereed, UT-gecontroleerd (QlS) en akkoord bevonden. Toen bij de eerste twee Skidbeams, die op 18 oktober 2013 bij ERS waren afgeleverd, een UT- ‘spot-check’ werd gedaan werden (tot ieders schrik) indicaties aangetroffen. Deze spot-check werd door controleurs van ERS uitgevoerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Aanvankelijk werd vermoed dat in de lassen als gevolg van transport en handling mogelijk scheurtjes waren ontstaan. Echter, een nieuwe UT-controle van de balken drie en vier, die nog onaangeroerd in de werkplaats lagen, gaf eveneens indicaties die door QIS/ASK als scheuren worden betiteld.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vooralsnog is onduidelijk wat daarvan de oorzaak zou kunnen zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Om hierover meer duidelijkheid te krijgen zijn uit verschillende skidbeams, op locaties waar met ultrasoon onderzoek indicaties waren aangetroffen, monsters uitgenomen die vervolgens door Element destructief zijn beproefd. Hierbij werden geen scheuren aangetroffen.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vraagstelling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Is op basis van de uitgevoerde ultrasoonmetingen met (een grote mate van) zekerheid vast</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">te stellen welke diagnoses onder de gegeven omstandigheden bij de aangetroffen indicaties</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">kunnen worden gesteld?</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- In welke mate is de NEN-EN-ISO 23279 (Karakterisering van indicaties in lassen) norm hierbij bepalend?</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Antwoorden/conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">
            [naam medewerker Applus] stelt op basis van de getoonde documenten en het besprokene het volgende vast.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Er is een algemene standaardprocedure opgesteld voor het uitvoeren van de</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">ultrasoonmetingen. Deze omschrijft dat de lassen vanaf drie posities (a, b en c) moeten</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">worden gecontroleerd. De procedure ziet niet op de specifieke situatie m.b.t. de lassen van</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">de zijschotten. Met name de ‘staande’ lassen zijn sowieso maar van één kant (positie A) te</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">benaderen. Voor deze staande lassen is binnen de gestelde standaard EN-lSO 17640 figuur</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">A.6 (Kruisverbinding) de te gebruiken methode. De ‘liggende’ lassen zouden ook vanaf</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">positie C te benaderen zijn.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De uitvoering van het ultrasoon onderzoek is gedaan in overeenstemming met de EN-ISO</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">17640 ultrasoon onderzoek-techniek, onderzoekniveau en beoordeling.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- De rapportages van de ultrasoonmetingen maken geen melding van afwijkingen t.o.v. de</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">procedure. Dit zou volgens de geldende norm (EEMU 158 (acceptatie en EN-lSO 17640</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(uitvoering UT onderzoek)) wel moeten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Uit de rapportages blijkt niet of de liggende lassen ook vanuit positie C zijn benaderd.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">- Uit de rapportages blijkt niet duidelijk onder welke hoeken de ultrasoonmetingen zijn</emphasis>
      </para>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">uitgevoerd en de daarbij behorende defecten zijn gevonden.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Vervolgens legt [naam medewerker Applus] uit hoe met de opgegeven apparatuur is/wordt gemeten, wat hierbij belangrijke aandachtspunten zijn, welke nauwkeurigheden of foutmarges gelden en hoe een eventuele indicatie zo precies mogelijk kan worden gelokaliseerd.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Tot slot merkt [naam medewerker Applus] op dat het, zelfs voor een ervaren level-3 controleur, in het algemeen lastig (zo niet onmogelijk) is om op basis van ultrasoonmetingen exact vast te stellen wat indicaties aanduiden, zelfs wanneer de lassen van 3 zijden (positie a, b en c) te ‘benaderen’ zijn. </emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De vermelde parameters op de rapportage geven te weinig informatie over de gevonden defecten en de daarbij behorende hoek van ultrasoon detectie. De resultaten van gevonden defecten zijn helaas niet getekend met de gebruikte tasters, hoek van instralen en loopweg tot het defect.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Reactie op rapport Applus RTD van QIS</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.16.</nr>
      <para>Op 22 mei 2014 heeft [naam getuige 1] ( [functie] QIS) een rapport uitgebracht getiteld Rapportage Skidbeams Saipem Ltd., dat voor zover hier van belang als volgt luidt.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Hierbij volgt een reactie op de vragen die beantwoord zijn door [naam medewerker Applus] (PSN) van de firma Applus RTD (Ultrasoon Level 2, N19687). (…)</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Bij de opmerking die [naam medewerker Applus] in het schrijven plaatst “In het algemeen is het lastig, zo niet onmogelijk, om op basis van ultrasoon metingen exact vast te stellen wat de indicaties aanduiden” vragen wij ons toch ten stelligste af waarom er in alle internationale normen onderscheidt gemaakt wordt tussen fouten. Zeker wanneer dit niet te bepalen is volgens [naam medewerker Applus] . Zie tevens EEMUA 158 - tabel 6 (zie bijlage A). Wij zijn er dan ook van overtuigd dat deze afwijkingen wel degelijk te karakteriseren zijn.</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">(…) Ten tijde van het initieel inspecteren hebben wij minimaal 2 keer een cross check van een ander NDO bedrijf gehad. Het andere bedrijf constateerde ten opzichte van onze bevindingen </emphasis>
          <emphasis role="underline italic">niets</emphasis>
          <emphasis role="italic"> afwijkend. </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Enkele dagen later werd er bij een cross check op de door ons geheel goedkeurde Skid Beam afwijkingen gevonden. QIS heeft daarop [naam getuige 2] , Level 3 (N32285) ter plaatse gestuurd op de situatie op te nemen en gecheckt wat er aan de hand was. [naam getuige 2] constateerde samen met de cross checker dat er op een aantal locaties scheuren vanuit de binnen zijde waren ontstaan. [naam getuige 2] heeft, samen met ondertekende, het gehele project begeleid. De signalen die zich voordeden waren afwijkend ten opzichte van de initiële signalen. Deze kwamen op vanuit de root en waren te volgen tot soms wel 12 mm diep. De scheurindicaties waren met zowel een 60° en 70° taster eenvoudig te detecteren (…) </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De signalen die van de scheuren af kwamen waren niet te verwarren met andere signalen. De signalen die op het beeldscherm zichtbaar waren gingen ver boven de 100% DAC lijn uit en hadden een heel breed en onregelmatig patroon op het scherm nabij de halve loopweg. Dit kwam totaal niet overeen met de signalen die we bij de initiële inspectie hadden waargenomen. Het is in deze niet iets dat men had kunnen missen. Hiervoor waren de afwijkingen te groot.”</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport DEKRA Solutions</emphasis>
          <?linebreak?>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.17.</nr>
      <para>
        [naam medewerker DEKRA] van DEKRA Solutions B.V. heeft bij brief van 12 juni 2014 onder meer het volgende geschreven. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“RWA Consultancy B.V. heeft mij ter hand gesteld de rapportage van Quality Inspection Services B.V. (QIS) d.d. 22-05-2014 inzake skid beams voor Saipem Ltd. met het verzoek deze rapportage nader te beoordelen. (…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Het hier uitgevoerde NDO is inderdaad gebruikelijk en wordt in het algemeen, en zeker ook in de offshore-branche met haar hoge kwaliteitseisen, beschouwd als zijnde afdoende om een dergelijke lasnaad te beoordelen (…)</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Eveneens kan ik U bevestigen dat in principe met deze wijze van onderzoek een karakterisering van zowel de lassen als van het type van fouten (bijv. scheur versus volumineus, surface breaking versus embedded) hierin goed mogelijk is maar nogmaals, vakmanschap en ervaring van de UT-er zijn hierin van groot belang.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Tenslotte nog kort samengevat: de wijze waarop voor dit project het NDO is uitgevoerd met de initiële goedkeur en de latere afkeur tot gevolg is overeenkomstig vigerende normeringen. Het mag dan opmerkelijk zijn dat enkele dagen na goedkeur diverse lassen kennelijk alsnog scheurvorming zijn gaan vertonen echter, dit is niet de wijze van NDO te verwijten. Bovendien is het niet aan de individuele NDO uitvoerder of het NDO-contracterende bedrijf om aan te geven, waarom deze lassen alsnog zijn gaan scheuren. NDO is primair bedoeld om lassen wel/niet te accepteren op basis van overeengekomen acceptatiecriteria. NDO kan bijv. slakinsluiting en/of porositeit en/of  scheurvorming constateren maar nogmaals, NDO is niet bedoeld om ook de oorzaak hiervan aan te duiden hoe voor de hand liggend die soms ook kan zijn.</emphasis>”<?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport Belgisch instituut voor lastechniek </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.18.</nr>
      <para>Het Belgisch instituut voor lastechniek vzw (Hierna: BIL) heeft op 24 april 2018 een rapport uitgebracht, dat voor zover hier van belang als volgt luidt. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">“1. Ontvangen gegevens:</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">
            [naam medewerker BosBoon] van de firma Artium Experts heeft aan het BIL gevraagd om te antwoorden op 4 vragen in een gerechtsonderzoek met dossiernummer 7700.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">2. Vraagstelling</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- Kunt u toelichten als gevolg van welk mechanisme die (koud)scheuren zich voordoen? </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- Kunt u, en dan nu specifiek voor deze situatie, aangeven of het aannemelijk/logisch is dat hier koudscheuren zijn ontstaan (of juist niet)? </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- De waarnemingen van Element, afgezet tegen het beweerdelijk aantreffen van scheuren via NDO. </emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">- Een verklaring voor de gebeurtenissen: uitgangscontrole QIS (goed), ingangscontrole door ERS (fout), 2e check eerder goedgekeurde skidbeams die nog in de loods lagen (ook "fout").</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">3. Conclusie</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">De randvoorwaarden voor het ontstaan van koudscheuren blijken gunstig om het risico op koudscheuren te herleiden naar een absoluut minimum. Het onderzoek dat door Element werd uitgevoerd bevestigt voor ons dat de onderzochte indicaties niet afkomstig zijn van koudscheuren. Aangezien Element geen significante indicaties heeft kunnen terugvinden die ontstaan zijn na het afkoelen van de las, lijkt het zeer waarschijnlijk dat de indicaties die gevonden zijn tijdens het UT onderzoek (zowel na afleveren van de eerste skidbeams als na reparatie) afkomstig zijn van de overmatige doorlassing en/of van bindingsfouten. (…)</emphasis>
      </para>
      <para />
      <para>
        <emphasis role="italic">4	Antwoorden op de gestelde vragen</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Mechanisme van koudscheuren</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Koudscheuren is een veel voorkomend verschijnsel bij het lassen van on- of laaggelegeerd staal. Ze ontstaan bij lagere temperatuur en kunnen zelfs nog optreden enkele dagen nadat de lasverbinding is gelast. (…)</emphasis>
      </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Beoordeling of er al dan niet koudscheuren kunnen zijn in het schadegeval met dossiernummer 7700</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Zoals in voorgaande paragraaf uiteengezet zijn het voorwarmen in combinatie met de warmte inbreng zeer belangrijke factoren die het risico op koudscheuren sterk bepalen. Het Bil had het rapport van Element met nr ERO002037 ter beschikking als informatie om een beoordeling te doen aangaande de mogelijkheid dat er koudscheuren kunnen aanwezig zijn. De norm EN 1011-2 geeft aanbevelingen ivm het vermijden van koudscheuren. Alle elementen worden in rekening gebracht om het risico op koudscheuren zo laag mogelijk te houden. De norm geeft uiteindelijk aan of het nodig is om het staal voor te warmen of niet. (…)</emphasis>
      </para>
      <paragroup>
        <nr>4.2.5.</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Is het nodig om voor te warmen?</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Rekening houdende met alle elementen die in de vorige paragrafen bepaald zijn, bekomen we via de norm EN 1011-2 dat een temperatuur van ca 18°C voldoende is. (…) </emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De lasprocedure beschrijft een minimale voorwarmtemperatuur van 30°C. Dit is hoger dan de bepaalde 18°C en zou het risico op koudscheuren normaal gezien moeten herleiden tot een absoluut minímum. (…)</emphasis>
        </para>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.7.</nr>
        <parablock>
          <para>
            <emphasis role="italic">Evaluatie micrografie </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">(…)</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">We kunnen ons aansluiten bij het feit, dat de meeste indicaties (zowel voor als na herstelling) - zoals in het rapport ook aangegeven - zijn veroorzaakt door een overdreven doorlassing, die op het uiteinde een bindingsfout vertonen. De aanwezigheid van de oxides ontstaan op hogere temperatuur bevestigen dit. </emphasis>
          </para>
          <para>
            <emphasis role="italic">Uitleg "overdreven doorlassing" </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Een stompe las wordt steeds met een bepaalde hoeveelheid doorlas uitgevoerd om zeker te zijn dat de las de volledige sectie van de plaat verbindt. De doorlas zelf is de hoogte van de las (…) die langs de onderkant van de plaat voorbij de achterkant van de plaat komt. lndien deze doorlas te groot wordt en de breedte van de doorlas vrij gering is, zal de aanvloeiing van de las langs de achterkant niet geleidelijk verlopen met een kerfwerking tot gevolg. (…) </emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Uitleg "bindingsfout"</emphasis>
            <?linebreak?>
            <emphasis role="italic">Het type, bindingsfout waarnaar hier verwezen wordt treedt op indien het neergesmolten lasmetaal in de doorlas niet vermengd is met het basismetaal dat het moet verbínden. Het gevolg hiervan is dat er een kerfwerking kan optreden ter hoogte van deze bindingsfouten. (…)</emphasis>
          </para>
        </parablock>
      </paragroup>
      <paragroup>
        <nr>4.2.8</nr>
        <para>
          <emphasis role="italic">Besluit</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">In vorige paragrafen zijn de meeste randvoorwaarden voor het ontstaan van koudscheuren beoordeeld. Deze randvoorwaarden bleken gunstig om het risico op koudscheuren te herleiden naar een absoluut minimum Het onderzoek dat door Element werd uitgevoerd bevestigt voor ons dat de onderzochte indicaties niet afkomstig zijn van koudscheuren. Het rapport vermeldt geen verder onderzoek van de sectie op figuur 13, waardoor er geen uitspraak kan gedaan worden over deze indicatie.</emphasis>
        </para>
      </paragroup>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">De waarnemingen van Element, afgezet tegen het beweerdelijk aantreffen van scheuren via NDO</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">De secties die genomen zijn voor herstelling vertoonden vooral overmatige doorlassing. De secties na herstelling vertoonden vooral bindingsfouten. (…) Beide onvolkomenheden zijn gelinkt aan het feit dat de las enkelzijdig moest uitgevoerd worden omdat deze niet toegankelijk was langs de andere kant. Het is dan niet gemakkelijk om een doorlas te maken die net voldoende ís zonder overmatige doorlassing.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Er werden zowel secties voor als na de herstelling opengebroken. Deze secties vertoonden allen aan de wortel van de las sporen van oxidatie, die veroorzaakt zijn door blootstelling aan hogere temperatuur. Deze kunnen aldus niet ontstaan zijn nadat de las afgekoeld is.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">De zone aan de tip van de bindingsfouten werd met SEM onderzocht. Er werd een kleine scheurvormige uitbreiding vastgesteld die bestond uit een mix van brosse en ductiele (vervormbare, taaie) indicaties die vermoedelijk te wijten zijn aan krimpspanníng veroorzaakt door de las.</emphasis>
          <?linebreak?>
          <emphasis role="italic">Aangezien Element geen significante indicaties heeft kunnen terugvinden die ontstaan zijn na het afkoelen van de las, lijkt het zeer waarschijnlijk dat de indicaties die gevonden zijn tijdens het UT onderzoek (zowel voor als na de herstelling) afkomstig zijn van de overmatige doorlassing en/of van bindingsfouten.</emphasis>
        </para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>
        <emphasis role="italic">Een verklaring voor de gebeurtenissen: uitgangscontrole QIS (goed), ingangscontrole door ERS (fout), 2e check eerder goedgekeurde skidbeams die nog in de loods lagen (ook “fout”).</emphasis>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="italic">Uit het antwoord op de vraag die in 4.3 gesteld word kan afgeleid worden dat de indicaties die met UT gevonden werden hoogst waarschijnlijk afkomstig zijn van overmatige doorlassing en/of van bindingsfouten. Indien we daarvan uitgaan, waren die indicaties dus van in het begin aanwezig. Het uitvoeren van een UT onderzoek vergt kennis en ervaring om de beelden op een goede manier te kunnen interpreteren. Het is mogelijk dat de interpretatie bij de eerste controle rekening hield met de aanwezige overmatige doorlassing en daardoor niet als “fout” werden gerapporteerd.”</emphasis>
      </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.19.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij de comparitie van partijen op 24 mei 2018 heeft [naam medewerker van ASK Romein] ( [functie] van ASK Romein ) - zakelijk weergegeven - als volgt verklaard: <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“U vraagt mij wat bij het herstel anders is gegaan dan de eerste keer. Ik dacht dat voor een andere lasverbinding was gekozen, namelijk de ‘partial pen’ in plaats van een ‘full pen’, waarbij ‘pen’ staat voor penetration. Het deel wat niet gelast is staat koud tegen elkaar. Een partial pen is eigenlijk een kleinere las. De skidbeams zijn uiteindelijk tot tevredenheid van de afnemer afgeleverd. Je zou kunnen zeggen dat de oorzaak van de scheuren waarschijnlijk ligt in het ontwerp.” </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het geschil</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <parablock>
        <para>ASK Romein vordert, na wijziging van haar eis  samengevat – <?linebreak?><emphasis role="italic">primair:</emphasis></para>
        <para>I. 	een verklaring voor recht dat is aangetoond dat de lassen van de aan ERS te leveren skidbeams waren behept met scheurvorming;</para>
        <para>II.	veroordeling van de Verzekeraars tot betaling van elk € 494.624,--, met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2013, althans een verklaring voor recht dat de Verzekeraars gehouden zijn alle schade als gevolg van het onder I genoemde evenement voor zover gedekt onder de CAR-verzekering met ASK Romein af te wikkelen;</para>
        <para>III.	hoofdelijke veroordeling van de Verzekeraars in de kosten van het geding met de wettelijke rente daarover;</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">subsidiair:</emphasis>
          <?linebreak?>IV.	een verklaring voor recht dat als gevolg van aangebrachte lassen sprake is van materiële schade aan en/of verlies van de voor het werk bestemde onderdelen;</para>
        <para>V. 	veroordeling van de verzekeraars tot betaling van elk € 328.192,50, met de wettelijke rente daarover vanaf 1 december 2013, althans een verklaring voor recht dat de Verzekeraars gehouden zijn alle schade als gevolg van het onder IV. genoemde evenement voor zover gedekt onder de CAR-verzekering met ASK Romein af te wikkelen;</para>
        <para>III.	hoofdelijke veroordeling van de Verzekeraars in de kosten van het geding met de wettelijke rente daarover.<?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>ASK Romein baseert de primaire vordering op de onder 2.2 genoemde CAR-verzekering en stelt dat het laswerk van de Skidbeams door scheurvorming beschadigd is geraakt, welke scheurvorming onder de dekking valt. De subsidiaire vordering houdt in dat de scheurvorming in de lassen heeft geleid tot de noodzaak bij het herstel nieuwe onderdelen te gebruiken, omdat door de foutieve lassen de gelaste onderdelen niet meer bruikbaar waren.  <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>De verzekeraars voeren verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="italic">Scheurvorming</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op grond van de hierboven vermelde tussen partijen vaststaande feiten, waaronder de onder 2.6 aangehaalde verklaringen van de in het voorlopig getuigenverhoor gehoorde getuigen, kan van de volgende toedracht worden uitgegaan:</para>
      <para>- De skidbeams bestaan uit stalen onderdelen die aan elkaar zijn gelast. Het laswerk werd nadat het stollingsproces was voltooid (48 uur na het lassen) gecontroleerd door een onafhankelijke controleur, in dit geval QIS. Daarbij werden controleurs ingeschakeld die het hoogste of een na hoogste opleidingsniveau hadden (level 2 of 3). </para>
      <para>- QIS heeft daarbij wel een aantal lassen afgekeurd, maar nadat deze waren hersteld was het laswerk volgens QIS geheel in orde en heeft levering van de twee eerste skidbeams plaatsgevonden. </para>
      <para>- Na levering zijn deze twee skidbeams gecontroleerd door de afnemer, waarbij bleek dat er indicaties waren. Deze werden toen ook door QIS vastgesteld. De Skidbeams zijn teruggebracht naar de bedrijfsruimte van ASK Romein . Daar zijn deze skidbeams opnieuw door QIS onderzocht en werden door QIS indicaties geconstateerd, niet alleen in de afgeleverde skidbeams, maar ook in voor aflevering gereed liggende skidbeams. QIS heeft deze geïnterpreteerd als scheuren. Ook een ander controleur, Materiaal metingen Testgroep, kwam tot dezelfde bevinding. </para>
      <para>- QIS heeft naar de door ultrasoon onderzoek gevonden scheuren nader onderzoek gedaan door in de lassen met een slijpschijf een snede te maken en daarbij zijn volgens QIS scheuren waargenomen; dit wordt verklaard door de getuige [naam getuige 1] . De getuige [naam getuige 2] verklaart dat op locaties waar indicaties waren gezien na uitgutsen van de las werd gezien dat het scheurvorming betrof. Ook hebben de getuigen [naam getuige 3] en [naam getuige 4] verklaard dat de scheurvorming zich uitbreidde. Op de comparitie is nader toegelicht dat de scheuren zowel met het oog waarneembaar waren als ook met behulp van magnetisch onderzoek zichtbaar gemaakt konden worden.<?linebreak?>-	Nadat de schade was gemeld is ASK Romein begonnen met het zo snel mogelijk herstellen van de skidbeams, teneinde alsnog aan de overeengekomen opleveringstermijn te kunnen voldoen. </para>
      <para>- De door de verzekeraar ingeschakelde expert BosBoon heeft ASK Romein medegedeeld dat de oorzaak van de scheurvorming moest worden onderzocht, teneinde herhaling te voorkomen.</para>
      <para>- Op 29 oktober 2013 is voor het eerst door de verzekeraar verklaard dat er aan werd getwijfeld of de lassen aanvankelijk goed waren. <?linebreak?>-	Namens ASK Romein is daarop geantwoord door uiteen te zetten hoe de scheuren waren geconstateerd en dat deze aanvankelijk niet aanwezig waren.</para>
      <para>- ASK Romein heeft onderzoek laten doen naar de oorzaak van de scheuren door Element. Daartoe zijn twee proefstukken naar Element gestuurd, die daarop destructief onderzoek heeft toegepast. Dit heeft opgeleverd dat in de onderzochte proefstukken geen scheuren werden gevonden, maar wel enige andere onregelmatigheden.</para>
      <para>- Naar aanleiding van de bespreking van de bevindingen van Element is afgesproken dat de expert van de verzekeraar de skidbeams nog zou inspecteren. Die inspectie heeft plaatsgevonden op 25 november 2013, maar toen waren er geen locaties met scheuren meer voor inspectie beschikbaar.</para>
      <para>- De herstelwerkzaamheden hebben plaatsgevonden met gebruikmaking van een andere lastechniek, te weten ‘partial pen’ in plaats van de aanvankelijk gebruikte ‘full pen’ (waarbij ‘pen’ staat voor penetration). Bij deze lastechniek wordt een kleinere las gebruikt. Hierna hebben de problemen zich niet herhaald.</para>
      <para>- In het kader van de voortgezette discussie tussen partijen zijn deskundigen-berichten ingewonnen van Applus (becommentarieerd door QIS), Dekra en het Belgisch instituut voor lastechniek.</para>
      <para>- Uit het feit dat op de comparitie van partijen niet is gewezen op foto’s, leidt de rechtbank af dat er geen bruikbare foto’s van de gestelde scheuren beschikbaar zijn, althans dat partijen daar geen beroep op wensen te doen.<?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Te beoordelen is of uit de genoemde toedracht kan worden afgeleid dat er laswerk is verricht dat (na herstel van gebreken) goed was, zodat het laswerk op het moment van de eindcontrole door QIS ‘gaaf’ was toen de skidbeams volledig waren goedgekeurd. Als dat zo is, is de volgende vraag of zich vervolgens scheurvorming heeft voorgedaan. Als dat het geval is, is vervolgens de vraag of dat een verzekerd evenement is.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Scheurvorming of andere lasfouten</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <parablock>
        <para>Het betoog van de verzekeraars komt er in essentie op neer dat geen sprake is geweest van scheurvorming, maar van al van de aanvang af aanwezige lasfouten. Deze lasfouten zijn bij het eerste ultrasoon onderzoek over het hoofd gezien en bij later ultrasoon onderzoek ten onrechte als scheuren geïnterpreteerd. Dat betekent dat er geen gedekt evenement is, omdat de lassen nooit goed zijn geweest en dus niet een aanvankelijk gaaf voorwerp beschadigd is geraakt. </para>
        <para>Bovendien voeren de Verzekeraars aan dat als er wel scheuren zouden zijn geweest, deze ontstaan zijn doordat het ontwerp niet goed is geweest omdat het niet voorziet in krimp van het te lassen materiaal, waardoor de lassen nooit goed zijn geweest c.q. nimmer hun functie konden vervullen.</para>
        <para>Bovendien voeren zij aan dat de verzekerde niet de vereiste medewerking heeft verleend, doordat een verzekeringsexpert niet in de gelegenheid is gesteld zelf de scheuren te bekijken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>De discussie tussen partijen heeft zich in belangrijke mate gericht op de vraag of scheuren in de gegeven omstandigheden met behulp van ultrasone techniek (ook wel aangeduid als NDO, Niet destructief onderzoek) met voldoende zekerheid konden worden vastgesteld. Die vraag is echter alleen doorslaggevend als de stelling dat scheurvorming heeft plaatsgevonden alleen zou zijn gebaseerd op ultrasoon onderzoek. Dat is echter niet het geval. ASK Romein heeft immers gesteld dat na het ultrasoon onderzoek lassen zijn opengeslepen en/of opengegutst en dat daarbij scheuren zijn geconstateerd. Deze stelling wordt ondersteund door twee getuigen van QIS, die dit in het voorlopig getuigenverhoor onder ede hebben verklaard. Ook hebben twee getuigen verklaard dat de indicaties zich uitbreidden, wat wel past bij scheurvorming, maar niet bij van aanvang af al aanwezige lasfouten. Uitgangspunt is daarom dat scheurvorming is geconstateerd. De rechtbank zal nu bespreken of de rapporten van de deskundigen afdoen aan de bovengenoemde verklaringen van de getuigen en of gezien de rapporten van de deskundigen ook kan worden vastgesteld dat de lassen aanvankelijk goed waren.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport Element</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Het rapport van Element lijkt in tegenspraak met de stellingen van ASK Romein , omdat in de onderzochte proefstukken door Element geen scheuren zijn aangetroffen. <?linebreak?>QIS heeft verklaard dat als er in een gebied indicaties waren ook een gebied daaromheen werd afgekeurd. De proefstukken die door Element zijn onderzocht zijn genomen uit gebieden waar indicaties waren, maar dat betekent niet dat die indicaties ook precies zijn aangetroffen op de plaats waar de proefstukken zijn uitgesneden. Daarbij moet worden aangetekend dat het onderzoek niet was gericht op het vaststellen van scheuren (dat er scheuren waren was op dat moment nog niet in discussie), maar op de oorzaak van de scheuren, met het oog op het voorkomen van herhaling. <?linebreak?>Het niet aantreffen van scheuren in de proefstukken die door Element zijn onderzocht betekent daarom niet dat de bevindingen van QIS (namelijk dat wel scheuren zijn aangetroffen) niet juist kunnen zijn.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <parablock>
        <para>Element heeft blijkens haar rapport enige onregelmatigheden in de onderzochte lassen gevonden. Dat dit onregelmatigheden waren die zo ernstig waren dat deze bij de eerste keuring door QIS tot afkeuring hadden moeten leiden en dat dus de aanvankelijke goedkeuring door QIS onjuist zou zijn, is uit het rapport van Element niet af te leiden.</para>
        <para>Element heeft met betrekking tot de bij ultrasoon onderzoek gevonden indicaties het volgende verondersteld:  <?linebreak?><emphasis role="italic">“During ultrasonic testing linear indications were found at the root of the welds prior to repair, which were not found in this investigation. Based on the findings on the submitted sections this may be (partly) related to the large degree of excessive penetration. This caused a deep relative narrow gap between the root and the side of the transverse stiffener plate, which could easily be mistaken for a linear defect.”</emphasis></para>
        <para>Deze veronderstelling is echter gebaseerd op de vaststelling dat in de onderzochte proefstukken geen scheuren zijn aangetroffen, welke bevinding naar hierboven werd overwogen niet afdoet aan de mogelijkheid dat elders wel scheuren zijn aangetroffen. Deze veronderstelling is geen vaststelling en uitgaand van elders aangetroffen scheuren is deze veronderstelling niet relevant.</para>
        <para>Het rapport van Element kan al met al niet afdoen aan de stelling van ASK Romein dat er in het laswerk, nadat dit aanvankelijk goed was, scheuren zijn ontstaan. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>Wel is nog van belang wat Element over de mogelijke oorzaak van het aantreffen van indicaties in het laswerk opmerkt. Dit wordt onder 4.16 nader besproken.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport Applus RTD en reactie daarop van QIS en het Dekra-rapport</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <parablock>
        <para>Applus RTD heeft geen eigen onderzoek gedaan naar de lasnaden, maar is door Verzekeraars geïnformeerd over de zaak. Het rapport geeft een algemene beschouwing over de mogelijkheden en beperkingen van ultrasoon onderzoek. Daarbij wordt opgemerkt dat de lassen in de gegeven omstandigheden maar beperkt benaderbaar waren. </para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Tot slot merkt [naam medewerker Applus] op dat het, zelfs voor een ervaren level-3 controleur, in het algemeen lastig (zo niet onmogelijk) is om op basis van ultrasoonmetingen exact vast te stellen wat indicaties aanduiden, zelfs wanneer de lassen van 3 zijden (positie a, b en c) te ‘benaderen’ zijn.”</emphasis>
        </para>
        <para>Verzekeraars hebben op basis van deze bevindingen de conclusie getrokken dat niet is uit te sluiten dat de ‘naden’ (die tussen de uitgestulpte grondnaad en het aangrenzende moedermateriaal zijn ontstaan als gevolg van een te grote vooropening) bij de interpretatie van de ultrasoonmetingen voor scheuren zijn aangezien.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>AKS betwist de bevindinegn van Applus RTD en heeft daartoe de onder 2.16 aangehaalde reactie van [naam getuige 1] ( [functie] QIS) in het geding gebracht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank de bevindingen van Applus weinig relevant. Deze komen er op neer dat het niet mogelijk is met zekerheid vast te stellen of een bij ultrasoon onderzoek gevonden indicatie een scheur is of niet. Dit wordt door [naam getuige 1] gemotiveerd betwist. </para>
        <para>Het rapport van DEKRA stelt op dit punt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“Eveneens kan ik U bevestigen dat in principe met deze wijze van onderzoek een karakterisering van zowel de lassen als van het type van fouten (bijv. scheur versus volumineus, surface breaking versus embedded) hierin goed mogelijk is maar nogmaals, vakmanschap en ervaring van de UT-er zijn hierin van groot belang.”</emphasis>
          <?linebreak?>Echter ook als met Applus zou worden aangenomen dat met ultrasoon onderzoek niet kan worden vastgesteld of een indicatie een scheur is of niet, in ieder geval staat in dit geding vast dat QIS de indicaties die in tweede instantie gevonden werden als scheuren heeft geïnterpreteerd en dat twee van de drie getuigen in het voorlopig getuigenverhoor hebben verklaard dat zij bij nader onderzoek van de verdachte locaties bij het open maken van de lassen daadwerkelijk scheuren hebben waargenomen. Dit laatste heeft Applus niet in de beschouwing betrokken.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <parablock>
        <para>De onder 4.8 aangehaalde conclusie van Verzekeraars is een veronderstelling die niet uit de bevindingen van Applus is af te leiden. Bovendien zou deze veronderstelling slechts verklaren waarom in tweede instantie indicaties gevonden werden, maar niet waarom de lassen in eerste instantie goedgekeurd werden. Als er immers in het laswerk ‘naden’ (die tussen de uitgestulpte grondnaad en het aangrenzende moedermateriaal zijn ontstaan als gevolg van een te grote vooropening) aanwezig waren, zouden deze reeds bij de eerste inspectie bij ultrasoon onderzoek moeten zijn gezien.</para>
        <para>De conclusie is dat de bevindingen van Applus (en de naar aanleiding daarvan geuite veronderstelling van verzekeraars ) niet kan afdoen aan de stelling van ASK Romein dat er in het laswerk, nadat dit aanvankelijk goed was, scheuren zijn geconstateerd. <?linebreak?></para>
        <para>
          <emphasis role="italic">Rapport Belgisch instituut voor Lasonderzoek</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>Het rapport van het BIL heeft een beperkte strekking. Het BIL heeft geen eigen onderzoek gedaan en is alleen bekend met het door Element verrichte onderzoek en het door QIS verrichte NDO-onderzoek. Het BIL gaat in op de oorzaken van scheurvorming in het algemeen en beredeneert dat in de gegeven omstandigheden het voorverwarmen van de te lassen voorwerpen niet nodig was en dat er geen omstandigheden waren waarin scheurvorming te verwachten was.</para>
        <para>Element heeft geen significante indicaties heeft kunnen terugvinden die ontstaan zijn na het afkoelen van de las (waarmee kennelijk is bedoeld: scheuren, rechtbank), het BIL neemt daarom aan dat de indicaties die wel zijn gevonden afkomstig zijn van de overmatige doorlassing en/of van bindingsfouten. Hierbij is het BIL er evenwel van uit gegaan dat als Element in de proefstukken geen scheuren vond, deze ook elders in de skidbeams niet aanwezig waren. Zoals onder 4.5 is overwogen kan daar niet van uit worden gegaan. </para>
        <para>Het BIL is bovendien kennelijk alleen bekend met de resultaten van ultrasoon onderzoek, maar niet van de overige bevindingen van medewerkers van QIS, te weten hun bevindingen bij het openslijpen of opengutsen van de lassen. Het rapport van het BIL kan daarom niet afdoen aan de feiten en omstandigheden die wijzen op scheurvorming na het uitharden en het eerste onderzoek van de lassen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Expert kon geen onderzoek meer instellen</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.13.</nr>
      <para>De verzekeraars hebben er op gewezen dat de door de verzekeraars benoemde expert [naam medewerker BosBoon] niet de gelegenheid heeft gehad zich persoonlijk te vergewissen van de gestelde scheurvorming, omdat de herstelwerkzaamheden toen hij ter plekke kwam reeds waren voltooid. Zij stellen dat ASK Romein zichzelf hierdoor in een positie heeft gebracht dat zij niet in staat is het gestelde evenement aan te tonen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.14.</nr>
      <para>ASK Romein heeft betoogd steeds naar behoren te hebben meegewerkt. Duidelijk was echter dat de skidbeams wel hersteld zouden worden. De kans op herhaling van scheurvorming was uitgesloten omdat een aangepaste productiemethode was uitgewerkt.  ASK stelt dat de expert heeft gevraagd het werk te stoppen, maar dat er toen al geen materiaal meer beschikbaar was voor nader onderzoek.</para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.15.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat ASK Romein blijkens de onder 2.7-14 aangehaalde berichten naar behoren heeft meegewerkt aan de vaststelling van de oorzaak van de schade, behalve dat - anders dan ASK Romein stelt - niet zoals is toegezegd bij de bespreking van het rapport van Element nog de gelegenheid aan de expert [naam medewerker BosBoon] is geboden om de scheurvorming te inspecteren. Dit is af te leiden uit de onder 2.14 aangehaalde mailbericht en het daarin aangehaalde mailbericht van [naam projectleider] . <?linebreak?>Dit heeft ertoe geleid dat deze deskundige zich daar geen oordeel over heeft kunnen vormen. Dat betekent dat het bewijs dat er schade is geleden die onder de dekking valt niet op basis van de vaststellingen van deze door de verzekeraar ingeschakelde expert is geleverd, maar dat sluit niet uit dat ASK Romein dat bewijs op andere wijze kan leveren. Het doet ook niet af aan het bewijs dat in dit geval is geleverd door het horen van getuigen in het voorlopig getuigenverhoor.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Oorzaak</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.16.</nr>
      <parablock>
        <para>De verzekeraars hebben gesteld dat zonder deugdelijke technische verklaring, die ontbreekt, niet aannemelijk is dat de lassen die eerst goed en deugdelijk zouden zijn, daarna alsnog kunnen scheuren.</para>
        <para>Dat standpunt vindt zijn weerlegging in het rapport van het BIL. Het BIL merkt immers op: <emphasis role="italic">“Koudscheuren is een veel voorkomend verschijnsel bij het lassen van on- of laaggelegeerd staal. Ze ontstaan bij lagere temperatuur en kunnen zelfs nog optreden enkele dagen nadat de lasverbinding is gelast.”</emphasis></para>
        <para>Daarmee is nog niets gezegd over de oorzaak van de scheuren. Maar daarover heeft Element wel het een en ander opgemerkt:</para>
        <para>
          <emphasis role="italic">“The design of the skid beams played an important role in this: the design does not allow for free shrinkage, resulting in high shrinkage stresses. The shrinkage on welding of a diaphragm plate caused deformation of the transverse stiffener plates. This deformation resulted in local variations in weld gap width for the subsequently placed diaphragm plates. The variations in gap width impaired control of the weld penetration on welding of the root pass. (…) The large root gaps also resulted in excessive penetration caused by sagging of the weld, which in some cases created a gap between the weld and the adjoining steel plates. The more the geometry of the weld is influenced by a combination of the mentioned factors, the more difficult it becomes to achieve a flawless weld. (…) The amount of excessive penetration is formally not acceptable. It should however be noted that excessive penetration is hardly avoidable given the design of the skid beams, in particular the extremely high constraint condition on welding the diaphragm plates.”</emphasis>
        </para>
        <para>Uit deze bevindingen kan worden afgeleid dat het ontwerp van de skidbeams tot gevolg had dat het lassen leidde tot hoge spanningen en vervormingen en ongelijke afstanden tussen de te lassen onderdelen, wat het leggen van een onberispelijke las bemoeilijkte. Daarmee is niet vastgesteld wat de oorzaak van de scheurvorming is geweest, maar zijn wel omstandigheden genoemd die mogelijk het ontstaan van scheuren kunnen hebben bevorderd. Daar komt bij dat bij herstel een andere lastechniek is gekozen, waarbij minder warmte wordt toegevoerd, waarna de problemen niet meer zijn opgetreden, wat in combinatie met de door Element genoemde omstandigheden tot het vermoeden leidt dat de oorzaak van de scheurvorming is gelegen in het ontwerp, in combinatie met de keuze voor een bepaalde lastechniek. <?linebreak?>Met zekerheid kan dit niet worden gezegd, maar het is in ieder geval niet zo bij het ontbreken van een deugdelijke technische verklaring scheurvorming onaannemelijk is.<?linebreak?>Omdat de Verzekeraars zich subsidiair op het standpunt heeft gesteld dat als er scheuren zijn, deze het gevolg zijn van een (niet gedekte) ontwerpfout, zal hiervan in het vervolg uit worden gegaan, zij het met de aantekening dat de oorzaak niet is gelegen in het ontwerp alleen, maar in de combinatie van ontwerp en lastechniek. Dit is af te leiden uit het feit dat bij toepassing van een andere lastechniek er geen scheurvorming meer is opgetreden. <?linebreak?></para>
      </parablock>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.17.</nr>
      <parablock>
        <para>Als wordt uitgegaan van scheurvorming is vervolgens de vraag of dat een gedekt evenement is. </para>
        <para>AKS meent van wel, omdat de oorzaak van de scheuren volgens de polis niet relevant is. De verzekeraars menen van niet; zij stellen dat partijen gekozen hebben voor een methode die sowieso nooit een goed resultaat op zou kunnen leveren. In dat geval is geen sprake van een materiële aantasting in de zin van de polis. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.18.</nr>
      <parablock>
        <para>Het betoog van verzekeraars komt er op neer dat de polis weliswaar schade dekt ‘hoe ook ontstaan’, maar dat schade die ontstaat doordat het ontwerp ondeugdelijk is niet onder de dekking valt, omdat een ontwerpfout tot gevolg heeft dat het gebouwde van de aanvang aan is behept met een gebrek, ook al blijkt dat later pas. </para>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat een CAR-verzekering die dekking biedt tegen schade ‘hoe ook ontstaan’ ook dekking biedt in geval van ontwerpfouten die tot gevolg hebben dat een onder toepassing van juist vakmanschap uitgevoerd fout ontwerp aanvankelijk geen gebreken heeft, maar later alsnog gebreken gaat vertonen (vgl. HR 27 juni 1997, NJ 1998/329, m.nt. M.M. Mendel). </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.19.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover het standpunt van de verzekeraar zo zou moeten worden begrepen dat niet is voldaan aan het onzekerheidsvereiste van art. 7:925 BW geldt het volgende. Een verzekeringsovereenkomst vereist dat “voor partijen geen zekerheid bestaat, dat enige uitkering moet worden gedaan”. De rechtsgeleerde literatuur is verdeeld over de vraag of het hier gaat om ‘subjectieve onzekerheid’ (onzekerheid bij partijen) of objectieve onzekerheid. Ook wordt wel verdedigd dat dit een kwestie is van uitleg van de polis. In beschouwingen over deze kwestie wordt aangenomen dat de Hoge Raad in het Cox-arrest (HR 26 november 1993 (NJ 1994/126) is uitgegaan van de objectieve benadering. Het ging daar om een transportverzekering van vrachtauto’s naar Canada, waarbij geen antivries in het koelwater was toegevoegd, waardoor vorstschade ontstond. De verzekerde kon zich er niet op beroepen dat hij geen vorst verwachtte of behoefde te verwachten.</para>
        <para>Mijnssen heeft het zo geformuleerd: <?linebreak?><emphasis role="italic">“Verzekering is alleen mogelijk tegen schade die het gevolg is van verwezenlijking van een risico dat weliswaar als mogelijk maar niet als normaal te verwachten kan worden gekenschetst. Dat de verzekeraar het bij de overeenkomst omschreven risico loopt, impliceert dat weliswaar de kans bestaat dat het risico zich verwezenlijkt maar ook, zou ik zeggen, dat zulks, wat de individuele verzekering betreft, niet in de normale lijn der verwachtingen ligt. Men kan zich daarom ook volgens het nieuwe recht slechts verzekeren tegen de schadelijke gevolgen van een gebeurtenis die bij het aangaan van de verzekering als mogelijk maar als niet normaal te verwachten moet worden beschouwd.” </emphasis><?linebreak?>(F.H.J. Mijnssen, Monografieën BW nr. B88, nr. 3.3).</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.20.</nr>
      <para>Nu is de vraag of het risico voorzienbaar is en ‘het normaal te verwachten gevolg’ afhankelijk van hoe men dat risico formuleert. Als men het risico in de onderhavige zaak zou formuleren als: “het risico dat scheuren ontstaan als een lastechniek wordt gebruikt die niet geschikt is voor het ontwerp”, is uiteraard het antwoord dat schade in dat geval het normaal te verwachten gevolg is. <?linebreak?>Maar die formulering bevat een element van verwijtbaarheid: verzekerde zou dan redelijkerwijs moeten kunnen weten dat de lastechniek ongeschikt was en toch die lastechniek hebben gekozen, zoals de verzekerde in de Cox-zaak redelijkerwijs kon weten dat het in Canada en op weg daar naar toe kan vriezen en dat dan antivries nodig is en toch geen antivries heeft gebruikt. Het gaat hier immers om feiten van algemene bekendheid. In dit geval wijst niets erop dat het ASK Romein wist of redelijkerwijs kon weten dat de te gebruiken lastechniek niet geschikt was. Daarom moet het risico anders worden geformuleerd, namelijk: “het risico dat scheuren ontstaan als een lastechniek wordt gebruikt die <emphasis role="italic">naar achteraf blijk </emphasis>niet geschikt is voor het ontwerp”. Zo geformuleerd moet worden gezegd dat scheuren niet het (vooraf) te verwachten gevolg waren en dat het element van onzekerheid dus aanwezig was. ASK Romein wist niet van het risico van scheurvorming (subjectieve wetenschap) en behoorde dit ook niet te weten (objectieve wetenschap). Anders gezegd: scheurvorming was niet het ‘normaal te verwachten gevolg’ van het gebruik van de ‘full pen’ lastechniek in dit geval. Het element van onzekerheid is dus aanwezig, zodat voldaan is aan de vereisten voor een verzekeringsovereenkomst.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.21.</nr>
      <para>Verzekeraars hebben zich beroepen op een arbitraal vonnis (BR 1995 p. 703), waarin samengevat is overwogen dat de CAR-verzekering geen garantie beidt voor de primaire prestatie waartoe de verzekeraar zich heeft verplicht. De verzekerde moet zelf instaan voor de levering van het overeengekomene en de kwaliteit daarvan. Het bovenstaande is daarmee niet in tegenspraak, nu er in dit geval vanuit moet worden gegaan dat ASK Romein kwalitatief goed laswerk heeft verricht. Dit was immers in eerste instantie na keuring door een onafhankelijk bedrijf, QIS, goedgekeurd. De schade is daarna ontstaan.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.22.</nr>
      <parablock>
        <para>Het bovenstaande leidt tot de conclusie dat de primaire vordering in beginsel toewijsbaar is. </para>
        <para>De Verzekeraars hebben tegen de hoogte van de gevorderde schade de volgende verweren gevoerd: <?linebreak?>-	de schade zou lager zijn geweest als de skidbeams opnieuw waren geproduceerd in plaats van hersteld,</para>
      </parablock>
      <para>- de opgevoerde posten zijn niet onderbouwd,</para>
      <para>- er zijn posten opgevoerd die niet zijn gedekt (kosten die zijn ingegeven door tijdsdruk, kosten van aanpassing, kosten van verbetering, kosten van overwerk).</para>
      <para>ASK Romein is alleen op het eerste bezwaar ingegaan.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.23.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank is van oordeel dat het debat tussen partijen over de omvang van de schade en de vraag wat wel en niet onder de dekking valt onvoldoende concreet is geweest om thans over de hoogte van de te vergoeden schade een uitspraak te kunnen doen. Daarom is in dit stadium geen bedrag in geld maar alleen een verklaring voor recht toewijsbaar. </para>
        <para>Met het oog op de kans op hoger beroep in deze zaak is het proceseconomisch niet opportuun om partijen in de gelegenheid te stellen om een akte te nemen over de omvang van de schade. De gevorderde uitvoerbaarverklaring bij voorraad wordt als niet passend bij de toe te wijzen verklaringen voor recht afgewezen.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.24.</nr>
      <parablock>
        <para>De Verzekeraars zullen als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van het geding, waar onder de kosten van het voorlopig getuigenverhoor. </para>
        <para>De kosten aan de zijde van ASK Romein worden begroot op:</para>
      </parablock>
      <para>- dagvaarding	€ 	80,44	</para>
      <para>- betaald griffierecht		3.894,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	10.320,00</emphasis> (4,0 punten × factor 1,0 × tarief € 2.580,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	14.294,44</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Nu de Verzekeraars elk voor 50% deelnemen in de verzekering zullen zij elk voor de helft in deze kosten worden veroordeeld.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat is aangetoond dat de lassen van de aan ERS te leveren skidbeams waren behept met scheurvorming;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>verklaart voor recht dat dat de Verzekeraars gehouden zijn alle schade als gevolg van het onder 5.1 genoemde evenement voor zover gedekt onder de CAR-verzekering met ASK Romein af te wikkelen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>veroordeelt de Verzekeraars elk voor de helft in de proceskosten, aan de zijde van ASK Romein tot op heden begroot op € 14.294,44;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het gevorderde voor het overige af.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.C. Jongeneel en in het openbaar uitgesproken op 11 juli 2018.<footnote-ref linkend="_6feb98d1-7965-4852-9e39-3903d6743fd6" /></para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <footnote id="_6feb98d1-7965-4852-9e39-3903d6743fd6" label="1">
    <para>type: RHCJ</para>
    <para>coll: BB</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>